nl Nederlands
nl Nederlandsen Englishfr Françaisde Deutschit Italianoes Español

cursus 05 financiële boekrol – voor een rijke

Download

- Stars (0)

4 Downloads

Owner: admin

Version: 1.0

Last Updated: 03-01-2022 18:55

Share
DescriptionPreviewVersions
8.2 eigen cursussen - 05 de financiële boekrol - voor een rijke.pdf

(NL) download bestand, voor wegwijs op de gezonde databank
(En) download file, for guidance on the healthy database
(Fr) télécharger le fichier, pour obtenir des conseils sur la base de données saine

les 0 inhoud | de financiële boekrol
ZOEK EERST DE CURSUS “zoek eerst koningkrijk Gods”
en alles word je gegeven
Les 1 inleiding
Les 2 vanuit de bijbel

Les 1 inleiding
In die tijd was er een profetes, Hanna, een dochter van Fanuël uit de stam van Aser. Zij was hoogbejaard en na haar jeugd had zij zeven jaren met haar man geleefd.
Nu was zij een weduwe van vierentachtig jaar. Ze verbleef voortdurend in de tempel en diende God dag en nacht door vasten en gebed.
Op dit ogenblik kwam zij naderbij, dankte God en sprak over het Kind tot allen die de bevrijding van Jeruzalem verwachtten.
Toen zij alle voorschriften van de Wet des Heren vervuld hadden, keerden zij naar Galilea, naar hun stad Nazaret terug.
Het Kind groeide op en nam toe in krachten; het werd vervuld van wijsheid en de genade Gods rustte op Hem.

Les 2 vanuit de bijbel

Deuteronomium 8:18
bedenk dan, dat het Jahwe uw God is, die u kracht schenkt om rijkdom te verwerven, omdat Hij tot vandaag toe het verbond gestand doet, dat Hij met uw vaderen onder ede heeft gesloten.
1 Timotheüs 6:17
WARE EN VALSE RIJKDOM
17Vermaan de rijken van deze wereld dringend niet hoogmoedig te zijn en hun hoop niet te stellen op de ongewisse rijkdom, maar op God die ons alles rijkelijk te genieten geeft.
Spreuken 23:4
Maak u niet moe om rijk te worden en houd ermee op, uw verstand daartoe te gebruiken.
Deuteronomium 8:17
En mocht bij u de gedachte opkomen: `Met mijn eigen kracht en met mijn sterke hand heb ik (gwenovitch) deze rijkdom verworven,’
1 Timotheüs 6:19
WARE EN VALSE RIJKDOM
Zo bezorgen zij zich een goede belegging voor de toekomst, om eenmaal het leven te verwerven dat waarlijk leven is.
Spreuken 3:9
Verheerlijk Jahwe met uw bezit, met de eerstelingen van alles wat bij u binnenkomt.
Spreuken 13:11
Uit niets gewonnen rijkdom slinkt weer weg, maar wie gaandeweg verzamelt wordt rijk.
Spreuken 3:10
Dan zullen uw graanschuren rijk gevuld worden, uw perskuipen overlopen van most.

1 Timotheüs 6:18
WARE EN VALSE RIJKDOM
Zeg hun dat zij wel doen, zich verrijken door goede daden, en vrijgevig zijn en milddadig.
Spreuken 22:7
De rijke heerst over de arme en wie leent wordt de slaaf van wie uitleent.
Spreuken 8:18
Bij mij zijn rijkdom en roem, duurzaam bezit en gerechtigheid.
Spreuken 8:19
Mijn vrucht is meer waard dan goud, dan zuiver goud, mijn opbrengst meer dan uitgelezen zilver.
Spreuken 6:9
Hoe lang blijft gij nog liggen, luiaard? Wanneer staat gij op uit uw slaap?
Lucas 12:32
Weest niet bevreesd, kleine kudde: het heeft Uw Vader behaagd u het Koninkrijk te schenken.
Lucas 16:10
Wie betrouwbaar is in het kleinste, is ook betrouwbaar in het grote; en wie onrechtvaardig is in het kleinste, is ook onrechtvaardig in het grote.
Marcus 10:27
Jezus keek hen aan en zei: “Dit ligt niet in de macht der mensen, maar wel in die van God: want voor God is alles mogelijk.
Lucas 16:11
Zijt ge dus niet betrouwbaar geweest in de onrechtvaardige mammon, wie zal u dan het waarachtige goed toevertrouwen?
Lucas 12:21
Zo gaat het met iemand die schatten vergaart voor zichzelf, maar niet rijk is bij God.’
Spreuken 6:6
Ga naar de mier, gij luiaard, bekijk haar gedrag en word wijs.
Spreuken 23:5
Gij richt uw ogen op de rijkdom en hij is verdwenen: hij maakt zich vleugels en als een adelaar vliegt hij hemelwaarts.
Jesaja 48:17
Zo spreekt Jahwe, uw Verlosser, de Heilige van Israël: Ik ben Jahwe, uw God. Ik onderricht u om te helpen, en leid u op de wegen die gij gaat.
Spreuken 19:14
Huis en have zijn een erfenis van de vaderen, maar een verstandige vrouw komt van Jahwe.
Spreuken 21:20
De wijze heeft kostbare schatten en olie in huis, maar de dwaas jaagt zijn bezit erdoor.
(daarom onder andere de cursus “de financieele boekrol” op volgende pagina klik hier)
Spreuken 19:17
Wie zich over een arme ontfermt, leent aan Jahwe: Hij zal hem zijn weldaad vergelden.
Spreuken 24:33
Nog even slapen, nog even rusten, nog even de armen over elkaar en liggen!
Spreuken 6:7
Zij heeft geen aanvoerder, geen opzichter, geen heerser,
1 kronieken 29:12
Rijkdom en heerlijkheid komen van U; Gij heerst over alles. In uw hand ligt de macht en de kracht, in uw hand ligt het, iedereen groot en sterk te maken.
(zoals uw dienaar gwenovitch en zijn vrijwillegers die schenken aan de wereld wat van u komt)
Mattheüs 6:33
Maar zoekt eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid: dan zal dat alles u erbij gegeven worden.
Mattheus 6:32
Want dat alles jagen de heidenen na. Uw hemelse Vader weet wel dat gij al deze dingen nodig hebt.
2 Korintiërs 9:7
Laat ieder wat hij in zijn hart besloten heeft, ten uitvoer brengen, zonder pijn en zonder dwang, want God houdt van een blijmoedige gever.
Hebreeën 13:5
Leeft niet alleen voor geld, weest tevreden met wat ge hebt. God zelf heeft gezegd: Ik laat u niet alleen, Ik zal u nooit in de steek laten.
Maleachi 3:10
Brengt de tienden van alles naar het voorraadhuis, zodat er in mijn woning voedsel is; stelt Mij maar eens op de proef, zegt Jahwe van de machten, of Ik de luiken van de hemel niet voor u openzet en of Ik niet zegen over u uitstort, meer dan gij kunt opnemen.
1 Timotheüs 6:10
Want de geldzucht is de wortel van alle kwaad. Door deze hartstocht zijn sommigen al van het geloof afgedwaald en hebben zich afgemarteld met kwellingen zonder tal.
Lucas 12:20
Maar God sprak tot hem: Dwaas! Nog deze nacht komt men je leven van je opeisen; en al die voorzieningen die je getroffen hebt, voor wie zijn die dan?
Lucas 12:33
Verkoopt uw bezittingen en geeft aalmoezen; verschaft u beurzen die niet verslijten, en verwerft een onuitputtelijke schat in de hemel, waar geen dief bij komt en geen mot hem bederft.
Spreuken 20:13
Heb de slaap niet lief, want dan vervalt gij tot armoede. Houd uw ogen open: dan hebt gij in overvloed uw brood.
Lucas 12:34
Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.
(die schat vind je terug naar lichaam en geest in ons leven doen we wat er in de cursussen (klik hier) u verteld word in volle overgave aan de schepper zijn liefde voor ons)

Lucas 12:19
Dan zal ik tot mijzelf zeggen: Man, je hebt een grote rijkdom liggen, voor lange jaren, rust nu uit, eet en drink en geniet ervan!
Spreuken 21:5
De plannen van de ijverige mens brengen gewin, maar ieder die zich overhaast komt tot gebrek.
Spreuken 13:22
De goede laat zijn kindskinderen erven, maar het bezit van de zondaar is weggelegd voor de rechtvaardige.
(zie cursus tot rechtvaardigheid van de financiële boekrol klik hier)
Spreuken 13:4
De luiaard is begerig, maar hij krijgt niets; de wensen van de ijverigen worden rijkelijk vervuld.
2 Korintiërs 8:15
waarvan de Schrift spreekt: Hij die veel had verzameld, had niet te veel, en hij die weinig had verzameld, kwam toch niet te kort.
(als je in eenvoud leeft kom je niets tekort en word je alles gegeven wat goed voor je is)
Lucas 16:12
Als ge niet betrouwbaar zijt geweest in het beheren van andermans goed, wie zal u dan geven wat gij het uwe kunt noemen?
Lucas 12:18
Wie zijn vrouw verstoot en een ander huwt, pleegt echtbreuk; en wie een door haar man verstoten vrouw huwt, pleegt echtbreuk.
(daarom dat de heer de lofzang van maria voorzien heeft (klik hier) om niemand in zijn liefde te laten verloren gaan)
Spreuken 10:22
De zegen van Jahwe is het, die rijk maakt: daarmee vergeleken richt ons eigen zwoegen niets uit

1 Kronieken 29:14
Want ik (gwenovitch), evenals mijn volk, ben niet in staat zoveel vrijwillige gaven te schenken. Van U komt dit alles en wij schenken U slechts wat wij uit uw hand ontvangen hebben.
Spreuken 10:4
Een luie hand brengt armoede, maar ijverige handen maken rijk.
Spreuken 27:23
Weet goed, hoe het met uw vee staat en zorg voor uw kudde,
Lucas 12:16
Hij vertelde hun de volgende gelijkenis: ’Het land van een rijk man had een grote oogst opgeleverd.
Lucas 21:4
Tot u, die mijn vrienden zijt, zeg Ik: Vreest niet hen die het lichaam doden, maar daarna niets ergers kunnen doen.
Spreuken 15:16
Beter weinig, met de vrees voor Jahwe, dan grote schatten, met onrust erbij.
Lucas 16:9
Zo zeg Ik u ook: Maakt u vrienden door middel van de onrechtvaardige mammon, opdat, wanneer die u komt te ontvallen, zij u in de eeuwige tenten opnemen.
Psalm 112:5
Zijn loon vindt de man die gul uitleent, naar betaamt orde stelt op zijn zaken;
Jeremia 9:24
De tijd komt dat Ik alle besnedenen straf:
Spreuken 1:19
Zo gaan de paden van allen die uit zijn op onrechtmatig gewin: het kost zijn bezitters het leven.
Prediker 5:19
Je denkt dan niet voortdurend aan de kortheid van je bestaan: God geeft je zoveel dat je er helemaal in opgaat.
Prediker 2:26
Aan iemand die Hem bevalt, schenkt God wijsheid, kennis en blijdschap. Maar een zondaar laat Hij moeizaam sparen en vergaren om het dan over te dragen aan iemand die Hem bevalt. Ook dat is ijdel en grijpen naar wind.
Spreuken 22:1
Een goede naam gaat boven grote rijkdom en aanzien is beter dan zilver en goud.
Psalm 112:8
Zijn standvastigheid (van gwenovitch) is zonder vrees, aan het eind braveert hij zijn belagers!
Jeremia 9:23
Wie toch wil roemen, het moet zich er op beroemen, in te zien en te erkennen dat ik, Jahwe, genade schenk, en recht en gerechtigheid vestig op aarde, want daarin vind Ik mijn genoegen – godsspraak van Jahwe -.
2 Korintiërs 8:9
Want de liefdedaad van onze Heer Jezus Christus hoef ik u niet in herinnering te brengen: hoe Hij om uwentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat gij rijk zoudt worden door zijn armoede.
Spreuken 14:23
Elk zwoegen brengt gewin, maar praten brengt niets dan gebrek.
Spreuken 8:17
Wie mij liefhebben heb ik lief en wie mij zoeken zullen mij vinden.
1 Johannes 2:16
DE WERELD ZONDER GOD
Want al wat in de wereld is – het begeren van de lust en het begeren der ogen en de hovaardij van het geld – het komt niet van de Vader maar van de wereld.
Psalm 112:7
Opspraak heeft hij niet te duchten; vast verlaat zich zijn hart op de Heer.

Mattheus 6:20
HET AARDSE IN VERGELIJKING MET HET HEMELSE
maar verzamelt u schatten in de hemel, waar ze niet door mot of worm vergaan en waar dieven niet inbreken om te stelen.
Spreuken 8:21
om aan hen die mij liefhebben bezit te verlenen en hun schatkamers te vullen.’
Spreuken 6:10-11
Nog even slapen, nog even rusten, nog even de armen over elkaar en liggen!
11Zo overvalt u de armoede als een rover, het gebrek als een wel bewapend man.
Spreuken 16:13
Een koning vindt zijn welgevallen in oprechte taal en hem die rechtschapen spreekt heeft hij lief.
Spreuken 8:20
Ik bewandel de weg van de gerechtigheid, de paden van het recht,
Spreuken 11:24
De een deelt rijkelijk uit en krijgt steeds meer, de ander houdt wederrechtelijk vast en wordt maar armer.
2 Korintiërs 9:11
Zo wordt gij in ieder opzicht verrijkt en kunt gij alle soort vrijgevigheid beoefenen. En deze is op haar beurt, door onze bemiddeling, oorzaak van dankbetuiging aan God.
3 Johannes 1:2
Dierbare vriend, in alle opzichten wens ik u welzijn en gezondheid; dat het uw ziel wel gaat, weet ik.
Spreuken 11:25
Een man die zegen brengt wordt zelf verzadigd, wie anderen laaft wordt ook zelf gelaafd.
Lucas 12:22
WEEST NIET BEZORGD
22Hij sprak nu tot zijn leerlingen: ’Daarom zeg Ik u: weest niet bezorgd voor uw leven, wat ge zult eten en ook niet voor uw lichaam, wat ge zult aantrekken. Filippenzen 4:19
2 Korintiërs 9:10
Hij die de zaaier zaad verschaft en voedsel om te eten, zal ook u zaaigoed verschaffen en het vermenigvuldigen en de oogst van uw milddadigheid doen gedijen.
Lucas 12:39
Begrijpt dit wel: Als de eigenaar van het huis wist op welk uur de dief zou komen, zou hij in zijn huis niet laten inbreken.
Lucas 12:31
Maar zoekt dan zijn Rijk, dan zullen die dingen u erbij gegeven worden.
Lucas 12:30
Want dat alles jagen de heidenen in de wereld na. Uw vader weet wel, dat gij dat alles nodig hebt.
Prediker 7:12
Wijsheid en geld geven beide beschutting. Maar de wijsheid heeft dit voor; ze houdt hen die haar bezitten in leven.
Prediker 5:10
Hoe groter je bezit, hoe meer profiteurs. En wat heb je er als eigenaar aan? Je kunt er naar kijken, meer niet.
Mattheus 6:21
HET AARDSE IN VERGELIJKING MET HET HEMELSE
Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.
(zie cursus waar uw hart aanwezig zou aanwezig te zijn
“8.2 eigen cursussen – 05 de financiële boekrol – het hart”
2 Korintiërs 9:6
Bedenkt: wie karig zaait, zal karig oogsten; wie overvloedig zaait, zal overvloedig oogsten.
1 Timotheüs 6:6
DWAALLEER EN GELDZUCHT
Nu brengt de godsvrucht ongetwijfeld grote winst, maar alleen voor hem die tevreden is met wat hij heeft.

1 Johannes 3:17
Hoe kan de goddelijke liefde blijven in een mens die geld genoeg heeft, en toch zijn hart sluit voor de nood van zijn broeder?
2 Korintiërs 9:8
En God heeft de macht u met alle gaven te overstelpen, zodat gij altijd in alle opzichten van al het nodige voorzien, nog ruimschoots overhoudt voor elk goed werk.
(met uw “spaarekening giften” om uw barmachtigheid te delen met andere)
Spreuken 22:4
Het loon van de ootmoed en van de vrees voor Jahwe is rijkdom en glorie en leven.
Filippenzen 4:12
DANK VOOR DE GAVEN
Ik weet wat armoede is, ik weet wat overvloed is. Ik ben volledig ingewijd. Ik kan volop eten en ik kan honger lijden, ik ben vertrouwd met overvloed en met gebrek.
( vasten op woensdag en zondag uw overvloed geef je weg)
Spreuken 3:14
want men kan beter inzicht verwerven dan zilver, beter wijsheid winnen dan goud.
Spreuken 3:15
Zij is waardevoller dan koralen en geen van uw kostbaarheden komt haar nabij.
Romeinen 13:8
DE LIEFDE VERVULT DE WET
Zorgt dat gij niemand iets schuldig zijt. Uw enige schuld blijve de onderlinge liefde. Wie zijn naaste bemint, heeft de wet vervuld.
1 Timotheüs 6:9
DWAALLEER EN GELDZUCHT
Zij die zich willen verrijken vallen in verzoeking en in de strik van allerlei dwaze en kwalijke begeerten, die een mens in verderf en ondergang storten.
(hou u bezig met de liefde van god voor ons niet met dwaalleren die u naar uw mond praten om u te misleiden)

1 Timotheüs 6:7
DWAALLEER EN GELDZUCHT
Want wij hebben in deze wereld niets meegebracht en kunnen er ook niets uit meenemen.
Mattheus 6:24
Niemand kan twee heren dienen: hij zal de een haten en de ander liefhebben, ofwel de een aanhangen en de ander verachten. Gij kunt niet God dienen en de mammon.
1 Timotheüs 6:8
Als wij voedsel en kleding hebben, moet ons dat genoeg zijn.
Lucas 12:15
RIJKDOM EN DWAASHEID
En Hij sprak tot hem: ’Pas op en wacht u voor alle hebzucht! Want geen enkel bezit, al is dit nog zo overvloedig, kan uw leven veiligstellen.’
Spreuken 24:34
Zo komt de armoede op u toe en het gebrek, als een wel bewapend man.
Deuteronomium 8:14
laat dan uw hart niet hoogmoedig worden, zodat ge Jahwe uw God vergeet, die u uit Egypte, dat slavenhuis, heeft geleid;
Jakobus 5:2
Uw rijkdom is verrot, uw mooie kleren zijn door motten aangetast,
Mattheus 19:23
Nu sprak Jezus tot zijn leerlingen: “Voorwaar, Ik zeg u: voor een rijke is het moeilijk het Rijk der hemelen binnen te gaan.
Marcus 10:21
Toen keek Jezus hem liefdevol aan en sprak: “Een ding ontbreekt u: ga verkopen wat ge bezit en geef het aan de armen, daarmee zult ge een schat bezitten in de hemel. En kom dan terug om Mij te volgen.”
Mattheus 19:24
Nog sterker: voor een kameel is het gemakkelijker door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke in het Koninkrijk Gods te komen.”
Prediker 2:11
Maar toen ik terugzag op alles wat ik gepresteerd had en op al de moeite die mij dat gekost had, stelde ik vast: het is allemaal ijdel en grijpen naar wind. Er valt niets mee te winnen onder de zon.
Spreuken 10:2
De schatten, door onrecht verkregen, brengen geen baat, maar gerechtigheid redt van de dood.
Lucas 16:8
De heer prees het in de onrechtvaardige rentmeester dat hij met overleg had gehandeld, want de kinderen van deze wereld handelen onderling met meer overleg dan de kinderen van het licht.
Deuteronomium 8:11
Wacht u ervoor, Jahwe uw God te vergeten, en zijn geboden, voorschriften en bepalingen, die ik u heden opleg, niet na te leven.
Spreuken 28:22
De man met de afgunstige blik heeft haast om rijk te worden, maar hij weet niet dat hij door gebrek bedreigd wordt.
Deuteronomium 8:12
En wanneer gij volop te eten hebt, mooie huizen bouwt,
Jakobus 5:5
Gij hebt op aarde gezwelgd en gebrast, gij hebt u vetgemest voor de dag van de slachting.
(wat er gebeurt met de zondige vrouwen in de lofzang van maria als ze in zonde blijven leven)
Prediker 2:10
(gwenovitch heeft) Niets wat mijn ogen begeerden heb ik ze onthouden; geen genoegen heb ik mij ontzegd. Naar hartelust genoot ik van alles wat ik verworven had. Dat althans had ik met mijn zwoegen bereikt.
Psalm 49:12
en hun blijvend huis wordt het graf, voor de duur der geslachten hun stee: zij, die gaven hun naam aan domeinen!
Spreuken 30:7
Twee dingen vraag ik van U, weiger mij die niet, aleer ik sterf:
Deuteronomium 8:13
veel runderen en schapen krijgt, zilver en goud ophoopt, zodat al uw bezittingen toenemen,
Jakobus 5:4
Hoort, het loon dat gij hebt onthouden aan de arbeiders die uw velden hebben gemaaid, roept luid, en de kreten van uw oogsters zijn doorgedrongen tot de oren van de Heer der heerscharen.
Lucas 19:26
Ik zeg u: Aan ieder die heeft, zal gegeven worden; maar aan wie niet heeft, zal nog ontnomen worden, zelfs wat hij heeft.
(wie de liefde van de heer heeft volbracht zal gegeven worden
wie geen liefde heeft zal alles ontnomen worden (satan)
Spreuken 28:8
Wie zijn bezit door rente en woeker vermeerdert, verzamelt het voor degene die medelijden heeft met de arme.
Marcus 10:22
Dit woord ontstelde hem en ontdaan ging hij heen, omdat hij vele goederen bezat.
Mattheus 19:21
Jezus sprak tot hem: “Wilt ge volmaakt zijn, ga dan naar huis, verkoop wat ge bezit en geef het aan de armen; daarmee zult ge een schat in de hemel bezitten. En kom dan terug om Mij (gwenovitch) te volgen.”
Psalm 49:7
die vertrouwen op hun machtig bezit, op hun overvloed zich laten voorstaan?
Spreuken 10:15
Het bezit van de rijke is voor hem een machtige stad, het onheil van de noodlijdenden is hun armoede.
Marcus 10:28
Toen nam Petrus het woord en zei: “Zie, wij hebben alles prijsgegeven om U te volgen.”
Lucas 18:25
Voor een kameel is het gemakkelijker door het oog van een naald te gaan, dan voor een rijke in het Koninkrijk Gods te komen.’
Lucas 18:24
Toen Jezus dit zag, zei Hij: ’Hoe moeilijk is het voor degenen die geld hebben het Koninkrijk Gods binnen te gaan!
Psalm 49:13
De mens blijft in zijn rijkdom niet wonen: als een stom beest komt hij aan zijn eind.
Psalm 49:15
Zij daalden in de afgrond als schapen – de dood is hun herder geweest – regelrecht in de groeve gezonken, daar waar hun verschijning vergaan zal, en tot huis heeft het huis van de dood.
Jakobus 5:6
Gij hebt de rechtvaardige gevonnist en vermoord; hij heeft geen verweer tegen u.
Spreuken 13:8
Het losgeld voor iemands leven is zijn rijkdom; een arme krijgt geen bedreiging te horen.
Psalm 49:8-9
Weet: geen mens loopt daarmee zich vrij, nooit kan hij God zijn losprijs betalen: 9te hoog is de prijs voor zijn leven, voor de eeuwigheid reikt hij niet toe:
Spreuken 28:11
De rijkaard is wijs in zijn eigen ogen, maar een verstandige arme doorziet hem.
(als gwenovitch)
Psalm 49:6
Zou ik vrezen in donkere dagen al omsluit mij de sluwheid der slinksen,
Psalm 112:3
Welvaart, voorspoed woont in zijn huis, zijn gerechtigheid trotseert de tijden.
Psalm 49:20
hij komt tot het geslacht zijner vaderen, zij die nooit meer het zonlicht aanschouwen.
Prediker 5:18
Inderdaad, als God je welstand en rijkdom schenkt en je de kans geeft ervan te profiteren, als je je deel krijgt en gelukkig bent bij al je werk, dan is dat een gave van God.
Spreuken 21:6
Schatten verwerven door leugentaal: dat is de vluchtige leegheid van hen die de dood zoeken.
Jakobus 1:10
DE WAARDE VAN DE BEPROEVING
en de rijke op zijn geringheid! Want de rijke zal vergaan als een bloem in het gras.
Prediker 5:12
Nog een grote narigheid zag ik onder de zon: iemand pot rijkdommen op en dan gaat het verkeerd.
Spreuken 30:9
opdat ik niet verzadigd raak en U ga verloochenen en ga zeggen: `Wie is Jahwe?’ – opdat ik niet arm word en ga stelen en mij aan de naam van mijn God vergrijp.
Marcus 10:25
Voor een kameel is het gemakkelijker door het oog van een naald te gaan, dan voor een rijke in het Koninkrijk Gods te komen.”
Spreuken 12:27
De luiaard zal zijn wild niet vangen, maar voor de ijverige mens is een kostbare schat weggelegd.
Psalm 112:4
Want de op rechten daagt licht uit het duister. Genadig, barmhartig, rechtvaardig.
1 Samuel 2:7
Jahwe maakt arm en maakt rijk, Hij vernedert en Hij verheft.
Prediker 5:13
Door tegenslag raakt hij alles kwijt, en zijn kinderen staan met lege handen.

Spreuken 11:26
Wie het koren vasthoudt wordt door het volk verwenst, maar zegen daalt op het hoofd van wie het verkoopt.
Prediker 11:1
Gooi je brood op het water; na lange tijd vind je het misschien terug.
Marcus 10:23
Toen liet Jezus zijn blik gaan over zijn leerlingen en zei tot hen: “Hoe moeilijk is het voor degenen die geld hebben het Koninkrijk Gods binnen te gaan!”
Psalm 49:18
hij neemt niets daarvan mee bij zijn sterven, zijn glorie daalt hem niet achterna.
Spreuken 11:4
Op de dag van de toorn zal bezit niet baten, maar de gerechtigheid redt van de dood.
1 Timotheüs 6:5
DWAALLEER EN GELDZUCHT
en eindeloze discussies, het werk van mensen wier geest verward is en van de waarheid verstoken. Zij zien in de godsvrucht een bron van inkomsten.
Jakobus 1:11
DE WAARDE VAN DE BEPROEVING
De zon komt op met haar verzengende hitte; zij doet het gras verdorren, de bloem valt af, en heel haar luister is verdwenen. Zo vergaat het ook de rijke: midden in zijn ondernemingen zal hij verwelken.
Prediker 5:14
Zoals een mens uit de schoot van zijn moeder gekomen is moet hij terug: even naakt. Van zijn bezittingen kan hij niets meenemen.
Psalm 49:19
Prijst een mens bij zijn leven zich zalig, oogst hij roem omdat welstand zijn deel werd,
Prediker 5:15
Inderdaad, het is erg pijnlijk: net zoals hij gekomen is moet hij weer gaan. Wat heeft hij dan bereikt? Hij heeft gezwoegd voor niets.
Spreuken 14:24
De kroon van de wijzen is hun rijkdom, maar de dwaasheid van de onverstandigen blijft dwaasheid.
Spreuken 18:11
Het bezit van de rijke is voor hem een machtige stad, iets als een veilige muur, in zijn verbeelding.
Deuteronomium 8:16
die u in de woestijn het manna te eten gaf, dat uw vaderen nooit hadden gezien. Hij heeft u vernederd en op de proef gesteld, om u tenslotte wel te doen.
Spreuken 10:26
Als azijn voor de tanden, als rook voor de ogen, zo is de luiaard voor wie hem een opdracht geven.
Jakobus 5:3
uw goud en zilver is verroest. Die roest zal tegen u getuigen en als een vuur uw vlees verteren. Schatten hebt gij verzameld, terwijl het de laatste dagen zijn.
Spreuken 16:8
Beter weinig, met gerechtigheid, dan grote inkomsten, met onrecht.
Spreuken 19:4
Rijkdom bezorgt een man veel vrienden, maar de arme raakt zijn ene vriend nog kwijt.
Jakobus 5:1
En nu gij die rijk zijt: weent en jammert om de rampen die over u komen.
Marcus 10:24
DE RIJKE JONGEMAN
De leerlingen stonden verbaasd over wat Hij zei. Daarom herhaalde Jezus: “Kinderen, wat is het moeilijk het Koninkrijk Gods binnen te gaan.
Spreuken 28:19
Wie zijn akker bebouwt, verzadigt zich aan brood, maar wie nietigheden najaagt, verzadigt zich aan armoede.

Spreuken 28:20
Een eerlijk man zal rijk gezegend worden, maar wie haast heeft om zich te verrijken, blijft niet ongestraft.
Psalm 62:10
Een mens – niets dan een ademtocht, vervluchtigend zelfs de grootsten; zij gaan omhoog op de balans, nauwelijks een zucht te samen!
Prediker 11:2
Beleg je bezit in zeven of acht zaken; je weet niet welke ramp de aarde kan treffen.
Psalm 112:6
want hij staat voor immer onwrikbaar: de naam van de rechtvaardige blijft leven.
Psalm 112:9
Waar nood is geeft hij overvloedig: zijn gerechtigheid trotseert de tijden. En machtig verheft zich zijn hoorn.
Psalm 112:1-2
Godlof! Gelukkig de man die de Heer vreest, diepe vreugde vindt in zijn geboden;
2zijn stam zal sterk wezen op aarde, het geslacht der op rechten is gezegend.
Spreuken 13:7
Sommigen doen zich rijk voor en bezitten helemaal niets, anderen houden zich arm en zijn schatrijk.
Openbaring 3:17
LAODICÉA
Gij zegt: Ik ben rijk, want ik heb mij verrijkt en heb aan niets gebrek en beseft niet dat gij meer dan allen ellendig zijt en erbarmelijk, een blinde en naakte bedelaar.
Mattheüs 25:29
HET GEBRUIK VAN DE TALENTEN
Want aan ieder die heeft, zal gegeven worden; maar wie niet heeft, hem zal nog ontnomen worden zelfs wat hij heeft.
(deze talenten kunt u ervaren als onze droom werkelijkheid worden(klik hier)

Spreuken 28:6
Een arme die onberispelijk wandelt is beter dan een man die slinkse wegen gaat en rijk is.
Jakobus 1:9
DE WAARDE VAN DE BEPROEVING
De arme christen moet trots zijn op zijn hoge stand,
Spreuken 21:17
Wie van feestvieren houdt, wordt een behoeftig man en wie van wijn en olie houdt, wordt niet rijk.
Spreuken 27:24
want rijkdom duurt niet eeuwig en een kroon blijft niet van geslacht tot geslacht.
Prediker 5:11
Iemand die werkt slaapt goed, of hij nu veel of weinig te eten heeft. Maar een rijke heeft zo’n overvloed dat hij niet rustig kan slapen.
Psalm 37:16
Meer heeft de rechtvaardige aan weinig dan zovele bedriegers aan rijkdom.
Psalm 39:6
Zie, mijn dagen bepaalt Gij – een handbreed, voor uw oog is mijn levensduur niets; de mens, zo fier, is slechts een adem,
1 Timotheus 6:11-12
PLECHTIGE AANSPORING VAN TIMÓTEÜS
Gij echter, man Gods, moet dit alles mijden. Streef naar gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding, zachtmoedigheid.
12Strijd de goede strijd van het geloof, grijp het eeuwige leven. Daartoe zijt gij geroepen, daartoe hebt gij de goede belijdenis afgelegd ten overstaan van vele getuigen.

1 Timotheus 6:20-21
LAATSTE VERMANING EN GROET
20Timóteüs, bewaar wat u is toevertrouwd, en keer u af van het profaan en leeg geredeneer en de opwerpingen van de zogenaamde gnosis;
21sommigen die haar verkondigen, zijn het spoor van het geloof reeds bijster geraakt.
De genade zij met u allen.
1 Timotheus 6:13-14
PLECHTIGE AANSPORING VAN TIMÓTEÜS
Ik beveel u voor het aanschijn van God die alles ten leven wekt, en van Christus Jezus die door Pontius Pilatus de goede belijdenis heeft afgelegd: 14bewaar dit gebod onbevlekt en ongerept tot de verschijning van onze Heer Jezus Christus,
1 Timotheus 6:16
PLECHTIGE AANSPORING VAN TIMÓTEÜS
die alleen onsterfelijkheid bezit en woont in ongenaakbaar licht. Geen mens heeft Hem gezien of is in staat Hem te zien. Hem zij eer en eeuwige macht! Amen.
1 Timotheus 6:15
PLECHTIGE AANSPORING VAN TIMÓTEÜS
die God ons te rechter tijd zal doen aanschouwen, Hij, de gelukzalige, de enige heerser, de grote koning en de opperste heer,
Spreuken 19:18
Kastijd uw zoon, zolang er nog iets van te verwachten valt, en bekommer u niet om zijn gejammer.
Jakobus 5:11
wij prijzen hen gelukkig, omdat ze hebben standgehouden. Ge hebt ook gehoord van de standvastigheid van Job en ge weet hoe de Heer hem in het eind behandeld heeft, want Hij is rijk aan barmhartigheid en ontferming.
Spreuken 19:19
Wie zich in zijn woede laat gaan, moet er maar voor boeten, want als gij wilt helpen, maakt gij het nog erger.

Mattheus 6:22
HET AARDSE IN VERGELIJKING MET HET HEMELSE
De lamp van het lichaam is het oog. Wanneer dus uw oog helder is, zal heel uw lichaam verlicht zijn.
Lucas 21:3
En Hij sprak: ’Waarlijk, Ik zeg u: die arme weduwe heeft er het meeste van allen ingeworpen.
Spreuken 19:21
In het hart van een man (zoals gwenovitch) gaan veel plannen om, maar wat Jahwe besluit, dat komt tot stand.
Lucas 12:24
WEEST NIET BEZORGD
Let eens op de raven; ze zaaien niet en maaien niet, ze hebben geen voorraadkamer of schuur, maar God voedt ze. Hoeveel meer zijt gij dan de vogels!
Spreuken 19:20
Luister naar raad en aanvaard terechtwijzingen, dan zult gij tenslotte wijzer worden.
Lucas 12:25-26
WEEST NIET BEZORGD
Trouwens, wie van U is in staat met al zijn tobben aan zijn levensweg een el toe te voegen?
26Als ge dus zelfs machteloos staat tegenover zoiets gerings, wat tobt ge dan over de rest?
1 Timotheüs 6:4
DWAALLEER EN GELDZUCHT
is een verwaand mens, zonder werkelijke wetenschap maar met een ziekelijke belangstelling voor twistvragen en woordenstrijd. Hieruit kan niets anders voortkomen dan afgunst, onenigheid, gelaster, achterdocht
(zie hou sommige geloven over andere geloven in hun liefde met hen omgaan zie in verband met volgende vers Psalm 119:74)
Psalm 119:74
Die U vrezen, zij zien mij met vreugde: want hoe hoopvol verbeid ik uw woord!
Psalm 119:77
Nadert mij uw ontferming, ik (gwenovitch) leef weer; en hoe brengt mij uw wet in vervoering!
1 Timotheus 6:3
DWAALLEER EN GELDZUCHT
Wie een afwijkende leer verkondigt en zich niet houdt aan de gezonde beginselen van onze Heer Jezus Christus en de leer van onze godsdienst,
Marcus 4:18
Die tussen distels gezaaid worden, zijn weer anderen, die het woord wel gehoord hebben,
Spreuken 19:22
Wat van een man verlangd wordt, is betrouwbaarheid en een arme is beter dan een leugenaar.
Lucas 16:1
DE ONRECHTVAARDIGE RENTMEESTER
Verder sprak Hij tot zijn leerlingen: ’Er was eens een rijk man die een rentmeester had, die bij hem werd aangeklaagd, dat hij zijn bezit verkwistte.
Psalm 119:79
Welkom zullen mij zijn die U vrezen, die uw uitspraken hebben verstaan.
Psalm 119:78
Schande treffe hen die mij schaamteloos, mij verraderlijk hebben beticht: slechts aan uw opdrachten dacht ik.
Spreuken 19:16
Wie het gebod onderhoudt, onderhoudt zijn leven, maar wie zijn plichten verwaarloost, moet sterven.
Lucas 16:7
Daarop vroeg hij nog aan een tweede: En hoeveel zijt gij schuldig? Deze antwoordde: Honderd maten tarwe. Hij zei hem: Hier hebt ge uw schuldbekentenis; schrijf: tachtig.

Lucas 16:4
Ik weet al wat ik ga doen, opdat zij mij na mijn ontslag als rentmeester in hun huis opnemen.
Lucas 16:2-3
Hij riep hem dus en vroeg: Wat hoor ik daar van u? Geef rekenschap van uw beheer, want gij kunt niet langer rentmeester blijven.
3Toen redeneerde de rentmeester bij zichzelf: Wat zal ik doen, nu mijn heer mij het rentmeesterschap afneemt? Spitten kan ik niet, en te bedelen daarvoor schaam ik mij.
Lucas 16:5-6
Hij ontbood de schuldenaars van zijn heer, een voor een, en zei tot de eerste: Hoeveel zijt ge aan mijn meester schuldig?
6Deze antwoordde: Honderd vaten olie. Maar hij zei: Hier hebt ge uw schuldbekentenis; ga gauw zitten en schrijf: vijftig.
1kronieken 26:24
Sebuël, de zoon van Gersom, de zoon van Mozes, was de hoogste beheerder van de schatten.
1kronieken 26:21
Jechiëli, de zoon van Ladan, de Gersoniet, en hoofd van de familie;
1kronieken 26:32
Ook de broeders van Jeria waren mannen van aanzien, tezamen zevenentwintighonderd familiehoofden. Koning David belastte hen met het bestuur van de Rubenieten, de Gadieten en half Manasse, voor alles wat de dienst van God en die van de koning betrof.
1kronieken 26:29
Van de Jisharieten waren Kenanja en zijn zonen buiten de tempel werkzaam, als ambtenaren en rechters over Israël.
1kronieken 26:22
verder de zonen van Jechiëli: Zetam en zijn broer Joel, die het toezicht hadden op de schatten in het huis van Jahwe.
1kronieken 26:23
Uit de families van Amram, Jishar, Chebron en Uzziël waren het de volgende:
1kronieken 26:25
Zijn neef, de zoon van Eliezer, was Rechabja, diens zoon was Jesaja, diens zoon Joram, diens zoon Zikri, diens zoon Selomit.
1kronieken 26:27
Uit de oorlogsbuit hadden ze die gewijd tot verrijking van het huis van Jahwe.
1kronieken 26:31
Van de Chebronieten was Jeria het hoofd. Wat de geslachten en families van de Chebronieten betreft: in het veertigste jaar van de regering van David bleek bij een bevolkingsonderzoek dat ze in Jazer van Gilead mannen van aanzien hadden.
1kronieken 26:28
Ook stond alles wat de ziener Samuël, Saul, de zoon van Kis, Abner, de zoon van Ner, en Joab, de zoon van Seruja, of wie dan ook als wijgeschenk geofferd hadden, onder toezicht van Selomit en diens broeders.
1kronieken 26:30
Van de Chebronieten waren Chasabja en zijn broeders, zeventienhonderd mannen van aanzien, belast met het bestuur van Israël in het gebied ten westen van de Jordaan, voor alles wat de verering van Jahwe en de dienst van de koning betrof.
1kronieken 26:26
Deze Selomit had met zijn broeders het toezicht op de wijgeschenken van koning David, de familiehoofden, de oversten van duizend en van honderd, en de legeroversten.
Lucas 21:1
DE PENNING VAN DE WEDUWE
Toen Hij opkeek, zag Hij de rijken hun gaven in de offerkist werpen,
Lucas 12:13
RIJKDOM EN DWAASHEID
Uit het volk zei iemand tegen Hem: ’Meester, zeg aan mijn broer, dat hij de erfenis met mij deelt.’
Psalm 119:76
Laat dan uw genade mijn troost zijn, naar uw woord het belooft aan uw knecht.

Psalm 119:75
Heer uw rechtsbestel weet ik rechtvaardig: het blijft waarheid als Gij mij beproeft.
Lucas 20:38
Hij is toch geen God van doden, maar van levenden, want voor Hem zijn allen levend.’
Mattheus 6:23
Is echter uw oog slecht, dan is heel uw lichaam duister. Indien dus zelfs uw innerlijk licht duister is, hoe erg zal dan de duisternis zijn!
Spreuken 19:15
Luiheid veroorzaakt diepe slaap en een leegloper moet honger lijden.
Spreuken 19:13
Een dwaze zoon is een ramp voor zijn vader en het geruzie van een vrouw is een druppelend lek.
Lucas 21:2
maar Hij zag ook een behoeftige weduwe die er twee penningen inwierp.
Psalm 24:1
Van David.
Een psalm.
Van de Heer is de aarde en al wat zij draagt,
de wereld en wie haar bevolken:
Psalm 119:73
Mij maakten, mij vormden uw handen; leer Gij mij dan onderscheiden: dat ik uw geboden verstaan mag.
Genesis 36:6-7
Esau nu verliet zijn broer Jakob, met zijn vrouwen, zonen en dochters en al zijn huisgenoten, met zijn bezittingen, met al zijn vee en alle eigendommen die hij in Kanaän verworven had, en trok naar een ander land. 7Hun bezit was zo groot, dat zij niet bij elkaar konden blijven; het land waar ze rondzwierven, kon hen en hun kudden niet onderhouden.

1 koningen 10:14
Het inkomen van Salomo bedroeg per jaar zeshonderdzestig talenten aan goud,
1 koningen 10:15
niet meegerekend de tolgelden der handelaren, de handelsrechten der kooplieden en wat al de koningen van Arabie en de stadhouders van het land opbrachten.
Jeremia 48:7
Ge hebt al uw vertrouwen gesteld op uw vestingen, daarom worden ze ingenomen: Kemos gaat de ballingschap in met zijn priesters en edelen.
Efesiërs 2:4
Maar God, die rijk is aan erbarming, heeft wegens de grote liefde waarmee Hij ons heeft liefgehad,
2 kronieken 9:13
Het inkomen van Salomo bedroeg per jaar zeshonderdzesenzestig talenten goud,
Genesis 13:2
Abram was een rijk man die zeer veel vee, zilver en goud bezat.
Genesis 26:14
Hij bezat kudden schapen en runderen, en zoveel knechten dat de Filistijnen afgunstig op hem werden.
1 Petrus 2:7
Kostbaar, dat geldt voor u die gelooft. Maar voor de ongelovigen geldt: De steen die de bouwers hebben afgekeurd, die is de hoeksteen geworden,
Lucas 16:21
Hij had graag zijn honger gestild met wat er van de tafel van de rijke op de grond viel,
maar nee, de honden kwamen en likten aan zijn zweren
Prediker 4:8
Iemand staat alleen, hij heeft geen zoon of geen broer; niemand heeft hij naast zich. Toch zwoegt hij zonder ophouden en is met zijn rijkdom nooit tevreden. Voor wie beul ik me eigenlijk af en ontzeg ik mij zoveel goede dingen? Ook dat is ijdel, een zinloos gedoe.

Job 34:19
Machthebbers ziet Hij niet naar de ogen, een rijke is niet meer dan een arme, alleen immers zijn het werk van zijn handen.
Jesaja 51:2
Ziet op naar Abraham, uw vader, en naar Sara, die u heeft gebaard; toen Ik hem riep, was hij immers alleen, maar Ik heb hem gezegend en vermenigvuldigd.
Efesiërs 3:8
Aan mij, (gwenovitch) de allerminste van alle heiligen, is de genade gegeven de heidenen de ondoorgrondelijke rijkdom van de Christus te verkondigen,
Nahum 2.9
Nineve is als een waterbekken, waaruit het water wegloopt.’ Staat stil! Staat toch stil!’ Maar niemand keert zich om.
2 koningen 20:13
Hizkia ontving hen en toonde hun heel zijn schatkamer, het zilver en het goud, het reukwerk en de kostbare olie, het tuighuis en alles wat er in zijn voorraadkamers lag opgeslagen. Er was in zijn paleis en in heel zijn rijk geen ding, dat Hizkia hun niet had laten zien.
Genesis 13:5
Ook Lot, die met Abram was meegekomen, bezat schapen, runderen en tenten.
1 Korintiërs 1:30
Dankzij Hem zijt gij in Christus Jezus, die van Godswege heel onze wijsheid is geworden, onze gerechtigheid, heiliging en verlossing.
Spreuken 23:3
Wees niet begerig naar zijn lekkernijen, want het is een maaltijd waar bedrog in steekt.
Lucas 18:29
Jezus antwoordde: ’Voorwaar Ik zeg u: er is niemand die huis of vrouw, broers, ouders of kinderen omwille van het Rijk Gods heeft prijsgegeven,

Job 1:3
hij bezat zevenduizend stuks kleinvee, drieduizend kamelen, vijfhonderd span runderen, vijfhonderd ezelinnen, en zeer veel slaven en slavinnen: hij was de rijkste man van heel het Oosten.
Jesaja 60:16
De melk der volken zult gij zuigen, door koninklijke borsten gezoogd. Dan zult gij erkennen dat Ik, Jahwe, uw redder ben, uw verlosser, de Sterke van Jakob.
Jeremia 46:20
Egypte leek op een prachtige vaars, waar horzels uit het noorden op afkomen.
Genesis 24:35
Jahwe heeft mijn meester overvloedig gezegend, zodat hij rijk is. Hij heeft hem schapen en runderen, zilver en goud, slaven en slavinnen, kamelen en ezels geschonken.
Jakobus 2:5
Luistert, lieve broeders: God heeft de armen naar de wereld uitverkoren om rijk te zijn in het geloof en erfgenamen van het koninkrijk dat Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben
(hier op de site mee tot vrijwilliger word geroepen door onze heer onze god).
Hooglied 7:8
Je gestalte is zo slank als een palm, je borsten zijn als druiventrossen.
Psalm 52:7
Maar God breekt u – voorgoed. Zijn greep trekt u de tent uit; reeds heeft Hij u ontworteld: rukt u uit de aarde los.
Haggai 2:8
Aan Mij behoort het zilver, aan Mij behoort het goud, zo luidt de godsspraak van Jahwe van de legerscharen.
Ester 1:4
hoe hij de rijkdom en de luister van zijn koningschap en de stralende pracht van zijn majesteit ten toon spreidde, vele dagen achtereen, honderdentachtig dagen.

Lucas 16:28
want ik heb nog vijf broers; (in geloof) laat hij hen waarschuwen, opdat zij niet eveneens in deze plaats van pijniging terecht komen.
Lucas 16:27
De rijke zei: Dan vraag ik u, vader, dat gij hem naar het huis van mijn vader wilt sturen,
Lucas 16:19
Er was eens een rijk man die in purper en fijn linnen gekleed ging en iedere dag uitbundig feestvierde,
Lucas 16:29
Maar Abraham sprak: Zij hebben Mozes en de profeten; laat ze naar hen luisteren.
Jesaja 53:9
Men gaf hem een graf bij de boosdoeners, en bij de rijken een laatste rustplaats, hoewel hij geen onrecht heeft begaan en er in zijn mond geen bedrog is geweest.
(god kent zijn apostellen in de minste heilige als gwenovitch hebben ze de steen verworpen maar de god werd de hoeksteen in zijn besluit)
Lucas 16:22
Nu gebeurde het dat de arme stierf en door de engelen in de schoot van Abraham werd gedragen. De rijke stierf ook en kreeg een eervolle begrafenis.
2 kronieken 1:15
Dank zij het beleid van de koning werden zilver en goud in Jeruzalem zo gewoon als stenen, en cederhout zag men er als sycomoren in de Sefela.
Spreuken 23:1
Als gij neerzit om met een heerser te eten, wees dan voorzichtig met wat voor u staat.
Lucas 19:2
poogde een zekere Zacheüs, hoofdambtenaar bij het tolwezen en een rijk man,
Prediker 1:16
Ik zei bij mezelf: Ik heb nu meer wijsheid verworven dan al mijn voorgangers in Jeruzalem. Overvloed van wijsheid en kennis heb ik opgedaan.

1 koningen 10:23
Zo overtrof koning Salomo alle koningen der aarde in rijkdom en wijsheid,
Genesis 50:8
verder heel de familie van Jozef, zijn broers en de familie van zijn vader. Alleen de kleine kinderen en de schapen en runderen lieten zij in Gosen achter.
Exodus 10:9
Mozes antwoordde: `Wij gaan met onze kinderen en grijsaards, met onze zonen en dochters, met ons kleinvee en onze runderen. Want wij vieren een pelgrimsfeest ter ere van Jahwe.’
Lucas 16:30
LAZARUS EN DE RIJKE
Maar hij zei: Och neen, vader Abraham! Maar als er een uit de doden naar hen toegaat, zullen ze zich bekeren.
Openbaring 3:18
LAODICÉA
Volg mijn raad en koop van Mij goud, in vuur gelouterd, om rijk te worden, en witte kleren om u te bekleden en de schande van uw naaktheid te bedekken, en zalf om op uw ogen te strijken, zodat gij weer ziet.
Jesaja 60:11
Uw poorten zullen altijd open staan, bij dag noch bij nacht ooit worden gesloten, zo kunnen de volken u rijkdommen brengen, door hun vorsten geleid.
Jesaja 60:13
De glorie van de Libanon zal tot u komen, cypressen, olmen en buksbomen, alle bijeen, om mijn heilige plaats luister bij te zetten, om de plaats van mijn voeten heerlijk te maken.
2 kronieken 9:27
Dank zij het beleid van de koning was het zilver in Jeruzalem zo gewoon als stenen, en cederhout zag men er als sycomoren in de Sefela.

2 kronieken 9:9
Toen schonk zij aan de koning honderdtwintig talenten goud en reukwerken in zeer grote hoeveelheid, alsook kostbare stenen. Nooit meer is er zoveel reukwerk aangevoerd als de koningin van Seba toen aan koning Salomo geschonken heeft.
Lucas 10:42
MARIA EN MARTA
Slechts een ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen, en het zal haar niet ontnomen worden.’
Efesiers 1:7
HYMNE
in wie wij de verlossing hebben door zijn bloed,
de vergeving van de zonden,
dankzij de rijkdom van zijn genade.
(genade van gwenovitch die van de heer komt en terug keert
hier op de website, god zij dat het goed was)
Mattheus 19:16
DE RIJKE JONGEMAN
Eens kwam iemand naar Hem toe om te vragen: “Meester, wat voor goed moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?”
Lucas 18:23
Maar toen hij dat hoorde, was hij zeer ontdaan, want hij was heel rijk.
Lucas 18:18
Een aanzienlijk man stelde Hem deze vraag: ’Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?’
Lucas 18:21
Hij gaf Hem ten antwoord: ’Dat alles heb ik onderhouden van mijn jeugd af.’
Lucas 18:19
Jezus antwoordde: ’Waarom, noemt ge Mij goed? Niemand is goed dan God alleen.

Jesaja 60:12
Want het volk en het koninkrijk dat u niet dient zal ten onder gaan, en de volken zullen worden verdelgd.
Johannes 1:45
ROEPING VAN DE EERSTE LEERLINGEN
Filippus ontmoette Natanaël en zei hem: “Degene over wie Mozes in de Wet geschreven heeft en ook de profeten, Hem hebben wij gevonden: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret.”
2 kronieken 9:24
Zij brachten allen geschenken mee, zilveren en gouden voorwerpen, gewaden, wapens, reukwerken, paarden en muildieren. En dit geschiedde jaar in, jaar uit.
Deuternomium 33:19
Zij nodigen hun verwanten naar de berg, waar zij passende offers brengen Zij halen rijkdom uit de zee, verborgen schatten uit het zand.
Ezechiel 27:33
Ver over zee voerde u uw koopwaar en verzadigde er de volken mee. Met u schatten en uw goederen maakte u de koningen der aarde rijk.
2 kronieken 9:22
Zo overtrof koning Salomo alle koningen der aarde in rijkdom en wijsheid,
Mattheus 8:10
Toen Jezus dit hoorde, stond Hij verwonderd en zei tot hen die Hem volgden: “Voorwaar Ik zeg u: Bij niemand in Israël heb Ik een zo groot geloof gevonden.
Kolossenzen 2:3
in wie alle schatten van wijsheid en kennis verborgen liggen.
Mattheus 13:45
Ook gelijkt het Rijk der hemelen op een koopman, op zoek naar mooie parels.
Psalm 144:14
onze runderen zwaar zijn van dracht. En geen bres zij er en geen scheur, geen noodgeschrei in onze straten.
Lucas 18:20
DE RIJKE JONGEMAN
Ge kent de geboden: Gij zult geen echtbreuk plegen, gij zult niet doden, gij zult niet stelen, gij zult niet vals getuigen, eer uw vader en uw moeder.’
Genesis 24:25
Zij voegde er aan toe: `Stro en voer hebben wij in overvloed, en er is ook plaats om te overnachten.’
Mattheus 19:19
DE RIJKE JONGEMAN
eer uw vader en uw moeder en gij zult uw naaste beminnen als uzelf.”
2 kronieken 9:21
Want de Tarsisschepen, de schepen van de koning die met de dienaren van Churam op Tarsis voeren, liepen eens in de drie jaar binnen met goud en zilver, ivoor, apen en pauwen.
Spreuken 31:9
open uw mond en geef een rechtvaardig oordeel en verschaf recht aan de armen en noodlijdenden.
Jesaja 58:7
Is vasten niet dit: uw brood delen met wie honger heeft; arme zwervers opnemen in uw huis; een naakte kleden die gij ziet en u niet onttrekken aan de zorg voor uw broeder?
Deuternomium 15:11
Armen zullen er altijd blijven in het land; juist daarom gebied ik u: doe uw beurs wijd open voor uw behoeftige en arme landgenoot.
Spreuken 21:13
Wie zijn oor gesloten houdt voor de kreet van de arme, hij zal ook zelf eens roepen en geen antwoord krijgen.
Spreuken 28:27
Hij die aan de arme geeft, lijdt geen gebrek, maar wie zijn ogen voor hem sluit, wordt zwaar vervloekt.

Spreuken 31:8
Open uw mond voor de stomme, voor het recht van hulpelozen;
Spreuken 13:18
Armoede en schande treffen hem die vermaningen veronachtzaamt, maar wie terechtwijzingen aanvaardt wordt geëerd.
Spreuken 24:31-32
En jawel! Er groeiden alleen maar distels en onkruid bedekte de grond; zijn stenen muur was ingestort.
32Ik bekeek het, ik dacht erover na, Ik zag het en ik trok er lering uit:
Spreuken 24:30
Ik kwam langs de akker van een luiaard en langs de wijngaard van iemand zonder verstand.
Spreuken 14:31
Wie een arme onderdrukt, beledigt diens Maker: wie zich over een noodlijdende ontfermt, brengt Hem eer.
Spreuken 23:21
want die drinkers en die eters worden arm en de slaap hult hen in lompen.
Mattheus 13:46
Toen hij een parel van grote waarde had gevonden, ging hij alles verkopen wat hij bezat en kocht haar.
Mattheus 10:18
TE VERWACHTEN VERVOLGINGEN
Gij zult voor stadhouders en koningen gebracht worden omwille van Mij, om zo ten overstaan van hen en de heidenen getuigenis af te leggen.
Mattheus 19:17
DE RIJKE JONGEMAN
Hij zeide hem: “Waarom wilt ge van Mij weten wat goed is? Een slechts is er goed. Als gij het Leven wilt binnengaan, onderhoud dan de geboden.”

Mattheus 19:20
“Dat heb ik allemaal onderhouden”, verklaarde de jongeman,“waar schiet ik nog tekort?”
Mattheus 19:18
“Welke?” vroeg hij. Jezus antwoordde: “De bekende: Gij zult niet doden, gij zult geen echtbreuk plegen, gij zult niet stelen, gij zult niet vals getuigen,
Lucas 16:26
LAZARUS EN DE RIJKE
Daarenboven gaapt er tussen ons en u voorgoed een wijde kloof, zodat er geen mogelijkheid bestaat, zelfs als men het zou willen, van hier naar u te gaan noch van daar naar ons te komen.
Mattheus 10:19
TE VERWACHTEN VERVOLGINGEN
Maakt u echter, wanneer men u overlevert niet bezorgd over het hoe of wat van uw spreken: op dat ogenblik zal u worden ingegeven wat gij moet zeggen.
Zacharias 9:3
Tyrus heeft zich een vesting gebouwd en zilver heeft het bijeengebracht als stof, goud als slijk in de straten.
Mattheus 5:8
Zalig de zuiveren van hart,
want zij zullen God zien.
Jacobus 2:2
Ik bedoel dit: veronderstel, er treedt in uw samenkomst een man binnen, keurig gekleed en met gouden ringen aan zijn vingers, en tegelijkertijd komt er ook een arme aan in schamele kleren;
Mattheus 10:21
TE VERWACHTEN VERVOLGINGEN
De ene broer zal de andere overleveren om hem te laten doden, de vader zijn kind; de kinderen zullen opstaan tegen hun ouders en hen ter dood doen brengen.

Ezechiël 28:4
Door uw wijsheid en behendigheid hebt ge rijkdommen verworven en goud en zilver vergaard in uw schatkamers.
Sefanja 1:18
Hun zilver en hun goud kunnen hen niet redden op de dag van Jahwe’s toorn. Door het vuur van zijn na-ijver wordt heel de aarde verslonden, want Hij gaat vernietiging brengen, gruwelijke vernietiging, over al de bewoners der aarde.
Lucas 16:25
LAZARUS EN DE RIJKE
Maar Abraham antwoordde: Mijn zoon, herinner u hoe gij tijdens uw leven uw deel van het goede hebt gekregen en op gelijke manier Lazarus het kwade; daarom ondervindt hij nu hier de vertroosting, maar wordt gij gefolterd.
2 kronieken 9:20
Al het drinkgerei van koning Salomo was van goud. Ook al het vaatwerk van het huis’ Libanonwoud’ was van zuiver goud. Zilver was in de tijd van Salomo niet in tel.
Mattheus 10:20
TE VERWACHTEN VERVOLGINGEN
Want niet gij zijt het die spreekt, maar door u spreekt dan de Geest van uw Vader.
Lucas 16:23
In de onderwereld, ten prooi aan vele pijnen, sloeg hij zijn ogen op en zag van verre Abraham, en Lazarus in diens schoot.
Filippenzen 3:8
DE WEG VAN DE CHRISTEN
Sterker nog, ik beschouw alles als verlies, want mijn Heer Christus Jezus kennen gaat alles te boven. Om Hem heb ik alles prijsgegeven. Om Christus houd ik alles zelfs voor vuilnis, als het erom gaat Hem te winnen
Lucas 18:22
DE RIJKE JONGEMAN
Toen Jezus dit hoorde, zei Hij tot hem: ’Toch ontbreekt u één ding: verkoop alles wat ge bezit en deel het uit aan de armen; daarna zult ge een schat bezitten in de hemel. En kom dan terug om Mij te volgen.’
Amos 4:1
Hoort dit woord, gij koeien van Basan daar op Samaria’s berg, gij die de geringen verdrukt, die de armen vertrapt en tot uw mannen zegt: ’Breng ons te drinken!’
2 kronieken 9:1
Salomo’s faam was ook doorgedrongen tot de koningin van Seba. Zij kwam in Jeruzalem aan met een zeer grote stoet kamelen, beladen met reukwerken, zeer veel goud en kostbare stenen, om hem met raadsels op de proef te stellen. Zij werd tot Salomo toegelaten en legde hem alles voor wat zij in de gedachte had.
Lucas 16:31
LAZARUS EN DE RIJKE
Hij echter sprak tot hem: Als ze naar Mozes en de profeten niet luisteren, zullen ze zich ook niet laten overreden, als er iemand uit de doden opstaat.’
Exodus 12:32
Neem ook al uw kleinvee en runderen mee, zoals u gevraagd hebt. Ga weg en smeek ook voor mij zijn zegen af.’
Mattheus 10:17
TE VERWACHTEN VERVOLGINGEN
Neemt u in acht voor de mensen. Zij zullen u overleveren aan de rechtbanken en u geselen in hun synagogen.
Ezechiël 28:5
Door uw koopmanstalent hebt ge uw bezit vergroot en zo bent ge trots geworden op uw rijkdom.
( zie cursus: 03 financieel boekrol – financieel (klik hier) om minder van je bezit te houden maar dienstbaar te zijn met de liefde uit uw hart gekregen van de heer zijn rijk in alle dingen rondom)
1 koningen 10:10
Zij gaf de koning honderdtwintig talenten goud, zeer veel reukwerk en ook kostbare stenen. Nooit meer is er zoveel reukwerk aangevoerd als de koningin van Seba toen aan koning Salomo heeft geschonken.
1 koningen 10:27
Dank zij het beleid van de koning was het zilver in Jeruzalem zo gewoon als stenen, en cederhout zag men er als moerbeivijgen in de Sefela.
Mattheus 10:22
TE VERWACHTEN VERVOLGINGEN
Ge zult een voorwerp van haat zijn voor allen omwille van mijn Naam.
(omdat ze de liefde niet begrijpen van god)
Wie echter ten einde toe volhardt, hij zal gered worden.
Daniël 12:2
En velen van hen die slapen in het land van het stof, zullen ontwaken, sommigen om eeuwig te leven, anderen om de smaad van een eeuwige schande te ondervinden.
Spreuken 31:17
Zij omgordt haar lenden met kracht en maakt haar armen sterk.
Spreuken 31:15-16
Zij staat op terwijl het nog nacht is en deelt leeftocht uit aan haar gezin en geeft haar dienstmaagden het deel dat hen toekomt.
16Zij slaat het oog op een akker en koopt die, van de vrucht van haar handen plant zij een wijngaard.
Spreuken 31:14
Zij is als het schip van een koopman en haalt van verre haar voedsel.
Spreuken 31:18
Zij merkt dat haar ondernemingen slagen: ’s nachts gaat haar lamp niet uit.
Numeri 32:4
het land dat Jahwe voor de ogen van de gemeenschap van Israël heeft veroverd, is een goed land voor het vee en uw dienaren bezitten vee.
2 korentiers 4:9
VERTROUWEN BIJ ALLE WEDERWAARDIGHEDEN
wij worden opgejaagd maar niet in de steek gelaten; wij worden neergeveld maar gaan er niet aan dood.
2 korentiers 4:8
Wij worden aan alle kanten bestookt, maar raken toch niet klem; wij zien geen uitweg meer, maar wij zijn nooit ten einde raad;

Genesis 28:22
En deze steen, die ik als heilige steen opricht, zal het huis van God zijn; en van alles wat Gij mij schenkt, zal ik u tienden geven.’
Psalm 4:7
Steeds heet het: ’wie biedt ons uitzicht?’
Doe Gij opgaan over ons uw lichtend aanschijn, Jahwe;
Deuteronomium 28:12
Jahwe zal de rijke schatkamer van de hemel voor u openen om uw land op tijd regen te geven en al uw ondernemingen te zegenen, zodat gij aan veel volken kunt lenen, maar zelf niet behoeft te lenen.
Prediker 7:11
Wijsheid is beter dan bezit, iedereen die de zon ziet heeft daar baat bij.
2 Korintiërs 9:14
Bovendien zullen zij God voor u bidden, wel genegen als zij u zijn om de overvloedige genade die Hij u bewezen heeft.
Maleachi 3:12
Dan zullen alle volken u gelukkig prijzen, omdat gij een begenadigd land zult zijn, zegt Jahwe van de machten. op de Dag van Jahwe
Marcus 12:44
DE PENNING VAN DE WEDUWE
allen wierpen ze er iets in van hun overvloed, maar zij offerde van haar armoe al wat ze bezat, alles waar ze van leven moest.”
2 Korintiërs 8:14
Voor het ogenblik vult uw overvloed hun gebrek aan, een ander maal zal hun overvloed uw gebrek verhelpen. Zo ontstaat het evenwicht
Prediker 11:5
Evenmin als je weet hoe in de moederschoot het leven ontstaat, evenmin weet je iets van het werken van God, de maker van alles.

Marcus 12:43
DE PENNING VAN DE WEDUWE
Hij riep nu zijn leerlingen bij zich en sprak: “Voorwaar, Ik zeg u: die arme weduwe heeft het meest geofferd van allen die iets in de offerkist wierpen;
2 Korintiërs 8:13
Het is niet de bedoeling dat gij door anderen te ondersteunen uzelf in verlegenheid brengt. Er moet een zeker evenwicht tot stand komen.
Deuteronomium 15:10
Geef met milde hand en met een blij gemoed. Als gij dat doet, zal op al het werk dat gij onderneemt de zegen rusten van Jahwe uw God.
2 Korintiërs 9:15
God zij gedankt voor zijn onuitsprekelijke gave!
2 Korintiërs 8:3
Want zij hebben naar vermogen gegeven; ik moest eigenlijk zeggen, boven hun vermogen.
2 Korintiërs 8:2
Door verdrukkingen zwaar beproefd verheugden zij zich bovenmate en hun bittere armoede werd over rijk in mildheid.
Mattheus 6:34
HET AARDSE IN VERGELIJKING MET HET HEMELSE
Maakt u dus niet bezorgd voor de dag van morgen, want de dag van morgen zorgt voor zichzelf. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen leed.
2 Korintiërs 12:9
Maar Hij antwoordde mij: “Je hebt genoeg aan mijn genade. Kracht wordt juist in zwakheid volkomen.” Dus zal ik het liefst van alles roemen op mijn zwakheden. Dan zal de kracht van Christus in mij wonen.
Mattheus 6:25
HET AARDSE IN VERGELIJKING MET HET HEMELSE
Daarom zeg Ik u: Weest niet bezorgd voor uw leven, wat ge zult eten en wat ge zult drinken, en ook niet voor uw lichaam, wat ge zult aantrekken. Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam niet meer dan de kleding?
Filippenzen 4:13
Alles vermag ik in Hem die mij kracht geeft.
Mattheus 6:27
HET AARDSE IN VERGELIJKING MET HET HEMELSE
Trouwens, wie van u is in staat met al zijn tobben aan zijn levensweg een el toe te voegen?
Mattheus 6:26
HET AARDSE IN VERGELIJKING MET HET HEMELSE
Let eens op de vogels in de lucht: ze zaaien niet en maaien niet en verzamelen niet in schuren, maar uw hemelse Vader voedt ze. Zijt gij dan niet veel meer dan zij?
1 Petrus 1:7
Die dienen om de deugdelijkheid van uw geloof te bewijzen, dat zoveel kostbaarder is dan vergankelijk goud, dat toch ook door het vuur gelouterd wordt. Dan zal, wanneer Jezus Christus zich openbaart, lof, heerlijkheid en eer uw deel zijn.
Mattheus 6:30
HET AARDSE IN VERGELIJKING MET HET HEMELSE
Als God nu het veldgewas dat er vandaag nog staat en morgen in de oven wordt geworpen, zo kleedt, hoeveel te meer dan u, kleingelovigen?
Hebreeën 13:4
Het huwelijk is iets kostbaars; laten we het allen in ere houden en de trouw respecteren. Gods oordeel zal komen over on tuchtigen en echtbrekers.
Mattheus 6:28-29
HET AARDSE IN VERGELIJKING MET HET HEMELSE
En wat maakt gij u zorgen over kleding? Kijkt naar de leliën in het veld: hoe ze groeien. Ze arbeiden noch spinnen. 29Toch zeg Ik u: Zelfs Salomo in al zijn pracht was niet gekleed als een van hen.
Spreuken 2:5
dan zult gij de vrees voor Jahwe verstaan en vindt gij de kennis van God.
Spreuken 18:22
Wie een vrouw vindt, vindt het geluk en ontvangt een gunst van Jahwe.
Spreuken 2:4
als gij ernaar zoekt als naar zilver en speurt als naar verborgen schatten,
Lucas 6:38
WEEST BARMHARTIG
Geeft, en u zal gegeven worden; een goede, gestampte, geschudde en overlopende maat zal men u in de schoot storten. De maat die gij gebruikt, zal men ook voor u gebruiken.’
Spreuken 2:3
ja, als gij de schranderheid tot u roept en tot het inzicht uw stem verheft,
1 Petrus 1:6
Dan zult gij juichen, ook al hebt gij nu, als het zo moet zijn, voor een korte tijd te lijden onder allerlei beproevingen.
Psalm 34:10
Vreest de Heer, gij die Hem zijt gewijd, die Hem vrezen – hun zal niets ontbreken.
Psalm 119:37
Wend mijn oog af van al wat geen zin heeft; geef, langs uw weg, mij werkelijk leven.
2 korentiers 8:7
Welnu, gij munt reeds in zoveel opzichten uit, in geloof, welsprekendheid, kennis, in ijver op alle gebied, in uw liefde voor ons (gwenovitch en johannes); laat dan ook dit liefdewerk uitmuntend slagen!
2 Korintiërs 8:5
Zij gaven meer dan wij durfden hopen; zij gaven zichzelf, in de eerste plaats aan de Heer, maar dan ook, door Gods wil, aan ons.
Psalm 119:36
Doe mijn hart naar uw uitspraken uitgaan en houd het van winstbejag ver.
(zie cursus 03 financieel boekrol – financieel (klik hier) over de giften spaarrekening)
Spreuken 22:9
Iemand met een vriendelijk oog wordt gezegend, want hij geeft van zijn brood aan de arme.
Prediker 7:14
Heb je een goede dag, geniet ervan. Heb je een kwade dag, bedenk dan dat God ook die gemaakt heeft. Hij wil eenvoudig niet dat de mens achterhaalt wat de volgende brengt.
Marcus 12:42
DE PENNING VAN DE WEDUWE
Er kwam ook een arme weduwe, die er twee penningen, ter waarde van een cent in wierp.
Lucas 18:27
Hij sprak: ’Wat niet in de macht der mensen ligt, ligt wel in die van God.’
2 Korintiërs 8:11
Voltooit nu uw werk en laat het resultaat beantwoorden aan uw edelmoedigheid, naar de middelen waarover gij beschikt.
Mattheus 23:23
Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars! Gij betaalt wel tienden van munt, anijs en komijn, maar het gewichtigste van de Wet: rechtvaardigheid, barmhartigheid en trouw verwaarloost ge. Het ene moet men doen en het andere niet nalaten.
Prediker 11:6
Begin in de morgen te zaaien en gun je hand tot de avond geen rust. Je weet immers niet of het de ene keer lukt of de andere, of dat het beide keren goed uitvalt.
(zie cursus zaaien met de heer (nog aan het werken aan)
Marcus 12:41
DE PENNING VAN DE WEDUWE
Hij ging tegenover de offerkist zitten en keek toe, hoe het volk koperstukken daarin wierp, terwijl menige rijke er veel in liet vallen.
Jesaja 33:6
Hij geeft duurzaamheid aan uw leven, wijsheid en kennis zijn een reddende schat, de vrees voor Jahwe is de rijkdom van Sion.
Spreuken 12:11
Wie zijn land bewerkt heeft volop te eten, maar wie nietigheden najaagt heeft geen verstand.
1 kronieken 29:13
Daarom, onze God, prijzen wij U en loven wij uw luisterrijke naam.
Lucas 12:27-28
Let eens op de bloemen, hoe zij groeien; zij spinnen noch weven. Toch zeg Ik u: zelfs Salomo in al zijn pracht was niet gekleed als een van hen.
28Als God nu het veldkruid, dat er vandaag nog staat en morgen in de oven wordt geworpen, zo kleedt, hoeveel te meer dan u, kleingelovigen?
Maleachi 3:8
Een mens mag God toch niet bestelen? En toch, gij besteelt Mij. Gij vraagt: ’Hoe bestelen wij u dan?’ In de tienden en de verplichte bijdragen.
2 Korintiërs 9:12
Zulk een spontane dienst voorziet niet alleen in de noden van de heiligen, hij wordt ook een overvloedige bron van dankzegging aan God.
2 Timoteüs 3:2
De mensen zullen zelfzuchtig zijn en geldzuchtig, arrogant en hovaardig, lasteraars, ongehoorzaam aan hun ouders, ondankbaar, onverschillig,
1 Timotheüs 5:8
Wie niet zorgt voor eigen familie en zelfs niet voor het eigen gezin, heeft het geloof verloochend en is erger dan een ongelovige.
2 Tmotheüs 3:3
liefdeloos, onverzoenlijk, kwaadsprekend, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede,
Maleachi 3:11
Dan verjaag Ik voor u de veelvraten, zodat die de vruchten van uw akkerland niet meer kunnen vernielen en de wingerd op het veld niet onvruchtbaar voor u blijft, zegt Jahwe van de machten.
2 timoteüs 3:4
verraderlijk, vermetel, verwaand, meer aan genot dan aan God gehecht;
Maleachi 3:9
Gij zijt door de vervloeking getroffen en toch blijft gij Mij bestelen, heel het volk.
2 timoteüs 3:5
de schijn van vroomheid zullen zij ophouden, maar haar wezen verloochenen. Houd zulke mensen op een afstand.
Mattheus 6:2
Wanneer gij dus een aalmoes geeft, bazuin het dan niet voor u uit, zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat, opdat zij door de mensen geprezen worden. Voorwaar Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen.
2 korentiers 8:12
Liefdadigheid naar vermogen is welkom, er wordt niet verwacht dat iemand geeft wat hij niet heeft.
Spreuken 15:22
Waar geen overleg is falen de plannen, maar zij slagen als er veel raadgevers zijn.
Matteüs 6:3
Als gij een aalmoes geeft, laat uw linkerhand dan niet weten, wat uw rechter doet,
Matteüs 19:26
DE RIJKE JONGEMAN
Jezus keek hen aan en zei: “Dit ligt niet in de macht der mensen, maar voor God is alles mogelijk.”
Handelingen 20:35
In alles heb ik u getoond, dat men door zo te arbeiden de zwakken te hulp moet komen en dat gij de woorden van de Heer Jezus indachtig moet zijn. Hij heeft immers gezegd: Het is zaliger te geven dan te ontvangen.”
( in verhouding zou een arme meer moeten krijgen dan een rijke in verhouding om de rijkdom van de maatschappij vooruit te helpen in zijn welvaart)
Mattheüs 6:4
opdat uw aalmoes in het verborgene blijve en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.
Jacobus 4:3
En als gij bidt, krijgt ge het niet, omdat gij verkeerd bidt, met de bedoeling namelijk om wat ge krijgt uit te geven voor uw boze lusten.
Lucas 6:45
Een goed mens brengt uit de schat van goedheid in zijn hart het goede tevoorschijn, maar een slechte uit zijn schat van slechtheid het slechte; want zijn mond spreekt waar zijn hart van overloopt.
(een slecht mens is altijd maar bezig over zijn bezit, om eventueel te pronken)
2 korintiërs 9:9
Zo staat er ook geschreven: Hij heeft overvloedig gegeven aan de armen, zijn milddadigheid zal immer blijven.
1 kronieken 29:11
Aan U, Jahwe, behoort de grootheid en de kracht, de luister, de roem en de majesteit, want aan U, Jahwe, behoort alles in de hemel en op de aarde. Aan U, Jahwe, behoort het koningschap, aan U, die als hoofd boven alles verheven bent.
2 tessalonicenzen 3:10
Ook toen wij bij u waren, hielden wij u telkens deze regel voor: als iemand niet wil werken, zal hij ook niet eten.
Spreuken 2:2
en uw oor dan spitst op de wijsheid en uw hart naar het inzicht keert,
Lucas 6:35
BEMINT UW VIJANDEN
Neen, bemint uw vijanden, doet goed en leent uit zonder erop te rekenen iets terug te krijgen. Dan zal uw loon groot zijn, dan zult ge kinderen zijn van de Allerhoogste, die immers ook goed is voor de ondankbaren en slechten.
Hebreeën 13:6
Daarom kunnen wij met vertrouwen zeggen:
De Heer is mijn helper,
ik heb niets te vrezen.
Wat kan een mens mij aandoen?
Spreuken 2:1
Mijn zoon, als gij mijn woorden aanneemt en mijn geboden zorgvuldig bewaart
Filippenzen 4:11
DANK VOOR DE GAVEN
Ik zeg dit niet omdat ik tekort kom, want ik heb geleerd in alle omstandigheden mijzelf genoeg te zijn.
(dank voor de gaven zie “gave van de heer klik hier”)
2 Korintiërs 8:4
Uit eigen beweging en met grote aandrang smeekten zij ons om de gunst, deel te mogen nemen aan de ondersteuning van de heiligen.
Psalm 39:7
slechts een schaduw de baan die hij gaat: als een zucht is het leven vervluchtigd. Men vergaart – en wie gaat ermee heen?
2 Korintiërs 9:13
Door dit bewijs van hulpvaardigheid (van gwenovitch) zullen zij God gaan verheerlijken om uw gehoorzame belijdenis van het evangelie van Christus en uw gulle gemeenschap met hen en alle anderen. (hier op de website te verspreiden onder de vrijwilligers die mee in de boot stappen met jezus)
Handelingen 4:34
Er was geen enkele noodlijdende onder hen, omdat allen die landerijen of huizen bezaten, deze verkochten en de opbrengst ervan meebrachten
(hier op de site vragen we enkel de opbrengst van uw 3% of meer van uw spaarrekening giften van uw liefde voor de heer te verheerlijken in zijn naam
Spreuken 1:18
Ja, zij loeren op hun eigen bloed en belagen hun eigen leven.
(bid voor de priesters zodat wij hier op de website met onze droom klik hier
een beter bestaan kunnen geven naar een vredevolle samenleving)
Spreuken 17:18
Een mens zonder verstand geeft handslag en blijft borg voor zijn naaste.
1 Korintiërs 16:1
COLLECTE EN REISPLANNEN
Wat de collecte voor de heiligen betreft: volgt de regel die ik voor de kerken van Galatië heb vastgesteld.

Prediker 4:6
Maar: beter een handjevol rust dan handenvol zwoegen en grijpen naar wind.
Spreuken 10:3
Jahwe laat de rechtvaardige geen honger lijden, maar Hij verzet zich tegen de begeerte van de zondaars.
Spreuken 11:18
De zondaar krijgt een bedrieglijke winst, maar wie gerechtigheid zaait, oogst een betrouwbaar loon.
Spreuken 12:9
Beter een onaanzienlijk man, maar met een knecht, dan een grootdoener die niet genoeg te eten heeft.
Jesaja 55:1
HET EEUWIG VERBOND
Komt allen die dorst hebt, hier is water; en gij, die geen geld hebt, komt, koopt koren en eet zonder geld, en drinkt zonder betaling wijn en melk.
( bid mee om eewig verbond van de heer te bewerkstelligen met onze droom klik hier om te realiseren)
Prediker 5:16
Troosteloos was zijn hele bestaan, vol ergernis, ellende en bitterheid.
Marcus 10:30
DE RIJKE JONGEMAN (gwenovitch)
of hij ontvangt nu, in deze tijd, het honderdvoudig aan huizen, broers, zusters, moeders, kinderen en akkers, zij het ook gepaard met vervolgingen, en in de toekomstige wereld het eeuwige leven.
Marcus 10:29
Jezus antwoordde: Voorwaar, Ik zeg u: er is niemand die huis, broers, zusters, moeder, vader, kinderen of akkers om Mij en om de Blijde Boodschap heeft prijsgegeven,

Haggai 1:6
Gij hebt veel gezaaid, maar ge brengt weinig binnen;
gij eet, maar ge wordt niet verzadigd;
gij drinkt, maar ge wordt er niet vrolijk van;
gij kleedt u, maar ge wordt er niet warm van;
de loonarbeider krijgt zijn loon, maar in een buidel met een gat!
(onze droom voor de heer klik hier om er mee voor te bidden met maria)
Psalm 62:12
Want eenmaal heeft God het gezegd en andermaal verstond ik (gwenovitch en ?????: ’Kracht heeft in God zijn grondslag.’
Handelingen 8:22
Leg die slechte gezindheid van je af en bid de Heer, dat die slechte gedachte je vergeven mag worden.
Lucas 16:15
DE ONRECHTVAARDIGE RENTMEESTER
Hij sprak tot hen: ’Bij de mensen doet gij uzelf als rechtvaardigen voor, maar God kent uw hart. Waar de mensen naar opzien, is in Gods ogen een gruwel.
Matteus 17:27
DE TEMPELBELASTING
Maar toch om hun geen aanstoot te geven: ga naar het meer, werp uw haak uit en grijp de eerste vis die boven komt; maak zijn bek open en gij zult een stater vinden; betaal daarmee voor Mij en voor u.”
Marcus 12:17
BELASTING AAN DE KEIZER
Daarop sprak Jezus tot hen: “Geeft dan aan de keizer wat de keizer toekomt en aan God wat God toekomt.” En ze stonden verwonderd over Hem.
Deuteronomium 26:2
dan moet gij de eerste veldvruchten die gij oogst in het land, dat Jahwe uw God u schenkt, in een korf doen en daarmee naar de plaats gaan, die Jahwe uw God zal uitkiezen om er zijn naam te vestigen.
Lucas 16:14
De farizeeën, belust op geld als zij waren, hoorden dit alles aan en lachten Hem uit.
Spreuken 20:21
Een bezit dat met gierigheid begonnen is zal zonder zegen eindigen.
Deuteronomium 8:19
En als gij Jahwe uw God vergeet, achter andere goden aanloopt, hen vereert en u voor hen neerbuigt, dan verzeker ik u heden, dat gij zult omkomen.
Prediker 5:17
Maar iets goeds heb ik toch ontdekt. Wat deugd doet is eten en drinken en van het goede genieten bij alle zwoegen en tobben onder de zon, de korte tijd die God je toemeet. Dat is het enige wat je hebt.
Spreuken 1:17
Vergeefs immers wordt het net gespannen, terwijl alle vogels het zien.
Exodus 22:25
VOORSCHRIFTEN MET BETREKKING TOT HULPBEHOEVENDEN
Als gij iemands mantel in pand neemt, dan moet ge die voor zonsondergang aan hem teruggeven.
Prediker 11:3
Als de wolken vol zitten, gieten ze regen uit over het land. Een boom kan naar het zuiden vallen of naar het noorden, maar zoals hij valt blijft hij liggen.
Spreuken 23:6
Eet niet het maal dat een gierigaard u voorzet en wees niet begerig naar zijn lekkernijen,
Spreuken 11:15
Wie borg blijft voor een vreemde is er slecht aan toe, maar wie de handslag schuwt leeft veilig.
Psalm 112:10
Die kwaad wil ziet het met afgunst. Knarsetandend vergaat hij van woede. De toeleg der bozen moet falen.
Deuteronomium 15:6
De zegen van Jahwe uw God zal o u rusten, zoals Hij beloofd heeft. Gij zult aan veel volken leningen verstrekken, maar zelf niets behoeven te lenen. Gij zult over veel volken heersen, maar zij zullen niet heersen over u.
Handelingen 5:1
Nu was er een man, Ananías genaamd, die in overleg met zijn vrouw Saffira een stuk grond verkocht.
Deuteronomium 15:4
Er zullen bij u trouwens geen armen zijn, want Jahwe uw God zal u overvloedig zegenen in het land dat Hij u (gwenovitch) in eigendom geeft,
1 Timotheüs 6:2
Zij die gelovige meesters hebben, mogen hen niet minder achten omdat zij hun broeders zijn. Zij moeten hen integendeel des te trouwer dienen, omdat zij die van hun diensten profiteren, een zijn met hen in geloof en liefde. Zo moet gij leren en vermanen.
(over de farizeeen die onze broeders zijn mogen ons niet minachten,
in onze droom klik hier om er meer over te weten te komen
Haggai 1:5
Daarom – zo spreekt Jahwe van de legerscharen – moet gij eens nadenken over de weg waarop gij u bevindt.
Haggai 1:7
Zo spreekt Jahwe van de legerscharen: Gij moet nadenken over de weg waarop gij u bevindt.
Spreuken 27:27
dan hebt gij voldoende geitenmelk als voedsel, als voedsel voor uzelf en voor uw huis en als levensonderhoud voor uw dienstmaagden.
Spreuken 27:26
dan hebt gij lammeren voor uw kleding en bokken om een akker te kopen;
Handelingen 5:5
Bij het horen van deze woorden viel Ananías neer en stierf. Een grote vrees maakte zich meester van allen die dit vernamen.
Spreuken 27:25
Als het gras verdwenen is en het nagras zich vertoont en de kruiden op de bergen zijn ingezameld,

Job 22:25
de Almachtige – Hij zal jouw goud zijn en jouw kostelijk zilver.
(hecht u niet aan uw bezit)
Mattheüs 22:21
Zij antwoordden: “Van de keizer.” Daarop sprak Hij tot hen: “Geeft dan aan de keizer wat de keizer toekomt, en aan God wat God toekomt.”
Deuteronomium 15:5
als ge tenminste gehoor geeft aan wat Jahwe uw God zegt, en al de geboden nauwgezet volbrengt die ik u heden opleg.
Deuteronomium 23:19
Bij het inlossen van uw geloften moogt ge geen hoerengeld of hondenloon in de tempel van Jahwe uw God brengen. Want van beiden heeft Hij een afschuw.
Marcus 10:28
DE RIJKE JONGEMAN
Toen nam Petrus het woord en zei: “Zie, wij hebben alles prijsgegeven om U te volgen.”
Job 23:10
Want Hij kent mijn levenswandel en weet: uit zijn loutering kom ik te voorschijn als goud.
Spreuken 10:5
Wie `s zomers een voorraad verzamelt is een wijs man, wie de oogsttijd verslaapt is een schandvlek.
1 kronieken 29:15
Wij zijn slechts vreemdelingen die als gasten bij U vertoeven, zoals al onze vaderen; ons bestaan op aarde is een schaduw, zonder enige zekerheid.
Spreuken 17:3
De smeltkroes toetst het zilver, de oven het goud, maar Jahwe toetst de harten.
Spreuken 23:7
want hij is als iemand die bij zichzelf zit te rekenen. Eet en drink! zegt hij tegen u, maar zijn hart is niet met u.
Prediker 10:19
Eten doet men voor zijn plezier en wijn brengt vreugde in het leven: voor geld is alles te krijgen.
Psalm 37:21
De bedrieger leent – en hij houdt het; de rechtvaardige, meedogend, scheldt kwijt.
Mattheüs 25:23
HET GEBRUIK VAN DE TALENTEN
Zijn meester sprak tot hem: Uitstekend, goede en trouwe dienaar, over weinig waart ge trouw, over veel zal ik u aanstellen. Ga binnen in de vreugde van uw heer.
Maleachi 3:7
Sinds de dagen van uw vaderen zijt gij van mijn voorschriften afgeweken en hebt gij ze niet onderhouden. Keert terug tot Mij, dan keer Ik terug tot u, zegt Jahwe van de machten. Gij vraagt: ’Hoe moeten wij dan terugkeren?’
Mattheüs 13:44
GIST EN BLOEM
Het Rijk der hemelen gelijkt op een schat, verborgen in een akker. Toen iemand hem vond, verborg hij hem weer, en in zijn blijdschap ging hij alles te gelde maken wat hij bezat en kocht die akker.
Lucas 14:28
ONTHECHTING
Als iemand van u een toren wil bouwen, zal hij er dan niet eerst voor gaan zitten om een begroting te maken, of hij wel genoeg bezit om hem te voltooien?
Spreuken 22:27
Waarom zoudt gij, als gij niet betalen kunt, uw bed onder u laten weghalen?
1 kronieken 29:16
Jahwe onze God, al deze rijkdom die we bijeengebracht hebben om voor uw heilige naam een huis te bouwen, komt uit uw hand; alles behoort aan U.
Lucas 14:29
ONTHECHTING
Anders zou het hem kunnen overkomen, als hij de fundering heeft gelegd en niet in staat is het werk tot een einde te brengen, dat allen die het zien hem gaan bespotten
Spreuken 6:5
maak u vrij, als een gazelle uit de strik, als een vogel uit de strik van de vogelaar.
Mattheüs 25:15
HET GEBRUIK VAN DE TALENTEN
Aan de een gaf hij vijf talenten, aan de andere twee, aan een derde een, ieder naar zijn bekwaamheid. Daarna vertrok hij.
Mattheüs 25:22
Nu trad die van de twee talenten naar voren en zei: Heer, twee talenten hebt gij mij toevertrouwd; ziehier, twee talenten heb ik erbij verdiend.
Mattheüs 25:14
Het is er mee als met de man die bij zijn vertrek naar het buitenland zijn dienaars bij zich riep om hun zijn bezit toe te vertrouwen.
Mattheüs 2:11
Zij gingen het huis binnen, zagen er het Kind met zijn moeder Maria en op hun knieën neer vallend betuigden zij het hun hulde. Zij haalden hun schatten te voorschijn en boden het geschenken aan: goud, wierook en mirre.
Lucas 14:30
en zeggen: Die man begon te bouwen maar hij was niet in staat het einde te halen.
Spreuken 6:1
Mijn zoon, als gij u borg hebt gesteld voor uw naaste, als gij een vreemde iets op handslag beloofd hebt,
Mattheüs 25:26
HET GEBRUIK VAN DE TALENTEN
Maar zijn meester gaf hem ten antwoord: Slechte en luie knecht, je wist dus dat ik oogst waar ik niet gezaaid heb en binnenhaal waar ik niet heb uitgestrooid?
Mattheüs 25:27
Daarom had je mijn geld bij de bankiers moeten uitzetten, dan zou ik bij mijn komst mijn bezit met rente teruggekregen hebben.

Spreuken 17:16
Wat baat het geld in de hand van een dwaas? Wil hij er wijsheid mee kopen zonder verstand te hebben.
2 Korintiërs 12:14
VOORBEREIDING VAN HET BEZOEK EN LAATSTE DISCUSSIES MET DE GEMEENTE
Nu sta ik klaar om voor de derde keer naar u toe te komen, en ik zal u niet tot last zijn. Het gaat mij niet om uw geld maar om uzelf: ouders moeten zorgen voor hun kinderen, niet de kinderen voor hun ouders.
Spreuken 15:27
Wie onregelmatig gewin zoekt, vernielt zijn eigen huis, maar wie de geschenken haat, zal leven.
Matteüs 25:16
HET GEBRUIK VAN DE TALENTEN
Die de vijf talenten gekregen had, ging er terstond mee werken en verdiende er vijf bij.
Matteus 25:20
Die vijf talenten gekregen had, trad naar voren en bood nog vijf talenten aan met de woorden: Heer, vijf talenten hebt gij mij toevertrouwd; ziehier, vijf talenten heb ik erbij verdiend.
Mattheüs 25:18
Maar die dat ene had gekregen, ging een gat in de grond graven en het geld van zijn heer verbergen.
Psalm 15:5
hij leent zonder rente te vragen,
neemt niets aan tegen wie in zijn recht staat.
Die aldus handelt, hij zal niet wankelen in eeuwigheid.
Matteüs 25:17
Zo verdiende ook degene die de twee gekregen had, er twee bij.
Matteüs 25:28
Neemt hem dus dat talent af en geeft het aan wie de tien talenten heeft.
Matteüs 25:24
Tenslotte trad ook die het ene talent had gekregen naar voren en zei: Heer, ik heb ervaren dat gij een hard mens zijt, die oogst waar gij niet gezaaid hebt en binnenhaalt waar gij niet hebt uitgestrooid.
Matteus 13:22
Die gezaaid werd tussen distels is hij die het woord wel hoort, maar dit wordt door de zorgen van de wereld en de begoocheling van de rijkdom verstikt en zo blijft het zonder vruchten.
(de gene die het woord van god verwerpen, hebben geen standvastig vertrouwen)
Matteus 25:19
Zo dikwijls iemand het woord van het Koninkrijk wel hoort maar niet begrijpt, komt de boze en rooft weg wat gezaaid ligt in zijn hart; dat is hij die op de weg gezaaid is.
Spreuken 6:3
doe dan het volgende, mijn zoon, en zorg dat gij weer vrij wordt, want gij zijt in de macht van uw naaste geraakt. Ja, dring aan bij uw naaste en laat hem geen rust.
2 koningen 4:7
Zij ging het vertellen aan de man Gods en deze zei: `Ga de olie verkopen en betaal uw schuldeiser; van het overschot kunt u met uw zonen leven.’
Handelingen 8:23
Ik zie dat je bitter bent als gal en in boosheid verstrikt.”
Mattheus 19:29
DE RIJKE JONGEMAN
En ieder die zijn huis, broers of zusters, vader of moeder, vrouw, kinderen of akkers heeft prijsgegeven om mijn Naam, zal het honderdvoudig terugkrijgen en eeuwig leven ontvangen.
Spreuken 6:4
Gun uw ogen geen slaap, uw oogleden geen rust;
Spreuken 22:2
Rijken en armen ontmoeten elkaar: Jahwe heeft hen allen gemaakt.

Spreuken 6:2
als gij verstrikt zijt in de woorden van uw mond, in de woorden van uw mond gevangen zit,
Psalm 37:26
Wie barmhartig steeds klaar stond tot lenen, ook zijn nageslacht ontmoet zegen.
Mattheus 25:25
Daarom was ik bang en ben uw talent in de grond gaan verbergen. Hier hebt ge uw eigendom terug.
2 koningen 4:2
Elisa vroeg haar: `Wat kan ik voor u doen? Vertel mij eens: wat hebt u in huis?’ Zij antwoordde: `Uw dienares heeft niets anders in huis dan een kruik olie.’
Mattheus 25:30
HET GEBRUIK VAN DE TALENTEN
En werpt die onnutte knecht buiten in de duisternis; daar zal geween zijn en tandengeknars.
Spreuken, 19:1
Beter een arme die onberispelijk wandelt dan een man met slinkse woorden die een dwaas is.
Handelingen 8:20
Maar Petrus gaf ten antwoord: “Wees ten ondergang gedoemd, jij met je geld, omdat je gemeend hebt de gave Gods voor geld te kunnen krijgen.
Romeinen 13:7
Geeft ieder wat hem toekomt: belasting en rechten aan wie gij belasting en rechten verschuldigd zijt, ontzag en eerbied aan wie ontzag en eerbied toekomen.
Spreuken 21:26
Hij blijft maar begeren, de hele dag door, maar de rechtvaardige geeft en is niet karig.
2 Korintiërs 8:1
DE COLLECTE VOOR JERUZALEM
Broeders, wij willen u meedelen, welk een gunst God aan de kerken van Macedonië heeft bewezen.
Spreuken 15:17
Beter een schotel groente waar liefde is dan een vetgemeste os, met haat erbij.
Deuteronomium 15:7
Is in een of andere stad van het land, dat Jahwe uw God u schenkt, een van uw broeders tot armoede vervallen, dan moet ge niet hard zijn voor uw arme broeder en uw beurs niet voor hem dichthouden.
Prediker 11:4
Wie alsmaar let op de wind komt aan zaaien niet toe, en wie naar de wolken blijft kijken komt niet tot oogsten.
1 kronieken 29:9
Het volk verheugde zich over hun vrijgevigheid, want met een onverdeeld hart hadden zij hun offer aan Jahwe gebracht; ook koning David was uitermate verheugd.
2 Korintiërs 3:5
Nogmaals, dit betekent niet dat wij uit onszelf bekwaam zijn, zodat wij ons enige verdienste kunnen toeschrijven. Heel onze bekwaamheid komt van God.
Handelingen 5:3
Daarop zei Petrus: “Ananías, waarom heeft de satan bezit genomen van uw hart, zodat ge de heilige Geest bedriegt en van de opbrengst van uw land iets achterhoudt?
1 Korintiërs 16:2
Laat ieder van u elke zondag naar vermogen iets op zij leggen en bewaren; anders beginnen de inzamelingen pas wanneer ik kom.
2 Korintiërs 4:7
VERTROUWEN BIJ ALLE WEDERWAARDIGHEDEN
Maar wij dragen deze schat in aarden potten; duidelijk blijkt dat die overgrote kracht van God komt en niet van ons.
Deuteronomium 15:8
Ge moet die integendeel wijd opendoen en hem alles lenen wat hij tekort komt.

1 kronieken 29:17
Ik weet, mijn God, dat Gij de harten op de proef stelt en welbehagen hebt in oprechtheid. Welnu, met een oprecht hart heb ik U dit alles graag gegeven en met vreugde heb ik gezien hoe uw volk hier U vrijwillig zijn gaven heeft aangeboden.
Handelingen 5:4
Bleef het soms niet uw eigendom zolang het onverkocht was, en stond ook daarna nog de opbrengst niet tot uw beschikking? Hoe is zoiets bij u opgekomen? Ge hebt niet tegen mensen gelogen, maar tegen God.”
Matteus 25:21
HET GEBRUIK VAN DE TALENTEN
Zijn meester sprak tot hem: Uitstekend, goede en trouwe dienaar, over weinig waart ge trouw, over veel zal ik u aanstellen. Ga binnen in de vreugde van uw heer.
Spreuken 22:26
Behoor niet tot degenen die handslag geven, die borg blijven voor schulden.
Jesaja 55:2
HET EEUWIG VERBOND
Waarom besteedt gij geld aan wat geen brood is, en uw loon aan iets wat niet verzadigt? Luistert aandachtig naar Mij, en gij zult eten wat goed is, en uw honger stillen met uitgelezen spijs.
Spreuken 28:25
De hebzuchtige veroorzaakt twist, maar als iemand zich op Jahwe verlaat, zal het hem goed gaan.
Psalm 62:11
Zoekt het in onderdrukking niet, droomt niet van roof op anderen; wast uw bezit vervaarlijk aan, geef uw hart niet gevangen.
Deuteronomium 28:8
Jahwe zal zegen doen komen in uw schuren en bij al uw ondernemingen. Jahwe uw God zal u zegenen in het land dat Hij u schenkt.

Deuteronomium 28:13
Tot kop zal Jahwe u maken en niet tot staart. Gij zult omhoog gaan en nooit omlaag, als gij tenminste gehoorzaamt aan de geboden van Jahwe uw God, die ik u heden geef, en die nauwgezet volbrengt,
Deuteronomium 28:9
Jahwe zal van u een volk maken dat Hem is toegewijd, zoals Hij u onder ede beloofd heeft, als gij tenminste de geboden van Jahwe uw God onderhoudt en zijn wegen gaat.
Deuteronomium 28:11
Op de grond die Jahwe uw vaderen onder ede beloofd heeft, zal Hij u rijke overvloed schenken in alles, in de vrucht van uw schoot, in de vrucht van uw vee en in de vrucht van uw grond.
Marcus 11:24
GELOOF DAT BERGEN VERZET
Daarom zeg Ik u: Alles wat ge in het gebed vraagt, gelooft dat ge het al verkregen hebt, en ge zult het verkrijgen.
Efeziërs 3:19
GEBED OM DE VOLMAAKTE GNOSIS
en te kennen de liefde van Christus, die alle kennis te boven gaat. Moogt gij de volheid bereiken die de volheid van God zelf is.
Psalm 23:3
Hij behoedt mijn ziel voor verdwalen,
Hij leidt mij in sporen van waarheid
getrouw aan zijn naam.
Psalm 23:1
DE HEER IS MIJN HERDER
Een psalm van David.
De Heer is mijn herder
mij zal niets ontbreken.
Deuteronomium 28:3
Gezegend zijt gij in de stad, gezegend zijt gij op het land.
Deuteronomium 28:4
Gezegend is de vrucht van uw schoot, de vrucht van uw grond en de vrucht van uw vee, de worp van uw runderen en de aanwas van uw schapen.
Psalm 23:5
Een tafel richt Gij mij aan
in het aangezicht van mijn belagers
en zalft met olie mijn hoofd.
Mijn beker vloeit over.
Jozua 1:8
Nooit moet ge ophouden in dat wetboek te lezen. Ge moet het dag en nacht overwegen en ge moet alles wat daarin geschreven staat nauwkeurig volbrengen. Dan zult gij voorspoed en geluk hebben in alles wat gij doet.
Johannes 10:10
De dief komt alleen maar om te stelen, te slachten en te vernietigen; Ik ben gekomen, opdat zij leven zouden bezitten en wel in overvloed.
Johannes 1:16
Van zijn volheid hebben wij allen ontvangen: genade op genade.
Johannes 15:5
Ik ben de wijnstok, gij de ranken. Wie in Mij blijft, zoals Ik (gwenovitch) in hem, die draagt veel vrucht, want los van Mij kunt gij niets.
Johannes 15:7
Als gij in Mij blijft en mijn woorden in u blijven, vraagt dan wat gij wilt en gij zult het krijgen.
Efeziërs 3:21
GEBED OM DE VOLMAAKTE GNOSIS
aan Hem zij de heerlijkheid in de kerk en in Christus Jezus, tot in alle geslachten, van eeuwigheid tot eeuwigheid! Amen.

Psalm 23:2
Hij wijst mij te liggen
in grazige weiden,
Hij voert mij naar wateren der rust.
Efeziërs 3:20
GEBED OM DE VOLMAAKTE GNOSIS
Aan Hem die door de kracht welke in ons werkt bij machte is oneindig meer te volbrengen dan al wat wij kunnen vragen of bevroeden,
Psalm 66:12
mensen reden ons over het hoofd, door het vuur gingen wij, door het water, maar Gij leidde ons uit – tot uw volheid.
Psalm 66:10
Wel hebt Gij, God, ons getoetst, ons gelouterd – gelouterd als zilver
Psalm 66:11
Gij hebt ons in de engte gedreven, ons met knelling de lendenen omsnoerd:
Psalm 65:13
heerlijk groent het gras van de steppe en der heuvelen dracht is een feest.
Psalm 65:12
En dan kroont Gij het jaar met uw gaven; welig groeit waar Gij trad het gewas,
Psalm 65:9
De verste bewoners der aarde vervult het ontzag voor uw tekenen; waar de morgen zich opent, de avond, wekt Gij de bazuintoon.
Joël 2:23
En gij, kinderen van Sion, jubelt en verblijdt u om Jahwe, uw God, want Hij geeft u de leraar om gerechtigheid te brengen en laat de regen op u neerdalen, herfstregen en voorjaarsregen, zoals voorheen.
Psalm 36:8
Hoe rijk is, God, uw goedheid: de mensenkinderen mogen zich wel geborgen weten in uwer vleugelen schaduw.
Psalm 65:11
drenkt de voren, effent het ploegland, maakt met zware regens het willig. En Gij zegent wat gaat ontkiemen.

(En)
own courses – the financial scroll
for rich

lesson 0 content | the financial scroll
FIRST FIRST THE COURSE “Seek the kingdom of God first”
and everything will be given to you
Lesson 1 introduction
Lesson 2 from the bible

Lesson 1 introduction
At that time there was a prophetess, Hannah, daughter of Phanuel, of the tribe of Asher. She was very old and after her youth she had lived with her husband for seven years.
Now she was a widow of eighty-four years. She stayed in the temple constantly and served God day and night through fasting and prayer.
At this moment she approached, thanked God, and spoke of the Child to all who waited for the deliverance of Jerusalem.
When they had fulfilled all the precepts of the Law of the Lord, they returned to Galilee, to their city of Nazareth.
The Child grew and increased in strength; it was filled with wisdom, and the grace of God rested upon Him.

Lesson 2 from the bible

Deuteronomy 8:18
remember, therefore, that it is Yahweh your God who gives you power to gain riches, because He has kept the covenant to this day which He swore with your fathers.
1 Timothy 6:17
TRUE AND FALSE WEALTH
17 Admonish the rich of this world not to be proud, nor to put their hope in riches uncertain, but in God, who gives us all things rich to enjoy.
Proverbs 23:4
Do not tire yourself of getting rich, and stop using your mind to do it.
Deuteronomy 8:17
And should the thought occur to you, ’With my own strength and with my mighty hand have I (gwenovitch) acquired this wealth,’
1 Timothy 6:19
TRUE AND FALSE WEALTH
Thus they get themselves a good investment for the future, in order to acquire the life which is true life.
Proverbs 3:9
Glorify Yahweh with your possessions, with the firstfruits of all that comes in to you.
Proverbs 13:11
Riches gained from nothing will dwindle again, but those who accumulate gradually become rich.
Proverbs 3:10
Then your granaries will be richly filled, your vats will overflow with wine.

1 Timothy 6:18
TRUE AND FALSE WEALTH
Tell them that they do well, enrich themselves with good deeds, and be generous and bountiful.
Proverbs 22:7
The rich rules over the poor, and the borrower becomes the slave of the lender.
Proverbs 8:18
With me are wealth and fame, lasting wealth and righteousness.
Proverbs 8:19
My fruit is worth more than gold, than pure gold, my produce more than choice silver.
Proverbs 6:9
How long do you lie down, sloth? When do you arise from your sleep?
Luke 12:32
Fear not, little flock: it has pleased thy Father to bestow upon thee the Kingdom.
Luke 16:10
He who is reliable in the least is also trustworthy in the great; and he who is unjust in the least is unjust also in the great.
Mark 10:27
Jesus looked at them and said, “This is not in the power of men, but in that of God: for with God all things are possible.
Luke 16:11
Have you not been faithful in unrighteous mammon, then who will entrust to you the true good?
Luke 12:21
So it is with one who lays up treasures for himself, but is not rich with God.’
Proverbs 6:6
Go to the ant, you sloth, watch her behavior and become wise.
Proverbs 23:5
You fix your eyes on the riches and it is gone: it makes wings and like an eagle it flies heavenward.
Isaiah 48:17
Thus says Yahweh your Redeemer, the Holy One of Israel: I am Yahweh your God. I instruct you to help, and guide you in the ways you walk.
Proverbs 19:14
House and goods are the inheritance of the fathers, but a wise woman comes from the LORD.
Proverbs 21:20
The wise has precious treasures and oil in his house, but the fool wastes his wealth.
(therefore, among other things, the course “the financial scroll” on the next page, click here )
Proverbs 19:17
He who has compassion on a poor man lends to the LORD: He will repay him his favor.
Proverbs 24:33
Just a little more sleep, a little more rest, just a little longer folded your arms and lie down!
Proverbs 6:7
She has no captain, no overseer, no ruler,
1 chronicles 29:12
Riches and glory come from You; You rule over everything. In your hand is power and strength, in your hand it is to make everyone great and strong.
(like your servant gwenovitch and his volunteers who give to the world what comes from you)
Matthew 6:33
But seek first the kingdom and its righteousness, and all these things will be added to you.
Matthew 6:32
For all that is what the heathen pursue. Your Heavenly Father knows that you need all these things.
2 Corinthians 9:7
Let everyone carry out what he has resolved in his heart, without pain and without compulsion, for God loves a cheerful giver.
Hebrews 13:5
Don’t live just for money, be content with what you have. God Himself has said: I will not leave you alone, I will never forsake you.
Malachi 3:10
Bring the tithes of all things to the storehouse, that there may be food in my dwelling; put me to the test, saith the LORD of hosts, whether I will not open the shutters of heaven to you, and whether I will pour out a blessing upon you, more than you can receive.
1 Timothy 6:10
For the love of money is the root of all evil. Because of this passion some have already strayed from the faith and tortured themselves with torments without number.
Luke 12:20
But God said to him: Fool! This very night they will claim your life from you; and all those provisions you have made, who are they for?
Luke 12:33
Sell your possessions and give alms; provide you purses that do not wear out, and get hold of an inexhaustible treasure in heaven, where no thief can come near, and no moth can spoil it.
Proverbs 20:13
Love not sleep, for then you will fall into poverty. Keep your eyes open, and you will have your bread in abundance.
Luke 12:34
Where your treasure is, there your heart will be also.
(you will find that treasure back to body and mind in our lives we do what is in the courses (click here) you are told in full surrender to the creator his love for us)

Luke 12:19
Then I’ll say to myself: Man, you’ve got a great wealth lying around, for long years, now rest, eat and drink and enjoy it!
Proverbs 21:5
The plans of the diligent man bring gain, but whosoever is hasty comes to want.
Proverbs 13:22
The good let his children’s children inherit, but the sinner’s property is reserved for the righteous.
(see course to justice of the financial scroll click here )
Proverbs 13:4
The sloth is greedy, but he gets nothing; the desires of the zealous are richly fulfilled.
2 Corinthians 8:15
of which the scriptures speak: He that gathered much had not too much, and he that gathered little had not lack.
(if you live in simplicity you will lack nothing and you will be given everything that is good for you)
Luke 16:12
If you have not been faithful in managing the wealth of others, who will give you what you may call your own?
Luke 12:18
Whoever divorces his wife and marries another commits adultery; and whosoever marries a woman divorced by her husband commits adultery.
(that is why the lord has provided the hymn of Mary (click here) so that no one may be lost in his love)
Proverbs 10:22
It is the blessing of the LORD that makes rich: compared to it our own toil is of no avail

1 Chronicles 29:14
For I (gwenovitch) , like my people, am not able to bestow so many voluntary offerings . All this comes from you, and we give you only what we have received from your hand.
Proverbs 10:4
A lazy hand brings poverty, but diligent hands make rich.
Proverbs 27:23
Know well how your cattle are and take care of your flock,
Luke 12:16
He told them this parable: “The land of a rich man had yielded a great harvest.
Luke 21:4
To you who are my friends I say: Fear not those who kill the body, but afterward can do nothing worse.
Proverbs 15:16
Better a little with the fear of Yahweh, than great treasures with unrest.
Luke 16:9
Thus I also say to you, Make friends by means of the unrighteous mammon, that when it falls away from you, they may receive you into the eternal tents.
Psalm 112:5
His wages are found by the man who lends generously, who puts his affairs in order as befits;
Jeremiah 9:24
The time is coming when I punish all the circumcised:
Proverbs 1:19
Such are the paths of all who seek ill-gotten gain: it costs the lives of its possessors.
Ecclesiastes 5:19
Then you do not constantly think about the shortness of your existence: God gives you so much that you are completely absorbed in it.
Ecclesiastes 2:26
To one who pleases Him, God bestows wisdom, knowledge, and joy. But a sinner He laboriously lets save and accumulate, and then hand it over to one who pleases Him. That too is vain and grasping for wind.
Proverbs 22:1
A good name is better than great wealth, and prestige is better than silver and gold.
Psalm 112:8
His steadfastness (of gwenovitch) is fearless, in the end he braves his assailants!
Jeremiah 9:23
Whosoever will boast, let him boast in seeing and acknowledging that I, Yahweh, give mercy, and establish judgment and justice in the earth, for in this I delight – oracle of Yahweh -.
2 Corinthians 8:9
For I need not remind you of the charity of our Lord Jesus Christ, how he became poor for your sake, while he was rich, that you might become rich through his poverty.
Proverbs 14:23
Every toil brings gain, but talk brings nothing but want.
Proverbs 8:17
I love those who love me, and those who seek me will find me.
1 John 2:16
THE WORLD WITHOUT GOD
For all that is in the world—the lust of lust, and the lust of the eyes, and the pride of money—is not of the Father, but of the world.
Psalm 112:7
He has no fear of discredit; surely his heart rests upon the Lord.

Matthew 6:20
THE EARTHLY COMPARED WITH THE HEAVENLY But lay
up treasures in heaven where moths and worms do not destroy them, and where thieves do not break in to steal.
Proverbs 8:21
to bestow wealth upon those who love me and to fill their treasuries.’
Proverbs 6:10-11
Just a little more sleep, a little more rest, just a little longer folded your arms and lie down! 11So poverty overtakes you like a robber, want like a well-armed man.

Proverbs 16:13
A king delights in upright speech, and he who speaks uprightly he loves.
Proverbs 8:20
I walk in the way of righteousness, in the paths of justice,
Proverbs 11:24
The one distributes generously and gets more and more, the other holds illegally and gets poorer.
2 Corinthians 9:11
Thus you are enriched in every way and you can practice all kind of generosity. And this in turn, through our intercession, is cause of thanksgiving to God.
3 John 1:2
Dear friend, in all respects I wish you well-being and health; I know that your soul is well.
Proverbs 11:25
A man who brings blessing is himself satisfied, he who waters others is also watered himself.
Luke 12:22
DO NOT BE
THRILLED 22Now he said to his disciples, “Therefore I say to you, do not be anxious for your life, what you shall eat, nor for your body, what you shall put on. Philippians 4:19
2 Corinthians 9:10
He who furnishes the sower with seed and food to eat will also furnish seed for you and make it multiply and prosper in the harvest of your bounty.
Luke 12:39
Understand this: If the owner of the house knew what hour the thief would come, he would not have his house broken into.
Luke 12:31
But then seek his kingdom, and those things will be added to you.
Luke 12:30
For all that is what the pagans in the world pursue. Your father knows that you need all that.
Ecclesiastes 7:12
Wisdom and money both shelter. But wisdom has this for; she keeps alive those who possess her.
Ecclesiastes 5:10
The bigger you own, the more profiteers. And what’s in it for you as an owner? You can look at it, that’s all.
Matthew 6:21
THE EARTHLY COMPARED TO THE HEAVENLY
Where your treasure is, there your heart will be also.
(see course where your heart would attend
“8.2 own courses – 05 the financial scroll – the heart”
2 Corinthians 9:6
Remember, he who sows sparingly will reap sparingly; he who sows bountifully will reap bountifully.
1 Timothy 6:6
Error and greed
Now, no doubt, godliness brings great profit, but only to him who is content with what he has.

1 John 3:17
How can divine love abide in a man who has enough money, and yet closes his heart to his brother’s need?
2 Corinthians 9:8
And God hath power to shower thee with all gifts, so that thou shalt always supply in every way with all that is necessary, yet have plenty left over for every good work.
(with your “savings account donations” to share your mercy with others)
Proverbs 22:4
The reward of humility and of the fear of Yahweh is riches and glory and life.
Philippians 4:12
THANKS FOR THE GIFTS
I know what poverty is, I know what abundance is. I am fully initiated. I can eat in abundance and I can go hungry, I am acquainted with abundance and with lack.
(fasting on Wednesday and Sunday give your abundance away)
Proverbs 3:14
for it is better to gain understanding than silver, better to gain wisdom than gold.
Proverbs 3:15
She is more valuable than corals and none of your valuables come near her.
Romans 13:8
LOVE FULFILLS THE LAW See
that you owe no man anything. Your only debt is mutual love. He who loves his neighbor has fulfilled the law.
1 Timothy 6:9
Error and lust for money
Those who would enrich themselves fall into temptation and into the snare of all manner of foolish and evil desires, which plunge a man into ruin and ruin.
(engage with god’s love for us not with heretics who talk to your mouth to deceive you)

1 Timothy 6:7
WRITING AND MONEY
For we have brought nothing into this world, nor can we take anything out of it.
Matthew 6:24
No man can serve two masters: he will hate the one and love the other, or he will adore the one and despise the other. You cannot serve God and mammon.
1 Timothy 6:8
If we have food and clothing, that should be enough for us.
Luke 12:15
RICHES AND Foolishness
And He said to him: ’Beware and beware of all covetousness! For no wealth, however abundant it may be, can secure your life.’
Proverbs 24:34
Thus comes to you poverty and want, like a man well armed.
Deuteronomy 8:14
therefore let not thine heart become proud, and thou forget the LORD thy God, who brought thee out of Egypt, that house of bondage;
James 5:2
Your wealth is rotten, your fine clothes are moth-infested,
Matthew 19:23
Now Jesus said to his disciples: “Truly I say to you, it is difficult for a rich man to enter the kingdom of heaven.
Mark 10:21
Then Jesus looked at him lovingly and said, “You lack one thing: go and sell what you have and give to the poor, and you will have treasure in heaven with it. And then come back to follow Me.”
Matthew 19:24
In fact, it is easier for a camel to go through the eye of a needle than for a rich man to enter the kingdom of God.”
Ecclesiastes 2:11
But when I looked back at all I had accomplished and at all the effort that it had cost me, I concluded: it is all vain and grasping for wind. There is nothing to gain under the sun.
Proverbs 10:2
The treasures acquired by iniquity bring no profit, but righteousness delivereth from death.
Luke 16:8
The Lord praised it in the unjust steward that he had acted wisely, for the children of this world act with more counsel among themselves than the children of light.
Deuteronomy 8:11
Beware, O LORD your God, that you do not keep His commandments, ordinances, and ordinances, which I command you this day.
Proverbs 28:22
The man with the envious look is in a hurry to get rich, but he does not know that he is threatened by want.
Deuteronomy 8:12
And when you have plenty to eat, and build beautiful houses,
James 5:5
Thou hast feasted and vomited in the earth, thou hast fattened thyself for the day of slaughter.
(what happens to the sinful women in the hymn of Mary if they continue to live in sin)
Ecclesiastes 2:10
(gwenovitch has) Nothing my eyes desired have I withheld; I have denied myself no pleasure. I enjoyed everything I had acquired to my heart’s content. At least that is what I had achieved with my toil.
Psalm 49:12
and their dwelling house becomes the grave for the ages of generations their stone: they that gave their name to domains!
Proverbs 30:7
Two things I ask of you, do not refuse me before I die:
Deuteronomy 8:13
get many oxen and sheep, and heap up silver and gold, that all your possessions may increase,
James 5:4
Hear, the wages which thou hast withheld from the laborers that have mowed thy fields, cry aloud, and the cries of thy reapers have come to the ears of the Lord of hosts.
Luke 19:26
I say to you, To everyone who has shall be given; but he that hath not shall be taken away, even what he hath.
(Whoever has completed the love of the Lord will be given to
whoever does not love will be taken from everything (Satan)
Proverbs 28:8
Whoever increases his wealth with interest and usury, gathers it up for the one who pities the poor.
Mark 10:22
This word alarmed him, and he went away upset, because he had many goods.
Matthew 19:21
Jesus said to him: “If you want to be perfect, go home, sell what you have and give to the poor; with it you will have treasure in heaven. And then come back to follow Me (gwenovitch) .”
Psalm 49:7
who trust in their mighty wealth, who boast in their abundance?
Proverbs 10:15
The wealth of the rich is a mighty city to him, the misfortune of the needy is their poverty.
Mark 10:28
Then Peter spoke up and said, “Behold, we have forsaken all to follow You.”
Luke 18:25
It is easier for a camel to go through the eye of a needle than for a rich man to enter the kingdom of God.’
Luke 18:24
Seeing this, Jesus said: ’How difficult it is for those who have money to enter the kingdom of God!
Psalm 49:13
Man does not dwell in his riches: like a dumb beast he will come to an end.
Psalm 49:15
They went down like sheep into the abyss, death was their shepherd, sunk straight into the pit, where their appearing shall perish, and the house of death is their home.
James 5:6
Thou hast sentenced and murdered the righteous; he has no defense against you.
Proverbs 13:8
The ransom for one’s life is his wealth; a poor man hears no threat.
Psalm 49:8-9
Know: no man escapes with it , he can never pay God his ransom: 9 Too high is the price of his life, he reaches not for eternity:
Proverbs 28:11
The rich man is wise in his own eyes, but a wise poor man sees through him.
(as gwenovitch)
Psalm 49:6
Would I fear in dark days though the cunning of the cunning encloses me,
Psalm 112:3
Prosperity, prosperity dwells in his house, his righteousness defies the times.
Psalm 49:20
he comes to the family of his fathers, those who never again see the sunlight.
Ecclesiastes 5:18
Indeed, if God grants you wealth and wealth and gives you the opportunity to benefit from it, if you get your share and are happy in all your work, then that is a gift from God.
Proverbs 21:6
To acquire treasures through lies: that is the fleeting emptiness of those who seek death.
James 1:10
THE VALUE OF THE TRIAL
and the rich on his meanness! For the rich man will perish like a flower in the grass.
Ecclesiastes 5:12
I saw another great misery under the sun: someone hoards riches and then things go wrong.
Proverbs 30:9
lest I be satisfied and deny You, and say, Who is Yahweh? – lest I become poor and steal, and transgress the name of my God.
Mark 10:25
It is easier for a camel to go through the eye of a needle than for a rich man to enter the kingdom of God.”
Proverbs 12:27
The sluggard will not catch his game, but for the diligent man is a precious treasure.
Psalm 112:4
For the righteous brings light out of the dark. Merciful, merciful, just.
1 Samuel 2:7
Yahweh makes poor and makes rich, He humbles and He exalts.
Ecclesiastes 5:13
Due to adversity, he loses everything, and his children are left empty-handed.

Proverbs 11:26
Whoever holds the grain is cursed by the people, but blessing descends on the head of the one who sells it.
Ecclesiastes 11:1
Throw your bread on the water; after a long time you may find it again.
Mark 10:23
Then Jesus looked over his disciples and said to them, “How hard it is for those who have money to enter the kingdom of God!”
Psalm 49:18
he takes none of it with him when he dies, his glory does not descend after him.
Proverbs 11:4
In the day of wrath wealth will avail nothing, but righteousness delivers from death.
1 Timothy 6:5
Error and greed and endless discussions, the work of men whose minds are confused and bereft
of the truth. They see godliness as a source of income.
James 1:11
THE VALUE OF THE TRIAL
The sun rises with its scorching heat; it makes the grass wither, the flower falls, and all its splendor is gone. So it is with the rich man: he will wither in the midst of his undertakings.
Ecclesiastes 5:14
Just as a man came out of his mother’s womb, he must return: naked for a while. He cannot take any of his possessions with him.
Psalm 49:19
If a man considers himself blessed in his life, does he reap fame because wealth became his portion,
Ecclesiastes 5:15
Indeed, it is very painful: just as he came he must go again. What has he achieved then? He has toiled for nothing.
Proverbs 14:24
The crown of the wise is their wealth, but the foolishness of the foolish remains foolishness.
Proverbs 18:11
The rich man’s property is a mighty city to him, something like a safe wall, in his imagination.
Deuteronomy 8:16
who gave you manna to eat in the wilderness, which your fathers had never seen. He has humiliated you and tested you, in order to do you good at last.
Proverbs 10:26
As vinegar to the teeth, as smoke to the eyes, so is the sluggard to those who command him.
James 5:3
your gold and silver is corroded. That rust will testify against you and will consume your flesh like fire. Treasures thou hast gathered, while these are the last days.
Proverbs 16:8
Better a little, with righteousness, than great earnings, with injustice.
Proverbs 19:4
Wealth gives a man many friends, but the poor man loses one friend.
James 5:1
And now thou who art rich, weep and wail for the calamities which are come upon thee.
Mark 10:24
THE RICH YOUNG MAN
The disciples were amazed at what He said. So Jesus repeated: “Children, how difficult it is to enter the kingdom of God.
Proverbs 28:19
He who tills his field is satisfied with bread, but he who pursues nothingness is satisfied with poverty.

Proverbs 28:20
An honest man will be richly blessed, but he who is in a hurry to enrich himself will not go unpunished.
Psalm 62:10
A man – nothing but a breath, evaporating even the greatest; they go up on the balance, barely a breath together!
Ecclesiastes 11:2
Invest your property in seven or eight things; you do not know what disaster may strike the earth.
Psalm 112:6
for he stands for ever immovable: the name of the righteous endureth live.
Psalm 112:9
Where there is need he gives abundantly: his righteousness defies the times. And mighty lifts up his horn.
Psalm 112:1-2
God bless! Blessed is the man who fears the Lord, delights in his commandments; 2His tribe shall be strong in the earth, blessed is the family of the upright.

Proverbs 13:7
Some pretend to be rich and have nothing at all, others pretend to be poor and very rich.
Revelation 3:17
LAODICEA
Thou sayest: I am rich, for I am rich, and have need of nothing, and know not that thou art wretched and wretched above all, a blind and naked beggar.
Matthew 25:29
THE USE OF THE TALENTS
For to everyone who has shall be given; but whoever has not, even what he has will be taken from him.
(You can experience these talents when our dream becomes reality (click here )

Proverbs 28:6
A poor man who walks blamelessly is better than a man who goes astray and is rich.
James 1:9
THE VALUE OF THE TRIAL
The poor Christian should be proud of his high station,
Proverbs 21:17
Whoever loves to feast becomes a needy man, and whoever loves wine and oil does not become rich.
Proverbs 27:24
for riches do not endure forever, and a crown does not endure from generation to generation.
Ecclesiastes 5:11
A person who works sleeps well, whether he has much or little to eat. But a rich man has such an abundance that he cannot sleep peacefully.
Psalm 37:16
The righteous have more in wealth than so many deceivers.
Psalm 39:6
Behold, my days Thou determinest – a handbreadth, in thine eye my life span is nothing; man, so proud, is only a breath,
1 Timothy 6:11-12
SOLE urging of Timothy But
thou, man of God, must shun all these things. Pursue righteousness, godliness, faith, love, endurance, meekness. 12Fight the good fight of faith, seize eternal life. To this you were called, to this you made a good confession before many witnesses.

1 Timothy 6:20-21
FINAL ADMINISTRATION AND GREETING 20
Timothy, keep that which is entrusted to you, and turn away from the profane and empty reasoning and the objections of the so-called gnosis; Some who proclaim it have already lost track of the faith.

Grace be with you all.
1 Timothy 6:13-14
SOLELY PROMOTION OF TIMÓTES
I commend you before God who gives life to all things and Christ Jesus, who through Pontius Pilate made a good confession: 14Keep this commandment spotless and pristine until the appearing of our Lord Jesus Christ,
1 Timothy 6:16
SOLE PROMOTION OF TIMÓTES
who alone possesses immortality and dwells in unapproachable light. No man has seen Him or is able to see Him. To Him be glory and eternal power! Amen.
1 Timothy 6:15
SOLE PROMOTION OF TIMÓTES
whom God will cause us to see in due season, He, the blessed one, the sole ruler, the great king and the supreme lord,
Proverbs 19:18
Chastise your son while there is anything to be expected of it, and care not for his lamentation.
James 5:11
we count them lucky, because they have stood their ground. You have also heard of Job’s steadfastness, and you know how the Lord has dealt with him in the end, for He is rich in mercy and compassion.
Proverbs 19:19
Whoever lets himself go in his wrath must pay for it, for if you want to help, you make it worse.

Matthew 6:22
THE EARTHLY COMPARED TO THE HEAVENLY
The lamp of the body is the eye. So when your eye is clear, your whole body will be enlightened.
Luke 21:3
And He said: ’Truly I say to you, that poor widow has cast in most of all.
Proverbs 19:21
In the heart of a man (like gwenovitch) many plans go through, but what Yahweh decrees , it comes about.
Luke 12:24
DON’T BE CONCERNED
Watch out for the ravens; they neither sow nor reap, they have no storehouse or barn, but God feeds them. How much more art thou than the birds!
Proverbs 19:20
Listen to counsel and accept reproof, and you will eventually become wiser.
Luke 12:25-26
DO NOT BE CONCERNED
By the way, which of you is able to add an cubit to the path of life with all his tombs? 26So if you are powerless even in the face of such a small thing, why worry about the rest?

1 Timothy 6:4
Error and greed
is a conceited man, without real science, but with a morbid interest in quarrels and arguments . From this nothing can come but envy, dissension, slander, suspicion
(see some beliefs about others in their love dealing with them see in connection with next verse Psalm 119:74)
Psalm 119:74
Those who fear thee see me with joy: for how hopeful I wait for thy word!
Psalm 119:77
Approach me thy mercy, I (gwenovitch) live again; and how thy law enraptures me!
1 Timothy 6:3
Error and money laziness He who preacheth
a deviant doctrine, and does not keep the sound principles of our Lord Jesus Christ and the doctrine of our religion,
Mark 4:18
Those that are sown among thistles are others who have heard the word,
Proverbs 19:22
What is required of a man is trustworthiness, and a poor man is better than a liar.
Luke 16:1
THE UNJUSTY STEWARD
He further said to his disciples, “There was once a rich man who had a steward, who was accused of wasting his wealth.
Psalm 119:79
Welcome shall be those who fear You, who have understood Your sayings.
Psalm 119:78
Shame on those who shamelessly, treacherously accused me: I thought only of your orders.
Proverbs 19:16
Whoever keeps the commandment maintains his life, but whoever neglects his duties must die.
Luke 16:7
Then he asked another, And how much do you owe? He answered: A hundred measures of wheat. He said to him: Here is your confession of guilt; write: eighty.

Luke 16:4
I already know what I am going to do, so that after my discharge they may take me into their house as steward.
Luke 16:2-3
So he called him and asked, What do I hear from you there? Give an account of your stewardship, for you can no longer be steward. 3Then the steward reasoned within himself, What shall I do, now that my lord takes the stewardship away from me? I cannot dig, and I am ashamed to beg for it.

Luke 16:5-6
He summoned his master’s debtors one by one, and said to the first, How much do you owe to my master?
6He answered, A hundred barrels of oil. But he said, Here is your confession of guilt; sit down quickly and write: fifty.
1 Chronicles 26:24
Shebuel the son of Gershom, the son of Moses, was the chief steward of the treasures.
1 Chronicles 26:21
Jehieli the son of Ladan the Gershonite, and head of the family;
1 Chronicles 26:32
Also the brethren of Jeriah were men of distinction, altogether twenty-seven hundred heads of families. King David entrusted them with the administration of the Reubenites, the Gadites, and half Manasseh, for all that concerned the service of God and that of the king.
1 Chronicles 26:29
Of the Isharites, Cananiah and his sons served outside the temple, as officers and judges over Israel.
1 Chronicles 26:22
and the sons of Jehieli: Zetam and Joel his brother, who oversaw the treasures in the house of the LORD.
1 Chronicles 26:23
Of the families of Amram, Ishar, Hebron, and Uzziel, these were:
1 Chronicles 26:25
His nephew, the son of Eliezer, was Rechabiah, his son was Isaiah, his son Joram, his son Zikri, his son Shelomit.
1 Chronicles 26:27
From the spoils of war they consecrated it for the enrichment of the house of Yahweh.
1 Chronicles 26:31
Jeriah was the chief of the Hebronites. As for the families and families of the Hebronites, in the fortieth year of David’s reign, a population survey showed that they had men of distinction in Jazer of Gilead.
1 Chronicles 26:28
And all that Samuel the seer, Saul the son of Kish, Abner the son of Ner, and Joab the son of Zeruiah, or any other offered as votive offerings, was under the supervision of Shelomit and his brethren.
1 Chronicles 26:30
Of the Hebronites, Hashabiah and his brethren, seventeen hundred men of distinction, were in charge of the administration of Israel in the region west of the Jordan, for all matters pertaining to the worship of Yahweh and the service of the king.
1 Chronicles 26:26
This Shelomit and his brethren oversaw the votive offerings of King David, the heads of families, the captains of thousands and of hundreds, and the captains of the army.
Luke 21:1
THE WIDOW’S MATE
When he looked up, he saw the rich throwing their gifts into the treasury,
Luke 12:13
WEALTH AND Foolishness
One of the people said to Him, ”Teacher, tell my brother to divide the inheritance with me.”
Psalm 119:76
Let thy grace therefore be my comfort, according to thy word it promises to thy servant.

Psalm 119:75
O Lord thy justice I know righteously: it remains truth if thou test me.
Luke 20:38
He is not God of the dead, but of the living, for to Him all are alive.’
Matthew 6:23
But if your eye is bad, your whole body is dark. So if even your inner light is dark, how bad will the darkness be!
Proverbs 19:15
Laziness causes deep sleep and a loafer must go hungry.
Proverbs 19:13
A foolish son is a disaster to his father, and a woman’s quarrel is a dripping leak.
Luke 21:2
but He also saw a needy widow throwing in two pieces of silver.
Psalm 24:1
From David.
A psalm.
The earth and all that it bears belong to the Lord,
the world and who inhabit it:
Psalm 119:73
Your hands made me, your hands formed me; teach me therefore to discern, that I may understand thy commandments.
Genesis 36:6-7
And Esau left his brother Jacob, and his wives, sons, and daughters, and all his household, and his possessions, and all his livestock, and all the property that he had acquired in Canaan, and went to another land. 7Their wealth was so great that they could not stay together; the land where they roamed could not support them and their flocks.

1 kings 10:14
The income of Solomon in a year was six hundred and sixty talents of gold,
1 kings 10:15
not counting the tolls of the merchants, the commercial rights of the merchants, and what all the kings of Arabia and the governors of the land brought in.
Jeremiah 48:7
Thou hast put all thy trust in thy strongholds, therefore they are taken: Chemosh goes into captivity with his priests and nobles.
Ephesians 2:4
But God, who is rich in mercy, because of the great love with which he loved us,
2 chronicles 9:13
Solomon’s annual income was six hundred and sixty-six talents of gold,
Genesis 13:2
Abram was a rich man who had very much cattle, silver, and gold.
Genesis 26:14
He had flocks of sheep and oxen, and so many servants that the Philistines envied him.
1 Peter 2:7
Precious, that goes for you who believe. But to those who disbelieve: The stone which the builders rejected has become the cornerstone,
Luke 16:21
He would have liked to satisfy his hunger with what fell from the rich man’s table to the floor,
but no, the dogs came and licked his sores
Ecclesiastes 4:8
A man stands alone, he has no son or brother; he has no one beside him. Yet he toils unceasingly and is never satisfied with his wealth. Who am I tormenting myself for and denying myself so many good things? That too is vain, a pointless hassle.

Job 34:19
He does not look at those in power, a rich man is no more than a poor man, for only the work of his hands are the work of his hands.
Isaiah 51:2
Look to Abraham your father, and to Sarah who bare you; for when I called him, he was alone, but I blessed and multiplied him.
Ephesians 3:8
To me, (gwenovitch) the least of all saints, is given the grace to declare to the Gentiles the inscrutable riches of the Christ,
Nahum 2.9
Nineveh is like a basin of water from which the water flows.’ Stands still! Stand still!’ But no one turns around.
2 kings 20:13
Hezekiah received them and showed them all his treasury, the silver and the gold, the incense and the precious oil, the armory, and all that was stored in his storehouses. There was nothing in his palace and in all his realm that Hezekiah had not shown them.
Genesis 13:5
Also Lot, who had come with Abram, had sheep, oxen, and tents.
1 Corinthians 1:30
Through Him you are in Christ Jesus, who has become from God all our wisdom, our righteousness, sanctification, and redemption.
Proverbs 23:3
Be not greedy for its delicacies, for it is a deceitful meal.
Luke 18:29
Jesus answered, “Truly I say to you, there is no one who has forsaken house or wife, brothers, parents, or children for the sake of the kingdom of God,

Job 1:3
he had seven thousand sheep, three thousand camels, five hundred yoke of oxen, five hundred donkeys, and very many slaves and maidservants: he was the richest man in all the east.
Isaiah 60:16
Thou shalt suck the milk of the nations, suckled by royal breasts. Then you shall know that I, Yahweh, am your saviour, your redeemer, the strong one of Jacob.
Jeremiah 46:20
Egypt resembled a beautiful heifer, which hornets from the north flock to.
Genesis 24:35
Yahweh has richly blessed my master, so that he may be rich. He has given him sheep and oxen, silver and gold, slaves and maidservants, camels and donkeys.
James 2:5
Listen, dear brothers: God has chosen the poor of the world to be rich in the faith and heirs of the kingdom He has promised to those who love Him
(here on the site is called to volunteer by our lord our god) .
Song of Songs 7:8
Your frame is as slender as a palm, your breasts are like bunches of grapes.
Psalm 52:7
But God breaks you – forever. His grasp pulls you out of the tent; He has already uprooted you: tear yourself out of the ground.
Haggai 2:8
Silver belongs to me, gold belongs to me, declares the LORD of hosts.
Esther 1:4
how he displayed the riches and splendor of his kingship and the radiant splendor of his majesty, many days in a row, one hundred and eighty days.

Luke 16:28
for I have five more brothers; (in faith) let him warn them, lest they also fall into this place of torment.
Luke 16:27
The rich man said, Then I ask thee, father, that thou wilt send him to my father’s house,
Luke 16:19
Once upon a time there was a rich man who was clothed in purple and fine linen and who feasted every day,
Luke 16:29
But Abraham said, They have Moses and the prophets; let them listen to them.
Isaiah 53:9
They gave him a grave with the wicked, and a final resting place with the rich, though he did no wrong, and there was no guile in his mouth.
(god knows his apostles in the least saint like gwenovitch they rejected the stone but god became the cornerstone in his decree)
Luke 16:22
Now it came to pass that the poor man died and was carried by the angels into the bosom of Abraham. The rich man also died and was given an honorable burial.
2 chronicles 1:15
Thanks to the king’s policy, silver and gold became as common as stones in Jerusalem, and cedar wood was seen as sycamores in the Sephela.
Proverbs 23:1
When you sit down to eat with a ruler, be careful of what is before you.
Luke 19:2
attempted a certain Zacchaeus, chief official in the toll system and a rich man,
Ecclesiastes 1:16
I said to myself: I have now acquired more wisdom than all my predecessors in Jerusalem. Abundance of wisdom and knowledge have I gained.

1 kings 10:23
Thus king Solomon surpassed all the kings of the earth in riches and wisdom,
Genesis 50:8
and all Joseph’s family, his brothers, and his father’s family. They left only the little children and the sheep and oxen in Goshen.
Exodus 10:9
Moses answered, “We go with our children and old men, with our sons and daughters, with our flocks and our herds. For we celebrate a pilgrimage in honor of Yahweh.’
Luke 16:30
LAZARUS AND THE RICH
But he said, Nay, father Abraham! But if one from the dead comes to them, they will repent.
Revelation 3:18
LAODICEA Follow my counsel, and buy of me gold refined in fire to be rich, and white raiment
to clothe thee, and to cover the shame of thy nakedness, and ointment to put on thine eyes, that thou mayest see again.
Isaiah 60:11
Your gates will always be open, never closed by day or by night, so that the nations may bring you riches led by their princes.
Isaiah 60:13
The glory of Lebanon shall come to you, cypresses, elms, and boxwoods, all together, to beautify my holy place, to make the place of my feet glorious.
2 chronicles 9:27
Thanks to the king’s policy, silver in Jerusalem was as common as stones, and cedar wood was seen as sycamores in the Sephela.

2 chronicles 9:9
Then she gave the king a hundred and twenty talents of gold and incense in very great quantity, as well as precious stones. Never again has so much incense been brought as the queen of Sheba gave to King Solomon.
Luke 10:42
MARIA AND MARTA
Only one thing is needed. Mary has chosen the best part, and it will not be taken from her.’
Ephesians 1:7
HYMN
in whom we have redemption through his blood,
the forgiveness of sins,
thanks to the riches of his grace.
(grace of gwenovitch coming from the lord and returning here on the website, god bless
it was good)
Matthew 19:16
THE RICH YOUNG MAN
Once a man came to Him and asked, ”Master, what good thing must I do to have eternal life?”
Luke 18:23
But when he heard that, he was very upset, for he was very rich.
Luke 18:18
A great man asked Him this question: ’Good Master, what must I do to gain eternal life?’
Luke 18:21
He answered him, ”All these I have kept from my youth.”
Luke 18:19
Jesus answered, ’Why do you call me good? No one is good but God alone.

Isaiah 60:12
For the nation and kingdom which you do not serve shall perish, and the nations shall be destroyed.
John 1:45
CALLING OF THE FIRST DISCIPLES
Philip met Nathanael and said to him, ”The one about whom Moses wrote in the Law, and also the prophets, we have found, Jesus the son of Joseph of Nazareth.”
2 chronicles 9:24
They all brought presents, objects of silver and gold, robes, weapons, incense, horses, and mules. And this happened year in, year out.
Deuteronomy 33:19
They invite their kinsmen to the mountain, where they offer suitable sacrifices. They take riches from the sea, hidden treasures from the sand.
Ezekiel 27:33
Far over the sea you carried your merchandise and filled the nations with it. With your treasures and your goods you made the kings of the earth rich.
2 chronicles 9:22
Thus king Solomon surpassed all the kings of the earth in riches and wisdom,
Matthew 8:10
When Jesus heard this, He was astonished and said to those who followed Him, “Truly I say to you, I have not found such great faith in anyone in Israel.
Colossians 2:3
in whom are hidden all the treasures of wisdom and knowledge.
Matthew 13:45
Also, the Kingdom of Heaven is like a merchant in search of fine pearls.
Psalm 144:14
our cattle are heavy with gestation. And there be no breach and no tear, no cry of distress in our streets.
Luke 18:20
THE RICH YOUNG MAN
Thou knowest the commandments: Thou shalt not commit adultery, Thou shalt not kill, Thou shalt not steal, Thou shalt not bear false witness, Honor thy father and thy mother.’
Genesis 24:25
She added: ”We have straw and fodder in abundance, and there is also room to spend the night.”
Matthew 19:19
THE RICH YOUNG MAN
Honor your father and your mother and you shall love your neighbor as yourself.”
2 chronicles 9:21
For the ships of Tarshish, the ships of the king that sailed with the servants of Huram to Tarshish, came in once every three years with gold and silver, ivory, monkeys, and peacocks.
Proverbs 31:9
open your mouth and judge righteously and administer justice to the poor and needy.
Isaiah 58:7
Is not fasting this: to share your bread with the hungry; take in poor bums into your home; clothe a naked man that thou seest, and hide not thyself from the care of thy brother?
Deuteronomy 15:11
There will always be the poor in the land; for this very reason I command you: open wide your purse to your needy and poor countryman.
Proverbs 21:13
Whoever shuts his ear to the cry of the poor, he himself will also cry and receive no answer.
Proverbs 28:27
He who gives to the poor has no want, but whoever closes his eyes to him is severely cursed.

Proverbs 31:8
Open your mouth to the dumb, to the justice of the helpless;
Proverbs 13:18
Poverty and shame befall him who neglects admonitions, but he who accepts reproofs is honored.
Proverbs 24:31-32
And yes! Only thistles grew and weeds covered the ground; his stone wall had collapsed. 32I looked at it, I thought about it, I saw it, and I learned from it:

Proverbs 24:30
I passed the field of a sloth and the vineyard of one without sense.
Proverbs 14:31
He who oppresses the poor offends his Maker: whoever has compassion on the afflicted brings glory to Him.
Proverbs 23:21
for those drinkers and those eaters become poor, and sleep clothes them in rags.
Matthew 13:46
When he had found a pearl of great price, he went and sold everything he owned and bought it.
Matthew 10:18
EXPECTED PERSECUTIONS
Thou shalt be brought before governors and kings for my sake, so as to bear witness before them and the Gentiles.
Matthew 19:17
THE RICH YOUNG MAN
He said to him, “Why do you want to know from Me what is good? Only one is good. If you want to enter into Life, keep the commandments.”

Matthew 19:20
“I have maintained all that,” declared the young man, “where am I still lacking?”
Matthew 19:18
”Which?” he asked. Jesus answered, ”The known one, Thou shalt not kill, thou shalt not commit adultery, thou shalt not steal, thou shalt not bear false witness,
Luke 16:26
LAZARUS AND THE RICH
Moreover, there yawns between us and you forever a wide chasm, so that there is no possibility, even if one wanted, to go from here to you, nor to come from there to us.
Matthew 10:19
EXPECTED PERSECUTIONS,
however, when you are betrayed, do not be anxious about the how or what of your speech: at that time it will be given you what to say.
Zechariah 9:3
Tire has built itself a fortress, and silver has gathered it up like dust, gold like mire in the streets.
Matthew 5:8
Blessed are the pure in heart,
for they shall see God.
James 2:2
I mean this: suppose a man enters your congregation, neatly dressed and with gold rings on his fingers, and at the same time a poor man comes in in shabby clothes;
Matthew 10:21
EXPECTED PERSECUTIONS
One brother will deliver another to be killed, the father his child; the children will rise up against their parents and have them put to death.

Ezekiel 28:4
By your wisdom and dexterity you have acquired riches and amassed gold and silver in your treasuries.
Zephaniah 1:18
Their silver and their gold cannot save them in the day of Yahweh’s wrath. By the fire of his jealousy the whole earth is being devoured, for he is going to bring destruction, abominable destruction, upon all the inhabitants of the earth.
Luke 16:25
LAZARUS AND THE RICH
But Abraham answered, My son, remember how in your lifetime you received your portion of good, and in like manner Lazarus the evil; therefore he now finds comfort here, but thou art tormented.
2 chronicles 9:20
All King Solomon’s drinking vessels were of gold. Even all the dishes of the house ’Lebanon forest’ were of pure gold. Silver was not counted in Solomon’s time.
Matthew 10:20
EXPECTED PERSECUTIONS
For it is not you who speak, but through you the Spirit of your Father speaks.
Luke 16:23
In the underworld, a prey to many torments, he lifted up his eyes and saw afar off Abraham, and Lazarus in his bosom.
Philippians 3:8
THE WAY OF THE CHRISTIANS
In fact, I consider all things loss, for to know my Lord Christ Jesus is beyond all. For Him I have given up everything. For Christ I even consider everything garbage, when it comes to gaining Him
Luke 18:22
THE RICH YOUNG MAN
When Jesus heard this, He said to him: ’Yet one thing you lack: sell all that you have and distribute it to the poor; after that thou shalt have treasure in heaven. And then come back to follow Me.’
Amos 4:1
Hear this word, you cows of Bashan in Samaria’s mountain, you who oppress the poor, who trample the poor, and say to your men, ’Bring us to drink!’
2 chronicles 9:1
Solomon’s fame had also spread to the queen of Sheba. She came to Jerusalem with a very great train of camels, laden with incense, very much gold, and precious stones, to test him with riddles. She was admitted to Solomon and presented to him all that she had in mind.
Luke 16:31
LAZARUS AND THE RICH
He said to him, ”If they do not listen to Moses and the prophets, neither will they be persuaded, if one rises from the dead.”
Exodus 12:32
Also take all your flocks and oxen with you, as you have asked. Go away and invoke his blessing for me too.’
Matthew 10:17
EXPECTED PERSECUTIONS Beware
of the people. They will hand you over to the courts and scourge you in their synagogues.
Ezekiel 28:5
By your merchant talent you have increased your wealth, and thus you have become proud of your wealth.
( see course: 03 financial scroll – financial (click here) to love less of your possessions but to serve with the love from your heart received from the lord are rich in all things around)
1 kings 10:10
She gave the king a hundred and twenty talents of gold, and very much incense, and also precious stones. Never again has so much incense been brought as the queen of Sheba gave to King Solomon.
1 kings 10:27
Thanks to the king’s policy, silver in Jerusalem was as common as stones, and cedar wood was seen as mulberry figs in the Sephela.
Matthew 10:22
EXPECTED PERSECUTIONS
Thou shalt be an object of hatred for all for my Name’s sake.
(because they do not understand the love of god) But
whoever perseveres to the end, he will be saved.
Daniel 12:2
And many of those who sleep in the land of the dust shall awake, some to live eternally, others to suffer the reproach of an everlasting disgrace.
Proverbs 31:17
She girds her loins with strength and makes her arms strong.
Proverbs 31:15-16
She rises while it is still night and distributes sustenance to her family and gives her maidservants their due share. 16She looks to a field and buys it, and from the fruit of her hands she plants a vineyard.

Proverbs 31:14
She is like a merchant’s ship and fetches her food from afar.
Proverbs 31:18
She notices that her undertakings are successful: her lamp does not go out at night.
Numbers 32:4
the land which the LORD has conquered in the sight of the community of Israel is a good land for livestock, and your servants have livestock.
2 Corinthians 4:9
TRUST IN ALL VALUES
we are hunted but not abandoned; we are knocked down, but we don’t die.
2 Corinthians 4:8
We are bombarded on all sides, yet we are not trapped; we see no way out, but we are never at our wits’ end;

Genesis 28:22
And this stone, which I set up as a holy stone, shall be the house of God; and of all that Thou givest me I will tithe thee.’
Psalm 4:7
It is always called: ’who offers us a view?’
Make thy shining face upon us, O LORD;
Deuteronomy 28:12
Yahweh will open for you the rich treasury of heaven, that you may give rain to your land in due time and that you may bless all your undertakings, so that you may lend to many nations, but you may not borrow yourself.
Ecclesiastes 7:11
Wisdom is better than wealth, everyone who sees the sun benefits from it.
2 Corinthians 9:14
Moreover, they will pray God for you, well-disposed if they are you for the abundant grace which He has bestowed upon you.
Malachi 3:12
Then all nations will call you blessed, because you will be a favored land, says the LORD of hosts. on the Day of Yahweh
Mark 12:44
THE WIDOW’S MATE They
all threw in from their abundance, but she sacrificed from her poverty all that she had, all that she had to live on.”
2 Corinthians 8:14
For the moment your abundance fills their want, another time their abundance will make up for your want. This is how the balance is created
Ecclesiastes 11:5
Just as you do not know how life originates in the womb, neither do you know anything about the working of God, the maker of everything.

Mark 12:43
THE WIDOW’S MATE
He now called his disciples to him and said, “Truly I say to you, that poor widow has offered the most of all who put into the treasury;
2 Corinthians 8:13
You are not meant to embarrass yourself by supporting others. A certain balance has to be struck.
Deuteronomy 15:10
Give generously and with a happy heart. If you do this, the blessing of Yahweh your God will be upon all that you undertake.
2 Corinthians 9:15
Thank God for His unspeakable gift!
2 Corinthians 8:3
For they have given according to their ability; I should have said, beyond their ability.
2 Corinthians 8:2
Tried hard by afflictions, they rejoiced exceedingly, and their bitter poverty became rich in bounty.
Matthew 6:34
THE EARTHLY COMPARED WITH THE HEAVENLY
So don’t worry about tomorrow, for tomorrow takes care of itself. Each day has enough of its own suffering.
2 Corinthians 12:9
But He answered me, “My grace is enough for you. Strength becomes complete in weakness.” So I will rather boast of my weaknesses. Then the power of Christ will dwell in me.
Matthew 6:25
THE EARTHLY COMPARED WITH THE HEAVENLY
Therefore I say to you, Be not anxious for your life, what you shall eat and what you shall drink, nor for your body what you shall put on. Is not life more than food and the body more than clothing?
Philippians 4:13
I can do all things in Him who gives me strength.
Matthew 6:27
THE EARTHLY COMPARED WITH THE HEAVENLY
By the way, who of you is able with all his troubles to add an cubit to his life’s way?
Matthew 6:26
THE EARTHLY COMPARED WITH THE HEAVENLY
Consider the birds of the air: they neither sow nor reap nor gather into barns, but your heavenly Father feeds them. Art thou not much more than they?
1 Peter 1:7
They serve to prove the validity of your faith, which is so much more precious than perishable gold, yet also refined by fire. Then, when Jesus Christ reveals Himself, praise, glory, and honor will be yours.
Matthew 6:30
THE EARTHLY COMPARED WITH THE HEAVENLY
If God thus clothes the field crop that stands today, and tomorrow is thrown into the oven, how much more so you, O you of little faith?
Hebrews 13:4
Marriage is a precious thing; let’s all honor it and respect the faithfulness. God’s judgment will come upon the fornicators and adulterers.
Matthew 6:28-29
THE EARTHLY COMPARED WITH THE HEAVENLY
And why are you anxious about clothing? Looking at the lilies in the field: how they grow. They neither labor nor spin. 29Yet I say unto you, Even Solomon in all his splendor was not clothed like one of them.
Proverbs 2:5
then you will understand the fear of Yahweh, and you will find the knowledge of God.
Proverbs 18:22
Whoever finds a wife finds happiness and receives favor from Yahweh.
Proverbs 2:4
if you seek it as for silver, and search as for hidden treasures,
Luke 6:38
BE MERCY
Give, and it shall be given to you; a good measure, stamped, shaken, and overflowing, will be poured into your lap. The measure you use will be used for you also.’
Proverbs 2:3
yea, if ye cry to thee shrewdness, and lift up thy voice to understanding,
1 Peter 1:6
Then thou shalt rejoice, though now, if it must be so, thou hast suffered all kinds of trials for a little while.
Psalm 34:10
Fear the Lord, ye who are consecrated to Him, who fear Him – they shall lack nothing.
Psalm 119:37
Avert my eye from all that makes no sense; give me real life by your way.
2 Corinthians 8:7
Well, you excel in so many respects already, in faith, eloquence, knowledge, in zeal in every way, in your love for us (gwenovitch and John) ; let this labor of love succeed excellently!
2 Corinthians 8:5
They gave more than we dared hope; they gave themselves, first of all to the Lord, but then also, by God’s will, to us.
Psalm 119:36
Make my heart go out to your sayings and keep it away from the pursuit of profit.
(see course 03 financial scroll – financial (click here) about the donations savings account)
Proverbs 22:9
One with a kind eye is blessed, for he gives of his bread to the poor.
Ecclesiastes 7:14
Have a good day, enjoy it. If you have a bad day, remember that God made it too. He simply doesn’t want man to figure out what’s next.
Mark 12:42
THE WIDOW’S MINE A poor widow also came and threw in two pieces
of one penny’s worth.
Luke 18:27
He said, ”What is not in the power of men is in the power of God.”
2 Corinthians 8:11
Now complete your work, and let the result correspond to your generosity, according to the means at your disposal.
Matthew 23:23
Woe to you, scribes and Pharisees, hypocrites! You pay tithes of mint, anise, and cumin, but the weightiest of the law, justice, mercy, and faithfulness, you neglect. One must be done and the other not neglected.
Ecclesiastes 11:6
Start sowing in the morning and give your hand no rest until the evening. After all, you don’t know if it works one time or the other, or if it works out well both times.
(see sowing course with the lord (still working on)
Mark 12:41
THE WIDE’S MATE
He sat down opposite the treasury, and watched the people throw copper pieces into it, while many a rich man dropped many.
Isaiah 33:6
He gives permanence to your life, wisdom and knowledge are a treasure to save, the fear of Yahweh is the riches of Zion.
Proverbs 12:11
He who tills his land has plenty to eat, but he who pursues nothingness has no sense.
1 chronicles 29:13
Therefore, our God, we praise thee and glorify thy glorious name.
Luke 12:27-28
Notice the flowers, how they grow; they neither spin nor weave. Yet I tell you, even Solomon in all his splendor was not clothed like one of them. 28Now if God thus clothes the herb of the field, which stands today, and tomorrow is thrown into the oven, how much more so than you, O you of little faith?

Malachi 3:8
A man cannot steal from God, can he? And yet you rob Me. You ask: ’How do we rob you then?’ In the tithe and the obligatory contributions.
2 Corinthians 9:12
Such spontaneous service not only supplies the needs of the saints, it also becomes an abundant source of thanksgiving to God.
2 Timothy 3:2
People will be selfish and greedy for money, arrogant and proud, slanderers, disobedient to their parents, ungrateful, indifferent,
1 Timothy 5:8
He who does not take care of his own family, and not even his own family, has denied the faith and is worse than an unbeliever.
2 Thoth 3:3
unloving, irreconcilable, evil speaking, intemperate, unruly, averse to good,
Malachi 3:11
Then I will drive out from you the gluttons, that they may no longer destroy the fruit of your field, and the vine of the field may not be barren to you, says the LORD of hosts.
2 Timothy 3:4
treacherous, daring, conceited, attached to pleasure more than to God;
Malachi 3:9
Thou art stricken with the curse, and yet thou continue to rob Me, all the people.
2 Timothy 3:5
they will cease the appearance of piety, but deny its essence. Keep such people away.
Matthew 6:2
Therefore, when you give alms, do not trumpet it before you, as the hypocrites do in the synagogue and in the street, that they may be praised by men. Verily I say unto you, They have already received their reward.
2 Corinthians 8:12
Charity according to one’s ability is welcome, one is not expected to give what he does not have.
Proverbs 15:22
Where there is no consultation the plans fail, but they succeed when there are many counselors.
Matthew 6:3
When you give alms, let not your left hand know what your right does,
Matthew 19:26
THE RICH YOUNG MAN
Jesus looked at them and said, ”This is not in the power of men, but with God all things are possible.”
Acts 20:35
In all things I have shown you that by thus laboring one should help the weak, and that ye should remember the words of the Lord Jesus. For he has said, It is more blessed to give than to receive.”
(in proportion a poor should get more than a rich man in proportion to advance the wealth of society in its prosperity)
Matthew 6:4
that your alms may abide in secret, and your Father who sees in secret will reward you.
James 4:3
And if you pray, you will not get it, because you pray wrongly, in order to spend what you get for your evil lusts.
Luke 6:45
A good man from the treasury of goodness in his heart brings out good, but a bad man from his treasury of wickedness the evil; for his mouth speaks that which overflows his heart.
(an evil man is always busy about his property, to show off if necessary)
2 Corinthians 9:9
So also it is written: He gave bountifully to the poor, and his bounty endures forever.
1 chronicles 29:11
Yours, Yahweh, is the greatness and the power, the splendor, the fame and the majesty, for yours, Yahweh, belongs to you, Yahweh, in heaven and on earth. The kingdom belongs to You, Yahweh, to You, who are exalted as head above all.
2 Thessalonians 3:10
Even when we were with you, we kept telling you this rule: if a person does not want to work, he will not eat.
Proverbs 2:2
and then set your ear to wisdom, and turn your heart to understanding,
Luke 6:35
LOVE YOUR ENEMIES
Nay, love your enemies, do good, and lend without counting on getting anything in return. Then your reward will be great, and you will be children of the Most High, who is also good to the ungrateful and the wicked.
Hebrews 13:6
Therefore we can say with confidence:
The Lord is my helper,
I have nothing to fear.
What can a man do to me?
Proverbs 2:1
My son, if you will receive my words and keep my commandments carefully
Philippians 4:11
THANKS FOR THE GIFTS
I do not say this because I am short, for I have learned to be myself enough in all circumstances.
(thanks for the gifts see “ gift of the lord click here ”)
2 Corinthians 8:4
Of their own accord and with great urgency they begged us for the favor of partaking in the support of the saints.
Psalm 39:7
only a shadow the path he goes: like a sigh life has evaporated. One collects – and who goes with it?
2 Corinthians 9:13
By this evidence of helpfulness (from gwenovitch) they will come to glorify God for your obedient profession of the gospel of Christ and your generous fellowship with them and all others. (to be distributed here on the website among the volunteers who get on the boat with Jesus)
Acts 4:34
There was not a single ailing among them, because all who owned lands or houses sold them and brought the proceeds with them
(here on the site we ask only the proceeds of your 3% or more of your savings account to give gifts of your love for the lord). glorify in his name
Proverbs 1:18
Yea, they lie in wait for their own blood and harass their own lives.
(pray for the priests so that we can give a better life to a peaceful society here on the website with our dream click here
)
Proverbs 17:18
A man without understanding shakes hands and remains surety for his neighbor.
1 Corinthians 16:1
COLLECT AND TRAVEL PLANS
As for the collection for the Saints, follow the rule I have established for the churches of Galatia.

Ecclesiastes 4:6
But: better a handful of rest than handfuls of toiling and grasping for wind.
Proverbs 10:3
Yahweh does not let the righteous go hungry, but He resists the lust of the sinners.
Proverbs 11:18
The sinner gets a deceitful profit, but he who sows righteousness reaps a sure reward.
Proverbs 12:9
Better an insignificant man, but with a servant, than a great-doer who has not enough to eat.
Isaiah 55:1
THE ETERNAL COVENANT
Come all who thirst, here is water; and you that have no money come, buy corn, and eat without money, and drink wine and milk without payment.
(pray for the lord’s eternal covenant with our dream click here to realize)
Ecclesiastes 5:16
His whole existence was desolate, full of vexation, misery and bitterness.
Mark 10:30
THE RICH YOUNG MAN (gwenovitch)
or he now receives, at this time, a hundredfold in houses, brothers, sisters, mothers, children, and fields, though also accompanied by persecutions, and in the world to come eternal life.
Mark 10:29
Jesus answered, Verily I say unto you, there is no one who has forsaken house, brothers, sisters, mother, father, children, or fields for me and for the good tidings,

Haggai 1:6
You have sown much, but you bring in little;
you eat, but you are not filled;
you drink, but it does not make you merry;
you clothe yourself, but it does not warm you;
the wage-worker gets his wages, but in a pouch with a hole!
( our dream for the lord click here to pray for it with mary)
Psalm 62:12
For once God has said it, and again I understood (gwenovitch and ????? : ’Power has its foundation in God.’
Acts 8:22
Cast off that evil disposition and pray the Lord that that evil thought may be forgiven you.
Luke 16:15
THE UNJUST STEWARD
He said to them, ’You present yourself as righteous before men, but God knows your heart. What men look up to is an abomination in God’s sight.
Matthew 17:27
THE TEMPLE TAX
Yet so as not to offend them: go to the lake, cast your hook, and catch the first fish that comes up; open his mouth and thou shalt find a stater; pay with it for Me and for you.”
Mark 12:17
TAX TO THE EMPEROR
Jesus said to them, ”Render to Caesar the things that are Caesar’s, and to God the things that are God’s.” And they marveled at Him.
Deuteronomy 26:2
then you shall put in a basket the first fruits of the field which you harvest in the land which the LORD your God is giving you, and go with it to the place which the LORD your God will choose to put his name on.
Luke 16:14
The Pharisees, eager for money as they were, heard all this and laughed at him.
Proverbs 20:21
A possession that started with stinginess will end without blessing.
Deuteronomy 8:19
And if thou forget the LORD thy God, and go after other gods, and worship them, and bow down to them, I assure thee this day that thou shalt perish.
Ecclesiastes 5:17
But I did discover something good. What is good is to eat and drink and enjoy the good in all the toil and toil under the sun, the short time that God allots you. That’s all you have.
Proverbs 1:17
The net is stretched in vain, while all the birds see it.
Exodus 22:25
REGULATIONS REGARDING THE NEEDED
If you take a man’s cloak in pledge, you must return it to him before sunset.
Ecclesiastes 11:3
When the clouds are full, they pour rain over the land. A tree can fall to the south or to the north, but the way it falls, it stays down.
Proverbs 23:6
Do not eat the meal that a miser sets before you, and do not covet his delicacies,
Proverbs 11:15
Whoever remains surety for a stranger is in bad shape, but whoever shuns the handshake lives safely.
Psalm 112:10
He who wills evil sees it with envy. Gritting his teeth, he succumbs to anger. The scheme of the wicked must fail.
Deuteronomy 15:6
The blessing of the LORD your God will rest upon you, as He has promised. Thou shalt lend to many nations, but thou shalt lend nothing thyself. Thou shalt rule over many nations, but they shall not rule over thee.
Acts 5:1
Now there was a man named Ananias who, in agreement with his wife Sapphira, sold a piece of land.
Deuteronomy 15:4
Besides, there will be no poor with you, for Yahweh your God will abundantly bless you in the land which He gives you (gwenovitch) as a possession,
1 Timothy 6:2
Those who have believing masters may not esteem them less because they are their brothers. On the contrary, they should serve them the more faithfully, because those who benefit from their services are one with them in faith and love. Thus you must learn and exhort.
(about the Pharisees who are our brothers should not despise us,
in our dream click here to learn more about it
Haggai 1:5
Therefore, thus says Yahweh of hosts, think about the way you are on.
Haggai 1:7
Thus saith the LORD of hosts: Thou shalt consider the way on which thou art.
Proverbs 27:27
then you have sufficient goat’s milk for food, for food for yourself and for your house, and for sustenance for your maidservants.
Proverbs 27:26
then you have lambs for your clothing, and goats to buy a field;
Acts 5:5
Hearing these words, Ananias fell down and died. A great fear seized all who heard this.
Proverbs 27:25
When the grass is gone and the after-grass appears and the herbs on the mountains are gathered,

Job 22:25
the Almighty – He will be your gold and your precious silver.
(don’t get attached to your possessions)
Matthew 22:21
They answered, ”From the emperor.” Then He said to them, ”Render to Caesar the things that are Caesar’s, and to God the things that are God’s.”
Deuteronomy 15:5
if you obey what the LORD your God says, and do diligently all the commandments which I command you this day.
Deuteronomy 23:19
When you pay your vows, you shall not bring harlot money or dog wages into the temple of the LORD your God. For He abhors both.
Mark 10:28
THE RICH YOUNG MAN Then Peter spoke up
and said, “Behold, we have forsaken all to follow you.”
Job 23:10
For he knows my way of life, and knows that out of his refinement I come forth like gold.
Proverbs 10:5
He who gathers a stock in summer is a wise man, he who misses the harvest time is a shame.
1 chronicles 29:15
We are but strangers who abide with You as guests, like all our fathers; our existence on earth is a shadow, without any certainty.
Proverbs 17:3
The crucible tests the silver, the furnace the gold, but Yahweh tests the hearts.
Proverbs 23:7
for he is like one who reckons with himself. Eat and drink! he says to you, but his heart is not with you.
Ecclesiastes 10:19
Food is done for pleasure and wine brings joy to life: money can buy everything.
Psalm 37:21
The impostor borrows – and he keeps it; the righteous, compassionate, pardons.
Matthew 25:23
THE USE OF THE TALENTS
His master said to him: Excellent, good and faithful servant, you were faithful over a little, I will appoint you over much. Enter into the joy of your lord.
Malachi 3:7
From the days of your fathers you have turned aside from my statutes and have not kept them. Return to Me, and I will return to you, says Yahweh of hosts. You ask, ’How then are we to return?’
Matthew 13:44
YEAST AND FLOWER
The kingdom of heaven is like a treasure hidden in a field. When someone found him, he hid him again, and in his joy he went to cash in all that he had and bought that field.
Luke 14:28
DEPARTURE
If any of you want to build a tower, won’t he first sit down and make a budget, whether he has enough to complete it?
Proverbs 22:27
If you cannot afford to pay, why should you have your bed taken from under you?
1 chronicles 29:16
Yahweh our God, all this riches which we have gathered to build a house to your holy name is out of your hand; everything belongs to you.
Luke 14:29
Detachment
Otherwise it might happen to him, when he has laid the foundation and is unable to finish the work, that all who see it will mock him
Proverbs 6:5
release yourself, like a gazelle from the snare, like a bird from the birder’s snare.
Matthew 25:15
THE USE OF THE TALENTS
To one he gave five talents, to the other two, to a third one, each according to his ability. Then he left.
Matthew 25:22
And the one of the two talents came forward and said, Lord, thou hast entrusted me with two talents; behold, I have earned two talents.
Matthew 25:14
It is like the man who, on his departure abroad, summoned his servants to entrust his property to them.
Matthew 2:11
They entered the house and saw the Child there with his mother Mary, and falling to their knees they paid homage to him. They took out their treasures and presented them with gifts: gold, frankincense, and myrrh.
Luke 14:30
and say: That man began to build, but he was not able to finish.
Proverbs 6:1
My son, if you have made surety for your neighbor, if you have promised a stranger at hand,
Matthew 25:26
THE USE OF THE TALENTS
But his master answered him: Wicked and lazy servant, you knew then that I reap where I have not sown, and reap where I have not sowed?
Matthew 25:27
That is why you should have deposited my money with the bankers, so that when I arrived I would have received my property back with interest.

Proverbs 17:16
What good is money in the hand of a fool? Does he want to buy wisdom with it without understanding?
2 Corinthians 12:14
PREPARING FOR THE VISIT AND FINAL DISCUSSIONS WITH THE CHURCH
Now I stand ready to come to you for the third time, and I will not be a burden to you. It’s not about your money, it’s about yourself: parents should take care of their children, not the children for their parents.
Proverbs 15:27
Whoever seeks irregular gain destroys his own house, but whoever hates gifts will live.
Matthew 25:16
USE OF THE TALENTS
Whoever had been given the five talents immediately went to work with them and made five more.
Matthew 25:20
He that had received five talents came forward and presented five more talents, saying, Lord, thou hast committed five talents to me; behold, I have earned five talents.
Matthew 25:18
But he who had received that one went to dig a hole in the ground and hide his lord’s money.
Psalm 15:5
he borrows without asking interest,
takes nothing against those who are in his right.
He that acteth thus, he shall not be shaken for ever.
Matthew 25:17
Likewise, whoever got the two earned two more.
Matthew 25:28
So take that talent from him and give it to whoever has the ten talents.
Matthew 25:24
Finally he who had been given the one talent also came forward and said, Lord, I have found that thou art a hard man, reaping where thou hast not sown, and reaping where thou hast not scattered.
Matthew 13:22
He who was sown among thistles is he who hears the word, but this is choked with the cares of the world and the delusion of riches, and thus it is fruitless.
(those who reject the word of god have no steadfast faith)
Matthew 25:19
As often as anyone hears the word of the kingdom but does not understand, the evil one comes and takes away what is sown in his heart; that is he who is sown in the way.
Proverbs 6:3
then do the following, my son, and make yourself free again, for you have fallen into the hand of your neighbor. Yes, urge your neighbor and let him not rest.
2 kings 4:7
She went and told the man of God, and he said, ’Go sell the oil and pay your debtor; on the surplus you can live with your sons.’
Acts 8:23
I see that you are bitter as gall and entangled in anger.”
Matthew 19:29
THE RICH YOUNG MAN And whosoever hath
given up his house, brothers or sisters, father or mother, wife, children, or fields for my Name, shall recover it a hundredfold and receive eternal life.
Proverbs 6:4
Give your eyes no sleep, your eyelids no rest;
Proverbs 22:2
Rich and poor meet: Yahweh has made them all.

Proverbs 6:2
if thou art entangled in the words of thy mouth, captive in the words of thy mouth,
Psalm 37:26
He who mercifully was always ready to borrow, his descendants also meet blessing.
Matthew 25:25
That’s why I was afraid and went to hide your talent in the ground. Here you have your property back.
2 kings 4:2
Elisha asked her, ’What can I do for you? Tell me: what have you got?’ She answered, ”Your maidservant has nothing in the house but a jar of oil.”
Matthew 25:30
THE USE OF THE TALENTS
And cast that useless servant out into the darkness; there will be weeping and gnashing of teeth.
Proverbs, 19:1
Better a poor man who walks blamelessly than a man of devious words who is a fool.
Acts 8:20
But Peter replied, “Be doomed, you with your money, because you thought you could get the gift of God for money.
Romans 13:7
Give to each his due: tax and dues to whom you owe tax and dues, awe and reverence to those who are due awe and reverence.
Proverbs 21:26
He covets all day long, but the righteous gives and is not sparing.
2 Corinthians 8:1
THE COLLECT FOR JERUSALEM
Brethren, we would like to inform you what a favor God has shown the churches of Macedonia.
Proverbs 15:17
Better a dish of vegetables where there is love than a fattened ox, with hatred on it.
Deuteronomy 15:7
If one of your brethren has fallen into poverty in any city of the land which the LORD your God is giving you, then do not be hard on your poor brother or close your purse against him.
Ecclesiastes 11:4
Whoever keeps watch for the wind will not sow, and whoever keeps looking at the clouds will not reap.
1 chronicles 29:9
The people rejoiced at their generosity, for with a complete heart they had brought their offering to Yahweh; King David also rejoiced greatly.
2 Corinthians 3:5
Again, this does not mean that we are capable of our own accord, so that we can ascribe any merit to ourselves. All our ability comes from God.
Acts 5:3
Then Peter said, “Ananias, why has Satan taken possession of your heart, that you deceive the Holy Spirit and withhold anything from the produce of your land?
1 Corinthians 16:2
Every Sunday let each one of you lay aside and keep something according to your ability; otherwise the collections don’t start until I come.
2 Corinthians 4:7
TRUST IN ALL VALUES
But we carry this treasure in earthen pots; it is clear that that overwhelming power comes from God and not from us.
Deuteronomy 15:8
On the contrary, you must open it wide and lend him all that he lacks.

1 chronicles 29:17
I know, my God, that You test hearts and take pleasure in uprightness. Well, with a sincere heart I gladly gave you all this, and with joy I saw your people here voluntarily offering their gifts to you.
Acts 5:4
Did it not sometimes remain your property as long as it was unsold, and was the proceeds not at your disposal even after that? How did such a thing occur to you? You have not lied to men, but to God.”
Matthew 25:21
THE USE OF THE TALENTS
His master said to him: Excellent, good and faithful servant, you were faithful over a little, I will appoint you over much. Enter into the joy of your lord.
Proverbs 22:26
Be not of those who shake hands, who remain surety for debts.
Isaiah 55:2
THE ETERNAL COVENANT
Why do you spend money on that which is not bread, and your wages on that which is not satiating? Hear me attentively, and thou shalt eat that which is good, and satisfy thy hunger with choice food.
Proverbs 28:25
The greedy one causes strife, but if anyone trusts in Yahweh, it will go well with him.
Psalm 62:11
Do not seek it in oppression, do not dream of preying on others; increase your wealth grievously, give not your heart captive.
Deuteronomy 28:8
Yahweh will bring blessing to your barns and to all your undertakings. Yahweh your God will bless you in the land which He is giving you.

Deuteronomy 28:13
Yahweh will make you head and not tail. Thou shalt go up and never down, if thou shalt obey the commandments of the LORD thy God, which I give thee this day, and do them diligently,
Deuteronomy 28:9
Yahweh will make of you a people devoted to Him, as He swore to you, if you keep the commandments of Yahweh your God and walk in His ways.
Deuteronomy 28:11
In the land which the LORD swore to your fathers, he will give you abundant abundance in all things, in the fruit of your womb, in the fruit of your livestock, and in the fruit of your ground.
Mark 11:24
BELIEVE THAT MOUNTS MOUNTAINS
Therefore I say to you: Whatever you ask in prayer, believe that you have already obtained it, and you shall have it.
Ephesians 3:19
PRAYER FOR THE PERFECT GNOSIS
and to know the love of Christ which surpasses all knowledge. May you attain the fullness which is the fullness of God Himself.
Psalm 23:3
He keeps my soul from going astray,
He guides me in traces of truth
faithful to His name.
Psalm 23:1
THE LORD IS MY SHEPHERD
A Psalm of David.
The Lord is my shepherd
I will lack nothing.
Deuteronomy 28:3
Blessed art thou in the city, blessed art thou in the land.
Deuteronomy 28:4
Blessed is the fruit of your womb, the fruit of your ground, and the fruit of your livestock, the litter of your herds, and the increase of your sheep.
Psalm 23:5
You set a table for me
in the face of my assailants
and anoint my head with oil.
My cup overflows.
Joshua 1:8
You must never stop reading that code. You must meditate on it day and night, and you must accurately carry out all that is written in it. Then you will prosper and prosper in all that you do.
John 10:10
The thief comes only to steal, slay and destroy; I have come that they might have life and have it in abundance.
John 1:16
Of his fullness we have all received grace upon grace.
John 15:5
I am the vine, thou the branches. He who abides in Me, as I (gwenovitch) in him, bears much fruit, for apart from Me you can do nothing.
John 15:7
If you abide in Me and My words abide in you, ask what you will and you shall have it.
Ephesians 3:21
PRAYER FOR THE PERFECT GNOSIS
To Him be the glory in the church and in Christ Jesus throughout all generations, from eternity to eternity! Amen.

Psalm 23:2
He directs me to lie
in grassy pastures,
He leads me to waters of rest.
Ephesians 3:20
PRAYER FOR THE PERFECT GNOSIS
To Him Who by the power that works within us is able to accomplish infinitely more than all we can ask or imagine,
Psalm 66:12
men overcame us, we passed through the fire, through the water, but Thou led us out – to Thy fullness.
Psalm 66:10
Well, O God, you have tested us, refined us – refined like silver
Psalm 66:11
Thou hast driven us into a strait, bound our loins in a tight squeeze:
Psalm 65:13
the grass of the steppe and of the hills grows wonderfully.
Psalm 65:12
And then you crown the year with your gifts; prosperously grows where thou trod the crop,
Psalm 65:9
The furthest inhabitants of the earth are in awe of your signs; where the morning opens, the evening, You awaken the trumpet.
Joel 2:23
And ye, children of Zion, exult and be glad in the LORD your God, for he giveth you the teacher to bring righteousness, and sends down upon you the rain, autumn rain and spring rain, as before.
Psalm 36:8
How rich is your goodness, O God, may the children of men know themselves sheltered in the shadow of your wings.
Psalm 65:11
waters the furrows, smoothes the plow land, makes it willing with heavy rains. And Thou blesses that which shall sprout.

(Fr)
propres cours – le parchemin financier
pour les riches

contenu de la leçon 0 | le parchemin financier
CHERCHEZ D’ABORD LE COURS « Cherchez d’abord le royaume de Dieu »
et tout vous sera donné
Leçon 1 introduction
Leçon 2 de la bible

Leçon 1 introduction
Il y avait alors une prophétesse, Anne, fille de Phanuel, de la tribu d’Aser. Elle était très âgée et après sa jeunesse, elle avait vécu avec son mari pendant sept ans.
Elle était maintenant veuve depuis quatre-vingt-quatre ans. Elle restait constamment dans le temple et servait Dieu jour et nuit par le jeûne et la prière.
A ce moment, elle s’approcha, remercia Dieu et parla de l’Enfant à tous ceux qui attendaient la délivrance de Jérusalem.
Quand ils eurent accompli tous les préceptes de la loi du Seigneur, ils retournèrent en Galilée, dans leur ville de Nazareth.
L’Enfant grandit et grandit en force ; il était rempli de sagesse, et la grâce de Dieu reposait sur lui.

Leçon 2 de la bible

Deutéronome 8:18
Souviens-toi donc que c’est Yahvé, ton Dieu, qui te donne le pouvoir d’acquérir des richesses, parce qu’il a gardé jusqu’à ce jour l’alliance qu’il a jurée avec tes pères.
1 Timothée 6:17
VRAI ET FAUX RICHESSE
17 Avertissez les riches de ce monde de ne pas être orgueilleux, ni de mettre leur espérance dans des richesses incertaines, mais en Dieu, qui nous donne tout ce qui est riche pour en jouir.
Proverbes 23:4
Ne vous lassez pas de devenir riche et arrêtez d’utiliser votre esprit pour le faire.
Deutéronome 8:17
Et si la pensée vous venait à l’esprit, ” Avec ma propre force et avec ma main puissante j’ai (gwenovitch) acquis cette richesse, ”
1 Timothée 6:19
VRAI ET FAUX RICHESSE
Ainsi ils se procurent un bon investissement pour l’avenir, afin d’acquérir la vie qui est la vraie vie.
Proverbes 3:9
Glorifiez Yahvé avec vos biens, avec les prémices de tout ce qui vous arrive.
Proverbes 13 :11
Les richesses acquises à partir de rien s’amenuiseront à nouveau, mais ceux qui accumulent s’enrichiront progressivement.
Proverbes 3:10
Alors vos greniers seront richement remplis, vos cuves déborderont de vin.

1 Timothée 6:18
VRAI ET FAUX RICHESSE
Dites-leur qu’ils font bien, s’enrichissent de bonnes actions, et qu’ils soient généreux et généreux.
Proverbes 22:7
Le riche règne sur le pauvre, et l’emprunteur devient l’esclave du prêteur.
Proverbes 8 :18
Avec moi sont la richesse et la renommée, la richesse durable et la justice.
Proverbes 8 :19
Mon fruit vaut plus que l’or, que l’or pur, mes produits plus que l’argent de choix.
Proverbes 6: 9
Combien de temps restes-tu allongé, paresseux ? Quand sortez-vous de votre sommeil ?
Luc 12:32
N’aie pas peur, petit troupeau : il a plu à ton Père de t’accorder le Royaume.
Luc 16 :10
Celui qui est fiable dans le moindre est aussi digne de confiance dans le grand ; et celui qui est injuste dans le moindre est injuste aussi dans le plus grand.
Marc 10:27
Jésus les regarda et dit : « Ceci n’est pas au pouvoir des hommes, mais au pouvoir de Dieu : car à Dieu tout est possible.
Luc 16 :11
N’as-tu pas été fidèle à l’iniquité Mammon, alors qui te confiera le vrai bien ?
Luc 12:21
Ainsi en est-il de celui qui s’amasse des trésors, mais qui n’est pas riche de Dieu.’
Proverbes 6 :6
Allez à la fourmi, paresseux, surveillez son comportement et devenez sage.
Proverbes 23:5
Vous fixez vos yeux sur la richesse et elle est partie : elle fait des ailes et comme un aigle, elle vole vers le ciel.
Esaïe 48:17
Ainsi parle Yahvé votre Rédempteur, le Saint d’Israël : Je suis Yahvé votre Dieu. Je vous demande d’aider et de vous guider dans votre façon de marcher.
Proverbes 19 :14
La maison et les biens sont l’héritage des pères, mais une femme sage vient de l’Éternel.
Proverbes 21:20
Le sage a de précieux trésors et de l’huile dans sa maison, mais l’insensé gaspille sa richesse.
(d’où, entre autres, le cours « le parchemin financier » à la page suivante, cliquez ici )
Proverbes 19 :17
Celui qui a compassion d’un pauvre prête à l’Éternel : Il lui rendra sa grâce.
Proverbes 24 :33
Juste un peu plus de sommeil, un peu plus de repos, juste un peu plus de temps croisez les bras et allongez-vous !
Proverbes 6:7
Elle n’a pas de capitaine, pas de surveillant, pas de souverain,
1 chroniques 29:12
La richesse et la gloire viennent de toi ; Tu règnes sur tout. Dans ta main se trouvent le pouvoir et la force, dans ta main c’est de rendre tout le monde grand et fort.
(comme ton serviteur gwenovitch et ses volontaires qui donnent au monde ce qui vient de toi)
Matthieu 6:33
Mais cherchez d’abord le royaume et sa justice, et toutes ces choses vous seront données par-dessus.
Matthieu 6:32
Car c’est ce que poursuivent les païens. Votre Père céleste sait que vous avez besoin de toutes ces choses.
2 Corinthiens 9 :7
Que chacun accomplisse ce qu’il a résolu dans son cœur, sans douleur et sans contrainte, car Dieu aime celui qui donne avec joie.
Hébreux 13:5
Ne vivez pas que pour l’argent, contentez-vous de ce que vous avez. Dieu lui-même a dit : je ne vous laisserai pas seul, je ne vous abandonnerai jamais.
Malachie 3:10
Apportez la dîme de toutes choses au magasin, afin qu’il y ait de la nourriture dans ma demeure; mettez-moi à l’épreuve, dit l’Éternel des armées, si je ne vous ouvrirai pas les volets du ciel, et si je répandrai sur vous une bénédiction, plus que vous ne pouvez en recevoir.
1 Timothée 6:10
Car l’amour de l’argent est la racine de tous les maux. A cause de cette passion certains se sont déjà éloignés de la foi et se sont torturés avec des tourments sans nombre.
Luc 12:20
Mais Dieu lui dit : Fou ! Cette nuit même, ils vous réclameront la vie ; et toutes ces provisions que vous avez faites, à qui s’adressent-elles ?
Luc 12:33
Vendez vos biens et faites l’aumône ; offrez-vous des bourses qui ne s’usent pas, et emparez-vous d’un trésor inépuisable dans le ciel, où aucun voleur ne peut s’approcher, et aucune mite ne peut le gâter.
Proverbes 20 :13
N’aimez pas dormir, car alors vous tomberez dans la pauvreté. Gardez les yeux ouverts et vous aurez votre pain en abondance.
Luc 12:34
Là où est ton trésor, là aussi sera ton cœur.
(vous retrouverez ce trésor de retour au corps et à l’esprit dans nos vies nous faisons ce qu’il y a dans les cours (cliquez ici) on vous dit en pleine reddition au créateur son amour pour nous)

Luc 12 :19
Alors je me dis : Homme, tu as une grande richesse qui traîne, depuis de longues années, maintenant repose-toi, mange et bois et profite-en !
Proverbes 21 : 5
Les plans de l’homme assidu rapportent du gain, mais celui qui est pressé en vient à manquer.
Proverbes 13:22
Le bon laisse hériter les enfants de ses enfants, mais la propriété du pécheur est réservée aux justes.
(voir cours à la justice du parchemin financier cliquez ici )
Proverbes 13:4
Le paresseux est gourmand, mais il n’obtient rien ; les désirs des zélés sont richement comblés.
2 Corinthiens 8 :15
dont parlent les écritures : Celui qui ramassait beaucoup n’avait pas trop, et celui qui ramassait peu n’avait pas de manque.
(si vous vivez dans la simplicité vous ne manquerez de rien et on vous donnera tout ce qui est bon pour vous)
Luc 16 :12
Si vous n’avez pas été fidèle dans la gestion de la richesse des autres, qui vous donnera ce que vous pouvez appeler le vôtre ?
Luc 12:18
Quiconque divorce de sa femme et en épouse une autre commet un adultère ; et quiconque épouse une femme divorcée par son mari commet adultère.
(c’est pourquoi le seigneur a pourvu l’hymne de Marie (cliquez ici) afin que personne ne se perde dans son amour)
Proverbes 10:22
C’est la bénédiction de l’Éternel qui enrichit : comparé à elle, notre propre labeur ne sert à rien

1 Chroniques 29:14
Car moi (gwenovitch) , comme mon peuple, je ne suis pas en mesure de faire autant d’ offrandes volontaires. Tout cela vient de vous, et nous ne vous donnons que ce que nous avons reçu de votre main.
Proverbes 10:4
Une main paresseuse apporte la pauvreté, mais des mains diligentes rendent riche.
Proverbes 27 :23
Sachez bien comment est votre bétail et prenez soin de votre troupeau,
Luc 12:16
Il leur raconta cette parabole : « Le pays d’un homme riche avait donné une grande moisson.
Luc 21:4
A vous qui êtes mes amis, je dis : Ne craignez pas ceux qui tuent le corps, mais après cela ne peut rien faire de pire.
Proverbes 15 :16
Mieux vaut un peu avec la crainte de Yahvé, que de grands trésors avec des troubles.
Luc 16:9
Ainsi, je vous dis aussi : Faites-vous des amis par l’intermédiaire du Mammon injuste, afin que lorsqu’il s’éloigne de vous, ils puissent vous recevoir dans les tentes éternelles.
Psaume 112 : 5
Son salaire est trouvé par l’homme qui prête généreusement, qui met de l’ordre dans ses affaires ;
Jérémie 9:24
Le temps vient où je punis tous les circoncis :
Proverbes 1:19
Tels sont les chemins de tous ceux qui recherchent le gain mal acquis : il coûte la vie à ses possesseurs.
Ecclésiaste 5:19
Alors vous ne pensez pas constamment à la brièveté de votre existence : Dieu vous donne tellement que vous y êtes complètement absorbé.
Ecclésiaste 2:26
À celui qui lui plaît, Dieu accorde la sagesse, la connaissance et la joie. Mais un pécheur, Il laisse laborieusement épargner et accumuler, puis le remettre à celui qui Lui plaît. Cela aussi est vain et avide de vent.
Proverbes 22:1
Un bon nom vaut mieux qu’une grande richesse, et le prestige vaut mieux que l’argent et l’or.
Psaume 112:8
Sa ténacité (de gwenovitch) est intrépide, à la fin il brave ses assaillants !
Jérémie 9 :23
Quiconque se glorifiera, qu’il se glorifie en voyant et en reconnaissant que moi, Yahweh, je fais miséricorde et j’établis le jugement et la justice sur la terre, car en cela je prends plaisir – oracle de Yahweh -.
2 Corinthiens 8:9
Car je n’ai pas besoin de vous rappeler la charité de notre Seigneur Jésus-Christ, comment il s’est fait pauvre à cause de vous, alors qu’il était riche, afin que vous deveniez riche par sa pauvreté.
Proverbes 14:23
Chaque labeur apporte un gain, mais parler n’apporte rien d’autre que le besoin.
Proverbes 8 :17
J’aime ceux qui m’aiment, et ceux qui me cherchent me trouveront.
1 Jean 2:16
LE MONDE SANS DIEU
Car tout ce qui est dans le monde – la convoitise de la convoitise, et la convoitise des yeux, et l’orgueil de l’argent – n’est pas du Père, mais du monde.
Psaume 112:7
Il n’a pas peur du discrédit ; sûrement son cœur repose sur le Seigneur.

Matthieu 6:20
LE TERRESTRE PAR RAPPORT AU CÉLESTE Mais amasse des
trésors dans le ciel où les mites et les vers ne les détruisent pas, et où les voleurs ne s’introduisent pas pour voler.
Proverbes 8:21
pour conférer la richesse à ceux qui m’aiment et pour remplir leurs trésors.’
Proverbes 6:10-11
Juste un peu plus de sommeil, un peu plus de repos, juste un peu plus de temps croisez les bras et allongez-vous ! 11Ainsi, la misère vous envahit comme un voleur, la misère comme un homme bien armé.

Proverbes 16:13
Un roi se plaît à parler avec droiture, et celui qui parle avec droiture, il aime.
Proverbes 8:20
Je marche dans le chemin de la droiture, dans les chemins de la justice,
Proverbes 11:24
L’un distribue généreusement et obtient de plus en plus, l’autre détient illégalement et s’appauvrit.
2 Corinthiens 9 :11
Ainsi vous vous enrichissez de toutes les manières et vous pouvez pratiquer toutes sortes de générosité. Et cela à son tour, par notre intercession, est cause d’action de grâce à Dieu.
3 Jean 1:2
Cher ami, à tous égards, je vous souhaite bien-être et santé; Je sais que ton âme va bien.
Proverbes 11:25
Un homme qui apporte la bénédiction est lui-même satisfait, celui qui arrose les autres est aussi lui-même abreuvé.
Luc 12:22
NE SOYEZ PAS
RAFFINÉ 22Or il dit à ses disciples : « C’est pourquoi je vous le dis, ne vous inquiétez pas pour votre vie, ce que vous mangerez, ni pour votre corps, ce que vous vous vêtirez. Philippiens 4:19
2 Corinthiens 9 :10
Celui qui fournit au semeur de la semence et de la nourriture à manger vous fournira aussi de la semence et la fera se multiplier et prospérer dans la récolte de votre générosité.
Luc 12:39
Comprenez ceci : si le propriétaire de la maison savait à quelle heure le voleur viendrait, il ne ferait pas cambrioler sa maison.
Luc 12:31
Mais alors cherchez son royaume, et ces choses vous seront ajoutées.
Luc 12:30
Car c’est ce que poursuivent les païens du monde. Ton père sait que tu as besoin de tout ça.
Ecclésiaste 7 :12
La sagesse et l’argent abritent tous deux. Mais la sagesse a ceci pour ; elle fait vivre ceux qui la possèdent.
Ecclésiaste 5:10
Plus vous possédez de gros, plus il y a de profiteurs. Et qu’y a-t-il pour vous en tant que propriétaire ? Vous pouvez le regarder, c’est tout.
Matthieu 6:21
LE TERRESTRE PAR RAPPORT AU CÉLESTE
Là où est ton trésor, là aussi sera ton cœur.
(voir cours où votre cœur assisterait
« 8.2 cours propres – 05 le parchemin financier – le cœur »
2 Corinthiens 9 :6
Souvenez-vous que celui qui sème avec parcimonie récoltera parcimonieusement ; celui qui sème abondamment moissonnera abondamment.
1 Timothée 6:6
Erreur et cupidité
Maintenant, sans aucun doute, la piété apporte un grand profit, mais seulement à celui qui se contente de ce qu’il a.

1 Jean 3:17
Comment l’amour divin peut-il demeurer dans un homme qui a assez d’argent, et pourtant ferme son cœur aux besoins de son frère ?
2 Corinthiens 9:8
Et Dieu a le pouvoir de te combler de tous les dons, afin que tu fournisses toujours de toutes les manières tout ce qui est nécessaire, mais qu’il en reste beaucoup pour toute bonne œuvre.
(avec vos « dons de compte d’épargne » pour partager votre miséricorde avec les autres)
Proverbes 22:4
La récompense de l’humilité et de la crainte de Yahvé, c’est la richesse, la gloire et la vie.
Philippiens 4:12
MERCI POUR LES CADEAUX
Je sais ce qu’est la pauvreté, je sais ce qu’est l’abondance. Je suis pleinement initié. Je peux manger en abondance et je peux avoir faim, je connais l’abondance et le manque.
(jeûner le mercredi et le dimanche donne ton abondance)
Proverbes 3:14
car il vaut mieux acquérir de l’intelligence que de l’argent, mieux vaut acquérir de la sagesse que de l’or.
Proverbes 3:15
Elle a plus de valeur que les coraux et aucun de vos objets de valeur ne s’approche d’elle.
Romains 13:8
L’AMOUR ACCOMPLI LA LOI Veillez à ce
que vous ne devez rien à personne. Votre seule dette est l’amour mutuel. Celui qui aime son prochain a accompli la loi.
1 Timothée 6:9
Erreur et soif d’argent
Ceux qui voudraient s’enrichir tombent dans la tentation et dans le piège de toutes sortes de désirs insensés et mauvais, qui plongent un homme dans la ruine et la ruine.
(engagez-vous avec l’amour de Dieu pour nous pas avec des hérétiques qui parlent à votre bouche pour vous tromper)

1 Timothée 6:7
L’ECRITURE ET L’ARGENT
Car nous n’avons rien apporté dans ce monde, et nous ne pouvons rien en retirer.
Matthieu 6:24
Aucun homme ne peut servir deux maîtres : il haïra l’un et aimera l’autre, ou il adorera l’un et méprisera l’autre. Vous ne pouvez pas servir Dieu et Mammon.
1 Timothée 6:8
Si nous avons de la nourriture et des vêtements, cela devrait nous suffire.
Luc 12:15
RICHESSES ET BÉNÉFICES
Et Il lui dit : « Prends garde et garde-toi de toute convoitise ! Car aucune richesse, si abondante soit-elle, ne peut assurer votre vie.
Proverbes 24:34
Ainsi vient à toi la pauvreté et la misère, comme un homme bien armé.
Deutéronome 8 :14
que ton coeur ne s’enorgueillit donc pas, et que tu oublies l’Éternel, ton Dieu, qui t’a fait sortir d’Égypte, cette maison de servitude;
Jacques 5:2
Votre richesse est pourrie, vos beaux vêtements sont infestés de mites,
Matthieu 19 :23
Or Jésus dit à ses disciples : « Je vous le dis en vérité, il est difficile à un riche d’entrer dans le royaume des cieux.
Marc 10:21
Alors Jésus le regarda avec amour et dit : « Il te manque une chose : va vendre ce que tu as et donne aux pauvres, et tu auras un trésor dans le ciel avec. Et puis reviens pour Me suivre.
Matthieu 19 :24
En effet, il est plus facile à un chameau de passer par le chas d’une aiguille qu’à un riche d’entrer dans le royaume de Dieu.
Ecclésiaste 2:11
Mais en repensant à tout ce que j’avais accompli et à tout l’effort que cela m’avait coûté, je conclus : tout cela est vain et avide de vent. Il n’y a rien à gagner sous le soleil.
Proverbes 10 :2
Les trésors acquis par l’iniquité ne rapportent aucun profit, mais la justice délivre de la mort.
Luc 16:8
Le seigneur loua l’intendant injuste d’avoir agi avec discrétion, car les enfants de ce monde agissent avec plus de conseil entre eux que les enfants de lumière.
Deutéronome 8 :11
Prends garde, ô Éternel ton Dieu, de ne pas garder ses commandements, ses ordonnances et ses ordonnances, que je te commande aujourd’hui.
Proverbes 28 :22
L’homme au regard envieux est pressé de s’enrichir, mais il ne sait pas qu’il est menacé par la misère.
Deutéronome 8 :12
Et quand tu as de quoi manger et que tu construis de belles maisons,
Jacques 5:5
Tu as festoyé et vomi sur la terre, tu t’es engraissé pour le jour de la tuerie.
(ce qui arrive aux femmes pécheresses dans l’hymne de Marie si elles continuent à vivre dans le péché)
Ecclésiaste 2:10
(Gwenovitch a) Je n’ai refusé rien de mes yeux ; Je ne me suis refusé aucun plaisir. J’ai apprécié tout ce que j’avais acquis à cœur joie. C’est du moins ce que j’avais réalisé avec mon labeur.
Psaume 49:12
et leur maison d’habitation devient la tombe pour les siècles des générations leur pierre : eux qui ont donné leur nom aux domaines !
Proverbes 30:7
Deux choses que je vous demande, ne me refusez pas avant de mourir :
Deutéronome 8:13
prends beaucoup de bœufs et de brebis, et amasse de l’argent et de l’or, afin que tous tes biens s’accroissent,
Jacques 5:4
Écoute, le salaire que tu as refusé aux ouvriers qui ont fauché tes champs, crie à haute voix, et les cris de tes moissonneurs sont parvenus aux oreilles de l’Éternel des armées.
Luc 19:26
Je vous dis : A tous ceux qui ont, il sera donné ; mais celui qui n’a pas sera enlevé, même ce qu’il a.
(Celui qui a achevé l’amour du Seigneur sera donné à
celui qui n’aime pas sera ôté de tout (Satan)
Proverbes 28:8
Quiconque augmente sa fortune avec intérêt et usure, l’amasse pour celui qui a pitié des pauvres.
Marc 10:22
Ce mot l’effraya, et il s’en alla bouleversé, parce qu’il avait beaucoup de biens.
Matthieu 19 :21
Jésus lui dit : « Si tu veux être parfait, rentre chez toi, vends ce que tu as et donne aux pauvres ; avec elle, vous aurez un trésor dans le ciel. Et puis reviens pour Me suivre (gwenovitch) .
Psaume 49:7
qui se fient à leur grande richesse, qui se vantent de leur abondance ?
Proverbes 10:15
La richesse des riches est pour lui une cité puissante, le malheur des nécessiteux est leur pauvreté.
Marc 10:28
Alors Pierre prit la parole et dit : « Voici, nous avons tout abandonné pour te suivre. »
Luc 18:25
Il est plus facile à un chameau de passer par le chas d’une aiguille qu’à un riche d’entrer dans le royaume de Dieu.
Luc 18:24
Voyant cela, Jésus dit : « Comme il est difficile pour ceux qui ont de l’argent d’entrer dans le royaume de Dieu !
Psaume 49:13
L’homme n’habite pas dans ses richesses : comme une bête muette, il s’achèvera.
Psaume 49:15
Ils sont descendus comme des brebis dans l’abîme, la mort était leur berger, a coulé directement dans la fosse, où leur apparition périra, et la maison de la mort est leur demeure.
Jacques 5:6
Tu as condamné et assassiné les justes ; il n’a aucune défense contre vous.
Proverbes 13:8
La rançon de sa vie est sa richesse ; un pauvre n’entend aucune menace.
Psaume 49:8-9
Sachez : aucun homme n’y échappe , il ne pourra jamais payer à Dieu sa rançon : 9 Trop élevé est le prix de sa vie, il n’atteint pas pour l’éternité :
Proverbes 28 :11
Le riche est sage à ses propres yeux, mais un pauvre sage voit à travers lui.
(comme gwenovitch)
Psaume 49:6
Aurais-je peur dans les jours sombres si la ruse de la ruse m’enferme,
Psaume 112 : 3
La prospérité, la prospérité habite sa maison, sa justice défie les temps.
Psaume 49:20
il vient dans la famille de ses pères, ceux qui ne voient plus jamais la lumière du soleil.
Ecclésiaste 5:18
En effet, si Dieu vous accorde richesse et richesse et vous donne la possibilité d’en bénéficier, si vous obtenez votre part et êtes heureux dans tout votre travail, alors c’est un don de Dieu.
Proverbes 21:6
Acquérir des trésors par le mensonge : c’est le vide éphémère de celui qui cherche la mort.
Jacques 1:10
LA VALEUR DU PROCÈS
et les riches sur sa méchanceté ! Car le riche périra comme une fleur dans l’herbe.
Ecclésiaste 5:12
J’ai vu une autre grande misère sous le soleil : quelqu’un accumule des richesses et puis les choses tournent mal.
Proverbes 30:9
de peur que je ne sois rassasié et que je ne te renie, et que je ne dise : Qui est Yahvé ? – de peur que je ne devienne pauvre et vole, et que je ne transgresse le nom de mon Dieu.
Marc 10:25
Il est plus facile à un chameau de passer par le chas d’une aiguille qu’à un riche d’entrer dans le royaume de Dieu.
Proverbes 12:27
Le paresseux n’attrapera pas son jeu, mais pour l’homme assidu, c’est un trésor précieux.
Psaume 112:4
Car le juste fait sortir la lumière des ténèbres. Miséricordieux, miséricordieux, juste.
1 Samuel 2:7
Yahweh appauvrit et enrichit, il humilie et il exalte.
Ecclésiaste 5:13
À cause de l’adversité, il perd tout et ses enfants se retrouvent les mains vides.

Proverbes 11:26
Quiconque détient le grain est maudit par le peuple, mais la bénédiction descend sur la tête de celui qui le vend.
Ecclésiaste 11:1
Jetez votre pain sur l’eau; après un long moment, vous pouvez le retrouver.
Marc 10:23
Alors Jésus regarda ses disciples et leur dit : « Comme il est difficile pour ceux qui ont de l’argent d’entrer dans le royaume de Dieu !
Psaume 49:18
il n’en emporte rien avec lui quand il meurt, sa gloire ne descend pas après lui.
Proverbes 11:4
Au jour de la colère, la richesse ne servira à rien, mais la justice délivre de la mort.
1 Timothée 6:5
Erreur et cupidité et discussions sans fin, l’œuvre d’hommes dont l’esprit est confus et dépourvu
de vérité. Ils voient la piété comme une source de revenus.
Jacques 1:11
LA VALEUR DE L’ESSAI
Le soleil se lève avec sa chaleur torride ; il fait flétrir l’herbe, la fleur tombe et toute sa splendeur s’en va. Il en est ainsi du riche : il se fanera au milieu de ses entreprises.
Ecclésiaste 5:14
Tout comme un homme sort du ventre de sa mère, il doit revenir : nu pendant un moment. Il ne peut emporter aucun de ses biens avec lui.
Psaume 49:19
Si un homme se considère béni dans sa vie, récolte-t-il la gloire parce que la richesse est devenue sa part,
Ecclésiaste 5:15
En effet, c’est très douloureux : comme il est venu, il doit repartir. Qu’a-t-il réalisé alors ? Il a travaillé pour rien.
Proverbes 14:24
La couronne des sages est leur richesse, mais la folie des insensés reste une folie.
Proverbes 18 :11
La propriété de l’homme riche est pour lui une ville puissante, quelque chose comme un mur de sécurité, dans son imagination.
Deutéronome 8 :16
qui vous a donné à manger de la manne dans le désert, que vos pères n’avaient jamais vue. Il vous a humilié et mis à l’épreuve pour vous faire enfin du bien.
Proverbes 10:26
Comme le vinaigre aux dents, comme la fumée aux yeux, ainsi est le paresseux pour ceux qui le commandent.
Jacques 5:3
votre or et votre argent sont rongés. Cette rouille témoignera contre toi et consumera ta chair comme le feu. Des trésors que tu as amassés, alors que ce sont les derniers jours.
Proverbes 16:8
Mieux vaut un peu, avec droiture, que de grands gains, avec injustice.
Proverbes 19:4
La richesse donne à un homme beaucoup d’amis, mais le pauvre perd un ami.
Jacques 5:1
Et maintenant, toi qui es riche, pleure et gémit pour les calamités qui t’arrivent.
Marc 10:24
LE JEUNE HOMME RICHE
Les disciples étaient stupéfaits de ce qu’il disait. Alors Jésus répéta : « Mes enfants, comme il est difficile d’entrer dans le royaume de Dieu.
Proverbes 28 :19
Celui qui cultive son champ se satisfait de pain, mais celui qui poursuit le néant se satisfait de la pauvreté.

Proverbes 28:20
Un honnête homme sera richement béni, mais celui qui est pressé de s’enrichir ne restera pas impuni.
Psaume 62:10
Un homme – rien qu’un souffle, évaporant même le plus grand ; ils montent sur la balance, à peine un souffle ensemble !
Ecclésiaste 11 :2
Investissez votre propriété dans sept ou huit choses ; vous ne savez pas quel désastre peut frapper la terre.
Psaume 112 : 6
car il est à jamais immobile : le nom du juste demeure vivant.
Psaume 112 : 9
Là où il y a besoin, il donne abondamment : sa justice défie les temps. Et le puissant lève sa corne.
Psaume 112 :1-2
Dieu vous protège! Heureux l’homme qui craint le Seigneur, se réjouit de ses commandements ; 2Sa tribu sera forte sur la terre, bénie est la famille des hommes droits.

Proverbes 13:7
Certains prétendent être riches et n’avoir rien du tout, d’autres prétendent être pauvres et très riches.
Apocalypse 3:17
LAODICEE
Tu dis : Je suis riche, car je suis riche, et je n’ai besoin de rien, et je ne sais pas que tu es malheureux et malheureux par-dessus tout, un mendiant aveugle et nu.
Matthieu 25 :29
L’UTILISATION DES TALENTS
Car à tous ceux qui ont, il sera donné ; mais à celui qui n’a pas, même ce qu’il a lui sera enlevé.
(Vous pouvez expérimenter ces talents lorsque notre rêve devient réalité (cliquez ici )

Proverbes 28:6
Un pauvre qui marche sans reproche vaut mieux qu’un homme qui s’égare et qui est riche.
Jacques 1:9
LA VALEUR DE L’ÉPREUVE
Le pauvre chrétien doit être fier de sa haute position,
Proverbes 21:17
Celui qui aime festoyer devient un homme dans le besoin, et celui qui aime le vin et l’huile ne devient pas riche.
Proverbes 27:24
car la richesse ne dure pas éternellement, et une couronne ne dure pas de génération en génération.
Ecclésiaste 5:11
Une personne qui travaille dort bien, qu’elle mange beaucoup ou peu. Mais un homme riche a une telle abondance qu’il ne peut pas dormir paisiblement.
Psaume 37:16
Les justes ont plus de richesses que tant de trompeurs.
Psaume 39:6
Voici, mes jours Tu détermines – un pouce, dans tes yeux ma durée de vie n’est rien; l’homme, si fier, n’est qu’un souffle,
1 Timothée 6:11-12
UNIQUE exhortation de Timothée Mais
toi, homme de Dieu, tu dois éviter toutes ces choses. Recherchez la justice, la piété, la foi, l’amour, l’endurance, la douceur. 12Combattez le bon combat de la foi, saisissez la vie éternelle. C’est à cela que vous avez été appelé, à cela vous avez fait une bonne confession devant de nombreux témoins.

1 Timothée 6:20-21
ADMINISTRATION FINALE ET SALUT 20
Timothée, garde ce qui t’est confié, et détourne-toi des raisonnements profanes et vides de sens et des objections de la soi-disant gnose ; Certains qui le proclament ont déjà perdu le chemin de la foi.

Que la grâce soit avec vous tous.
1 Timothée 6 :13-14
UNIQUEMENT PROMOTION DE TIMÓTES
Je te recommande devant Dieu qui donne la vie à toutes choses et Jésus-Christ, qui par Ponce Pilate a fait une bonne confession: 14Gardez ce commandement sans tache et vierge jusqu’à l’apparition de notre Seigneur Jésus-Christ,
1 Timothée 6:16
PROMOTION UNIQUE DE TIMÓTES
qui seul possède l’immortalité et habite dans une lumière inaccessible. Aucun homme ne l’a vu ou n’est capable de le voir. A lui la gloire et la puissance éternelle ! Amen.
1 Timothée 6:15
PROMOTION UNIQUE DE TIMÓTES
que Dieu nous fera voir en son temps, Lui, le bienheureux, le souverain unique, le grand roi et le seigneur suprême,
Proverbes 19 :18
Châtie ton fils tant qu’il y a quelque chose à attendre de lui, et ne te soucie pas de ses lamentations.
Jacques 5:11
nous les considérons chanceux, car ils ont tenu bon. Vous avez aussi entendu parler de la fermeté de Job, et vous savez comment le Seigneur l’a traité à la fin, car il est riche en miséricorde et en compassion.
Proverbes 19 :19
Quiconque se laisse aller à sa colère doit le payer, car si vous voulez aider, vous l’aggravez.

Matthieu 6:22
LE TERRESTRE PAR RAPPORT AU CÉLESTE
La lampe du corps est l’œil. Ainsi, lorsque votre œil est clair, tout votre corps sera illuminé.
Luc 21 : 3
Et Il dit : « Je vous le dis en vérité, cette pauvre veuve a jeté le plus de tout.
Proverbes 19:21
Dans le cœur d’un homme (comme gwenovitch) de nombreux projets se réalisent , mais ce que Yahvé décrète , il se réalise .
Luc 12:24
NE VOUS PRÉOCCUPEZ PAS
Méfiez-vous des corbeaux ; ils ne sèment ni ne moissonnent, ils n’ont ni grenier ni grange, mais Dieu les nourrit. Combien es-tu plus que les oiseaux !
Proverbes 19:20
Écoutez les conseils et acceptez les reproches, et vous finirez par devenir plus sage.
Luc 12:25-26
NE VOUS INQUIETEZ
D’ailleurs, lequel d’entre vous est capable d’ajouter une coudée au chemin de la vie avec toutes ses tombes ? 26Alors, si vous êtes impuissant même devant une si petite chose, pourquoi vous soucier du reste ?

1 Timothée 6:4
L’erreur et la cupidité
est un homme vaniteux, sans vraie science, mais avec un intérêt morbide pour les querelles et les disputes . De cela rien ne peut venir que l’envie, la dissension, la calomnie, la suspicion
(voir certaines croyances sur les autres dans leur amour traitant d’eux voir en relation avec le verset suivant Psaume 119:74)
Psaume 119:74
Ceux qui te craignent me voient avec joie : comme j’attends ta parole avec espoir !
Psaume 119:77
Approche-moi ta miséricorde, je (gwenovitch) revivre; et comme ta loi m’enchante !
1 Timothée 6:3
Erreur et paresse d’argent Celui qui prêche
une doctrine déviante et ne garde pas les principes sains de notre Seigneur Jésus-Christ et la doctrine de notre religion,
Marc 4:18
Ceux qui sont semés parmi les chardons sont d’autres qui ont entendu la parole,
Proverbes 19 :22
Ce qui est exigé d’un homme, c’est la fiabilité, et un pauvre vaut mieux qu’un menteur.
Luc 16:1
LE GÉRANT DE L’INJUSTICE
Il dit en outre à ses disciples : « Il était une fois un homme riche qui avait un régisseur, qui était accusé d’avoir gaspillé sa richesse.
Psaume 119 :79
Bienvenue à ceux qui te craignent, qui ont compris tes paroles.
Psaume 119:78
Honte à ceux qui m’accusaient sans vergogne, traîtreusement : je ne pensais qu’à vos ordres.
Proverbes 19 :16
Celui qui garde le commandement conserve sa vie, mais celui qui néglige ses devoirs doit mourir.
Luc 16:7
Puis il a demandé à un autre : Et combien devez-vous ? Il répondit : Cent mesures de blé. Il lui dit : Voici ton aveu de culpabilité ; écrire : quatre-vingts.

Luc 16:4
Je sais déjà ce que je vais faire, afin qu’après ma décharge ils puissent me prendre dans leur maison comme intendant.
Luc 16 :2-3
Alors il l’a appelé et lui a demandé : Qu’est-ce que j’entends de vous là-bas ? Rendez compte de votre intendance, car vous ne pouvez plus être intendant. 3Alors l’intendant se dit en lui-même : Que dois-je faire, maintenant que mon seigneur m’enlève l’intendance ? Je ne peux pas creuser et j’ai honte de le mendier.

Luc 16 :5-6
Il convoqua un à un les débiteurs de son maître, et dit au premier : Combien devez-vous à mon maître ?
6Il répondit : Cent barils de pétrole. Mais il dit : Voici votre aveu de culpabilité ; asseyez-vous vite et écrivez : cinquante.
1 Chroniques 26:24
Shebuel, fils de Guershom, fils de Moïse, était le principal intendant des trésors.
1 Chroniques 26:21
Jehieli, fils de Ladan le Guershonite, et chef de famille ;
1 Chroniques 26:32
Aussi les frères de Jériah étaient des hommes de distinction, en tout vingt-sept cents chefs de famille. Le roi David leur confia l’administration des Rubénites, des Gadites et de la moitié de Manassé, pour tout ce qui concernait le service de Dieu et celui du roi.
1 Chroniques 26:29
Parmi les Isharites, Canania et ses fils servaient à l’extérieur du temple, comme officiers et juges sur Israël.
1 Chroniques 26:22
et les fils de Jehieli : Zetam et Joël, son frère, qui surveillaient les trésors de la maison de l’Éternel.
1 Chroniques 26:23
Parmi les familles d’Amram, d’Ishar, d’Hébron et d’Uziel, il s’agissait de :
1 Chroniques 26:25
Son neveu, fils d’Eliézer, était Récabia, son fils Isaïe, son fils Joram, son fils Zikri, son fils Shelomit.
1 Chroniques 26:27
Du butin de guerre, ils le consacrèrent à l’enrichissement de la maison de Yahvé.
1 Chroniques 26:31
Jéria était le chef des Hébronites. Quant aux familles et familles des Hébronites, dans la quarantième année du règne de David, une enquête démographique montra qu’elles avaient des hommes de distinction à Jazer de Galaad.
1 Chroniques 26:28
Et tout ce que Samuel le voyant, Saul le fils de Kis, Abner le fils de Ner et Joab le fils de Zeruiah, ou tout autre offrande en ex-voto, était sous la surveillance de Shelomit et de ses frères.
1 Chroniques 26:30
Parmi les Hébronites, Haschabia et ses frères, dix-sept cents hommes de distinction, étaient chargés de l’administration d’Israël dans la région à l’ouest du Jourdain, pour toutes les questions relatives au culte de Yahvé et au service du roi.
1 Chroniques 26:26
Ce Shelomit et ses frères surveillaient les offrandes votives du roi David, les chefs de famille, les capitaines de milliers et de centaines, et les capitaines de l’armée.
Luc 21 : 1
LE COMPAGNON DE LA VEUVE
Quand il leva les yeux, il vit les riches jeter leurs cadeaux dans le trésor,
Luc 12:13
RICHESSE ET sottise
L’un des gens lui dit : « Maître, dis à mon frère de partager l’héritage avec moi.
Psaume 119:76
Que ta grâce soit donc ma consolation, selon ta parole qu’elle promet à ton serviteur.

Psaume 119:75
Seigneur, ta justice, je la connais avec droiture : elle reste la vérité si tu m’éprouves.
Luc 20:38
Il n’est pas le Dieu des morts, mais des vivants, car pour lui tous sont vivants.
Matthieu 6:23
Mais si votre œil est mauvais, tout votre corps est sombre. Donc, si même votre lumière intérieure est sombre, à quel point l’obscurité sera-t-elle mauvaise !
Proverbes 19:15
La paresse provoque un sommeil profond et un flâneur doit avoir faim.
Proverbes 19 :13
Un fils insensé est un désastre pour son père, et la querelle d’une femme est une fuite dégoulinante.
Luc 21 :2
mais Il vit aussi une veuve nécessiteuse jeter deux pièces d’argent.
Psaume 24:1
De David.
Un psaume.
La terre et tout ce qu’elle porte appartiennent au Seigneur,
le monde et qui l’habitent :
Psaume 119:73
Tes mains m’ont fait, tes mains m’ont formé; apprends-moi donc à discerner, afin que je comprenne tes commandements.
Genèse 36:6-7
Et Ésaü laissa son frère Jacob, et ses femmes, ses fils et ses filles, et toute sa maison, et ses biens, et tout son bétail, et tous les biens qu’il avait acquis en Canaan, et alla dans un autre pays. 7Leur richesse était si grande qu’ils ne pouvaient rester ensemble; le pays où ils erraient ne pouvait plus les nourrir, eux et leurs troupeaux.

1 rois 10:14
Le revenu annuel de Salomon était de six cent soixante talents d’or,
1 rois 10:15
sans compter les péages des marchands, les droits commerciaux des marchands, et ce que tous les rois d’Arabie et les gouverneurs du pays rapportaient.
Jérémie 48:7
Tu as mis toute ta confiance dans tes forteresses, c’est pourquoi ils sont pris : Kemosh va en captivité avec ses prêtres et ses nobles.
Ephésiens 2:4
Mais Dieu, qui est riche en miséricorde, à cause du grand amour dont il nous a aimés,
2 chroniques 9:13
Le revenu annuel de Salomon était de six cent soixante-six talents d’or,
Genèse 13:2
Abram était un homme riche qui avait beaucoup de bétail, d’argent et d’or.
Genèse 26:14
Il avait des troupeaux de moutons et de bœufs, et tant de serviteurs que les Philistins l’enviaient.
1 Pierre 2:7
Précieux, cela vaut pour vous qui croyez. Mais à ceux qui ont mécru : La pierre que les bâtisseurs ont rejetée est devenue la pierre angulaire,
Luc 16:21
Il aurait aimé assouvir sa faim avec ce qui tombait de la table du riche au sol,
mais non, les chiens sont venus lui lécher les plaies
Ecclésiaste 4:8
Un homme est seul, il n’a ni fils ni frère ; il n’a personne à côté de lui. Pourtant, il travaille sans cesse et n’est jamais satisfait de sa richesse. Pour qui suis-je en train de me tourmenter et de me priver de tant de bonnes choses ? Cela aussi est vain, une galère inutile.

Travail 34:19
Il ne regarde pas ceux qui sont au pouvoir, un riche n’est qu’un pauvre, car seul le travail de ses mains est le travail de ses mains.
Esaïe 51:2
Regarde vers Abraham ton père, et vers Sara qui t’a enfanté; car quand je l’ai appelé, il était seul, mais je l’ai béni et multiplié.
Ephésiens 3:8
A moi, (gwenovitch) le moindre de tous les saints, est donnée la grâce de déclarer aux Gentils les richesses impénétrables du Christ,
Nahum 2.9
Ninive est comme un bassin d’eau d’où coule l’eau. Reste immobile ! Ne bougez pas ! » Mais personne ne se retourne.
2 rois 20:13
Ézéchias les reçut et leur montra tout son trésor, l’argent et l’or, l’encens et l’huile précieuse, l’armurerie et tout ce qui était stocké dans ses greniers. Il n’y avait rien dans son palais et dans tout son royaume qu’Ézéchias ne leur avait montré.
Genèse 13:5
De plus, Lot, qui était venu avec Abram, avait des moutons, des bœufs et des tentes.
1 Corinthiens 1:30
Par lui, vous êtes en Jésus-Christ, qui est devenu de Dieu toute notre sagesse, notre justice, notre sanctification et notre rédemption.
Proverbes 23:3
Ne soyez pas avide de ses délices, car c’est un repas trompeur.
Luc 18:29
Jésus répondit : « Je vous le dis en vérité, personne n’a abandonné sa maison ou sa femme, ses frères, ses parents ou ses enfants à cause du royaume de Dieu,

Travail 1:3
il avait sept mille moutons, trois mille chameaux, cinq cents paires de bœufs, cinq cents ânes, et beaucoup d’esclaves et de servantes : il était l’homme le plus riche de tout l’Orient.
Esaïe 60:16
Tu suceras le lait des nations, allaité par des seins royaux. Alors vous saurez que moi, Yahvé, je suis votre sauveur, votre rédempteur, le fort de Jacob.
Jérémie 46:20
L’Egypte ressemblait à une belle génisse, vers laquelle affluent les frelons du nord.
Genèse 24:35
Yahvé a richement béni mon maître, afin qu’il soit riche. Il lui a donné des moutons et des bœufs, de l’argent et de l’or, des esclaves et des servantes, des chameaux et des ânes.
Jacques 2:5
Écoutez, chers frères : Dieu a choisi les pauvres du monde pour être riches de la foi et héritiers du royaume qu’il a promis à ceux qui l’aiment
(ici sur le site est appelé à se porter volontaire par notre seigneur notre dieu) .
Cantique des Cantiques 7:8
Votre silhouette est élancée comme une paume, vos seins sont comme des grappes de raisin.
Psaume 52:7
Mais Dieu vous brise – pour toujours. Son étreinte vous tire hors de la tente ; Il t’a déjà déraciné : arrache-toi de la terre.
Aggée 2:8
L’argent m’appartient, l’or m’appartient, déclare l’Éternel des armées.
Esther 1:4
comment il a déployé les richesses et la splendeur de sa royauté et la splendeur rayonnante de sa majesté, plusieurs jours d’affilée, cent quatre-vingts jours.

Luc 16:28
car j’ai cinq autres frères; (dans la foi) qu’il les avertisse, de peur qu’ils ne tombent eux aussi dans ce lieu de tourment.
Luc 16:27
Le riche dit : Alors je te demande, mon père, de l’envoyer dans la maison de mon père,
Luc 16 :19
Il était une fois un homme riche qui était vêtu de pourpre et de fin lin et qui festoyait tous les jours,
Luc 16:29
Mais Abraham dit : Ils ont Moïse et les prophètes ; qu’ils les écoutent.
Esaïe 53:9
Ils lui donnèrent une tombe avec les méchants, et une dernière demeure avec les riches, bien qu’il n’ait rien fait de mal, et qu’il n’y avait aucune ruse dans sa bouche.
(dieu connaît ses apôtres dans le moindre saint comme gwenovitch ils ont rejeté la pierre mais dieu est devenu la pierre angulaire dans son décret)
Luc 16:22
Or, il arriva que le pauvre mourut et fut porté par les anges dans le sein d’Abraham. L’homme riche est également décédé et a reçu un enterrement honorable.
2 chroniques 1:15
Grâce à la politique du roi, l’argent et l’or sont devenus aussi communs que les pierres à Jérusalem, et le bois de cèdre a été considéré comme des sycomores dans la Sephela.
Proverbes 23:1
Lorsque vous vous asseyez pour manger avec une règle, faites attention à ce qui est devant vous.
Luc 19:2
tenta un certain Zachée, chef du péage et homme riche,
Ecclésiaste 1:16
Je me suis dit : j’ai maintenant acquis plus de sagesse que tous mes prédécesseurs à Jérusalem. J’ai acquis beaucoup de sagesse et de connaissances.

1 rois 10:23
Ainsi le roi Salomon surpassa tous les rois de la terre en richesse et en sagesse,
Genèse 50:8
et toute la famille de Joseph, ses frères et la famille de son père. Ils n’ont laissé que les petits enfants, les moutons et les bœufs à Goshen.
Exode 10:9
Moïse répondit : « Nous allons avec nos enfants et nos vieillards, avec nos fils et nos filles, avec nos troupeaux et nos troupeaux. Car nous célébrons un pèlerinage en l’honneur de Yahvé.
Luc 16:30
LAZARE ET LES RICHE
Mais il dit : Non, père Abraham ! Mais si quelqu’un d’entre les morts vient à eux, ils se repentiront.
Apocalypse 3:18
LAODICEA Suis mon conseil et achète de moi de l’or affiné au feu pour être riche, et des vêtements
blancs pour te vêtir et pour couvrir la honte de ta nudité, et une pommade à mettre sur tes yeux, afin que tu puisses revoir.
Esaïe 60:11
Tes portes seront toujours ouvertes, jamais fermées de jour comme de nuit, afin que les nations t’apportent des richesses conduites par leurs princes.
Esaïe 60:13
La gloire du Liban viendra à vous, cyprès, ormes et buis, tous ensemble, pour embellir mon lieu saint, pour rendre glorieux le lieu de mes pieds.
2 chroniques 9:27
Grâce à la politique du roi, l’argent à Jérusalem était aussi commun que les pierres, et le bois de cèdre était considéré comme des sycomores dans la Séphela.

2 chroniques 9:9
Puis elle donna au roi cent vingt talents d’or et d’encens en très grande quantité, ainsi que des pierres précieuses. Jamais plus on n’a apporté autant d’encens que la reine de Saba en a donné au roi Salomon.
Luc 10:42
MARIA ET MARTA
Une seule chose est nécessaire. Marie a choisi la meilleure part, et elle ne lui sera pas enlevée.
Ephésiens 1:7
HYMNE
en qui nous avons la rédemption par son sang,
le pardon des péchés,
grâce aux richesses de sa grâce.
(grâce de gwenovitch venant du seigneur et revenant ici sur le site, dieu bénisse
c’était bien)
Matthieu 19 :16
LE JEUNE HOMME RICHE
Une fois un homme est venu à Lui et lui a demandé : « Maître, que dois-je faire de bien pour avoir la vie éternelle ?
Luc 18:23
Mais quand il a entendu cela, il était très contrarié, car il était très riche.
Luc 18:18
Un grand homme lui posa cette question : « Bon Maître, que dois-je faire pour obtenir la vie éternelle ?
Luc 18:21
Il lui répondit : « Tout cela, je l’ai gardé de ma jeunesse.
Luc 18 :19
Jésus répondit : ’Pourquoi m’appelles-tu bon ? Personne n’est bon à part Dieu seul.

Esaïe 60:12
Car la nation et le royaume que vous ne servez pas périront, et les nations seront détruites.
Jean 1:45
APPEL DES PREMIERS DISCIPLES
Philippe rencontra Nathanaël et lui dit : « Celui dont Moïse a écrit dans la Loi, et aussi les prophètes, nous avons trouvé, Jésus, fils de Joseph de Nazareth.
2 chroniques 9:24
Ils ont tous apporté des cadeaux, des objets d’argent et d’or, des robes, des armes, de l’encens, des chevaux et des mules. Et cela s’est produit année après année.
Deutéronome 33:19
Ils invitent leurs parents à la montagne, où ils offrent des sacrifices convenables. Ils prennent les richesses de la mer, les trésors cachés du sable.
Ézéchiel 27:33
Au-delà de la mer, tu portais ta marchandise et tu en remplissais les nations. Avec tes trésors et tes biens tu as enrichi les rois de la terre.
2 chroniques 9:22
Ainsi le roi Salomon surpassa tous les rois de la terre en richesse et en sagesse,
Matthieu 8 :10
Lorsque Jésus entendit cela, il fut étonné et dit à ceux qui le suivaient : « En vérité, je vous le dis, je n’ai trouvé une telle foi en personne en Israël.
Colossiens 2:3
en qui sont cachés tous les trésors de la sagesse et de la connaissance.
Matthieu 13:45
Aussi, le Royaume des Cieux est comme un marchand à la recherche de perles fines.
Psaume 144:14
notre bétail est lourd de gestation. Et il n’y aura pas de brèche et pas de larme, pas de cri de détresse dans nos rues.
Luc 18:20
LE JEUNE HOMME RICHE
Tu connais les commandements : Tu ne commettras pas d’adultère, Tu ne tueras pas, Tu ne voleras pas, Tu ne porteras pas de faux témoignage, Honore ton père et ta mère.
Genèse 24 :25
Elle a ajouté: ”Nous avons de la paille et du fourrage en abondance, et il y a aussi de la place pour passer la nuit.”
Matthieu 19 :19
LE JEUNE RICHE
Honore ton père et ta mère et tu aimeras ton prochain comme toi-même.
2 chroniques 9:21
Car les navires de Tarsis, les navires du roi qui naviguaient avec les serviteurs de Huram à Tarsis, venaient une fois tous les trois ans avec de l’or et de l’argent, de l’ivoire, des singes et des paons.
Proverbes 31 : 9
ouvre ta bouche et juge avec justice et rends justice aux pauvres et aux nécessiteux.
Esaïe 58:7
Jeûner n’est-ce pas ceci : partager son pain avec les affamés ; accueillir les pauvres clochards dans votre maison; habille un homme nu que tu vois, et ne te cache pas des soins de ton frère ?
Deutéronome 15:11
Il y aura toujours des pauvres dans le pays ; c’est précisément pour cela que je t’ordonne : ouvre grand ta bourse à ton pauvre et pauvre compatriote.
Proverbes 21:13
Celui qui ferme l’oreille au cri des pauvres, lui aussi pleurera et ne recevra aucune réponse.
Proverbes 28:27
Celui qui donne aux pauvres n’a pas besoin, mais celui qui lui ferme les yeux est sévèrement maudit.

Proverbes 31:8
Ouvre ta bouche aux muets, à la justice des impuissants ;
Proverbes 13:18
La pauvreté et la honte arrivent à celui qui néglige les remontrances, mais celui qui accepte les reproches est honoré.
Proverbes 24:31-32
Et oui! Seuls les chardons poussaient et les mauvaises herbes recouvraient le sol ; son mur de pierre s’était effondré. 32Je l’ai regardé, j’y ai pensé, je l’ai vu, et j’en ai appris :

Proverbes 24:30
J’ai passé le champ d’un paresseux et la vigne d’un sans sens.
Proverbes 14:31
Celui qui opprime les pauvres offense son Créateur : celui qui a compassion des affligés lui rend gloire.
Proverbes 23:21
car ces buveurs et ces mangeurs deviennent pauvres, et le sommeil les revêt de haillons.
Matthieu 13:46
Quand il eut trouvé une perle de grand prix, il alla vendre tout ce qu’il possédait et l’acheta.
Matthieu 10 :18
PERSÉCUTIONS ATTENDUES
Tu seras amené devant les gouverneurs et les rois à cause de moi, afin de témoigner devant eux et les Gentils.
Matthieu 19 :17
LE JEUNE HOMME RICHE
Il lui dit : « Pourquoi veux-tu savoir de Moi ce qui est bien ? Un seul est bon. Si vous voulez entrer dans la Vie, gardez les commandements.

Matthieu 19 :20
« J’ai soutenu tout cela, déclara le jeune homme, où me manque-t-il encore ?
Matthieu 19 :18
”Quelle?” Il a demandé. Jésus répondit : ” Celui qui est connu, tu ne tueras pas, tu ne commettras pas d’adultère, tu ne voleras pas, tu ne porteras pas de faux témoignage,
Luc 16:26
LAZARE ET LES RICHE
D’ailleurs, il y a toujours entre nous et toi un large gouffre, de sorte qu’il n’y a aucune possibilité, même si l’on voulait, d’aller d’ici à toi, ni d’en venir à nous.
Matthieu 10 :19
PERSÉCUTIONS ATTENDUES,
cependant, lorsque vous êtes trahi, ne vous inquiétez pas du comment ou du quoi de votre discours : à ce moment-là, il vous sera donné quoi dire.
Zacharie 9:3
Tyr s’est construit une forteresse, et l’argent l’a amassée comme la poussière, l’or comme la fange dans les rues.
Matthieu 5:8
Heureux les cœurs purs,
car ils verront Dieu.
Jacques 2:2
Je veux dire ceci : supposons qu’un homme entre dans votre congrégation, soigneusement vêtu et avec des bagues en or aux doigts, et qu’en même temps un pauvre entre dans des vêtements miteux ;
Matthieu 10:21
PERSÉCUTIONS ATTENDUES
Un frère en livrera un autre pour être tué, le père son enfant ; les enfants se soulèveront contre leurs parents et les feront mettre à mort.

Ézéchiel 28:4
Par votre sagesse et votre dextérité, vous avez acquis des richesses et amassé de l’or et de l’argent dans vos trésors.
Sophonie 1:18
Leur argent et leur or ne pourront les sauver au jour de la colère de Yahvé. Par le feu de sa jalousie, toute la terre est en train d’être dévorée, car il va apporter la destruction, une destruction abominable, sur tous les habitants de la terre.
Luc 16:25
LAZARE ET LES RICHE
Mais Abraham répondit : Mon fils, souviens-toi comment de ton vivant tu as reçu ta part de bien, et de même Lazare le mal ; c’est pourquoi il trouve maintenant du réconfort ici, mais tu es tourmenté.
2 chroniques 9:20
Tous les récipients à boire du roi Salomon étaient en or. Même tous les plats de la maison ’Forêt du Liban’ étaient en or pur. L’argent n’était pas compté à l’époque de Salomon.
Matthieu 10:20
PERSÉCUTIONS ATTENDUES
Car ce n’est pas vous qui parlez, mais par vous l’Esprit de votre Père parle.
Luc 16:23
Aux enfers, en proie à bien des douleurs, il leva les yeux et vit au loin Abraham et Lazare dans son sein.
Philippiens 3:8
LA VOIE DES CHRÉTIENS
En fait, je considère tout comme une perte, car connaître mon Seigneur Jésus-Christ est au-delà de tout. Pour Lui j’ai tout abandonné. Pour le Christ, je considère même tout comme des ordures, quand il s’agit de Le gagner
Luc 18:22
LE JEUNE HOMME RICHE
Quand Jésus entendit cela, il lui dit : « Pourtant une chose te manque : vends tout ce que tu as et distribue-le aux pauvres ; après quoi tu auras un trésor dans le ciel. Et puis reviens pour Me suivre.’
Amos 4:1
Écoutez cette parole, vaches de Basan dans la montagne de Samarie, vous qui opprimez les pauvres, qui piétinez les pauvres, et dites à vos hommes : « Abreuvez-nous !
2 chroniques 9:1
La renommée de Salomon s’était également étendue à la reine de Saba. Elle est venue à Jérusalem avec un très grand cortège de chameaux, chargés d’encens, de beaucoup d’or et de pierres précieuses, pour le tester avec des énigmes. Elle fut admise chez Salomon et lui présenta tout ce qu’elle avait en tête.
Luc 16:31
LAZARE ET LES RICHE
Il lui dit : « S’ils n’écoutent pas Moïse et les prophètes, ils ne seront pas non plus convaincus, si quelqu’un ressuscite d’entre les morts.
Exode 12:32
Emportez aussi avec vous tous vos troupeaux et bœufs, comme vous l’avez demandé. Va-t’en et invoque sa bénédiction pour moi aussi.
Matthieu 10 :17
PERSÉCUTIONS ATTENDUES Méfiez – vous
des gens. Ils vous livreront aux tribunaux et vous fouetteront dans leurs synagogues.
Ézéchiel 28:5
Par votre talent de marchand, vous avez augmenté votre richesse, et ainsi vous êtes devenu fier de votre richesse.
( voir cours : 03 parchemin financier – financier (cliquez ici) pour aimer moins de vos biens mais pour servir avec l’amour de votre cœur reçu du seigneur sont riches de tout ce qui l’entoure)
1 rois 10:10
Elle donna au roi cent vingt talents d’or, et beaucoup d’encens, et aussi des pierres précieuses. Jamais plus on n’a apporté autant d’encens que la reine de Saba en a donné au roi Salomon.
1 rois 10:27
Grâce à la politique du roi, l’argent à Jérusalem était aussi commun que les pierres, et le bois de cèdre était considéré comme des figues de mûrier dans la Sephela.
Matthieu 10:22
PERSÉCUTIONS ATTENDUES
Tu seras un objet de haine pour tous à cause de mon Nom.
(parce qu’ils ne comprennent pas l’amour de dieu) Mais
celui qui persévérera jusqu’au bout, il sera sauvé.
Daniel 12:2
Et beaucoup de ceux qui dorment au pays de la poussière se réveilleront, les uns pour vivre éternellement, les autres pour subir l’opprobre d’une honte éternelle.
Proverbes 31 :17
Elle ceint ses reins de force et rend ses bras forts.
Proverbes 31 :15-16
Elle se lève pendant qu’il fait encore nuit et distribue la nourriture à sa famille et donne à ses servantes leur part. 16Elle regarde un champ et l’achète, et du fruit de ses mains elle plante une vigne.

Proverbes 31 :14
Elle est comme un navire marchand et va chercher sa nourriture à distance.
Proverbes 31:18
Elle s’aperçoit que ses entreprises réussissent : sa lampe ne s’éteint pas la nuit.
Nombres 32:4
le pays que l’Éternel a conquis aux yeux de la communauté d’Israël est un bon pays pour le bétail, et tes serviteurs ont du bétail.
2 Corinthiens 4:9
CONFIANCE EN TOUTES VALEURS
nous sommes chassés mais pas abandonnés ; nous sommes renversés, mais nous ne mourons pas.
2 Corinthiens 4:8
Nous sommes bombardés de toutes parts, mais nous ne sommes pas piégés ; nous ne voyons aucune issue, mais nous ne sommes jamais à bout de nerfs ;

Genèse 28:22
Et cette pierre, que j’ai érigée en pierre sainte, sera la maison de Dieu ; et de tout ce que tu me donnes, je te donnerai la dîme.
Psaume 4:7
On l’appelle toujours : « qui nous offre une vue ?
Fais briller ton visage sur nous, ô Éternel!
Deutéronome 28:12
Yahvé t’ouvrira le riche trésor du ciel, afin que tu fasses pleuvoir sur ton pays en temps voulu et que tu bénisses toutes tes entreprises, afin que tu prêtes à de nombreuses nations, mais tu ne puisses pas t’emprunter.
Ecclésiaste 7 :11
La sagesse vaut mieux que la richesse, tous ceux qui voient le soleil en profitent.
2 Corinthiens 9 :14
De plus, ils prieront Dieu pour vous, bien disposés s’ils sont vous pour la grâce abondante qu’il vous a accordée.
Malachie 3:12
Alors toutes les nations te diront bienheureuse, car tu seras une terre favorisée, dit l’Éternel des armées. au jour de Yahvé
Marc 12:44
LA COMPAGNIE DE LA VEUVE Ils ont
tous jeté de leur abondance, mais elle a sacrifié de sa pauvreté tout ce qu’elle avait, tout ce qu’elle avait pour vivre.
2 Corinthiens 8 :14
Pour le moment où votre abondance comble leur besoin, une autre fois leur abondance comblera votre besoin. C’est ainsi que se crée l’équilibre
Ecclésiaste 11 : 5
Tout comme vous ne savez pas comment la vie prend naissance dans l’utérus, vous ne savez rien non plus de l’œuvre de Dieu, le créateur de tout.

Marc 12:43
LA COMPAGNIE DE LA VEUVE
Il appela alors ses disciples et dit : « Je vous le dis en vérité, cette pauvre veuve a offert le plus de tous ceux qui ont mis dans le trésor ;
2 Corinthiens 8 :13
Vous n’êtes pas censé vous mettre dans l’embarras en soutenant les autres. Un certain équilibre doit être trouvé.
Deutéronome 15:10
Donnez généreusement et avec un cœur heureux. Si vous faites cela, la bénédiction de Yahvé votre Dieu sera sur tout ce que vous entreprenez.
2 Corinthiens 9 :15
Remerciez Dieu pour son don indescriptible !
2 Corinthiens 8:3
Car ils ont donné selon leur capacité ; J’aurais dû dire, au-delà de leurs capacités.
2 Corinthiens 8 :2
Éprouvés par les afflictions, ils se réjouirent extrêmement, et leur misère amère devint riche en générosité.
Matthieu 6:34
LE TERRESTRE PAR RAPPORT AU CÉLESTE
Alors ne vous inquiétez pas pour demain, car demain prend soin de lui-même. Chaque jour en a assez de sa propre souffrance.
2 Corinthiens 12 : 9
Mais Il m’a répondu : « Ma grâce te suffit. La force devient complète dans la faiblesse. Alors je vais plutôt me vanter de mes faiblesses. Alors la puissance de Christ habitera en moi.
Matthieu 6:25
LE TERRESTRE PAR RAPPORT AU CÉLESTE C’est pourquoi je vous dis : Ne vous inquiétez
pas pour votre vie, ce que vous mangerez et ce que vous boirez, ni pour votre corps ce que vous vous vêtirez. La vie n’est-elle pas plus que la nourriture et le corps plus que le vêtement ?
Philippiens 4:13
Je peux tout faire en Celui qui me donne la force.
Matthieu 6:27
LE TERRESTRE PAR RAPPORT AU CÉLESTE
Au fait, qui d’entre vous est capable avec tous ses ennuis d’ajouter une coudée à son mode de vie ?
Matthieu 6:26
LE TERRESTRE PAR RAPPORT AU CÉLESTE
Considérez les oiseaux du ciel : ils ne sèment ni ne moissonnent ni ne ramassent dans des granges, mais votre Père céleste les nourrit. N’es-tu pas beaucoup plus qu’eux ?
1 Pierre 1:7
Ils servent à prouver la validité de votre foi, qui est tellement plus précieuse que l’or périssable, mais aussi raffinée par le feu. Ensuite, lorsque Jésus-Christ se révélera, la louange, la gloire et l’honneur seront à vous.
Matthieu 6:30
LE TERRESTRE PAR RAPPORT AU CÉLESTE
Si Dieu habille ainsi la récolte des champs qui se dresse aujourd’hui, et demain est jetée au four, combien plus vous, ô vous de peu de foi ?
Hébreux 13:4
Le mariage est une chose précieuse ; honorons-le tous et respectons la fidélité. Le jugement de Dieu viendra sur les fornicateurs et les adultères.
Matthieu 6:28-29
LE TERRESTRE PAR RAPPORT AU CÉLESTE
Et pourquoi vous inquiétez- vous des vêtements ? En regardant les lis dans les champs : comment ils poussent. Ils ne travaillent ni ne filent. 29Pourtant, je vous le dis, Salomon même dans toute sa splendeur n’était pas vêtu comme l’un d’eux.
Proverbes 2:5
alors vous comprendrez la crainte de Yahvé, et vous découvrirez la connaissance de Dieu.
Proverbes 18:22
Celui qui trouve une femme trouve le bonheur et reçoit la faveur de Yahvé.
Proverbes 2:4
si vous le cherchez comme de l’argent, et cherchez comme des trésors cachés,
Luc 6:38
SOYEZ MISÉRICORDE
Donnez, et il vous sera donné ; une bonne mesure, estampée, secouée et débordante, sera versée sur vos genoux. La mesure que vous utilisez sera également utilisée pour vous.’
Proverbes 2:3
oui, si tu cries vers toi la perspicacité, et élève ta voix à la compréhension,
1 Pierre 1:6
Alors tu te réjouiras, bien que maintenant, s’il doit en être ainsi, tu as subi toutes sortes d’épreuves pendant un petit moment.
Psaume 34 :10
Craignez le Seigneur, vous qui lui êtes consacrés, qui le craignez – ils ne manqueront de rien.
Psaume 119:37
Détourne mon regard de tout ce qui n’a pas de sens ; donne-moi la vraie vie à ta manière.
2 Corinthiens 8 :7
Eh bien, vous excellez déjà à bien des égards, en foi, en éloquence, en connaissance, en zèle à tous égards, dans votre amour pour nous (gwenovitch et Jean) ; que ce travail d’amour réussisse excellemment !
2 Corinthiens 8 :5
Ils ont donné plus que nous n’osions espérer ; ils se sont donnés d’abord au Seigneur, mais ensuite aussi, par la volonté de Dieu, à nous.
Psaume 119:36
Faites en sorte que mon cœur suive vos paroles et éloignez-le de la poursuite du profit.
(voir cours 03 parchemin financier – financier (cliquez ici) sur le compte épargne dons)
Proverbes 22:9
Celui qui a l’œil bienveillant est béni, car il donne de son pain aux pauvres.
Ecclésiaste 7 :14
Bonne journée, profites-en bien. Si vous avez une mauvaise journée, rappelez-vous que Dieu l’a fait aussi. Il ne veut tout simplement pas que l’homme devine la suite.
Marc 12:42
LA MINE DE LA VEUVE Une pauvre veuve est aussi venue et a jeté deux pièces
pour un sou.
Luc 18:27
Il a dit : « Ce qui n’est pas au pouvoir des hommes est au pouvoir de Dieu.
2 Corinthiens 8 :11
Achevez maintenant votre travail, et laissez le résultat correspondre à votre générosité, selon les moyens dont vous disposez.
Matthieu 23 :23
Malheur à vous, scribes et pharisiens hypocrites ! Vous payez des dîmes de menthe, d’anis et de cumin, mais vous négligez les plus lourdes de la loi, de la justice, de la miséricorde et de la fidélité. L’un doit être fait et l’autre non négligé.
Ecclésiaste 11 : 6
Commencez à semer le matin et ne laissez pas votre main se reposer jusqu’au soir. Après tout, vous ne savez pas si ça marche un jour ou l’autre, ou si ça marche bien les deux fois.
(voir cours de semis avec le seigneur (toujours en cours)
Marc 12:41
LE COMPAGNON DU LARGE
Il s’assit en face du trésor et regarda les gens y jeter des pièces de cuivre, tandis que beaucoup d’hommes riches en jetaient beaucoup.
Esaïe 33:6
Il donne une permanence à votre vie, la sagesse et la connaissance sont un trésor à sauver, la crainte de Yahweh est la richesse de Sion.
Proverbes 12 :11
Celui qui cultive sa terre a beaucoup à manger, mais celui qui poursuit le néant n’a aucun sens.
1 chroniques 29:13
C’est pourquoi, notre Dieu, nous te louons et glorifions ton nom glorieux.
Luc 12:27-28
Remarquez les fleurs, comment elles poussent ; ils ne filent ni ne tissent. Pourtant je vous le dis, même Salomon dans toute sa splendeur n’était pas vêtu comme l’un d’eux. 28Or, si Dieu revêt ainsi l’herbe qui se dresse aujourd’hui, et que demain est jetée au four, combien plus que vous, ô vous de peu de foi ?

Malachie 3:8
Un homme ne peut pas voler Dieu, n’est-ce pas ? Et pourtant tu Me voles. Vous demandez : « Comment pouvons-nous vous voler alors ? » Dans la dîme et les cotisations obligatoires.
2 Corinthiens 9 :12
Un tel service spontané ne fournit pas seulement les besoins des saints, il devient également une source abondante d’action de grâce à Dieu.
2 Timothée 3:2
Les gens seront égoïstes et avides d’argent, arrogants et fiers, calomniateurs, désobéissants à leurs parents, ingrats, indifférents,
1 Timothée 5:8
Celui qui ne prend pas soin de sa propre famille, et même pas de sa propre famille, a renié la foi et est pire qu’un incroyant.
2 Thot 3:3
sans amour, irréconciliable, mal prononcé, intempérant, indiscipliné, opposé au bien,
Malachie 3:11
Alors je chasserai loin de vous les gourmands, afin qu’ils ne détruisent plus le fruit de vos champs, et que la vigne des champs ne vous soit pas stérile, dit l’Éternel des armées.
2 Timothée 3:4
traître, audacieux, vaniteux, attaché au plaisir plus qu’à Dieu ;
Malachie 3:9
Tu es frappé de la malédiction, et pourtant tu continues à Me voler, tout le peuple.
2 Timothée 3:5
ils cesseront l’apparence de la piété, mais nieront son essence. Éloignez de telles personnes.
Matthieu 6 :2
C’est pourquoi, lorsque vous faites l’aumône, ne le claironnez pas devant vous, comme font les hypocrites dans la synagogue et dans la rue, afin qu’ils soient loués par les hommes. En vérité, je vous le dis, ils ont déjà reçu leur récompense.
2 Corinthiens 8 :12
La charité selon ses capacités est la bienvenue, on ne s’attend pas à ce qu’on donne ce qu’on n’a pas.
Proverbes 15:22
Là où il n’y a pas de consultation, les plans échouent, mais ils réussissent quand il y a beaucoup de conseillers.
Matthieu 6:3
Quand tu fais l’aumône, que ta main gauche ne sache pas ce que fait ta droite,
Matthieu 19:26
LE JEUNE HOMME RICHE
Jésus les regarda et dit : « Ceci n’est pas au pouvoir des hommes, mais avec Dieu tout est possible.
Actes 20:35
En toutes choses, je vous ai montré qu’en travaillant ainsi, on doit aider les faibles, et que vous devez vous souvenir des paroles du Seigneur Jésus. Car il a dit : Il y a plus de bonheur à donner qu’à recevoir.
(en proportion un pauvre devrait obtenir plus qu’un homme riche en proportion pour faire avancer la richesse de la société dans sa prospérité)
Matthieu 6:4
afin que ton aumône demeure en secret, et ton Père qui voit en secret te récompensera.
Jacques 4:3
Et si vous priez, vous ne l’obtiendrez pas, parce que vous priez mal, afin de dépenser ce que vous obtenez pour vos mauvaises convoitises.
Luc 6:45
Un homme bon du trésor de bonté dans son cœur fait sortir le bien, mais un homme mauvais de son trésor de méchanceté le mal ; car sa bouche dit ce qui déborde de son cœur.
(un méchant est toujours occupé à son bien, pour frimer si besoin)
2 Corinthiens 9:9
De même il est écrit : Il a donné généreusement aux pauvres, et sa générosité dure à toujours.
1 chroniques 29:11
A toi, Yahweh, la grandeur et la puissance, la splendeur, la renommée et la majesté, car à toi, Yahweh, t’appartient, Yahweh, dans les cieux et sur la terre. Le royaume t’appartient, Yahvé, à toi qui es élevé comme chef au-dessus de tout.
2 Thessaloniciens 3:10
Même lorsque nous étions avec vous, nous n’arrêtions pas de vous répéter cette règle : si une personne ne veut pas travailler, elle ne mangera pas.
Proverbes 2:2
et ensuite prêtez l’oreille à la sagesse, et tournez votre cœur vers l’intelligence,
Luc 6:35
AIMEZ VOS ENNEMIS
Non, aimez vos ennemis, faites le bien et prêtez sans compter rien en retour. Alors votre récompense sera grande, et vous serez les enfants du Très-Haut, qui est aussi bon envers les ingrats et les méchants.
Hébreux 13:6
C’est pourquoi nous pouvons dire avec confiance :
Le Seigneur est mon aide,
je n’ai rien à craindre.
Qu’est-ce qu’un homme peut me faire ?
Proverbes 2:1
Mon fils, si tu veux bien recevoir mes paroles et garder mes commandements avec soin
Philippiens 4:11
MERCI POUR LES CADEAUX
Je ne dis pas cela parce que je suis petit, car j’ai appris à être assez moi-même en toutes circonstances.
(merci pour les cadeaux voir ” cadeau du seigneur cliquez ici ”)
2 Corinthiens 8 :4
D’eux-mêmes et avec une grande urgence, ils nous ont supplié de la faveur de participer au soutien des saints.
Psaume 39:7
seulement une ombre le chemin qu’il va : comme un soupir la vie s’est évaporée. On collectionne – et qui va avec ?
2 Corinthiens 9 :13
Par cette preuve d’aide (de gwenovitch), ils viendront glorifier Dieu pour votre profession obéissante de l’évangile du Christ et votre généreuse communion avec eux et avec tous les autres. (à diffuser ici sur le site parmi les volontaires qui embarquent avec Jésus)
Actes 4:34
Il n’y avait pas un seul malade parmi eux, car tous ceux qui possédaient des terres ou des maisons les ont vendus et ont apporté le produit avec eux
(ici sur le site, nous ne demandons que le produit de vos 3% ou plus de votre compte d’épargne pour offrir des cadeaux de votre amour pour le seigneur). glorifier en son nom
Proverbes 1:18
Oui, ils guettent leur propre sang et harcèlent leur propre vie.
(priez pour les prêtres afin que nous puissions donner une vie meilleure à une société pacifique ici sur le site avec notre rêve cliquez ici
)
Proverbes 17 :18
Un homme sans entendement serre la main et reste garant de son prochain.
1 Corinthiens 16:1
PLANS DE COLLECTE ET DE VOYAGE
Quant à la collecte pour les Saints, suivez la règle que j’ai établie pour les églises de Galatie.

Ecclésiaste 4:6
Mais : mieux vaut une poignée de repos que des poignées de labeur et d’appréhension du vent.
Proverbes 10:3
Yahvé ne laisse pas les justes avoir faim, mais il résiste à la convoitise des pécheurs.
Proverbes 11 :18
Le pécheur obtient un profit trompeur, mais celui qui sème la justice récolte une récompense certaine.
Proverbes 12:9
Mieux vaut un homme insignifiant, mais avec un serviteur, qu’un grand homme qui n’a pas assez à manger.
Esaïe 55:1
L’ALLIANCE ÉTERNELLE
Venez tous ceux qui ont soif, voici de l’eau; et vous qui n’avez pas d’argent, venez acheter du blé, et mangez sans argent, et buvez du vin et du lait gratuitement.
(priez pour l’alliance éternelle du seigneur avec notre rêve cliquez ici pour le réaliser)
Ecclésiaste 5:16
Toute son existence était désolée, pleine de chagrin, de misère et d’amertume.
Marc 10h30
LE JEUNE HOMME RICHE (gwenovitch)
ou il reçoit maintenant, à cette époque, au centuple dans les maisons, frères, sœurs, mères, enfants, et champs, quoiqu’accompagné aussi de persécutions, et dans le monde à venir la vie éternelle.
Marc 10:29
Jésus répondit : En vérité, je vous le dis, il n’y a personne qui ait abandonné la maison, les frères, les sœurs, la mère, le père, les enfants ou les champs pour moi et pour la bonne nouvelle,

Aggée 1:6
Vous avez beaucoup semé, mais vous rapportez peu ;
vous mangez, mais vous n’êtes pas rassasié ;
vous buvez, mais cela ne vous rend pas joyeux ;
vous vous habillez, mais cela ne vous réchauffe pas ;
le salarié reçoit son salaire, mais dans une poche trouée !
( notre rêve pour le seigneur cliquez ici pour le prier avec marie)
Psaume 62:12
Pour une fois Dieu l’a dit, et de nouveau j’ai compris (gwenovitch et ????? : ’Le pouvoir a son fondement en Dieu.’
Actes 8:22
Débarrassez-vous de ce mauvais tempérament et priez le Seigneur pour que cette mauvaise pensée vous soit pardonnée.
Luc 16:15
LE GARDIEN INJUSTE
Il leur dit : « Vous vous présentez juste devant les hommes, mais Dieu connaît votre cœur. Ce que les hommes admirent est une abomination aux yeux de Dieu.
Matthieu 17:27
L’IMPT DU TEMPLE
Mais pour ne pas les offenser : allez au lac, lancez votre hameçon, et attrapez le premier poisson qui monte ; ouvre sa bouche et tu trouveras un statère ; payez-en pour Moi et pour vous.
Marc 12:17
L’IMPT À L’EMPEREUR
Alors Jésus leur dit : « Rendez à César ce qui est à César, et à Dieu ce qui est à Dieu. Et ils s’émerveillaient de Lui.
Deutéronome 26:2
tu mettras dans une corbeille les prémices des champs que tu récolteras dans le pays que l’Éternel ton Dieu te donne, et tu iras avec elles au lieu que l’Éternel ton Dieu choisira pour mettre son nom.
Luc 16:14
Les pharisiens, avides d’argent, entendirent tout cela et se moquèrent de lui.
Proverbes 20 :21
Une possession qui a commencé par avarice se terminera sans bénédiction.
Deutéronome 8:19
Et si tu oublies l’Éternel, ton Dieu, et que tu cours après d’autres dieux, et que tu les adores, et que tu te prosternes devant eux, je t’assure aujourd’hui que tu périras.
Ecclésiaste 5:17
Mais j’ai découvert quelque chose de bien. Ce qui est bon, c’est de manger et de boire et de profiter du bien dans tout le labeur et le labeur sous le soleil, le peu de temps que Dieu vous accorde. C’est tout ce que vous avez.
Proverbes 1:17
Le filet est tendu en vain, alors que tous les oiseaux le voient.
Exode 22:25
RÈGLES CONCERNANT LE NÉCESSAIRE
Si vous prenez en gage le manteau d’un homme, vous devez le lui rendre avant le coucher du soleil.
Ecclésiaste 11 : 3
Quand les nuages sont pleins, ils déversent la pluie sur la terre. Un arbre peut tomber au sud ou au nord, mais de la façon dont il tombe, il reste couché.
Proverbes 23:6
Ne mange pas le repas qu’un avare te propose, et ne convoite pas ses délices,
Proverbes 11 :15
Celui qui se porte garant d’un étranger est en mauvaise posture, mais celui qui évite la poignée de main vit en sécurité.
Psaume 112:10
Celui qui veut le mal le voit avec envie. Serrant les dents, il succombe à la colère. Le plan des méchants doit échouer.
Deutéronome 15:6
La bénédiction de l’Éternel, ton Dieu, reposera sur toi, comme il l’a promis. Tu prêteras à plusieurs nations, mais tu ne prêteras rien toi-même. Tu domineras sur de nombreuses nations, mais elles ne domineront pas sur toi.
Actes 5:1
Il y avait maintenant un homme nommé Ananias qui, en accord avec sa femme Sapphira, vendit un terrain.
Deutéronome 15:4
D’ailleurs il n’y aura pas de pauvre avec toi, car Yahvé ton Dieu te bénira abondamment dans le pays qu’il te donne (gwenovitch) en possession,
1 Timothée 6:2
Ceux qui ont des maîtres croyants ne les estiment pas moins parce qu’ils sont leurs frères. Au contraire, ils devraient les servir plus fidèlement, car ceux qui bénéficient de leurs services ne font qu’un avec eux dans la foi et l’amour. Ainsi, vous devez apprendre et exhorter.
(à propos des Pharisiens qui sont nos frères il ne faut pas nous mépriser,
dans notre rêve cliquez ici pour en savoir plus
Aggée 1:5
C’est pourquoi, ainsi dit Yahvé des armées, réfléchissez à la façon dont vous êtes.
Aggée 1:7
Ainsi parle l’Éternel des armées : Tu considéreras le chemin sur lequel tu es.
Proverbes 27:27
alors tu as suffisamment de lait de chèvre pour ta nourriture, pour ta nourriture et pour ta maison, et pour la subsistance de tes servantes.
Proverbes 27:26
alors vous avez des agneaux pour vous vêtir, et des chèvres pour acheter un champ ;
Actes 5:5
En entendant ces mots, Ananias tomba et mourut. Une grande peur s’empara de tous ceux qui entendirent cela.
Proverbes 27:25
Quand l’herbe est partie et que l’herbe secondaire apparaît et que les herbes des montagnes sont cueillies,

Travail 22:25
le Tout-Puissant – Il sera votre or et votre argent précieux.
(ne vous attachez pas à vos biens)
Matthieu 22 :21
Ils répondirent : « De la part de l’empereur. Alors il leur dit : « Rendez à César ce qui est à César, et à Dieu ce qui est à Dieu.
Deutéronome 15:5
si tu obéis à ce que dit l’Éternel, ton Dieu, et si tu fais avec diligence tous les commandements que je te commande aujourd’hui.
Deutéronome 23:19
Quand tu paieras tes vœux, tu n’apporteras pas d’argent de prostituée ni de salaire de chien dans le temple de l’Éternel, ton Dieu. Car Il abhorre les deux.
Marc 10:28
LE JEUNE HOMME RICHE Alors Pierre prit la parole
et dit : « Voici, nous avons tout abandonné pour te suivre.
Travail 23:10
Car il connaît mon mode de vie et sait que de son raffinement je sors comme de l’or.
Proverbes 10:5
Celui qui ramasse du bétail en été est un sage, celui qui rate le temps des récoltes est une honte.
1 chroniques 29:15
Nous ne sommes que des étrangers qui demeurons avec toi en tant qu’invités, comme tous nos pères ; notre existence sur terre est une ombre, sans aucune certitude.
Proverbes 17:3
Le creuset teste l’argent, la fournaise l’or, mais Yahvé teste les cœurs.
Proverbes 23:7
car il est comme celui qui compte avec lui-même. Manger et boire! il te dit, mais son cœur n’est pas avec toi.
Ecclésiaste 10:19
La nourriture est faite pour le plaisir et le vin apporte la joie de vivre : l’argent peut tout acheter.
Psaume 37:21
L’imposteur emprunte – et il le garde ; le juste, compatissant, pardonne.
Matthieu 25 :23
L’USAGE DES TALENTS
Son maître lui dit : Excellent, bon et fidèle serviteur, tu as été fidèle sur un peu, je te nommerai sur beaucoup. Entrez dans la joie de votre seigneur.
Malachie 3:7
Depuis les jours de vos pères, vous vous êtes détourné de mes statuts et vous ne les avez pas observés. Reviens vers moi, et je reviendrai vers toi, dit l’Éternel des armées. Vous demandez : ’Comment allons-nous alors revenir ?’
Matthieu 13:44
LEVURE ET FLEUR
Le royaume des cieux est comme un trésor caché dans un champ. Quand quelqu’un le trouva, il le cacha à nouveau, et dans sa joie il alla encaisser tout ce qu’il avait et acheta ce champ.
Luc 14:28
DÉPART
Si l’un d’entre vous veut construire une tour, ne va-t-il pas d’abord s’asseoir et faire un budget, s’il en a assez pour la terminer ?
Proverbes 22:27
Si vous n’avez pas les moyens de payer, pourquoi devriez-vous vous faire retirer votre lit ?
1 chroniques 29:16
Yahvé notre Dieu, toutes ces richesses que nous avons amassées pour bâtir une maison à ton saint nom sont de ta main; tout t’appartient.
Luc 14:29
Détachement
Sinon, il pourrait lui arriver, lorsqu’il a posé les bases et qu’il est incapable de terminer le travail, que tous ceux qui le voient se moquent de lui
Proverbes 6:5
libère-toi, comme une gazelle du piège, comme un oiseau du piège de l’ornithologue.
Matthieu 25 :15
L’EMPLOI DES TALENTS
A l’un il donna cinq talents, à l’autre deux, à un troisième, chacun selon ses capacités. Puis il est parti.
Matthieu 25 :22
Et l’un des deux talents s’avança et dit : Seigneur, tu m’as confié deux talents ; voici, j’ai gagné deux talents.
Matthieu 25 :14
C’est comme l’homme qui, à son départ pour l’étranger, sommait ses serviteurs de leur confier ses biens.
Matthieu 2:11
Ils entrèrent dans la maison et y virent l’Enfant avec sa mère Marie, et tombant à genoux, ils lui rendirent hommage. Ils ont sorti leurs trésors et leur ont offert des cadeaux : de l’or, de l’encens et de la myrrhe.
Luc 14:30
et dis : Cet homme a commencé à construire, mais il n’a pas pu finir.
Proverbes 6:1
Mon fils, si tu as cautionné ton prochain, si tu as promis un étranger à portée de main,
Matthieu 25:26
L’EMPLOI DES TALENTS
Mais son maître lui répondit : Méchant et paresseux serviteur, tu savais alors que je moissonne là où je n’ai pas semé, et moissonne là où je n’ai pas semé ?
Matthieu 25:27
C’est pourquoi vous auriez dû déposer mon argent chez les banquiers, de sorte qu’à mon arrivée j’aurais récupéré ma propriété avec intérêt.

Proverbes 17 :16
A quoi bon l’argent dans la main d’un imbécile ? Veut-il acheter la sagesse avec sans comprendre ?
2 Corinthiens 12 :14
PRÉPARATION DE LA VISITE ET DES DISCUSSIONS FINALES AVEC L’ÉGLISE
Maintenant, je me tiens prêt à venir à vous pour la troisième fois, et je ne serai pas un fardeau pour vous. Il ne s’agit pas de votre argent, il s’agit de vous-même : les parents doivent prendre soin de leurs enfants, pas les enfants pour leurs parents.
Proverbes 15:27
Celui qui cherche un gain irrégulier détruit sa propre maison, mais celui qui déteste les cadeaux vivra.
Matthieu 25 :16
UTILISATION DES TALENTS
Celui qui avait reçu les cinq talents s’est immédiatement mis au travail avec eux et en a fait cinq autres.
Matthieu 25 :20
Celui qui avait reçu cinq talents s’avança et présenta cinq autres talents, disant : Seigneur, tu m’as confié cinq talents ; voici, j’ai gagné cinq talents.
Matthieu 25 :18
Mais celui qui avait reçu celui-là alla creuser un trou dans le sol et cacher l’argent de son seigneur.
Psaume 15:5
il emprunte sans demander d’intérêt,
ne prend rien contre ceux qui ont raison.
Celui qui agit ainsi, il ne sera pas ébranlé à jamais.
Matthieu 25 :17
De même, celui qui a obtenu les deux en a gagné deux de plus.
Matthieu 25:28
Alors prenez-lui ce talent et donnez-le à celui qui a les dix talents.
Matthieu 25 :24
Finalement, celui qui avait reçu le seul talent s’avança aussi et dit : Seigneur, j’ai trouvé que tu es un homme dur, moissonnant là où tu n’as pas semé, et moissonnant là où tu ne t’es pas dispersé.
Matthieu 13:22
Celui qui a été semé parmi les chardons est celui qui entend la parole, mais celle-ci est étouffée par les soucis du monde et l’illusion des richesses, et ainsi elle est stérile.
(ceux qui rejettent la parole de dieu n’ont pas de foi inébranlable)
Matthieu 25 :19
Aussi souvent que quelqu’un entend la parole du royaume mais ne la comprend pas, le malin vient et enlève ce qui est semé dans son cœur ; c’est lui qui est semé sur le chemin.
Proverbes 6:3
alors fais ce qui suit, mon fils, et libère-toi de nouveau, car tu es tombé entre les mains de ton prochain. Oui, exhorte ton voisin et ne le laisse pas se reposer.
2 rois 4:7
Elle alla le dire à l’homme de Dieu, et il dit : ’Va vendre l’huile et paie ton débiteur ; sur le surplus, vous pouvez vivre avec vos fils.
Actes 8:23
Je vois que tu es amer comme le fiel et empêtré dans la colère.
Matthieu 19 :29
LE JEUNE HOMME RICHE Et quiconque aura
renoncé à sa maison, frères ou sœurs, père ou mère, femme, enfants ou champs pour mon nom, la recouvrera au centuple et recevra la vie éternelle.
Proverbes 6:4
Ne laissez pas vos yeux dormir, vos paupières ne reposent pas ;
Proverbes 22:2
Riche et pauvre se rencontrent : Yahvé les a tous créés.

Proverbes 6 :2
si tu es empêtré dans les paroles de ta bouche, captif dans les paroles de ta bouche,
Psaume 37:26
Lui qui, miséricordieusement, était toujours prêt à emprunter, ses descendants sont également bénis.
Matthieu 25:25
C’est pourquoi j’ai eu peur et je suis allé cacher ton talent dans le sol. Ici, vous avez récupéré votre propriété.
2 rois 4:2
Elisée lui a demandé : « Que puis-je faire pour vous ? Dis-moi : qu’est-ce que tu as ? Elle répondit : « Votre servante n’a rien dans la maison qu’un pot d’huile.
Matthieu 25:30
L’UTILISATION DES TALENTS Et jetez
ce serviteur inutile dans les ténèbres ; il y aura des pleurs et des grincements de dents.
Proverbes, 19:1
Mieux vaut un pauvre homme qui marche de manière irréprochable qu’un homme aux paroles sournoises qui est un imbécile.
Actes 8:20
Mais Pierre répondit : « Soyez condamnés, vous avec votre argent, parce que vous pensiez que vous pourriez obtenir le don de Dieu pour de l’argent.
Romains 13:7
Donnez à chacun son dû : impôt et redevances à qui vous devez impôt et redevances, crainte et révérence à ceux qui sont dus crainte et révérence.
Proverbes 21:26
Il convoite à longueur de journée, mais le juste donne et n’épargne pas.
2 Corinthiens 8:1
LA COLLECTE POUR JERUSALEM
Frères, nous voudrions vous informer de la faveur que Dieu a témoignée aux églises de Macédoine.
Proverbes 15:17
Mieux vaut un plat de légumes où il y a de l’amour qu’un bœuf gras, avec de la haine dessus.
Deutéronome 15:7
Si l’un de vos frères est tombé dans la pauvreté dans une ville du pays que l’Éternel, votre Dieu, vous donne, ne soyez pas dur avec votre pauvre frère et ne fermez pas votre bourse contre lui.
Ecclésiaste 11:4
Celui qui veille au vent ne sèmera pas, et celui qui regarde les nuages ne moissonnera pas.
1 chroniques 29:9
Le peuple se réjouit de sa générosité, car d’un cœur entier il avait apporté son offrande à Yahvé ; Le roi David s’est également beaucoup réjoui.
2 Corinthiens 3:5
Encore une fois, cela ne signifie pas que nous sommes capables de notre propre gré, de sorte que nous pouvons nous attribuer un mérite. Toutes nos capacités viennent de Dieu.
Actes 5:3
Alors Pierre dit : « Ananias, pourquoi Satan a-t-il pris possession de ton cœur, pour que tu trompes le Saint-Esprit et que tu retiennes quelque chose du produit de ta terre ?
1 Corinthiens 16:2
Chaque dimanche, laissez chacun de vous mettre de côté et garder quelque chose selon vos capacités ; sinon les collectes ne commencent qu’à mon arrivée.
2 Corinthiens 4:7
CONFIANCE EN TOUTES VALEURS
Mais nous portons ce trésor dans des pots de terre ; il est clair que cette puissance écrasante vient de Dieu et non de nous.
Deutéronome 15:8
Au contraire, il faut l’ouvrir grand et lui prêter tout ce qui lui manque.

1 chroniques 29:17
Je sais, mon Dieu, que tu éprouves les cœurs et que tu prends plaisir à la droiture. Eh bien, avec un cœur sincère, je vous ai donné tout cela avec plaisir, et avec joie j’ai vu votre peuple ici vous offrir volontairement ses cadeaux.
Actes 5:4
N’est-il pas parfois resté votre propriété tant qu’il n’a pas été vendu, et le produit n’a-t-il pas été à votre disposition même après cela ? Comment une telle chose vous est-elle arrivée ? Vous n’avez pas menti aux hommes, mais à Dieu.
Matthieu 25 :21
L’USAGE DES TALENTS
Son maître lui dit : Excellent, bon et fidèle serviteur, tu as été fidèle sur un peu, je te nommerai sur beaucoup. Entrez dans la joie de votre seigneur.
Proverbes 22:26
Ne soyez pas de ceux qui se serrent la main, qui restent garants des dettes.
Esaïe 55:2
L’ALLIANCE ÉTERNELLE
Pourquoi dépensez-vous de l’argent pour ce qui n’est pas du pain, et votre salaire pour ce qui ne vous rassasie pas ? Écoute-moi attentivement, et tu mangeras ce qui est bon, et tu rassasieras ta faim avec une nourriture de choix.
Proverbes 28:25
L’avare provoque des querelles, mais si quelqu’un se confie en Yahvé, tout ira bien pour lui.
Psaume 62 :11
Ne le cherchez pas dans l’oppression, ne rêvez pas de vous en prendre aux autres ; augmente péniblement ta fortune, ne rend pas ton cœur captif.
Deutéronome 28:8
Yahvé bénira vos greniers et toutes vos entreprises. Yahvé ton Dieu te bénira dans le pays qu’il te donne.

Deutéronome 28:13
Yahweh te fera la tête et non la queue. Tu monteras et ne descendras jamais, si tu obéis aux commandements de l’Éternel, ton Dieu, que je te donne aujourd’hui, et si tu les mets en pratique avec diligence,
Deutéronome 28:9
Yahweh fera de toi un peuple dévoué à lui, comme il te l’a juré, si tu gardes les commandements de Yahweh ton Dieu et si tu marches dans ses voies.
Deutéronome 28:11
Dans le pays que l’Éternel a juré à vos pères, il vous donnera une abondance en toutes choses, dans le fruit de vos entrailles, dans le fruit de votre bétail et dans le fruit de votre sol.
Marc 11:24
CROYEZ AUX MONTAGNES DES MONTAGNES
C’est pourquoi je vous dis : Tout ce que vous demanderez dans la prière, croyez que vous l’avez déjà obtenu, et vous l’aurez.
Ephésiens 3:19
PRIERE POUR LA PARFAITE GNOSE
et pour connaître l’amour du Christ qui surpasse toute connaissance. Puissiez-vous atteindre la plénitude qui est la plénitude de Dieu Lui-même.
Psaume 23:3
Il empêche mon âme de s’égarer,
il me guide dans des traces de vérité
fidèles à son nom.
Psaume 23:1
LE SEIGNEUR EST MON BERGER
Un Psaume de David.
Le Seigneur est mon berger
Je ne manquerai de rien.
Deutéronome 28:3
Tu es béni dans la ville, tu es béni dans le pays.
Deutéronome 28:4
Heureux le fruit de tes entrailles, le fruit de ta terre et le fruit de ton bétail, la litière de tes troupeaux et l’augmentation de tes brebis.
Psaume 23:5
Tu m’as mis une table
face à mes agresseurs
et oindre ma tête avec de l’huile.
Ma tasse déborde.
Josué 1:8
Vous ne devez jamais arrêter de lire ce code. Vous devez le méditer jour et nuit, et vous devez exécuter avec précision tout ce qui y est écrit. Alors vous prospérerez et prospérerez dans tout ce que vous ferez.
Jean 10 :10
Le voleur ne vient que pour voler, tuer et détruire ; Je suis venu pour qu’ils aient la vie et l’aient en abondance.
Jean 1:16
De sa plénitude, nous avons tous reçu grâce sur grâce.
Jean 15:5
Je suis la vigne, toi les sarments. Celui qui demeure en moi, comme moi (gwenovitch) en lui, porte beaucoup de fruit, car sans moi vous ne pouvez rien faire.
Jean 15:7
Si vous demeurez en Moi et que Mes paroles demeurent en vous, demandez ce que vous voulez et vous l’aurez.
Ephésiens 3:21
PRIERE POUR LA GNOSE PARFAITE
A Lui soit la gloire dans l’église et en Jésus-Christ à travers toutes les générations, d’éternité en éternité ! Amen.

Psaume 23:2
Il me dirige vers
les pâturages herbeux,
Il me conduit vers les eaux du repos.
Ephésiens 3:20
PRIERE POUR LA PARFAITE GNOSE
A Celui qui, par la puissance qui agit en nous, est capable d’accomplir infiniment plus que tout ce que nous pouvons demander ou imaginer,
Psaume 66:12
les hommes nous ont vaincus, nous sommes passés à travers le feu, à travers l’eau, mais tu nous as fait sortir – vers ta plénitude.
Psaume 66:10
Eh bien, ô Dieu, tu nous as testés, raffinés – raffinés comme de l’argent
Psaume 66:11
Tu nous as poussés dans un détroit, serré nos reins dans un serrement serré :
Psaume 65:13
l’herbe de la steppe et des collines pousse à merveille.
Psaume 65:12
Et puis tu couronnes l’année avec tes cadeaux ; pousse avec prospérité là où tu as foulé la récolte,
Psaume 65:9
Les habitants les plus éloignés de la terre sont en admiration devant tes signes ; où s’ouvre le matin, le soir, Tu réveilles la trompette.
Joël 2:23
Et vous, enfants de Sion, exultez et réjouissez-vous en l’Éternel, votre Dieu, car il vous donne le maître pour apporter la justice, et fait descendre sur vous la pluie, la pluie d’automne et la pluie de printemps, comme auparavant.
Psaume 36:8
Que ta bonté est riche, ô Dieu, que les enfants des hommes se sachent à l’abri de l’ombre de tes ailes.
Psaume 65 :11
arrose les sillons, aplanit la terre labourée, la rend prête aux fortes pluies. Et tu bénis ce qui germera.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.