nl Nederlands
nl Nederlandsen Englishfr Françaisde Deutschit Italianoes Español

vrijwilleger zijn

voelt u geroepen om vrijwilliger te zijn als aanspreekbuis voor de site,
ik wil je niet teleur stellen het is niet voor iedereen weg gelegd je moet geen hoog IQ te hebben om de liefde te begrijpen maar een roeping van inzet om de heer te dienen de heer roept u door de mensen om je heen, door de liefde te beleven om medewerker te worden van de site, is zo een geestelijke leerschool van de liefde van de god onze heer.

voel u zich geroepen om deel te nemen aan de kennis van koninkrijk van god de ware liefde die via Jezus in ons manifesteert door zich aan hem te geven, krijg je vrijheid en standvastigheid tegen het kwade die je leert zien door de gezonde databank

want christus heeft ons geroepen om het evangelie te belijden
onder zij die verloren gaan, als een echte mentor als leken missionaris te worden
en zo tot ware geloof te brengen van de liefde van god de vader, weerspiegelt te zien in onze roeping als (vader).

voel u geroepen om uw roeping voor de heer

Met de Zeven Gaven worden de Zeven Gaven van de Heilige Geest aangeduid.
Deze zijn:

De catechismus van de katholieke Kerk leert ons: “de zeven gaven van de Heilige Geest zijn de wijsheid, het verstand, de raad, de sterkte, de wetenschap, de godsvrucht en de vreze Gods. Ze behoren in hun volheid toe aan Christus, de zoon van David. Zij brengen de deugden van hen die de gaven ontvangen tot volkomenheid. Ze maken de gelovigen volgzaam om in alle bereidheid aan de goddelijke inspiratie te gehoorzamen.

De Bijbelse grondslag van deze lijst vinden we bij Jesaja terug (Jes 11, 1-3): “Een tak ontspruit aan de stronk van Isaï, een twijg ontbloeit aan zijn wortels. De geest van de Heer rust op hem, een geest van wijsheid en inzicht, een geest van beleid en sterkte, een geest van kennis en ontzag voor de Heer? (Hij ademt ontzag voor de Heer).” In het Hebreeuws wordt de term “ontzag voor de Heer” tweemaal herhaald, maar in de latere Griekse (septuagint) en Latijnse (vulgaat) vertaling is er een onderscheid gemaakt tussen “godsvrucht” en de “vreze Gods”.

De christenen lezen in deze verzen een beschrijving van de Messias. De gaven van de Geest zijn in Hem perfect identificeerbaar. Deze gaven worden door het werk van de Geest ook aan elke christen aangeboden. Dit begint bij het doopsel, wordt versterkt bij het Vormsel en wordt bij elk Pinksterfeest in het bijzonder hernieuwd.

Deze zeven gaven kunnen als volgt worden onderscheiden worden in de Rooms-Katholieke Kerk de Zeven Gaven van de Heilige Geest aangeduid. Deze zijn:

–  Wijsheid: Het vermogen om de schepping als Gods werk te erkennen, dit zowel in ons leven als in de wijde wereld. Deze gave is belangrijk om God in zowat alles terug te vinden, in het bijzonder in alles wat ons overkomt en in ieder die we ontmoeten.

–  Verstand: Het vermogen om te analyseren, om te redeneren, om problemen op te lossen en te beslissen om Christus in ons leven van elke dag na te volgen.

–  Raad: Het vermogen om het ware van het valse te onderscheiden, om eerder voor het goede dan voor het kwade te kiezen en daar ook naar te handelen,
geen energie te geven aan het kwade, en goede van Gods geest te zien.

–  Kracht: Het vermogen om zijn angsten te overwinnen, om te aanvaarden samen met Christus op pad te gaan, om aan de verleidingen te weerstaan en niet de massa te volgen daar waar deze zich vergist. Daarin volgen we de eerste christen gemeenschappen in hun moed om volgens Christus leer te leven en deze ondanks alle doodsbedreigingen te blijven verkondigen, hoe moeilijk ze het u ook maken door uw liefde tot de Heer.

–  Wetenschap: Het vermogen om God te kennen en van Hem te houden door de verschillende geloven en levenswijze.

–  Godsvrucht: Het vermogen om onderdanig te leven en samen met God op pad te gaan in totaal respect voor alle kinderen Gods,
die hier geroepen worden door God op deze site,
De godsvrucht voert ons tot het gebed en tot de lofbetuiging.

–  vreze des Heren: Het vermogen om te beseffen dat wij ons zonder ophouden in Gods aanwezigheid bevinden. In het Boek der Spreuken lezen we: “De vrees voor de Heer is het begin van de kennis” (Spr 1, 7). Hij die de Heer vreest, kent zijn plaats als kind dat door zijn Vader(s) wordt bemind.

Laten wij bidden dat wij de gaven van de Geest mogen deelachtig worden. De reeks van zeven gaven is gebaseerd op Jesaja 11:2-3: “De geest van de HEER zal op hem (= de telg uit de nageslacht van Isaï / Jesse) rusten: een geest van wijsheid en inzicht, een geest van kracht en verstandig beleid, een geest van kennis en eerbied voor de HEER. Hij ademt eerbied voor de HEER.”

voelt u geroepen om het rijk Gods te belijden met uw eigen ervaring wat de heer in uw leven heeft gedaan, ga niet verkondigen om bij de gene die hun aangesproken voelen geestelijke rijkdom bij te brengen das fout.
laat de heer zich manifesteren in uw geest zodat uw hart week word voor de liefde die Hij heeft en in petto heeft voor de Heer zijn aanschijn.

LEKEVOLGELINGEN

            Hiervóór werd al gezegd dat, als leken te worden, men zijn vertrouwen dient te stellen in het hemelse. Om een lekevolgeling te worden, moet men een vast vertrouwen in God hebben, men moet overtuigd zijn van Zijn leer, maar die leer ook bestuderen en in toepassing brengen; ook de Gemeenschap moet men eren. Lekevolgelingen moeten de vijf voorschriften naleven: niet doden, niet stelen, geen overspel plegen, niet liegen of bedriegen, geen bedwelmende middelen gebruiken.
Lekevolgelingen moeten niet enkel de drie juwelen als toevlucht nemen en de vijf voorschriften naleven voor zichzelf; ze moeten ook, in de mate van het mogelijke anderen hierin helpen, in het bijzonder hun familieleden en vrienden, door in hen het vaste vertrouwen in god, in de liefde te wekken, zodat ze, op hun beurt, hun zelf herkennen in de liefde van christus
Lekevolgelingen zouden er steeds aan moeten denken dat de reden waarom ze in deze liefde van vrede hun vertrouwen hebben en de voorschriften naleven, is zelf de mogelijkheid te hebben de Verlichting te verwezenlijken. Daarom, ofschoon levend in de wereld van begeerte, moeten zij vermijden aan die begeerten gehecht te worden.

Plichten van vrijwilliger in de Gemeenschap

Lekevolgelingen zouden steeds voor ogen moeten houden dat ze vroeg of laat afscheid zullen moeten nemen van ouders en familieleden, dat zij zelf uit dit leven van geboorte en dood zullen moeten scheiden; daarom mogen ze niet gehecht geraken aan dingen des levens, maar hun gemoed instellen op de wereld van Verlichting waarin niets vergankelijk is.
            Wanneer de lekevolgelingen een ernstig en on vertroebeld vertrouwen in de leer
van god wil wekken, dan moeten zij in hun gemoed een vredig en onverstoord gevoel van geluk scheppen, dat dan op hun omgeving zal uitstralen en op henzelf weerkaatst zal worden.
Deze geest van vertrouwen is rein en vriendelijk, steeds geduldig en verdraagzaam, nooit twistziek, tussen goed en kwaad, nooit aan anderen lijden berokkenend, steeds gericht op deze liefde en geroepen door god. Dit geluk rijst spontaan in ze op en het licht voor de Verlichting kan dan overal gevonden worden. Doordat zij in vertrouwen aan god en aan zijn boezem rusten, worden ze behoed tegen een zelfzuchtig gemoed, tegen gehechtheid aan hun bezittingen; daardoor kennen zij in hun dagelijks bestaan geen angst, zelfs geen vrees bekritiseerd te worden. Zij kennen ook geen vrees voor de dood, vermits zij verzekerd zijn van hun her geboorte in god. Vermits zij vertrouwen hebben in de waarheid en de heiligheid van de leer, kunnen zij hun gedachten vrijuit en zonder enige vrees uitdrukken.
Vermits hun gemoed vervuld is van mededogen voor alle wezens, zullen zij geen onderscheid tussen ze maken, maar alle wezens gelijke wijze behandelen; vermits hun gemoed vrij van sympathieën en antipathieën is, zal het rein en rechtschapen zijn; goede daden zijn hun grote geluk.
In tegenspoed of in voorspoed kennen ze geen onderscheid in de aangroei van hun vertrouwen. Wanneer ze van nederigheid houden, in de liefde van Gods Zijn leer eerbiedigen, samenhangend zijn in woorden en daden, van barmachtigheid als ze wijsheid als hun gids hebben, als hun gemoed vast is als een grote berg, dan zullen zij grote vorderingen op het pad naar de hemelse Verlichting maken.

En alhoewel ze verplicht zijn te leven in een moeilijke situatie en te midden van mensen met onrein gemoed, bij hen intrekken diep vertrouwen van hun liefde tot God blijven koesteren, kunnen zij steeds de anderen naar heilzamere daden voeren.
            Daarom moet men eerst en vooral het verlangen voelen de leer van god te horen. Moest iemand hem zeggen dat het noodzakelijk is doorheen een vuur te gaan om Verlichting te verwezenlijken, dan moet hij door dat geestelijk vuur gaan van lijden.
Er ligt zoveel voldoening in het horen van Gods zijn naam dat dit alleszins de moeite waard is doorheen een wereld van vuur en vlam te gaan.
Wie het onderricht van God wil volgen, moet niet egoïstisch of eigenzinnig zijn, maar gevoelens van welwillendheid ten opzichte van alle wezens koesteren; men dient eerbied te hebben voor al wie eerbiedwaardig is; men moet gedienstig zijn voor alien die dienst waardig zijn; maar alle wezens dient men met gelijke welwillendheid te bejegenen.
Daarom dienen de lekevolgelingen in de eerste plaats hun geest te sterken door christus zijn liefde voor ons en niet gestoord te worden door andermans handelingen. Vertrouwen op Gods zijn liefde die hij rijkelijk voor ons uitstort. Op deze wijze kunnen zij christus zijn leer ontvangen en in praktijk brengen, zonder na ijver, zonder beïnvloeding van anderen te ondergaan en zonder andere wegen te bedenken.
Zij die geen vertrouwen in de leer van god  koesteren, geven blijk van een enge visie en bijgevolg van een troebel gemoed. Maar zij die wel vertrouwen in de leer van 3 vuldigheid hebben weten dat er een grote wijsheid is en een groot mededogen dat alles omvat en dat zij, in dit vertrouwen, door bijkomstigheden onverstoord blijven.
            Zij die door de 3 vuldigheid hun leer horen en ontvangen, weten dat hun leven vergankelijk is en dat hun lichaam enkel een samenstelling van lijden en de bron van alle onheil is; daarom worden zij er niet aan gehecht, en leven in de liefde van de schepper.
Maar te zelfder tijd verwaarlozen zij dit lichaam niet, niet uit verlangen naar lichamelijke geneugten dat je met geld kunt kopen, maar omdat dit lichaam tijdelijk noodzakelijk is voor het verwezenlijken van wijsheid en ook voor hun taak het pad aan anderen bekend te maken.

Als zij niet goed zorg dragen voor hun lichaam, dan zullen ze niet lang leven. Leven ze niet lang genoeg, dan hebben ze minder kans persoonlijk de leer in de praktijk te brengen of aan anderen mede te delen. Wanneer iemand verlangt een rivier over te steken, dan draagt hij zorg voor zijn vlot. Heeft iemand een lange reis voor de boeg, dan draagt hij goed zorg voor zijn rijdier. Wanneer iemand de Verlichting wil verwezenlijken, dan moet hij ook goed voor zijn lichaam zorgen.
De discipelen van God moeten gepaste kleding dragen om het lichaam te beschermen tegen uiterste hitte en uiterste kou, om lichaamsdelen te bedekken, maar niet als pronkerij.

Zij moeten voedsel gebruiken om het lichaam te voeden, zodat ze in staat zijn de leer te horen, te ontvangen en te verklaren, maar zij moeten niet eten uit louter genoeg doening.
Zij moeten leven in het huis der Verlichting om beschermd te zijn tegen de rovers van de wereldse driften en tegen de stormen van verkeerde inzichten; van controle maar zij moeten het huis gebruiken voor zijn werkelijke bedoeling en niet uit pronkzucht of om egoïstische praktijken te verbergen.
Daarom moet men de dingen enkel waarderen in hun verband met de Verlichting. Men moet weten dat men er niet de eigenaar van is en er niet aan gehecht geraken voor persoonlijke geneugten, maar ze enkel beschouwen als geschikte middelen de leer uit te dragen.
door barmachtigheid:

Daarom richt de lekevolgeling zijn geest altijd op de leer, ook al leeft hij in gezinsverband. Hij zal daarom voor zijn gezinsleden zorgen met een wijs, openstaand gemoed en diverse wegen zoeken in hun geest vertrouwen in Gods voorzienigheid. Onze vrijwillige Leken moeten elke dag het volgende overwegen: hoe hun ouders dienen, hoe te leven met vrouw en kinderen, hoe zichzelf te beheersen en hoe god te dienen.
uw vrienden kies je zelf maar uw familie niet, die houden eventueel zich bezig met je oude zijn,
hebben daar recht op laat ze de beste manier blijf in deze liefde wees sterk laat u niet u misleiden van de geest die in uw familie waait ga verder uit liefde om uw ouders te dienen, is pogen welwillendheid tegenover alle levende wezens te koesteren. Om gelukkig te leven met vrouw en kinderen, moeten ze egoïstische lusten en gedachten aan persoonlijk gemak vermijden,
zie cursussen “leven naar lichaam en geest”
Terwijl ze luisteren naar de zachte muziek van het huiselijke leven, moeten zij de nog mooiere muziek van de leer niet vergeten. Terwijl ze leven in de beschutting van het huis, moeten ze de nog grotere beschutting geestelijke meditatie of gebed nastreven: daar leven de wijzen beveiligd tegen alle onreinheid en verstoring.
Wanneer leken offergaven brengen, moeten ze uit hun hart alle begeerte wegwerken; als ze te midden van een grote menigte zijn, moet hun geest in het gezelschap der wijzen vertoeven; als ze aan tegenspoed het hoofd te bieden hebben, moeten ze hun gemoed rustig en vrij van hindernissen houden. Wanneer de lekevolgelingen hun toevlucht in christus nemen, moeten ze ook meteen zijn wijsheid nastreven. Wanneer ze hun toevlucht in de liefde nemen, moeten ze meteen de diepe waarheid ervan nastreven: die is als 7 grote oceanen van wijsheid. Wanneer ze hun toevlucht
van onze droom nemen, moeten ze, zonder gestoord te worden door eigenbelang, die vredevolle gemeenschap zoeken.

Wanneer zij hun klederen dragen, mogen ze niet vergeten het sieraad van goedheid en nederigheid erop te dragen. Wanneer zij naar bevrijding streven, moeten zij ernaar streven hun geest los te maken van begeerte, haat en dwaasheid. Wanneer zij een steile weg berg op gaan, moeten zij denken aan de gelijkenis van het pad ter Verlichting dat ze geenzijds deze wereld van begoocheling zal voeren. Begaan ze een gemakkelijke weg, dan moeten ze van deze gemakkelijke gelegenheid gebruik maken om nog grotere vooruitgang naar de vrijheid van de schepper.
te leren doorheen de cursussen “leven naar lichaam en geest”

Wanneer ze een brug zien geestelijk door christus, moeten ze wensen de grote brug van het onderricht, waarover vele mensen kunnen gaan, te bouwen aan een wereld van morgen.
Wanneer ze een verdrietig mens ontmoeten,
zullen ze denken aan het bittere van deze veranderlijke wereld.
Wanneer ze een mens zien die door begeerte beheerst wordt, zullen ze in zich een groot verlangen wekken vrij te komen uit de illusies van dit bestaan en de ware rijkdom van de Verlichting te bereiken. Wanneer ze smakelijk voedsel zien, zullen ze op hun hoede zijn; wanneer ze onsmakelijk voedsel zien, zullen ze hopen dat begeerte niet meer in hen opkomt. Gedurende de hitte van de zomer, zullen ze wensen beschut te zijn tegen de hitte van wereldse driften en verlangen naar de verfrissing van de Verlichting. Gedurende de strenge winterkou, zullen ze denken aan de warmte van Gods mededogen. Wanneer zij de schrifturen reciteren, zouden ze eraan moeten denken de inhoud ervan niet te vergeten en Hem ook in toepassing te brengen.
Wanneer ze aan christus denken, zouden ze de wens moeten koesteren ogen zoals god te hebben. Wanneer ze s ’avonds in slaap vallen, zouden ze moeten wensen dat lichaam, taal en gemoed zouden gereinigd en verfrist worden; wanneer ze ’s morgens wakker worden, zou hun eerste wens moeten zijn gedurende de dag een helder begrip van de dingen te verkrijgen.
            Zij die de lering van god volgen omdat ze begrepen hebben dat alles door on eigenheid gekenmerkt is, zij nemen de dingen die in mensen leven komen, niet licht op; zij beschouwen ze voor hetgeen ze waarlijk zijn en proberen er geschikte werktuigen ter Verlichting van te maken.
Zij moeten niet denken dat deze wereld zinloos is en vol verwarring dan wanneer de wereld van Verlichting zinvol en vredig zou zijn. Weleer zouden ze moeten trachten het pad ter Verlichting ook in alle zaken van deze wereld te zien.
Indien een mens de wereld bekijkt met door onwetendheid vertroebelde ogen,
dan ziet hij de wereld als een vat van vergissingen en feilen; bekijkt hij de wereld met heldere wijsheid, dan ziet hij deze wereld als de wereld van Verlichting die hij in feite is.
Want in feite is er maar èèn wereld, geen twee, de ene zinloos en de andere zinvol, de ene goed en de andere slecht. Dat de mensen denken dat er twee werelden zijn, dat komt door hun discriminerende gedachten gang. Wanneer ze deze discriminerende gedachten gang willen kwijt geraken en hun gemoed helder houden met het licht van wijsheid, dan moeten ze deze ène wereld, waarin alles zinvol is, duidelijk inzien.

            Zij die in god hun vertrouwen gesteld hebben, worden in alles deze universele reinheid in eenheid gewaar. In deze geest gevoelen zij diep mededogen voor alle wezens en dingen en nemen zij een nederige houding tegenover al het bestaande aan.
Daarvoor moeten ze hun geest reinigen van alle hoogmoed en de voorkeur geven aan nederigheid, vriendelijkheid en dienstwilligheid. Hun gemoed moet zijn als de vruchtbare aarde die onpartijdig alle wezens wil voeden, die zonder klagen iedereen dient, die geduldig alles beleeft, die altijd ijverig is, die haar grootste vreugde schept in het dienen van alle arme mensen, door in hun gemoed het zaad van Gods onderricht te zaaien. In hun harten zij de leken de arbeiders van god.
Zo wordt het gemoed dat mededogen heeft voor de arme wezens, moeder van alle wezens; het eert iedereen, het beschouwt iedereen als een persoonlijke vriend en eerbiedigt iedereen als vader of moeder. Daarom: ook al hebben honderdduizenden mensen harde gevoelens en kwade wil ten opzichte van Gods lekevolgelingen, kwaad kunnen ze niet doen, want hun kwaad is slechts als een druppel vergift in het water van een grote oceaan, zo gaat dat met de liefde van god, wie de wil van Gods zijn liefde wil doen laat zich niet lijden door de wereldse gebeurtenissen en geeft er geen waarde aan helpt het kwaad op te lossen door vast te houden aan de liefde van christus.
            Een lekevolgeling beleeft vreugdig geluk door zijn gewoontes van bedachtzaamheid, begrip en dankbaarheid. Hij komt tot de ervaring dat zijn vertrouwen in god meteen (hemelse) vader mededogen zelf is en dat het hem door christus (zoon) geschonken is in ons zijn.

Er is geen zaad van vertrouwen aanwezig in de modder van de wereldse driften, maar gods mededogen strooit daar het zaad van vertrouwen uit; zo wordt het gemoed gereinigd tot het vertrouwen in ons en er wortel schiet. Immers, zoals gezegd, de wel geurende Canada boom kan niet groeien in een Eranda bos. Evenmin kan het zaad van vertrouwen in christus aanwezig zijn in de begoocheling van het eeuwig durende. Maar in feite bloeit ook daar de vreugdebloem; terwijl de bloem te midden van de begoocheling open bloeit in ons, zijn haar wortels elders: namelijk in de boezem van Gods liefde. Laat een lekevolgeling zich meeslepen, dan wordt hij jaloers, begerig, haat vol en kwaadwillig, want zijn gemoed is dan volgelopen met begeerte, boosheid en dwaasheid. Maar keert hij terug tot god, dan is zijn kracht nog groter dan voorheen en meer ten dienste van de de schepper waarlijk, dit gaat alle uitdrukking te boven.