nl Nederlands
nl Nederlandsen Englishfr Françaisde Deutschit Italianoes Español

school

deze school is bedoelt om organisaties hun leden te helpen tot overgave van de cursussen,
hen te begeleiden om werkzaam eigen te worden komen we als vrijwilliger spreken,
over de cursussen spreken om de liefde die ons leden niet eigen is meer te realiseren in ons dagelijks bestaan.
laten we de liefde spreken ook in u vertrouwen brengen door over de cursussen in uw organisatie te spreken
we brengen de liefde van god naar onze leden toe we vragen niets we doen het voor de liefde van de heer en we zijn allen geliefde kinderen van god. nu je deze verzekering van Gods liefde heeft gerealiseerd in uw leven en vergeving hebt gehoord, vertellen we over Hem recht uit je hart wat het gebed en de spreker van vandaag in je heeft losgemaakt
god is da ware wijnstok de sprekers die spreken voor uw organisatie zijn zij de sprekers voor de site word de heer verheerlijkt door zijn ranken in de heer zijn wijngaard.
zonder de liefde van de heer kunnen we niets als gemeenschap elkander ondersteunen.

stuur mail naar onzeleermeester@outlook.com met de gegevens:
1. naam adres van de personen of organisatie
2. vermelding dat we mogen komen spreken voor onderrichting

Armoede: bijbelverzen over de zorg voor de armen, gemarginaliseerden en kansarmen

“Als je de armen slecht behandelt, beledig je je Schepper” – Spreuken 14:31,

  1. In de eerste eeuwen van het christendom
    de armen werden gevoed, gekleed en ondergebracht
    met een persoonlijk offer
    en de heidenen
    zei over de christenen:
    ‘Kijk eens hoe ze van elkaar houden.’
  2. Tegenwoordig worden de armen gevoed, gekleed en opgevangen
    door de politici
    ten koste
    van de belastingbetalers.
  3. En omdat de armen
    zijn niet langer
    gevoed, gekleed en beschut
    met een persoonlijk offer
    maar ten koste
    van belastingbetalers
    Heidenen zeggen over christenen:
    ‘Kijk eens hoe ze het geld verdelen.’

Christelijke dienst: anderen dienen en sociale rechtvaardigheid zoeken

“Echte religie, het soort dat voor God de Vader opkomt, is dit: reik je uit naar de daklozen en liefdeloze in hun benarde situatie, en hoed je voor corruptie van de goddeloze wereld.” – James 1:27, The Message 

Wat zegt de Bijbel over het helpen van behoeftige mensen – armen, daklozen, wezen en weduwen? Zijn er bijbelpassages die duidelijk zeggen dat we medeleven moeten hebben met degenen die door armoede worden getroffen en die we moeten geven aan de minder bedeelden? Welke bijbelse grondslagen zijn er om de anderen te dienen, degenen die gemarginaliseerd zijn?

Hoe zorg je voor de armen? Hoe moeten we voor de hongerigen zorgen? Wat doen we met de gemarginaliseerden die onrechtvaardig worden behandeld? Hier zijn instructies uit de Bijbel. Op zoek naar een slogan voor een promotie over het helpen van minderbedeelden, het voeden van de armen en het bedienen van mensen op straat die om geld vragen? Gebruik een zin uit een van de volgende bijbelverzen als slogan om het helpen van anderen te promoten.

Het is duidelijk uit deze passages dat God geeft om onze houding ten opzichte van en daden met betrekking tot de hongerigen, de onderdrukten, de weduwen, de vreemdelingen en de wezen. Er zijn hier verzen die zeggen dat Gods volk wordt gestraft omdat ze de overlevenden van armoede niet als gelijken behandelen.

Tenzij anders aangegeven, is de bewoording in de bijbelpassages afkomstig uit de Engelse taal The New International Version. 

Soms vragen mensen: “Wat is de relatie tussen sociale actie en evangelisatie?” Misschien zullen deze bijbelpassages ons helpen die vraag te overdenken en te beantwoorden  

     ​

Passages uit het Oude Testament 

  • “Maak geen misbruik van een weduwe of wees.” Exodus 22:22
  • “Ontzeg geen gerechtigheid aan uw arme mensen in hun rechtszaken.” Exodus 23: 6
  • ‘Laat het land in het zevende jaar onbewerkt en ongebruikt liggen. Dan krijgen de armen onder uw volk er voedsel van en kunnen de wilde dieren eten wat ze achterlaten. Doe hetzelfde met uw wijngaard en uw olijfgaard.’ Exodus 23:11
  • ‘Ga niet voor de tweede keer over uw wijngaard en raap de gevallen druiven niet op. Laat ze achter voor de armen en de vreemdeling. Ik ben de Heer, uw God.’ Leviticus 19:10  
  • “Verdraai de gerechtigheid niet; toon geen partijdigheid aan de armen of vriendjespolitiek aan de groten, maar oordeel eerlijk over uw naaste .” Leviticus 19:15
  • ‘Als je de oogst van je land binnenhaalt, maai dan niet tot aan de randen van je veld en verzamel de oogst van je oogst niet. Laat ze over aan de armen en de vreemdeling. Ik ben de Heer, je God.’ Leviticus 23:22  
  • ‘Als een van uw landgenoten arm wordt en een deel van zijn eigendommen verkoopt, moet zijn naaste verwant komen en aflossen wat zijn landgenoot heeft verkocht … Als een van uw landgenoten arm wordt en niet in staat is zichzelf te onderhouden onder u, help hem dan. zoals u een vreemdeling of een tijdelijke inwoner zou doen, zodat hij onder u kan blijven wonen … Als een van uw landgenoten onder u arm wordt en zichzelf aan u verkoopt, laat hem dan niet als slaaf werken. ‘ Leviticus 25:25, 35, 39
  • “Als een vreemdeling of een tijdelijke inwoner onder u rijk wordt en een van uw landgenoten wordt arm en verkoopt zichzelf aan de vreemdeling die onder u leeft of aan een lid van de clan van de vreemdeling, dan behoudt hij het recht op verlossing.” Leviticus 25: 47-48
  • ‘Hij verdedigt de zaak van de vaderlozen en de weduwe, en houdt van de vreemdeling door hem eten en kleding te geven.’ Deuteronomium 10:18
  • ‘Breng aan het einde van elke drie jaar alle tienden van de opbrengst van dat jaar en bewaar het in uw steden, zodat de levieten (die geen eigen land of erfdeel hebben) en de vreemdelingen, de vaderlozen en de weduwen die leven in uw steden mogen komen eten en tevreden zijn. ” Deuteronomium 14: 28-29
  • ‘Er mogen echter geen armen onder u zijn, want in het land dat de Heer, uw God, u als erfdeel in bezit geeft, zal hij u rijkelijk zegenen.’ Deuteronomium 15: 4  
  • “Als er een arme man onder uw broeders is in een van de steden van het land dat de Here, uw God, u geeft, wees dan niet hardvochtig of krampachtig jegens uw arme broeder.” Deuteronomium 15: 7  
  • “Wees niet te koesteren deze boze gedachte: Het zevende jaar, het jaar voor het annuleren van de schulden, in de buurt, zodat je niet laten zien kwade wil in de richting van uw behoeftige broer en geef hem niets Hij kan dan een beroep doen op de. Heer tegen u, en je zult schuldig worden bevonden aan zonde. ” Deuteronomium 15: 9  
  • “Er zullen altijd arme mensen in het land zijn. Daarom beveel ik je om openhartig te zijn tegenover je broers en tegenover de armen en behoeftigen in je land.” Deuteronomium 15:11
  • “Maak geen misbruik van een ingehuurde man die arm en behoeftig is, of hij nu een Israëlische broeder is of een vreemdeling die in een van uw steden woont.” Deuteronomium 24:14
  • “Ontneem de vreemdeling of de vaderlozen geen gerechtigheid, en neem de mantel van de weduwe niet als onderpand.” Deuteronomium 24:17
  • “Wanneer je op je akker aan het oogsten bent en je ziet een schoof over het hoofd, ga dan niet terug om hem te halen. Laat het over aan de vreemdeling, de vaderloze en de weduwe, zodat de Heer, je God, je kan zegenen in al het werk van je handen. Als je de olijven van je bomen slaat, ga dan niet voor de tweede keer over de takken. Laat wat er overblijft voor de vreemdeling, de vaderloze en de weduwe. Als je de druiven in je wijngaard oogst, ga dan niet meer over de wijnstokken. Laat wat overblijft voor de vreemdeling, de vaderloze en de weduwe. ” Deuteronomium 24: 19-21  
  • “‘Vervloekt is de man die de vreemdeling, de vaderloze of de weduwe geen recht doet.’ Toen al het volk zal zeggen: Amen! ‘” Deuteronomium 27:19
  • “Hij heft de arme uit het stof en den nooddruftige uit de drek, hij hen stoelen met prinsen en heeft ze erven een troon van eer .” 1 Samuël 2: 8
  • als de tijd waarin de Joden verlichting kregen van hun vijanden, en als de maand waarin hun verdriet veranderde in vreugde en hun rouw in een feestdag. Hij schreef hen om de dagen te beschouwen als dagen van feesten en vreugde en het geven van geschenken van voedsel voor elkaar en geschenken voor de armen. ” Esther 9:22
  • “Als het daglicht weg is, staat de moordenaar op en doodt de armen en behoeftigen; ’s nachts sluipt hij weg als een dief.” Job 24:14
  • “omdat ik de armen redde die om hulp riepen, en de vaderlozen die niemand hadden om hem te helpen.” Job 29:12
  • “Heb ik niet gehuild om degenen die in moeilijkheden verkeren? Heeft mijn ziel niet bedroefd om de armen?” Job 30:25
  • ‘Als ik de verlangens van de armen heb ontkend of de ogen van de weduwe moe heb gemaakt.’ Job 31:16
  • “De Heer is een toevluchtsoord voor de onderdrukten, een vesting in tijden van benauwdheid.” Psalm 9: 9  
  • “Maar de behoeftigen zullen niet altijd vergeten worden, noch zal de hoop van de ellendige ooit vergaan.” Psalm 9:18
  • “Vanwege de onderdrukking van de zwakken en het gekerm van de behoeftigen, zal ik nu opstaan, zegt de Heer, ik zal hen beschermen tegen degenen die hen belasteren. ” Psalm 12: 5 
  • “Jullie boosdoeners dwarsbomen de plannen van de armen, maar de Heer is hun toevluchtsoord.” Psalm 14: 6  
  • “Deze arme man riep, en de Heer hoorde hem; hij redde hem uit al zijn problemen.” Psalm 34: 6  
  • “Mijn hele wezen zal uitroepen: Wie is zoals u, o Heer? U redt de armen van degenen die te sterk voor hen zijn, de armen en behoeftigen van degenen die hen beroven.” Psalm 35:10 
  • “De goddelozen trekken het zwaard en buigen de boog om de armen en behoeftigen neer te halen, om hen te doden wier wegen oprecht zijn.” Psalm 37:14
  • “Toch ben ik arm en behoeftig; moge de Heer aan mij denken. U bent mijn hulp en mijn verlosser; o mijn God, stel niet uit.” Psalm 40:17  
  • “Een vader voor de vaderlozen, een verdediger van weduwen, is God in zijn heilige woning.” Psalm 68: 5
  • ‘Uw volk vestigde zich erin, en uit uw overvloed, o God, zorgde u voor de armen.’ Psalm 68:10
  • “De armen zullen het zien en blij zijn – u die God zoekt, laat uw hart leven! De Heer hoort de behoeftigen en veracht zijn gevangen volk niet.” Psalm 69: 32-33  
  • “Toch ben ik arm en behoeftig; kom snel tot mij, o God. U bent mijn hulp en mijn verlosser; o Heer , stel niet uit.” Psalm 70: 5  
  • “Hij zal de verdrukten onder het volk verdedigen en de kinderen van de behoeftigen redden; hij zal de onderdrukker verpletteren.” Psalm 72: 4
  • “Want hij zal de behoeftigen die het uitschreeuwen, de ellendigen die niemand te helpen hebben, verlossen. Hij zal medelijden hebben met de zwakken en de behoeftigen en de behoeftigen van de dood redden.” Psalm 72: 12-13
  • “Laat de onderdrukten zich niet in schande terugtrekken; mogen de armen en behoeftigen uw naam loven.” Psalm 74:21
  • “Verdedig de zaak van de zwakken en vaderlozen; behoud de rechten van de armen en onderdrukten. Red de zwakken en behoeftigen; verlos hen uit de hand van de goddelozen.” Psalm 82: 3-4
  • ‘Maar hij heeft de behoeftigen uit hun ellende gehaald en hun gezinnen als kuddes vergroot.’ Psalm 107: 41
  • “Want hij staat aan de rechterhand van de behoeftige, om zijn leven te redden van degenen die hem veroordelen.” Psalm 109: 31
  • “Hij heeft zijn gaven aan de armen verstrooid, zijn gerechtigheid duurt voor eeuwig; zijn hoorn zal hoog geheven worden ter ere .” Psalm 112: 9
  • “Hij wekt de armen op uit het stof en tilt de behoeftigen op van de ashoop;” Psalm 113: 7
  • “Ik zal haar zegenen met overvloedige voorzieningen; haar armen zal ik verzadigen met voedsel.” Psalm 132: 15
  • ‘Ik weet dat de Heer gerechtigheid voor de armen verzekert en de zaak van de behoeftigen hoog houdt.’ Psalm 140: 12  
  • “Hij verdedigt de zaak van de onderdrukten en geeft voedsel aan de hongerigen. De Heer bevrijdt gevangenen ” Psalm 146: 7  
  • “De Heer waakt over de vreemdeling en ondersteunt de vaderlozen en de weduwe, maar hij frustreert de wegen van de goddelozen.” Psalm 146: 9  
  • ‘Ik weet dat de Heer gerechtigheid voor de armen verzekert en de zaak van de behoeftigen hoog houdt.’ Spreuken 13:23  
  • “Hij die de zonden van zijn naaste veracht , maar gezegend is hij die goed is voor de behoeftigen.” Spreuken 14:21
  • “Hij die de armen onderdrukt, toont minachting voor hun Maker, maar wie goed is voor de behoeftigen, eert God.” Spreuken 14:31
  • ‘De Heer breekt het huis van de trotse man af, maar hij houdt de grenzen van de weduwe intact.’ Spreuken 15:25  
  • “Het is beter om nederig van geest te zijn en onder de onderdrukten te zijn, dan de plundering te delen met de trotse.” Spreuken 16:19
  • “Hij die de armen bespot, toont minachting voor hun Maker; wie zich verheugt over een ramp, zal niet ongestraft blijven.” Spreuken 17: 5
  • “Wie goed is voor de armen, leent aan de Heer, en hij zal hem belonen voor wat hij heeft gedaan.” Spreuken 19:17 
  • “Als een man zijn oren sluit voor de roep van de armen, zal ook hij het uitschreeuwen en niet beantwoord worden.” Spreuken 21:13
  • “Een edelmoedige man zal zelf gezegend worden, want hij deelt zijn voedsel met de armen.” Spreuken 22: 9
  • “Hij die de armen onderdrukt om zijn rijkdom te vergroten en hij die geschenken geeft aan de rijken – beiden komen in armoede te vervallen.” Spreuken 22:16
  • “Buit de armen niet uit omdat ze arm zijn en verpletter de behoeftigen niet in de rechtbank.” Spreuken 22:22
  • “Een heerser die de armen onderdrukt, is als een slagregen die geen oogsten achterlaat.” Spreuken 28: 3
  • “Hij die aan de armen geeft, zal niets ontbreken, maar hij die zijn ogen voor hen sluit, wordt vaak vervloekt.” Spreuken 28:27
  • “De rechtvaardige bekommert zich om gerechtigheid voor de armen, maar de goddelozen hebben die bezorgdheid niet.” Spreuken 29: 7
  • “degenen wier tanden zwaarden zijn en wier kaken met messen zijn bezet om de armen van de aarde, de behoeftigen onder de mensheid te verslinden.” Spreuken 30:14
  • “Spreek en oordeel eerlijk; verdedig de rechten van de armen en behoeftigen.” Spreuken 31: 9
  • ‘Ze opent haar armen voor de armen en strekt haar handen uit naar de behoeftigen.’ Spreuken 31:20
  • “Als je ziet dat de armen in een district onderdrukt worden en gerechtigheid en rechten worden geweigerd, wees dan niet verbaasd over zulke dingen; want de ene ambtenaar wordt aangesproken door een hogere, en over hen zijn allebei nog hoger.” Prediker 5: 8
  • ‘Leer goed te doen! Zoek gerechtigheid, moedig de onderdrukten aan. Verdedig de zaak van de vaderlozen, pleit voor de zaak van de weduwe.’ Jesaja 1:17
  • “De Heer treedt in het oordeel tegen de oudsten en leiders van zijn volk: u bent het die mijn wijngaard hebt verwoest; de buit van de armen is in uw huizen. Wat bedoelt u met het verpletteren van mijn volk en het vermalen van de gezichten van de armen? ‘ verklaart de Heer, de Almachtige Heer . ” Jesaja 3: 14-15     
  • “om de armen hun rechten te ontnemen en gerechtigheid te onthouden aan de onderdrukten van mijn volk, weduwen tot hun prooi te maken en de vaderlozen te beroven.” Jesaja 10: 2
  • “Met gerechtigheid zal hij de behoeftigen oordelen; met gerechtigheid zal hij beslissingen nemen voor de armen van de aarde. Hij zal de aarde slaan met de roede van zijn mond; met de adem van zijn lippen zal hij de goddelozen doden.” Jesaja 11: 4
  • ‘De allerarmsten zullen weiland vinden, en de behoeftigen zullen veilig neerliggen. Maar je wortel zal ik vernietigen door hongersnood; het zal je overlevenden doden.’ Jesaja 14:30
  • ‘Je bent een toevluchtsoord geweest voor de armen, een toevluchtsoord voor de behoeftigen in zijn nood, een beschutting tegen de storm en een schaduw tegen de hitte. Want de adem van de meedogenloze is als een storm die tegen een muur rijdt.’ Jesaja 25: 4
  • “Eens te meer zullen de nederigen zich verheugen in de Heer ; de behoeftigen zullen zich verheugen in de Heilige van Israël.” Jesaja 29:19  
  • ‘De methoden van de schurk zijn slecht, hij bedenkt slechte plannen om de armen met leugens te vernietigen, zelfs als het pleidooi van de behoeftigen terecht is.’ Jesaja 32: 7
  • “De armen en behoeftigen zoeken naar water, maar er is geen; hun tong is uitgedroogd van de dorst. Maar Ik, de Heer, zal hun antwoorden; Ik, de God van Israël, zal hen niet verlaten.” Jesaja 41:17  
  • ‘Is dit niet het soort vasten dat ik heb gekozen: de ketenen van onrecht losmaken en de koorden van het juk losmaken , de onderdrukten bevrijden en elk juk breken? Is het niet om je voedsel te delen met de hongerigen en om te zorgen voor de arme zwerver met beschutting – als je de naakte ziet, om hem te kleden en je niet af te wenden van je eigen vlees en bloed? ‘ Jesaja 58: 6-7
  • “Als je jezelf besteedt ten behoeve van de hongerigen en je voorziet in de behoeften van de onderdrukten, dan zal je licht opgaan in de duisternis en zal je nacht worden als de middag.” Jesaja 58:10
  • “De Geest van de Soevereine Heer rust op mij, omdat de Heer mij heeft gezalfd om goed nieuws te prediken aan de armen. Hij heeft mij gestuurd om de gebrokenen van hart te binden , om vrijheid te verkondigen voor de gevangenen en om de gevangenen uit de duisternis te bevrijden.” Jesaja 61: 1    
  • “Op je kleren vinden mannen het levensbloed van de onschuldige armen, hoewel je ze niet hebt betrapt bij het binnendringen. Toch zeg je ondanks dit alles dat ik onschuldig ben.” Jeremia 2:34
  • “Ik dacht: dit zijn alleen de armen; ze zijn dwaas, want ze kennen de weg van de Heer niet, de vereisten van hun God.” ” Jeremia 5: 4 
  • “(Ze) zijn dik en slank geworden. Hun slechte daden kennen geen limiet; ze pleiten niet voor de vaderlozen om het te winnen, ze verdedigen de rechten van de armen niet.” Jeremia 5:28
  • “als je de vreemdeling, de vaderloze of de weduwe niet onderdrukt en geen onschuldig bloed vergiet in deze plaats, en als je andere goden niet volgt tot je eigen kwaad”, Jeremia 7: 6
  • “Dit is wat de Heer zegt: doe wat rechtvaardig en juist is. Red uit de hand van zijn onderdrukker degene die is beroofd. Doe geen kwaad of geweld tegen de vreemdeling, de vaderloze of de weduwe, en vergiet geen onschuldig bloed in deze plek.” Jeremia 22: 3  
  • ” Hij verdedigde de zaak van de armen en behoeftigen, en zo ging alles goed. Is dat niet wat het betekent mij te kennen? ‘ verklaart de Heer. ” Jeremia 22:16 
  • “Zing voor de Heer! Prijs de Heer! Hij redt het leven van de behoeftigen uit de handen van de goddelozen.” Jeremia 20:13  
  • ‘Dit was de zonde van je zus Sodom: zij en haar dochters waren arrogant, overvoerd en onbezorgd; ze hielpen de armen en behoeftigen niet.’ Ezechiël 16:49
  • “Hij onderdrukt niemand, maar geeft terug wat hij nam als onderpand voor een lening. Hij pleegt geen roof, maar geeft zijn eten aan de hongerigen en zorgt voor kleding voor de naakte.” Ezechiël 18: 7
  • “De mensen van het land oefenen afpersing uit en plegen berovingen; ze onderdrukken de armen en behoeftigen en mishandelen de buitenaardse wezens en ontzeggen hun gerechtigheid.” Ezechiël 22:29
  • “Dit is wat de Heer zegt: voor drie zonden van Israël, zelfs voor vier, zal ik [mijn toorn] niet terugdraaien. Ze verkopen de rechtvaardige voor zilver en de behoeftigen voor een paar sandalen. Ze vertrappelen de hoofden van de armen als op het stof van de grond en ontzeggen gerechtigheid aan de onderdrukten. Vader en zoon gebruiken hetzelfde meisje en ontheiligen zo mijn heilige naam. ” Amos 2: 6-7  
  • “Hoor dit woord, jullie koeien van Basan op de berg Samaria, jullie vrouwen die de armen onderdrukken en de behoeftigen verpletteren en tegen je echtgenoten zeggen: Breng ons wat te drinken!” ” Amos 4: 1
  • ‘Hoor dit, jij die de behoeftigen vertrappelt en de armen van het land uitroeit.’ Amos 8: 4
  • ‘De armen kopen met zilver en de behoeftigen voor een paar sandalen, en zelfs het veegsel met de tarwe verkopen.’ Amos 8: 6
  • ‘Onderdruk de weduwe of de vaderloze, de vreemdeling of de armen niet. Denk in uw hart niet kwaad over elkaar.’ Zacharia 7:10
  • ‘Dus zal ik voor een oordeel tot u naderen. Ik zal snel getuigen tegen tovenaars, overspelers en meineeders, tegen degenen die arbeiders van hun loon bedriegen, die de weduwen en de vaderlozen onderdrukken en vreemdelingen van gerechtigheid beroven, maar niet vrees mij ‘, zegt de almachtige Heer .’ Maleachi 3: 5  

Passages uit het Nieuwe Testament

  • “Jezus antwoordde: Als je volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop uw bezit en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemel te hebben. Dan kom , volg mij.” Mattheüs 19:21
  • “Want ik had honger en je gaf me te eten, ik had dorst en je gaf me te drinken, ik was een vreemde en je nodigde me uit.” Matteüs 25:35
  • “Ze eet de huizen der weduwen en voor een show te maken lange gebeden. Zulke mensen zullen worden gestraft meest ernstig .” Markus 12:40
  • “De Geest van de Heer rust op mij, omdat Hij mij heeft gezalfd om goed nieuws te prediken aan de armen. Hij heeft mij gestuurd om vrijheid te verkondigen voor de gevangenen en herstel van het gezichtsvermogen voor blinden, om de onderdrukten vrij te laten.” Lukas 4:18  
  • ‘Dus hij antwoordde de boodschappers: Ga terug en vertel aan Johannes wat je hebt gezien en gehoord: de blinden kunnen zien, de lammen lopen, de melaats zijn genezen, de doven horen, de doden worden opgewekt en het goede nieuws. wordt gepredikt tot de armen. ” Lucas 7:22 [ E-book: The ingdom strikes back ]  
  • “Verkoop je bezittingen en geef het aan de armen. Zorg voor beurzen voor jezelf die niet verslijten, een schat in de hemel die niet uitgeput raakt, waar geen dief in de buurt komt en geen mot vernietigt.” Lukas 12:33
  • ‘Maar als je een banket geeft, nodig dan de armen, de kreupelen, de lammen, de blinden uit.’ Lukas 14:13
  • “Toen Jezus dit hoorde, zei hij tot hem: Gij ontbreekt nog één ding. Verkoop alles wat u hebt en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemel te hebben. Dan kom , volg mij.” Lukas 18:22
  • ‘Pas op voor de leraren van de wet … Ze verslinden de huizen van je weduwen … Zulke mannen zullen zwaar gestraft worden .’ Lukas 20: 46-47
  • “‘Waarom werd dit parfum niet verkocht en werd het geld niet aan de armen gegeven? Het was een jaarloon waard.’ Hij zei dit niet omdat hij om de armen gaf, maar omdat hij een dief was; als bewaarder van de geldzak hielp hij zichzelf bij wat erin werd gestopt. ‘ Johannes 12: 5
  • “In Joppe was er een discipel genaamd Tabitha (wat, wanneer vertaald, Dorcas is), die altijd goed deed en de armen hielp.” Handelingen 9:36
  • ‘Cornelius staarde hem angstig aan. Wat is er, Heer?’ vroeg hij. De engel antwoordde: Uw gebeden en geschenken aan de armen zijn opgekomen als een herdenkingsoffer voor God. ” Handelingen 10: 4 
  • “Na een afwezigheid van verscheidene jaren, kwam ik naar Jeruzalem om mijn volk geschenken voor de armen te brengen en om offers te brengen.” Handelingen 24:17
  • “Integendeel. Als je vijand honger heeft, geef hem, als hij dorst heeft, iets te drinken te geven hem Door dit te doen, zul je hoop . Gloeiende kolen op zijn hoofd ‘” Romeinen 00:20
  • “Voor Macedonië en Achaia waren verheugd een bijdrage te leveren voor de armen onder de heiligen in Jeruzalem.” Romeinen 15:26
  • ‘Het enige wat ze vroegen, was dat we ons de armen zouden blijven herinneren, precies datgene wat ik graag wilde doen.’ Galaten 2:10
  • “Geef de juiste erkenning aan die weduwen die het echt nodig hebben.” 1 Timoteüs 5: 3
  • “Religie die God, onze Vader, als zuiver en foutloos aanvaardt, is deze: voor wezen en weduwen in hun nood zorgen en voorkomen dat de wereld vervuild raakt.” Jakobus 1:27
  • ‘Stel dat een man je samenkomst binnenkomt met een gouden ring en mooie kleren, en een arme man in armoedige kleren komt ook binnen. Als je speciale aandacht schenkt aan de man die mooie kleren draagt ​​en zegt:’ Hier is een goede stoel voor jou ‘, maar zeg tegen de arme man: ‘Jullie staan ​​daar’ of ‘Ga aan mijn voeten op de grond zitten’, hebben jullie geen onderscheid gemaakt tussen jullie en worden jullie rechters met slechte gedachten? Luister, mijn geliefde broeders: heeft God niet degenen uitgekozen die arm zijn in de ogen van de wereld rijk te zijn in het geloof en het koninkrijk te beërven dat Hij beloofde aan degenen die van Hem houden? Maar je hebt de armen beledigd. Zijn het niet de rijken die je uitbuiten? Zijn zij niet degenen die je naar binnen slepen? rechtbank?” Jakobus 2: 2-6
  • “Als iemand materiële bezittingen heeft en zijn broer in nood ziet, maar geen medelijden met hem heeft, hoe kan de liefde van God dan in hem zijn? Lieve kinderen, laten we niet liefhebben met woorden of tong, maar met daden en in waarheid.” 1 Johannes 3: 17-18

Lucas 16: 13. “Geen slaaf kan twee heren dienen, want hij zal of de ene haten en de andere liefhebben, of zich aan de ene hechten and de andere minachten; gij kunt niet God dienen en Mammon.” (other translations read ‘money’). (Tenzij anders vermeld, al Bijbel verwijzingen zijn genomen van de Nieuwe Vertaling – N.B.G. 1990)

Matteus 6: 19-21. “Verzamelt u geen schatten op aarde, waar mot en roest vernielen en dieven inbreken en stelen. Maar verzamelt u schatten in den hemel, waar mot noch roest vernielt en dieven inbreken noch stelen. Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.”[Leidse Vertaling]

Het is gemakkelijk genoeg om een of twee versen ‘weg te redeneren’ om te komen tot een conclusie die wij willen. Maar wat gij nu gaat lezen is meer dan een of twee versen…..De Bijbelse leer over geld is duidelijk, constant, en radikaal. Alles is geeist, en het vlees moet sterven om te gehoorzamen.

WEEST TEVREDEN WANNEER UW NOODZAKELIJKE BEHOEFTEN WORDEN VERVULD. PAS OP VOOR ‘MATERIALISM.’

Hebreeën 13: 5. “Leeft niet alleen voor geld, weest tevreden met wat ge hebt.”[Willibrord]

Psalm 37: 7, 16. “Wees stil voor de Here en verbeid Hem; wees niet afgunstig op wie zijn weg voorspoedig maakt….Beter is het weinige van de rechtvaardige dan de rijkdom van vele goddelozen.”

Spreuken 23: 4,5. “Maak U niet moe om rijk te worden en houdt er mee op, uw verstand daartoe te gebruiken. Gij richt uw oog op de rijkdom en hij is verdwenen: hij maakt zich vleugels en als een adelaar vliegt hij hemelwaarts.”[Willibrord]

DE PROEF VAN RIJKDOM EN DE PROEF VAN ARMOEDE.

1 Samuël 2: 7. “De Here maakt arm en maakt rijk; Hij vernedert, ook verhoogt Hij.”

Spreuken 30: 8,9. “houdt leugentaal ver van mij, en geef mij armoede noch rijkdom maar spijzig mij met mijn toereikend deel; opdat ik niet, verzadigd geworden, u verloochen en zeg: Wie is de Heer! of, arm geworden, tot diefstal verval en mij aan den naam van mijn God vergrijp.”[Leidse Vertaling]

Waar armoede vergezeld gaat met lichamelijke gevaren, voorspoed is vergezeld met geestelijke gevaren.Vaak wil God ons laten gaan door allebij de gevaren zodat Hij ons kan beproeven. Zullen wij de Geest vertrouwen of het vlees?

Filippenzen 4: 11-13. “Ik zeg dit niet omdat ik gebrek lijd; want ik voor mij heb geleerd tevreden te zijn met mijn omstandigheden. Ik weet in lagen staat te verkeren en ik weet ook overvloed te hebben. In alles en allen ben ik ingewijd: in het verzadigd zijn en in het honger hebben, in het genieten van overvloed en in het gebrek lijden. Tot alles ben ik in staat door hem die mij kracht geeft.[Leidse Vertaling]

Filippenzen 4: 12.”Ik weet wat armoede is en ik weet wat overvloed is. In elk opzicht en in alle dingen ben ik ingewijd, zowel in verzadigd worden als in honger lijden, zowel in overvloed als in gebrek.”

Filippenzen 4: 12,13. “Ik weet wat armoede is, ik weet wat overvloed is. Ik ben volledig ingewijd. Ik kan volop eten, en ik kan honger lijden, want ik ben vertrouwd met overvloed en met gebrek.”[Willibrord].

ZULLEN WIJ VOLGEN, ALS JESUS ONS VRAAGT VOOR EEN KORTE TIJD ARMOEDE TE LIJDEN?

Marcus10: 21-27,31. “En Jezus zag hem aan, kreeg hem lief en zeide tot hem: In een opzicht schiet gij tekort. Ga alwat gij hebt verkopen en geef het aan de armen; dan zult gij een schat in den hemel bezitten; en kom dan, volg mij. Toen ging hij, verslagen door dit woord, bedroefd heen; want hij had veel bezittingen. Nu zag Jezus rond en zeide tot zijn leerlingen: Hoe zwaar zal het hun vallen die vermogen hebben in het Koninkrijk Gods te komen. En toen de leerlingen verbaasd waren over zijn woorden, hervatte Jezus: Kinderen, hoe zwaar valt het in het Koninkrijk Gods te komen! Het is lichter dat een kameel door het oog van een naald gaat dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnenkomt. Nu waren zij nog meer ontsteld en zeiden tot elkander: Maar wie kan dan behouden worden? En Jezus zag hen aan en zeide: Bij mensen is het onmogelijk, maar niet bij God; want alles is mogelijk bij God… Maar vele eersten zullen laatsten zijn en laatsten eersten.”[Leidse Vertaling]

Is het mogelijk, dat met al zijn contacten en ervaringen, dat deze man lang armoedig zou blijven? En toch wilde hij Christus niet gehoorzamen, met al de voordelen, zelfs niet voor een korte tijd.

DE MACHT VRIJ GEVEN

Handelingen 2: 44,45. “En allen, die tot het geloof gekomen en bijeenvergaderd waren, hadden alles gemeenschappelijk; en telkens waren er, die hun bezittingen en have verkochten en ze uitdeelden aan allen, die er behoeften aan hadden;”

Handelingen 4: 32, 34,35. “En de menigte van hen, die tot het geloof gekomen waren, was één van hart en ziel, en ook niet één zeide, dat iets van hetgeen hij bezat zijn persoonlijk eigendom was, doch zij hadden alles gemeenschappelijk….Want er was ook niet één behoeftig onder hen; want allen, die eigenaars waren van stukken grond of van huizen, verkochten die en brachten de opbrengst van de verkoop en legden die aan de voeten der apostelen; en aan een ieder werd uitgedeeld naar behoefte.”

God slaat een beroep op ons allen onze bezittingen van de hand te doen.Wij kunnen ze zelfs gebruiken in de toekomst als we de macht over onze bezittingen vrij geven.Als we dit niet vrijwillig doen, dan God zal het doen. Het is een zeker teken dat wij Zijn zonen zijn.Wij moeten de Heer danken als Hij een gevaarlijk ding uit onze handen rukt. Misschien kunnen wij Hem wat tegemoet komen daarin! Als wij het niet doen, dan motten, roest, en dieven zullen hun werk doen.

A.W.Tozer: BEZIT NOOIT IETS – LAAT DE GEDACHTE VAN IETS BEZITTEN VAREN!

Lucas 14: 33. “Zo zal dus niemand van U, die niet afstand doet van al dat hij heeft, mijn discipel kunnen zijn.”

Lucas 14: 33. “Zo kan niemand van U mijn leerling zijn, als hij zicch niet losmaakt van all wat hij bezit.”[Willibrord]

Lucas 14: 33. “Desgelijks kan ook niemand van u die geen afstand doet van al zijn bezittingen mijn leerling zijn.[Leidse Vertaling]

Lucas 3: 11. “En hij (Johannes) antwoordde en zeide: Wie een dubbel stel kleren heeft, dele mede aan wie er geen heeft, en wie spijze heeft, doe evenzo.”

Lucas 6: 30. “Vraagt iemand iets van U, geef het hem; neemt iemand het uwe, vraag het niet terug.”

JESUS GEEFT INVESTERINGS ADVIES.

Lucas 16: 9 – 11. “Ook zeg ik u: Maakt u vrienden door middel van den ongerechten rijkdom; opdat men u, als er een tekort is, in de eeuwige tenten opneme. Wie in het kleinste betrouwbaar is, is ook in het grote betrouwbaar; wie in het kleinste onbetrouwbaar is, is ook in het grote onbetrouwbaar. Indien gij dus niet betrouwbaar zijt in zake van den ongerechten rijkdom, wie zal u den waren toevertrouwen?”

SPEEL GELD.

Lucas 16: 9 -12. “En Ik zeg U: Maakt vrienden met behulp van de onrechtvaardige Mammon, opdat, wanneer deze U ontvalt, men U opneme in de eeuwige tenten. Wie in zeer weinig getrouw is, is ook in veel getrouw. En wie in zeer weinig rechtvaardig is, is ook in veel onrechtvaardig. Indien gij dus niet getruw geweest zijt ten aanzien van de onrechtvaardige Mammon, wie zal U dan het ware goed toevertrouwen. En indien gij niet getrouw geweest zijt ten aanzien van het goed van een ander, wie zal U het onze geven.”

Lucas 14: 12 – 14. “Ook zeide hij tot zijn gastheer: Wanneer gij een middag maal of avondmaal geeft, nodig dan niet uw vrienden of broeders, ook niet uw bloedverwanten of rijke buren; anders nodigen zij op hun beurt u uit en krijgt gij vergelding. Maar geeft gij een gastmaal, vraag dan armen, mismaakten, verlamden, blinden; dan zult gij zalig zijn omdat zij u niet kunnen vergelden; want het zal u vergolden worden bij de opstanding der rechtschapenen.”[Leidse Vertaling]

Matteus 6: 24. “Niemand kan twee heren dienen, want hij zal òf de ene haten en de andere liefhebben, òf zich aan de ene hechten en de andere minachten; gij kunt niet God dienen èn Mammon.”

Lucas 12: 33. ” Verkoopt uw bezittingen om aalmoezen te geven.”

HIJ DIE STERFT MET HET MEESTE SPEELGOED… VERLIEST.!

Lucas 12: 15 – 21.”Toen zeide hij tot hen: Ziet toe en wacht u voor alle hebzucht; want al heeft iemand overvloed, hij heeft daarin geen waarborg dat hij van zijn bezittingen zal kunnen leven. Hij zeide tot hen deze gelijkenis: Het land van zeker rijk mens leverde een overvloedigen oogst op. Toen overlegde hij bij zichzelf: Wat zal ik doen? Want ik heb geen ruimte om de opbrengst van mijn land te bergen. En hij zeide: Dit zal ik doen: mijn schuren afbreken en grotere bouwen; dan breng ik daarin al dat koorn en die andere goede dingen, en zeg tot mijzelf: Gij hebt nu vele goederen, voor tal van jaren opgelegd; neem uw rust, eet, drink, wees vrolijk. Maar God zeide tot hem: Dwaas, in dezen nacht eist men uw leven van u op; en wat gij verworven hebt, aan wien zal het komen? Zo gaat het met een die voor zichzelf vergaart en niet rijk is voor God. [Leidse Vertaling]

Lucas 16: 19 – 29. “Er was eens een rijk man, gekleed in purper en fijn linnen, dagelijks zijn weelderig leven genietend. En een arm man, Lazarus genaamd, lag aan de voorpoort van zijn huis…. toen de arme stierf, werd hij door de engelen naar den schoot van Abraham gedragen. Ook de rijke stierf ….En toen hij in de onderwereld zijn ogen opsloeg… ik lijd smart in deze vlam. Maar Abraham zeide: Kind, herinner u dat gij het goede in uw leven ontvangen hebt, en Lazarus evenzo het kwade. Nu wordt hij vertroost en lijdt gij pijn… Ik bid u dan, vader… want ik heb vijf broeders; laat hij hen waarschuwen; opdat ook zij niet komen in dit oord der foltering. Abraham zeide: Zij hebben Mozes en de profeten; laten ze naar die horen.”[Leidse Vertaling].

Psalm 49: 16 – 19. “Vrees niet wanneer een mens rijk wordt, en de heerlijkheid van zijn huis toeneemt; want wanneer hij sterft, zal hij niets van dat alles meenemen, zijn heerlijkheid volgt hem in de groeve niet. Al acht hij zichzelf in zijn leven gelukkig–al roemt men u omdat gij u tegoed kunt doen, gij zult bij het geslacht uwer vaderen komen, die tot in eeuwigheid het licht niet zien”

Prediker 5: 10 – 15. “Wie geld liefheeft wordt van geld niet verzadigd, noch wie den rijkdom liefheeft van inkomsten. Ook dit is ijdelheid. Klimt de welvaart, dan klimt het aantal van hen die er op teren, en wat heeft de bezitter er van dan dat hij het mag aanzien? Zoet is de slaap des arbeiders, hij hebbe weinig of veel te eten; maar de verzadiging belet den rijke te slapen. Er is een pijnlijk kwaad dat ik zag onder de zon: rijkdom door zijn bezitter tot zijn ongeluk bewaard….rijkdom door een ongeval verloren….Gelijk hij gekomen is uit den schoot zijner moeder, naakt, keert hij weer om te gaan zoals hij is gekomen en niets dat hij kan meedragen neemt hij voor zijn moeite mee.[Leidse Vertaling]

Spreuken 11: 4, 28. “Rijkdom baat niet ten dage des toorns, maar gerechtigheid redt van de dood….Wie op rijkdom vertrouwt, die zal vallen….”

GELD ALS EEN INSULATOR TEGEN GOD.

Christenen hopen op Eeuwige Zekerheid, en God wil dat wij vleselijke zekerheid opgeven, zodat wij het kunnen krijgen. Het vlees wil de zekerheid van het Geld hebben. Het wil controle hebben, een meester zijn…. een ‘God’ zijn. Zo wij dromen en houden vast aan bezittingen, omdat wij niet volledig afhankelijk willen zijn van God…

Job 31: 24, 25, 28. “Indien ik op het goud mijn verwachting gesteld heb, en tot het fijne goud heb gezegd: Gij zijt mijn vertrouwen; indien ik mij heb verheugd, omdat mijn vermogen groot was en mijn hand geweldige rijkdom had verworven; dan zou ook dat een ongerechtigheid zijn geweest….want ik zou God daarboven hebben verloochend.”

MEER, MEER.

C.S.Lewis schrijft in Perelandra, ‘Deze neiging om dingen steeds maar weer te hebben, als of het leven een film was die twee keer gedraaid kon worden of zelf achteruit kon lopen… was dit mogelijk de kern van al de zonde? Neen! natuurlijk was geld zo genoemd. Maar geld op zichzelf… – misschien mensen waarderen het een korte tijd als een bescherming tegen keuze, een zekerheid altijd deze dingen maar weer te hebben, een middel om het afrollen van de film tegen te houden.’

Ezechiel 28: 2 -10. “Zo spreekt de Heere God: Omdat gij overmoedig geworden zijt en denkt: Ik ben een god; terwijl gij toch een mens, geen god, zijt, al draagt gij het hart hoog, alsof gij een god waart… gij hebt uw vermogen verworven…. werdt gij overmoedig op uw vermogen! –daarom laat ik tegen u vreemden opkomen,… zij zullen het zwaard ontbloten…. en uw praal ontwijden….Ter groeve zullen zij u doen neerdalen,… zult gij ook in het gezicht van hem die u ombrengt volhouden: Ik ben een god! terwijl gij toch in de hand van hem die u doorboort een mens en geen god zijt? Den dood van onbesnedenen zult gij door de hand van vreemden sterven; want ik heb het gezegd, spreekt de Heere God.”

WAT IS ER TOCH VERKEERD MET DIE EVANGELISTEN OP TELEVISION?

1 Tessalonicenzen 2: 5.”Wij hebben ons nooit afgegeven met vleierij, gij weet het, noch met bedekte hebzucht.”

2 Korintiers 2: 17. “…wij zijn niet als de meesten, die het woord Gods tot een handelszaak maken.”[Leidse Vertaling]

2 Korintiers 2: 17. “Wij zijn tenminste niet zoals zovelen, die handel drijven met Gods woord.”[Willibrord]

2 Korintiers 2: 17. “Want wij zijn niet als zovelen, die winst maken uit het woord van God.”

1 Timoteus 6: 5.” …mensen die niet helder meer denken, en het spoor der waarheid bijster geraakt zijn, daar zij de godsvrucht als iets winstgevens beschouwen.”

1 Timoteus 6:5. “Zij zien in de godsvrucht een bron van inkomsten.”[Willibrord]

1 Timoteus 6: 5 – 9. …mensen die niet recht bij hun verstand zijn en alle inzicht in de waarheid verloren hebben, daar zij denken dat met de godsvrucht iets te verdienen is. Nu, er is met godsvrucht veel te verdienen, indien zij met tevredenheid gepaard gaat. Want wij hebben niets in de wereld meegebracht, omdat wij er ook niets uit kunnen meenemen. Hebben wij dus voedsel en dekking, dan zullen wij daarmee genoegen nemen. Zij daarentegen die rijk willen worden vallen in verzoeking, in een strik en in vele domme en schadelijke begeerten, die de mensen ten ondergang brengen en in het verderf storten.”[Leidse Vertaling]

1 Timoteus 6: 10 – 12. “Want de geldgierigheid is de wortel van alle kwaad. Door zich aan haar over te geven zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben zichzelf vele smarten op den hals gehaald. Maar gij, mens Gods, wacht u daarvoor; jaag naar gerechtigheid, vroomheid, geloof, liefde, geduld, zachtmoedigheid; [Leidse Vertaling]

DE ADEL VAN ARMOEDE

Jakobus 1: 9 – 11. “Roeme de broeder van lagen staat in zijn hoogheid, maar de rijke in zijn lagen staat; want als een bloem in het gras zal hij voorbijgaan. Immers, als de zon gloeiend is opgegaan en het gras verdroogd heeft, is de grasbloem afgevallen en haar schoonheid teloor gegaan. Zo zal de rijke op zijn wegen verwelken.[Leidse Vertaling]

Jakobus 1: 9 – 11. “Laat de geringe broeder roemen in zijn hoogheid, maar de rijke in zijn geringheid, want als een bloem in het gras zal; hij vergaan. Want de zon komt op met haar hitte en doet het gras verdorren, en zijn bloem valt af en de schoonheid van haar uiterlijk verdwijnt; zo zal ook de rijke met zijn oindernemingen verwelken.”

HET RISICO VAN RIJKDOM.

Marcus 4: 18,19. “Anderen zijn de gezaaiden in de doornen; dat zijn zij die het woord horen, en dan dringen de wereldse zorgen en de verleiding van den rijkdom en de begeerten naar andere dingen binnen en verstikken het woord; zodat het onvruchtbaar blijft.[Leidse Vertaling]

Lucas 9: 25. “Want wat baat het een mens, als hij de gehele wereld wint, maar zichzelf verliest of zelf schade lijdt?

DE WELVARENDE ‘BIG SHOTS’ GAAN TEN ONDER.

Velen onder ons hebben ijverig gebeden dat God de Kerk onderst boven zou zetten, en dan hevig schudden. Wanneer dat gebeurt, dan die personen die hun grijp op de waarheid hebben verloren zullen de eersten zijn die vallen!

1 Korintiers 4: 8 – 21. Gij zijt blijkbaar al verzadigd, gij zijt al rijk, gij regeert reeds zonder ons. Ach, was het maar waar, dan mochten wij misschien wel delen in uw koningschap! Want ons, apostelen, heeft God dunkt mij, de minste plaats aangewezen, die van ter doodveroordelen. Wij zijn een schpouwspel geworden voor heel de wereld, voor engelen en voor mensen: wij moeten zijn dwaas ter wille van Christus, gij zijt zo verstandig in Christus; wij zijnzwak, gij sterk; gij geëerd, wij geminacht. Tot op dit eigen ogenblik lijden wij honger en dorst, zijn wij naakt en krijgen wij slaghen, zijn wijdakloos en matten ons af met handenarbeid. Worden wij beschimpt, wij zegenen; worden wij vervolgd, wij dulden het; smaad beantwoorden wij met minzaamheiud. Tot nu toeworden wij behandeld als het schuim der aarde, als het uitvaagselvan de maatscDit schrijf ik niet om U beschaamd te maken, maar om U terecht te wijzen als mijn dierbare kinderen….. binnenkort kom ik, als de Heer het wil; en dan zal ik wel merken wat deze opgeblazen lieden werkelijk waard zijn, afgezien van hun woorden. Het koninkrijk Gods bestaat nu eenmaal niet in woorden, maar in kracht. Wat verkeist gij? Moet ik bijU komen met strengheid of met liefde en in een geest van zachtmoedigheid.”[Leidse Vertaling]

Jakobus 5: 1-3, 5.” Welaan dan, gij rijken, weent en maakt misbaar over de rampen, die U zullen overkomen. Uw rijkdom is verrot, uw klederen zijn door de mot aangevreten, uw goud en zilver is verroest, en de roest ervan zal tegen U getuigen en uw vlees verteren als vuur. Gij zijt schatten gaan opleggen, terwijl het de laatste dagen zijn…..Gij hebt op aarde weelderig geleefd en U te goed gedaan, gij hebt uw hart vetgemest in de slachttijd.”

Jeremia 5: 27-29. zij (zijn) groot en rijk geworden. Zij zijn vet geworden, zij glinsteren; recht verschaffen zij niet, ook niet aan den wees, en zij helpen de armen niet aan hetgeen hun toekomt. Zou ik zulke dingen niet straffen? spreekt de Heer?

ADVIES HOE WE KUNNEN INVESTEREN IN ZEKERHEID

1 Timoteus 6: 17 – 19. “Hun, die rijk zijn in de tegenwoordige wereld, moet gij bevelen niet hooghartig te zijn, en hun hoop gevestigd te houden niet op onzekere rijkdom, doch op God, die ons alles rijkelijk ten gebruike geeft, om wèl te doen, rijk te zijn in goede werken, vrijgevig en mededeelzaam, waardoor zij zich een vaste grondslag vpoor de toekomst verzekeren om het ware leven te grijpen.”

Lucas 12: 29 – 34. “Zoekt ook gij dan niet naar wat gij zult eten en drinken, en begeert niet te veel. Want naar dat alles zoeken de volken der wereld, en uw Vader weet dat gij die dingen nodig hebt. Zoekt veeleer zijn Koninkrijk, en dat andere zal als een toegift u geworden. Vrees niet, kleine kudde; want het is uws Vaders welbehagen u het Koninkrijk te geven. Verkoopt uw bezittingen en geeft ze als aalmoes weg; maakt u onverslijtelijke buidels, een onuitputtelijken schat in de hemelen, waar geen dief bij komt en geen mot schade aanricht; want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.”[Leidse Vertaling]

1 Timoteus 6: 8 – 10. “Als wij voedsel en kleren hebben, moet ons dat genoeg zijn. Zij die zich willen verrijken vallen in verzoeking en in de strik van allerlei dwaze en kwalijke begeerten, die een mens in verderf en ondergang storten. Want de geldzucht is de wortel van alle kwaad.. Door deze hartstocht zijn sommigen al van het geloof afgedwaald en hebben zich afgemarteld met kwellingen zonder tal.”[Willibrord]

Jeremia 9: 23,24. “Zo zegt de Here: De wijze roeme niet op zijn wijsheid,…de rijke roeme niet op zijn rijkdom, maar wie roemen wil, roeme hierin, dat hij verstand heeft en Mij kent…”

NU WEET JE HET

1 Johannes 3:16 – 18. “Hierin hebben wij de liefde leren kennen, dat hij zijn leven voor ons heeft prijsgegeven. Zo zijn ook wij verplicht voor onze broeders ons leven prijs te geven. Wie werelds goed bezit, en terwijl hij ziet dat zijn broeder gebrek lijdt, zijn hart voor hem sluit, hoe zou in hem dan de liefde voor God duurzaam zijn? Kinderen, laat ons niet liefhebben met woord of tong, maar met de daad en in waarheid..”[Leidse Vertaling] also 2 Korintiers 8: 9.

Lucas 12: 47, 48. “De knecht die de wil van zijn heer kende, maar geen beschillingen trof noch handelde volgens diens wil, zal zwaar getuchtig worden. Wie echter in onwetendheid dingen heeft gedaan die tuchtiging verdienen, zal slechts licht gestraft worden Van ieder aan wie veel is gegeven, zal veel worden geëist, en wie veel is toevertrouwd, van hem zal des te meer worden gevraagd.”[Willibrord]

Spreuken 28: 20. “Een betrouwbaar man heeft veel zegen, maar wie naar rijkdom jaagt, blijft niet ongestraft.”

Openbaring 3: 17 – 19. “Omdat gij zegt: Ik ben rijk en verrijkt en heb aan niets gebrek, en niet weet dat gij ellendig en deerniswaardig en arm en blind en naakt zijt zo raad ik u van mij te kopen door vuur gezuiverd goud om rijk te worden en witte kleren om ze aan te trekken, opdat de schande uwer naaktheid niet openbaar worde, en zalf om daarmee uw ogen te zalven, opdat gij moogt zien. Zovelen ik liefheb bestraf en tuchtig ik. Wees dan ijverig en bekeer u.”