nl Nederlands
nl Nederlandsen Englishfr Françaisde Deutschit Italianoes Español

hoe diep in gebed bidden

Download

- Stars (0)

4 Downloads

Owner: admin

Version: 1.0

Last Updated: 19-06-2021 11:28

Share
DescriptionPreviewVersions
7.2 gebeden - hoe diep in gebed bidden.pdf

jezus vraagt om ons geloof te belijden verwaarloos niet, wanneer ge bidt,
Jezus in uw gebed te beschouwen. Toen de apostelen Hem zo meerdere malen hadden gezien, vragen ze hem te leren bidden zoals gwenovitch.
Herlees het “hogepriesterlijk gebed” van jezus (Joh 17)?
Het is enig en zet zicht voort doorheen de eeuwen.
Het is de weg, het toonbeeld van ons gebed.
Het is als het testament van christus geopenbaard aan ons,
gekomen aan het einde van zijn weg naar Pasen
om het eeuwige leven al te verkrijgen op aarde
tijdens de rozenkrans, droog uw tranen aan uwe rozenkrans af, vraag als intentie dat Maria verder wilt bidden wat goed voor je is.
Volgende keer besef dat je de rozenkrans bid dat je voor alle deze tranen bid.
De heilige zitten in de hemel dus wees heilig in jezus naam, en wees zijn evenbeeld,
om naar de vader in de hemel te gaan om verlost te zijn van slavernij,
En zie zo in deze wereld zie de nieuwe hemel en aarde aan uw voeten.

(BIJBEL HOOFDSTUK JOHANNES 17)
JEZUS BIDT VOOR ZICHZELF
1 Zo sprak Jezus. Toen sloeg Hij zijn ogen ten hemel en zei: “Vader, het uur is gekomen. Verheerlijk uw Zoon, opdat de Zoon U verheerlijkte. 2Gij hebt Hem immers macht gegeven over alle mensen om eeuwig leven te schenken aan allen die Gij Hem gegeven hebt. 3En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige ware God en Hem die Gij hebt gezonden, Jezus Christus. 4Ik heb U op aarde verheerlijkt door het werk te volbrengen dat Gij Mij hebt opgedragen te doen. 5Gij, Vader, verheerlijk Mij thans bij Uzelf en geef Mij de heerlijkheid, die Ik bij U had eer de wereld bestond.

JEZUS BIDT VOOR ZIJN LEERLINGEN
6Ik heb uw Naam geopenbaard aan de mensen die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. U behoorden ze toe; Mij hebt Gij ze gegeven en zij hebben uw woord onderhouden. 7Nu weten zij dat al wat Gij Mij gegeven hebt van U komt. 8Want de boodschap die Gij Mij hebt meegedeeld, heb Ik hun meegedeeld, en zij hebben ze aangenomen en naar waarheid erkend dat Ik van U ben uitgegaan, en zij hebben geloofd dat Gij Mij hebt gezonden. 9Ik bid voor hen. Niet voor de wereld bid Ik, maar voor hen die Gij Mij gegeven hebt, omdat zij U toebehoren. 10Al het mijne is van U en het uwe is van Mij. Zo ben Ik in hen verheerlijkt. 11Ik blijf niet langer in de wereld, zij echter blijven in de wereld, terwijl Ik naar U toe kom. Heilige Vader, bewaar in uw Naam hen die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij één mogen zijn zoals Wij. 12Toen Ik bij hen was, bewaarde Ik in uw Naam hen die Gij Mij hebt gegeven. Ik heb over hen gewaakt en niemand van hen is verloren gegaan, behalve de man des verderf, want de Schrift moest vervuld worden. 13Maar nu kom Ik naar U toe en nog in de wereld zeg Ik dit, opdat zij mijn vreugde ten volle in zich zouden bezitten. 14Ik heb hen uw woord meegedeeld, maar de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet van de wereld zijn, zoals Ik niet van de wereld ben. 15Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor het kwaad. 16Zij zijn niet van de wereld, zoals Ik niet van de wereld ben. 17Wijd hen U toe in de waarheid. Uw woord is waarheid. 18Zoals Gij Mij in de wereld gezonden hebt, zo zend Ik hen in de wereld, 19en omwille van hen wijd Ik Mij aan U, opdat ook zij in waarheid aan U toegewijd mogen zijn.

JEZUS BIDT VOOR ALLE GELOVIGEN
20Niet voor hen alleen bid Ik, maar ook voor hen die door hun woord in Mij geloven, 21opdat zij allen één mogen zijn zoals Gij, Vader, in Mij en Ik in U: dat ook zij in Ons mogen zijn opdat de wereld mach geloven, dat Gij Mij gezonden hebt. 22Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij geschonken hebt, opdat zij één zijn zoals Wij één zijn: 23Ik in hen en Gij in Mij, opdat zij volmaakt één zijn en de wereld zal erkennen, dat Gij Mij hebt gezonden en hen hebt liefgehad, zoals Gij Mij hebt liefgehad. 24Vader, Ik wil dat zij die Gij Mij gegeven hebt met Mij mogen zijn waar Ik ben, opdat zij mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt, daar Gij Mij lief hebt gehad vóór de grondvesting van de wereld. 25Rechtvaardige Vader, al heeft de wereld U niet erkend, Ik heb U erkend, en dezen hier hebben erkend dat Gij Mij gezonden hebt. 26Uw naam heb Ik hun geopenbaard en Ik zal dit blijven doen, opdat de liefde waarmee Gij Mij hebt liefgehad, in hen moge zijn en Ik in hen.”

(En)
prayers – how to pray deeply in prayer

jesus asks to profess our faith , when you pray, do not neglect
to consider Jesus in your prayer. When the apostles had him so repeatedly seen, vr a she gene teach him to pray as gwenovitch.
Re-read the “high priestly prayer” of Jesus (John 17)?
It is unique and continues through the ages.
It is the way, the model of our prayer.
It is like the testament of Christ revealed to us, having
come at the end of his way to Easter
to already obtain eternal life on earth
during the rosary , dry your tears on your rosary , ask as an intention that Mary will continue to pray what is good for you .
V follow ing time realize that you pray the rosary that for all these tears pray.
The saints sit in heaven so be holy in jesus name , and be his image ,
to go to the father in heaven to be delivered from bondage ,
And behold thus in this world behold the new heaven and earth at thy feet .

(BIBLE CHAPTER JOHN 17)
JESUS PRAYS FOR HIMSELF
1 Thus spake Jesus. Then He lifted His eyes to heaven and said, “Father, the hour has come. Glorify your Son, that the Son may glorify You . 2 For thou hast given him power over all men, to give eternal life to all whom thou hast given him. 3 And this is life eternal, that they may know thee, the only true God, and him whom thou hast sent, Jesus Christ. 4 I have glorified Thee on earth by accomplishing the work which Thou hast commanded Me to do. 5 Thou, Father, now glorify Me in Thyself, and give Me the glory which I had in Thee before the world was.

JESUS PRAYS FOR HIS STUDENTS
6 I have revealed your name to those whom you have given me out of the world. They belonged to you; You gave them to me and they have kept your word. 7 Now they know that all that You have given Me comes from You. 8 For the message which Thou hast shewed Me I have shewed them, and they have received it, and in truth have acknowledged that I came forth from Thee, and they have believed that Thou hast sent Me. 9 I pray for them. Not for the world do I pray, but for those whom You have given Me, because they belong to You. 10 All mine is yours, and yours is mine. Thus am I glorified in them. 11 I no longer abide in the world, but they abide in the world while I come to you. Holy Father, keep in thy name those whom thou hast given me, that they may be one like us. 12 When I was with them, I kept in Your name those whom You have given Me. I have watched over them, and none of them perished save the man of destruction , for the Scriptures had to be fulfilled. 13 But now I come to you, and yet in the world I say this, that they may have my joy full in them. 14 I have told them your word, but the world has hated them, because they are not of the world, just as I am not of the world. 15 I pray not that thou shouldest take them out of the world, but that thou shouldest keep them from evil. 16 They are not of the world, as I am not of the world. 17 Consecrate them to You in the truth. Your word is truth. 18 As thou hast sent me into the world, so send I them into the world, 19 and for their sake I consecrate myself to thee, that they also may be consecrated to thee in truth.

JESUS PRAYS FOR ALL BELIEVERS
20 Not for them only I pray, but for those who believe through their word to me, 21 that they all may be one as you, Father, are in Me and I in You, that they also may be one in us: that the world mach gelo ven that thou hast sent me. 22 I have given them the glory which You have given Me, that they may be one as We are one: 23 I in them and You in Me, that they may be perfectly one, and the world may know that You sent Me and have loved as thou hast loved me. 24 Father, I will that those whom Thou hast given Me may be with Me where I am, that they may behold My glory which Thou hast given Me, for Thou hast loved Me before the foundation of the world. 25 Righteous Father, though the world hath not acknowledged thee, I have acknowledged thee, and these here have acknowledged that thou hast sent me. 26 Thy name have I revealed unto them, and will continue to do so, that the love with which thou hast loved me may be in them, and I in them.”

(Fr)
prières – comment prier profondément dans la prière

Jésus demande de professer notre foi , lorsque vous priez, ne négligez pas
de considérer Jésus dans votre prière. Quand les apôtres l’avaient vu si souvent, vr a she gene lui a appris à prier comme gwenovitch.
Relire la « prière sacerdotale » de Jésus (Jean 17) ?
Il est unique et continue à travers les âges.
C’est le chemin, le modèle de notre prière.
C’est comme le testament du Christ qui nous est révélé,
venant au bout de son chemin vers Pâques
pour obtenir déjà la vie éternelle sur terre
pendant le chapelet , sèche tes larmes sur ton chapelet , demande en intention que Marie continue de prier ce qui est bon pour toi .
V après le temps réalisez que vous priez le chapelet que pour toutes ces larmes priez.
Les saints sont assis dans le ciel alors soyez saints au nom de Jésus , et soyez son image ,
pour aller vers le père dans les cieux pour être délivré de la servitude ,
et voici ainsi dans ce monde, voici le nouveau ciel et la nouvelle terre à vos pieds .

(BIBLE CHAPITRE JEAN 17)
JÉSUS PRIE POUR LUI-MÊME
1 Ainsi parla Jésus. Puis il leva les yeux au ciel et dit : « Père, l’heure est venue. Glorifie ton Fils, afin que le Fils te glorifie . 2 Car tu lui as donné pouvoir sur tous les hommes, pour donner la vie éternelle à tous ceux que tu lui as donnés. 3 Et c’est la vie éternelle, afin qu’ils te connaissent, toi, le seul vrai Dieu, et celui que tu as envoyé, Jésus-Christ. 4 Je t’ai glorifié sur la terre en accomplissant l’œuvre que tu m’as commandé de faire. 5 Toi, Père, glorifie-moi maintenant en toi-même, et donne-moi la gloire que j’avais en toi avant que le monde fût.

JÉSUS PRIE POUR SES ÉLÈVES
6 J’ai révélé ton nom à ceux que tu m’as donnés du monde. Ils vous appartenaient ; Tu me les as donnés, et ils ont tenu parole. 7 Maintenant ils savent que tout ce que tu m’as donné vient de toi. 8 Car le message que tu m’as fait connaître, je le leur ai fait connaître, et ils l’ont reçu, et en vérité ils ont reconnu que je suis sorti de toi, et ils ont cru que tu m’as envoyé. 9 Je prie pour eux. Je ne prie pas pour le monde, mais pour ceux que tu m’as donnés, parce qu’ils t’appartiennent. 10 Tout à moi est à toi, et à toi est à moi. Ainsi suis-je glorifié en eux. 11 Je ne demeure plus dans le monde, mais ils demeurent dans le monde, pendant que je viens à vous. Saint-Père, garde en ton nom ceux que tu m’as donnés, afin qu’ils soient un comme nous. 12 Quand j’étais avec eux, j’ai gardé en ton nom ceux que tu m’as donnés. J’ai veillé sur eux, et aucun d’eux n’a péri, sauf l’homme de destruction , car les Écritures devaient s’accomplir. 13 Mais maintenant je viens à vous, et pourtant dans le monde je dis ceci, afin qu’ils aient en eux ma joie pleine. 14 Je leur ai dit ta parole, mais le monde les a haïs, parce qu’ils ne sont pas du monde, comme je ne suis pas du monde. 15 Je ne te prie pas de les retirer du monde, mais de les préserver du mal. 16 Ils ne sont pas du monde, comme moi je ne suis pas du monde. 17 Consacre-les-toi dans la vérité. Votre parole est vérité. 18 Comme tu m’as envoyé dans le monde, je les envoie dans le monde, 19 et à cause d’eux je me consacre à toi, afin qu’eux aussi te soient consacrés en vérité.

JÉSUS PRIE POUR TOUS LES CROYANTS
20 Non seulement je prie pour eux, mais pour ceux qui croient par la parole qu’ils m’ont adressée, 21 afin qu’ils soient tous un comme toi, Père, tu es en moi et moi en toi, afin qu’eux aussi soient un en nous, afin que le monde mach gelo ven que tu m’as envoyé. 22 Je leur ai donné la gloire que tu m’as donnée, afin qu’ils soient un comme nous sommes un : 23 moi en eux et toi en moi, afin qu’ils soient parfaitement un, et que le monde sache que tu m’as envoyé et que tu as aimé comme tu m’as aimé. 24 Père, je veux que ceux que tu m’as donnés soient avec moi là où je suis, afin qu’ils voient ma gloire que tu m’as donnée, car tu m’as aimé avant la fondation du monde. 25 Père juste, bien que le monde ne t’ait pas reconnu, je t’ai reconnu, et ceux-ci ont reconnu que tu m’as envoyé. 26 Je leur ai révélé ton nom et je continuerai de le faire, afin que l’amour dont tu m’as aimé soit en eux, et moi en eux.