nl Nederlands
nl Nederlandsen Englishfr Françaisde Deutschit Italianoes Español

cursus 02 de financiële boekrol – rechtvaardigheid

Download

- Stars (0)

106 Downloads

Owner: admin

Version: 1.0

Last Updated: 17-10-2021 18:36

Share
DescriptionPreviewVersions
8.2 eigen cursussen - 02 de financiële boekrol - rechtvaardigheid.pdf

les 0 inhoud | de financiële boekrol
ZOEK EERST DE CURSUS “zoek eerst koningkrijk Gods”
en alles word je gegeven
Les 1 inleiding
LES 2 gerechtigheid volgens de bijbel

Les 1 inleiding
Dit deel over de financieele boekrol hoe ga jij er mee.
om uw leven te stellen in Gods zijn aangezicht. Of je nu arm of rijk ben,
God ziet ons altijd graag, hoe dichter we bij Hem komen hoe meer vrucht in ons leven naar heiligheid
ik volg de reclame niet die gebaseerd is op meerdere winst gevers denk maar aan bedrijf waar je van koopt de arbeiders of bediende die uitgebuit worden om in bedrijf de koper & verkoper te misleiden om meer winst te maken das de zogezegde rechtvaardigheid
die de corruptie op de dagelijkse arbeidsmarkt bewerkstelligd omdat een hogere in functie hun dat op legt en de mensen pikken dat maar en volgen als schappen het duivels pad om geen opstanding te verkrijgen,
gaan wij verder hier op de website hou u niet bezig met het kwade maar met de gezonde heiligheid om rechtvaardige wereld voor onze kinderen en klein kinderen een wereld van jewelste te realiseren door barmachtig uw geld gedeeltelijk te beheren voor u zelf,
en zelf aan het werk te zetten om lichamelijke barmachtigheid aan het werk te laten. Meer vraagt de heer ons niet in Zijn rijk aan ons, en hem tegemoet komen in wereld van verandering.
om ons vrij te voelen in de wereld waarin we slaaf waren bent u door de heer onze god geroepen om mee te werken met uw liefde en vrij te zijn op alle gebied en uw oude leven achter u laten is een kracht van jewelste dat de Heer realiseert voor ons.
komen aan de misleiding van reclame ik weet niet hoe u er over denkt maar de verkopers kunnen er niets aan doen of ze verliezen hun baan
maar dan zijn we nog niet aan de besparing van uw garderobe voor wat is kledij gemaakt, om lichaamsbedekking voor mensen, in essentie nodig voor het behoud van lichaamswarmte,
de moderne tijd heeft door de reclame ons aangepraat voor meer verkoop. Om ons rijker te doen voelen als we de laatste mode kunnen permitteren. nu vind je me ouderwets volg dan de slang die eva misleide in de tuin van eden om van de verboden appel te eten,
toen bedekte ze hun beide omdat ze naakt stonden voor god,
bedekte hun met een vijgenblad zo oud is kledij daarom dat christenen soms zeggen we houden niet van aardse schatten,.
zoals vijgenblad (want dat jeukt),dus laat je niet misleiden zoals eva door een verkoper die er niets aan kan doen hij staat in opdracht van de slavernij
In onze vader gebed zeggen we,
“de heer is met ons vergeef onze schulden aan de schuldenaren” zegt dat we ze niet moeten oordelen,. maar hun geld zucht niet moeten lief hebben,
om geen oorlog uit te lokken, en onze liefde tot hen toonden die we van Christus hebben gekregen hebben, zonder te oordelen zodat de hebzuchtige kan veranderen als ze willen, anders zullen ze er voor geoordeeld worden voor hun daden,
door de wet, christus zal hun zelf oordelen en gestraft worden, das de vrede van de heer naar rechtvaardigheid die waait van Hem over ons. als we zijn koninkrijk arglistig toegeven als de duif van de heilige geest die afdaalt tot ons,
die ons tegemoet komt.

LES 2 gerechtigheid volgens de bijbel

Hier onder heb je de Bijbelverzen in rood gemarkeerd de commentaar geïnspireerd door god & gwenovitch die ons lijd in Zijn koninkrijk van God tot onze vrijheid,
zoals gwenovitch pad met de heer 100% bewandeld door Gods zijn vruchtbaarheid
die door de verzen ons tegemoet komt in alle eenvoud zijn evenbeeld bewerkt
in de bijbel tot onze rechtvaardigheid tot God.
god roept iedereen goed of kwaad hij maakt geen verschil tussen,
hij kijkt naar hun hart daar schijt hij de rechtvaardige.

Efeziërs 6:14
Staat dan, uw lendenen omgord met de waarheid, bekleed met het harnas der gerechtigheid,
Psalm 85:14
De gerechtigheid zal voor Hem uitgaan: reeds begon op de heerbaan haar loop.
Jesaja 11:5
Gerechtigheid draagt hij als een gordel om zijn lenden, en trouw als een gordel om zijn heupen.
Jakobus 3:18
Gerechtigheid is een vrucht van de vrede en slechts wie de vrede nastreven zullen haar oogsten.

2 Korintiërs 5:21
Hem die geen zonde heeft gekend, heeft God voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij door Hem Gods eigen heiligheid zouden worden.
Job 29:14
Gerechtigheid was mijn kleed, rechtvaardigheid mijn mantel en hoofddoek.
Job 40:3
Maar Job gaf ten antwoord:
Psalm 35:28
En ik geef uw gerechtigheid stem, als ik, elke dag weder, uw lof zing.
Psalm 48:12
Zo draagt dan de Sions berg vreugde, hoe juichen de dochters van Juda om wat Gij als rechter gebiedt.
Psalm 71:2
Gij die rechtvaardig zijt,
ontzet mij toch, geef mij uitkomst.
Neig uw oor tot mij, schenk mij uw heil.
Psalm 72:1
Heer, bij U zoek ik (als gwenovitch mijn) toevlucht,
laat mij niet voor immer vernederd.
Psalm 85:12
Dan wast waarheid op uit de aarde, reikt gerechtigheid neer van de hemel.
Psalm 89:17
in uw naam dag aan dag zich verblijdt; uw gerechtigheid is hun verheffing.
Psalm 97:2
Rondom Hem is donker van wolken, de orde des rechts schraagt zijn troon.
Psalm 97:6
Dat Hij recht doet verkondigt de hemel, alle volken ontwaren zijn glorie,

Psalm 111:7
Wat zijn hand schept, is waarheid, is orde; al wat Hij opdraagt is waarachtig,
Psalm 118:20
’Ja, dit is de poort van Jahwe: de rechtvaardigen mogen hier ingaan.’
Psalm 119:40
Zie, uw opdrachten heb ik (als gwenovitch) gekozen: Gij die recht doet geef mij nieuw leven.
Psalm 119:142
Uw gerechtigheid geldt voor de eeuwen; uw wet betekent de waarheid.
Psalm 132:9
Laat gerechtigheid uw priesters bekleden, uw getrouwen U jubelend vieren;
Psalm 149:7
tot voltrekking van wraak aan de heidenen,
tot een strafgericht over de volken:
Spreuken 2:9
Dan zult gij gerechtigheid verstaan en recht, rechtschapenheid en alle goede wegen.
Spreuken 21:3
Dat men gerechtigheid en recht doet is Jahwe aangenamer dan een offer.
Spreuken 21:15
Recht doen is een vreugde voor de rechtvaardige, maar een verschrikking voor de boosdoeners.
Ezechiël 18:22
De zonden die hij gedaan heeft worden hem niet aangerekend; om zijn goede daden zal hij in leven blijven.
Amos 5:24
Neen, het recht moet stromen als water, de gerechtigheid al een nooit uitdrogende beek.

Johannes 16:10
van wat gerechtigheid is, omdat Ik naar de Vader ga, zodat gij Mij niet meer ziet;
Romeinen 6:18
Gij zijt bevrijd van de heerschappij der zonde en dienaars geworden van de gerechtigheid.
Romeinen 6:20
Toen gij slaven waart van de zonde, stond gij vrij ten opzichte van de gerechtigheid.
Job 27:6
Rechtvaardig ben ik, dat houd ik vol; geen dag van mijn leven kan mij iets verwijten.
Job 34:17
Zou de hoogste wetgever de wet haten, de bij uitstek rechtvaardige onrecht plegen?
Job 36:3
Ik (gwenovitch) haal mijn wijsheid van ver, namens mijn Maker verkondig ik u de waarheid.
Psalm 45:8
Gij koos voor het recht, haat het onrecht: zo heeft God, uw God, u gezalfd, u gezalfd met olie der vreugde boven al uwe medegenoten.
Psalm 101:1
Van David. Een psalm. Thans een lied van verbondstrouw en recht; U ter ere, Heer, wil ik het zingen:
Psalm 118:19
Ontsluit mij gerechtigheids poorten, laat mij ingaan en loven Jahwe.
Psalm 119:144
Uw uitspraken gelden voor eeuwig; geef mij daarin inzicht: ten leven.
Jesaja 33:5
Hoog verheven is Jahwe: Hij woont in den hoge en overlaadt Sion met recht en gerechtigheid.
Johannes 16:8
Eenmaal gekomen zal Hij de wereld het overtuigend bewijs leveren van wat zonde, gerechtigheid en oordeel is:
Deutenomium 16:20
Alleen wat recht is, moet gij nastreven; dan zult gij leven en het land bezitten dat Jahwe uw God u schenkt.
Job 36:17
vol uitgelezen gerechten, en dat ten koste van uw eigen gerechtigheid.
Psalm 40:10
Bode van uw gerechtigheid ben ik waar de schare te samen gestroomd is; zie, mijn lippen hield ik niet gesloten: Gij, Heer, Gij weet dit van mij.
Psalm 40:11
Uw gerechtigheid – haar heb ik nimmer in het eigen hart weggeborgen: ik verkondig uw trouw, uw verlossing, zwijg niet van uw genade, uw waarheid, waar de velen bijeen zijn vergaderd.
Psalm 51:16
Bloed bevlekt ben ik – God, neem het van mij! dat ik jubelend uw vrijspraak mag melden:
Psalm 71:15-16
dat mijn mond uw gerechtigheid meldt
gewaagt, elke dag weer, van uw heil
dat ik nooit kan beseffen ten volle,
16en ik uitspreek de daden van Hem, van de Heer,
uw gerechtigheid – de enige – aanzeg.
Psalm 71:19
uw gerechtigheid, God, naar zij oprijst,
hoe Gij grote dingen gedaan hebt.
Wie is, o God, gelijk Gij?

Psalm 71:24
En elke dag mag mijn woord het verkondigen
dat Gij recht doet:
als schande dragen en smaad
zij wier opzet mijn ondergang was.
Psalm 88:13
Wie zou merken in dat duister uw wonderen? Heeft een in dat land van vergeten van uw gerechtigheid weet?
Psalm 103:17
Maar de goedheid des Heren, zij blijft: zij is eeuwig met wie Hem vrezen; zijn gerechtigheid blijft het deel van de kinderen hunner kinderen,
Spreuken 11:5
De gerechtigheid van de deugdzame effent zijn weg, maar de zondaar komt ten val door zijn zondigheid.
Spreuken 14:34
De gerechtigheid maakt een volk groot, maar de zonde brengt schande over de naties.
Spreuken 31:5
Geef sterke drank aan hem die te gronde gaat, wijn aan hem die bedroefd van hart is:
Jesaja 1:23
Uw leiders zijn rebellen, handlangers van dieven. Allen zijn op steekpenningen uit en azen op geschenken. Aan wezen verschaffen zij geen recht en de zaak van de weduwen krijgt bij hen geen gehoor.
Jesaja 26:10
Worden de bozen begenadigd, dan leren zij nooit wat recht is: waar het recht heerst, blijven zij onrecht plegen, zij hebben geen oog voor Jahwe’s verhevenheid.
Jesaja 28:6
een geest van gerechtigheid voor hem die zetelt op de rechterstoel, een kracht voor hen die aanvallers terugdrijven naar de poort.
Jesaja 42:4
Hij zal niet kwijnen en niet worden gekwetst, maar vestigt het recht op de aarde en de eilanden zullen zijn boodschap verbeiden.
Jesaja 51:1
Luistert naar Mij, gij, die het heil achtervolgt, die Jahwe zoekt, ziet op naar de rots, waaruit gij zijt gehouwen, en naar de groeve waaruit gij gegraven zijt.
Ezechiël 14:14
Als in dat land deze drie mannen zouden wonen: Noach, Daniël en Job, dan zou hun gerechtigheid slechts henzelf redden, luidt de godsspraak van Jahwe de Heer.
Ezechiël 14:20
en Noach, Daniël en Job zouden er wonen: zo waar Ik leef, ze zouden hun eigen zonen en dochters niet eens kunnen redden, spreekt Jahwe de Heer; hun gerechtigheid zou alleen henzelf redden.
Daniël 8:12
Omwille van het dagelijks offer viel het leger aan zijn misdadig zwaard ten prooi. Hij schafte de wet der waarheid af en slaagde in al wat hij ondernam.
Hosea 12:7
Met de hulp van uw God zult gij terugkeren; houdt u aan liefde en recht en blijf altijd op uw God vertrouwen.
Amos 5:7
Men verandert het recht in alsem en slaat de gerechtigheid tegen de grond.
Romeinen 3:22
Gods gerechtigheid, die zich door het geloof in Jezus Christus meedeelt aan allen die geloven, zonder enig onderscheid.
Romeinen 14:17
Het koninkrijk van God is geen kwestie van spijs en drank, maar is gerechtigheid, vrede en vreugde door de heilige Geest.
2 Korintiërs 6:7
het woord van de waarheid, de kracht van God zelf. Wij strijden en verweren ons met geestelijke wapens.
Hebreeën 1:9
Rechtvaardigheid hebt Gij liefgehad en onrecht gehaat; daarom, o God, heeft uw God U gezalfd met de olie der vreugde en U geplaatst boven uw gelijken.
Deutenomium 24:13
Ge moet het hem bij het vallen van de avond terugbezorgen. Dan kan hij in zijn mantel slapen. Hij zal u daarvoor zegenen en Jahwe uw God zal het u als verdienste aanrekenen.
Job 33:26
Hij mag weer bidden want God heeft hem lief, Hij schenkt hem zijn gunst, zijn vreugde en nieuwe gerechtigheid.
Psalm 48:11
hoe reikt uw lof, God, als uw naam tot de verste grenzen der aarde. De gerechtigheid rust in uw hand.
Jesaja 1:21
Hoe is de getrouwe veste toch een hoer geworden? Zij was vol van recht, en gerechtigheid woonde in haar; nu vindt men er niets dan moordenaars.
Jesaja 28:17
Het recht maak Ik tot mijn meetsnoer, de gerechtigheid tot mijn schietlood. De leugen die uw toevlucht is, wordt door de hagel vernietigd, het water spoelt uw schuilplaats weg.
Jesaja 56:1
Zo spreekt Jahwe: Onderhoudt het recht, beoefent de gerechtigheid, want de komst van mijn redding is nabij en mijn gerechtigheid wordt weldra geopenbaard.
Jeremia 31:23
Dit zegt Jahwe van de machten, Israëls God: Wanneer Ik hen in hun vroegere staat herstel, zullen ze in de steden van Juda weer zeggen: Jahwe zegene u, zetel van gerechtigheid, heilige berg. Heel Juda woont daar weer samen: stedelingen, boeren en herders.
Ezechiël 18:24
Maar als een rechtvaardige van de weg der gerechtigheid afwijkt en kwaad gaat doen en dezelfde gruwelen bedrijft als de boosdoener, zal hij dan in leven blijven? Al zijn vroegere goede daden tellen dan niet meer mee; omdat hij afgevallen is en gezondigd heeft, zal hij sterven.
Ezechiël 22:30
Ik heb onder hen gezocht naar iemand die een wal zou kunnen opwerpen of op de bres zou kunnen gaan staan om het land tegen Mij te verdedigen, zodat Ik het niet zou verwoesten, maar Ik heb niemand gevonden.
Amos 5:15
Haat het kwade, hebt het goede lief en handhaaft het recht in de stadspoort; misschien zal dan Jahwe, de God van de machten, zich over de rest van Jozef ontfermen.
Handelingen 24:25
maar toen Paulus sprak over rechtvaardigheid, zelfbeheersing en het komende oordeel, werd Felix bang en zei: “Ga nu maar heen; zodra ik tijd heb, zal ik u weer laten roepen.”
Romeinen 1:17
Want daarin openbaart zich Gods gerechtigheid, die de mens rechtvaardigt door het geloof en het geloof alleen, volgens het woord der schrift: Die gerechtvaardigd is door het geloof zal leven.
Romeinen 3:5
Indien echter onze ongerechtigheid Gods gerechtigheid in het licht stelt, volgt daaruit dan niet – ik spreek nu erg menselijk – dat God onrechtvaardig is, als Hij zijn straf oplegt?
Romeinen 3:25
Hem heeft God voor wie gelooft aangewezen als zoenoffer door zijn bloed. God wilde zo zijn gerechtigheid tonen, want Hij had in zijn verdraagzaamheid de zonden van het verleden laten passeren.
Romeinen 10:6
Maar de gerechtigheid uit het geloof spreekt aldus: Zeg niet bij uzelf: Wie zal ten hemel stijgen? alsof het nodig was Christus te doen afdalen;
2 Petrus 1:1
SIMEON PETRUS, dienstknecht en apostel van Jezus Christus, aan hen die door de goedheid van onze God en Heiland Jezus Christus met ons het voorrecht delen van hetzelfde geloof.

Jesaja 5:7
Ja, de wijngaard van Jahwe van de machten is Israëls huis, zijn bevoorrechte planten zijn de mensen van Juda. Hij hoopte op recht maar Hij zag onrecht, Hij zag geen betrachting van recht, maar verkrachting van recht.
Jesaja 9:6
Groot is de macht en eindeloos de vrede voor de troon van David, voor zijn koninkrijk; hij zal het stichten en stutten door recht en gerechtigheid van nu af en voor altijd. De ijverzuchtige liefde van Jahwe der legerscharen zal dit bewerken.
Jesaja 42:6
Ik Jahwe zelf, heb u geroepen om heil te brengen, Ik neem u bij de hand, Ik vorm u en bestem u om de man te zijn van mijn verbond met het volk, het licht voor de naties,
Ezechiël 18:20
Alleen de zondaar zelf zal sterven. De zoon hoeft niet te boeten voor de zonden van zijn vader, en de vader niet voor de zonden van zijn zoon. De rechtvaardigheid zal alleen de rechtvaardige worden toegerekend en de boosheid alleen de boosdoener.
Daniel 9:24
Voor je volk en voor je heilige stad is een duur van zeventig weken vastgesteld om aan de misdaad een eind te maken, om de zonde te doen verdwijnen en om de ongerechtigheid uit te boeten, om eeuwige gerechtigheid te brengen, om het zegel te drukken op de openbaringen van de profeten en om het hoog heilige te zalven.
Maleachi 2:17
Gij maakt Jahwe moe met uw woorden! Gij zegt: ’Hoe doen wij dat dan?’ Doordat gij zegt: ’Ieder die kwaad doet staat bij Jahwe in de gunst; in zulke mensen heeft Hij welgevallen.’ Of: ’Waar blijft de God van het recht?’
Lucas 1:17
Hij zal voor Hem uitgaan met de geest en de kracht van Elia om de gezindheid van de vaderen te doen terugkeren in de kinderen en de ongehoorzamen te brengen tot de gesteltenis van de rechtvaardigen en zo voor de Heer een welbereid volk te vormen.’
Romeinen 8:19
Ook de schepping verlangt vurig naar de openbaring van Gods kinderen.
Romeinen 10:10
Het geloof van uw hart brengt de gerechtigheid en de belijdenis van uw mond het heil.
Filippenzen 4:8
Tenslotte, broeders, houdt uw aandacht gevestigd op al wat waar is, al wat edel is, wat rechtvaardig is en rein, beminnelijk en aantrekkelijk, op al wat deugd heet en lof verdient.
1 Johannes 1:9
Als wij onze zonden belijden, is Hij zo getrouw en genadig, dat Hij onze zonden vergeeft en ons reinigt van alle kwaad.
Jacobus 5:16
Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkaar, opdat gij genezing moogt vinden. Het vurig gebed van een rechtvaardige vermag veel.
1 Johannes 3:7
Kinderen, laat u niet misleiden: wie het goede doet is heilig zoals Hij;
Ezechiël 33:17
En dan zeggen uw volksgenoten: ’De weg van de Heer is niet recht!’ Maar hun eigen weg is niet recht.
Jeremia 33:15
In die dagen, in die tijd schenk Ik aan David een wettelijke afstammeling die het land rechtvaardig en eerlijk bestuurt.
Lucas 12:57
Hoe komt het dat ge niet uit uzelf de juiste gevolgtrekking maakt?
Romeinen 4:22
Daarom werd het hem als gerechtigheid aangerekend.
2 thessalonicenzen 1:6
Want zijn rechtvaardigheid eist dat Hij hen die u verdrukken verdrukking uitbetaalt,

Psalmen 9:9
Hij toch oordeelt de wereld rechtvaardig,
richt de volken naar on gekromd recht.
Psalm 11:3
Waar de grondslagen om zijn gewoeld
wat richt daar een rechtvaardige uit?
Psalm 17:2
laat van U mijn beoordeling uitgaan,
uw oog ziet wat onkreukbaarheid is.
Psalm 119:137
Rechtvaardig zijt Gij, o Heer; volstrekt is uw orde des rechts.
Psalm 119:172
Laat mijn lied zingen van uw belofte: elk gebod van U houdt het recht in.
Psalm 143:2
Treed niet in het gericht met uw knecht: in uw licht is geen schepsel rechtvaardig.
Spreuken 8:15
Door mij zijn de koningen koning en stellen de vorsten vast wat recht is.
Ezechiël 18:5
Als iemand een rechtvaardige is en handelt naar wet en recht,
Romeinen 4:23
Deze woorden werden niet alleen neergeschreven om zijnentwil.
Leviticus 19:15
Wees niet partijdig bij het rechtspreken: begunstig de arme niet en zie de rijke niet naar de ogen. Spreek rechtvaardig recht over uw volksgenoten.
Deutenomium 32:4
Hij is de rots, wat Hij doet is volmaakt, al zijn wegen zijn recht; een God van trouw, zonder onrecht, rechtvaardig is Hij en waarachtig.

Prediker 8:14
Maar in de wereld doet zich de ongerijmdheid voor dat er rechtvaardigen zijn die het vergaat als de bozen en bozen die het vergaat als de rechtvaardigen. Ik zei: ook dat is ijdel.
Romeinen 2:2
Wij zijn het erover eens dat God terecht hen veroordeelt die zulke dingen doen.
Romeinen 10:4
Want Christus betekent het einde van de wet en gerechtigheid voor ieder die gelooft.
1 Johannes 2:29
Daar gij weet dat Hij geheel zonder zonde is, moet gij inzien dat ieder die het goede doet ook kind van God is.
2 koningen 18:3
Hij deed wat Jahwe behaagt, juist zoals zijn vader David.
1 kronieken 18:14
David regeerde over heel Israël en hij liet zijn volk recht en gerechtigheid wedervaren.
Job 4:17
’Kan een sterveling rechtvaardig zijn voor God,
een mens onbesmet voor zijn Maker?
Job 9:19-20
Gaat het om kracht, Hij is de sterkste; gaat het om recht, Hij is onschendbaar. 20Niet-schuldig word ik schuldig verklaard, zonder smet besmet bevonden.
Job 15:14
Kan een mens ooit rein, het kind van een vrouw ooit rechtvaardig zijn?
Psalm 18:21
de Heer, die mijn gerechtigheid loonde,
mij mijn reinheid van handen vergold.
Psalm 72:2
dat uw volk rechtvaardig hij richte, uw verdrukten voorsta naar recht;
Psalm106:3
Gelukkig wie zich aan zijn wet houdt, te allen tijde in gerechtigheid handelt.
Psalm 119:62
Middernacht – tot uw lof wil ik opstaan, denkend aan uw rechtvaardig bestel.
Psalm 119:123
Uw heil – daarnaar hunkeren mijn ogen, naar het recht dat uw woord ons belooft.
Psalm 119:128
Met recht volg ik uw opdrachten – strikt; ieder kronkelpad wekt mijn afschuw.
Psalm 119:160
Hoofdsom van uw woord is de waarheid: heel uw rechtsbestel staat voor eeuwig.
Psalm 135:14
Want de Heer zal recht doen zijn volk, Hij ontfermt zich over zijn knechten.
Spreuken 3:33
De vloek van Jahwe ligt op het huis van de boze, maar zijn zegen rust op de woning van de rechtvaardigen.
Spreuken 9:9
Deel mee aan een wijze en hij zal nog wijzer worden, onderricht een rechtvaardige en hij zal zijn weten nog vermeerderen.
Spreuken 10:20
Uitgelezen zilver is de tong van de rechtvaardige, maar het hart van de zondaars heeft maar weinig waarde.
Spreuken 10:30-32
De rechtvaardige zal nooit ofte nimmer wankelen, maar de zondaars blijven het land niet bewonen. 31De mond van de rechtvaardige brengt wijsheid voort, maar de slinkse tong wordt afgesneden. 32De lippen van de rechtvaardige weten wat welgevallig is, de mond van de zondaars weet alleen van slinkse streken.
Spreuken 11:8
De rechtvaardige wordt uit de benauwenis gered, de zondaar komt in zijn plaats.

Spreuken 12:5
De gedachten van de rechtvaardige houden zich aan het recht, de plannen van de zondaars beogen bedrog.
Spreuken 12:7
De zondaars worden omvergeworpen en zij bestaan niet meer, maar het huis van de rechtvaardigen houdt stand.
Spreuken 12:12-13
Wat de zondaar verlangt wordt de valstrik voor de slechten, maar de wortel der rechtvaardigen geeft kracht. 13De boze verstrikt zich in de zonde van zijn lippen, maar de rechtvaardige ontkomt aan de nood.
Spreuken 12:26
De rechtvaardige onderricht zijn vriend, maar het gedrag van de zondaars brengt op een dwaalspoor.
Spreuken 13:25
De rechtvaardige eet en verzadigt zich, maar de maag van de zondaars komt te kort.
Spreuken 15:29
Jahwe is ver van de zondaars, maar het gebed der rechtvaardigen verhoort Hij.
Spreuken 17:15
Hij die de zondaar vrijspreekt en hij die de rechtvaardige veroordeelt: zij zijn beiden Jahwe een gruwel.
Spreuken 20:7
De rechtvaardige gedraagt zich onberispelijk: gelukkig de zonen die na hem komen.
Spreuken 21:18
De zondaar is de losprijs voor de rechtvaardige: de trouweloze komt in de plaats van de rechtschapenen.
Spreuken 24:15
Gij zondaar, belaag de woning van de rechtvaardige niet en verwoest niet zijn verblijfplaats;

Jesaja 1:17
Leert liever het goede te doen, betracht de rechtvaardigheid, helpt de verdrukten, verschaft recht aan de wezen, verdedigt de weduwen.
Jesaja 32:1
Als de koning rechtvaardig regeert, en de bestuurders besturen naar recht,
Ezechiel 33:20
Al zegt ge: ’De weg van de Heer is niet recht’, toch zal Ik ieder van u vonnissen naar zijn gedrag, volk van Israël!
Lucas 10:29
Maar omdat hij zijn vraag wilde verantwoorden, sprak hij tot Jezus: ’En wie is dan mijn naaste?’
Johannes 7:24
Oordeelt niet naar het uiterlijke, maar velt een rechtvaardig oordeel.”
Romeinen 3:10
Of met de woorden van de Schrift: Er is geen rechtvaardige, zelfs niet een,
Jesaja 53:11
Omwille van het doorstane lijden zal hij het licht mogen zien en met kennis verzadigd worden. Mijn rechtvaardige dienstknecht zal velen rechtvaardig maken, doordat hij hun zonden draagt.
Sefanja 3:5
Maar Jahwe de Gerechte, is binnen haar muren; Hij doet geen onrecht; morgen aan morgen velt Hij zijn oordeel, zonder mankeren, zodra het weer licht is. Maar de onrechtvaardige weet van geen schaamte.
Genesis 15:6
Abram geloofde Jahwe, en deze rekende hem dat als gerechtigheid aan.
Genesis 18:24-25
Misschien zijn er vijftig rechtvaardigen in de stad; zult gij die dan verdelgen? Zult Gij de stad geen vergiffenis schenken omwille van de vijftig rechtvaardigen die er wonen? 25Zoiets kunt Gij toch niet doen: de rechtvaardigen samen met de boosdoeners laten sterven! Dan zou het de rechtvaardigen vergaan als de boosdoeners; dat kunt Ge toch niet doen! Zal Hij, die de hele aarde oordeelt, geen recht doen?’
Deutenomium 1:16
Uw rechters heb ik toen voorgehouden: `Gij moet beide partijen horen en rechtvaardig vonnis vellen, zowel bij rechtszaken met volksgenoten als met vreemdelingen.
Deutenomium 4:8
Of is er een andere grote natie die zulke volmaakte voorschriften en bepalingen heeft als de wet die ik u heden geef?
Deutenomium 24:17
Ge moogt de rechten van vreemdeling of wees niet schenden en het kleed van een weduwe niet in pand nemen.
2 Samuël 8:15
David was koning over heel Israël en hij was degene die voor heel zijn volk recht en gerechtigheid behartigde.
2 Samuel 23:3
De God van Israël heeft gesproken; de rots van Israël heeft mij gezegd: Wie de mensen rechtvaardig regeert, wie heerst in ontzag voor God,
Job 9:2
Ja, ik weet het, je hebt gelijk, tegenover God staat niemand in zijn recht, geen mens.
Job 17:9
in zijn eigen straatje bijt hij zich vast en ziet geen andere weg, met de beste wil niet.
Job 19:7
Dat is onrechtvaardig, roep ik, maar niemand gaat erop in; ik smeek om mijn recht, maar krijg het niet.
Job 22:19
De rechtvaardige drijft de spot met zulke mensen, hun aanblik vervult hem met leedvermaak:
Job 37:23
Deze Almachtige, onbereikbaar voor ons en oppermachtig, is niettemin de rechtvaardigheid zelf die nimmer het recht tiranniseert.
Psalm 11:2
Zie, reeds spannen Gods haters de boog,
staan gereed met de pijl op de pees argelozen in donker te treffen.
Psalm 45:7
Uw troon, naar Gods wil, staat voor eeuwig; uw koningschap voert een scepter die scepter der rechtsorde is.
Psalm 51:6
tegen U, U alleen was mijn zonde, Gij doorziet het kwaad dat ik deed. Hoe Gij vonnist: Gij zijt rechtvaardig, onaantastbaar in uw gericht.
Psalm 58:11
Die trouw bleef – hij draagt vreugd; hij heeft de wraak beleefd; hij stond waar vloeide het bloed der schenders van het recht.
Psalm 85:11
zij ontmoeten elkander, genade en waarheid, gerechtigheid en vrede – zij kussen elkaar.
Psalm 89:15
en de orde des rechts schraagt uw troon, voor U uit gaan genade en waarheid.
Psalm 92:16
Gelukzalig het volk dat dìt kent:
de jubel, de stoot der bazuin,
wandelt, Heer, in het licht van uw aanschijn,
Psalm 98:2
De Heer openbaarde zijn heil; Hij heeft voor de ogen der volken onthuld zijn gerechtigheid;
Psalm 111:3
verheven en heerlijk zijn handelen, zijn gerechtigheid houdt stand voor eeuwig.
Psalm 112:9
Waar nood is geeft hij overvloedig: zijn gerechtigheid trotseert de tijden. En machtig verheft zich zijn hoorn.

Psalm 116:5
Genadig de Heer en rechtvaardig; onze God, Hij is vol ontferming:
Psalm 119:75
Heer uw rechtsbestel weet ik rechtvaardig: het blijft waarheid als Gij mij beproeft.
Psalm 119:106
Ik zwoer – en ik zal het gestand doen – mij aan uw rechtsorde te houden.
Psalm 119:164
Dagelijks spreek ik uw lof – zeven malen, om de orde gegrond in uw recht.
Psalm 129:4
Maar de Heer, de rechtvaardige, heeft gekapt de strengen der bozen.
Psalm 143:1
Een psalm van David. Heer, hoor mijn gebed, luister naar mijn smeken om ontferming en antwoord mij in uw trouw: om uwer gerechtigheid wille.
Psalm 143:11
Hoed mijn leven, getrouw aan uw naam; doe recht: dat het de druk mag ontkomen.
Psalm 145:17
Gerecht is de Heer in zijn wegen, genadig in al wat Hij doet;
Spreuken 10:3
Jahwe laat de rechtvaardige geen honger lijden, maar Hij verzet zich tegen de begeerte van de zondaars.
Spreuken 10:6-7
Zegen rust op het hoofd van de rechtvaardige, maar de mond van de zondaars zit vol onrecht. 7Het aandenken van de rechtvaardige is een zegen, maar de naam van de zondaars zal verrotten.
Spreuken 10:11
Een bron van leven is de mond van de rechtvaardige, maar de mond van de zondaars zit vol onrecht.

Spreuken 10:16
Wat de rechtvaardige (gwenovitch) verwerft leidt tot leven, de inkomsten van de zondaar leiden tot zonde.
Spreuken 10:21
De lippen van de rechtvaardige voeden velen, de dwazen sterven door onverstand.(door te kort aan liefde gekregen in hun opvoeding)
Spreuken 10:24-25
Wat de zondaar vreest, dat overkomt hem, maar het verlangen van de rechtvaardige wordt vervuld. 25Nauwelijks is de storm voorbij, of de zondaar is verdwenen, maar de rechtvaardige houdt altijd stand.
Spreuken 10:28
Voor de rechtvaardige is vreugde weggelegd, maar de hoop der goddelozen gaat ten onder.
Spreuken 11:9
Door zijn mond richt de goddeloze zijn naaste te gronde, maar de rechtvaardigen worden door hun kennis gered.
Spreuken 11:28
Wie bouwt op zijn rijkdom komt ten val, maar de rechtvaardigen groeien als het jonge lover.
Spreuken 11:30-31
De vrucht van de rechtvaardigheid is een levensboom, maar onrecht rooft het leven. 31Indien de rechtvaardige op aarde krijgt wat hem toekomt, hoeveel te meer dan de goddeloze en de zondaar!
Spreuken 12:3
Geen mens kan stand houden door kwaad te doen, maar de wortel van de rechtvaardigen raakt niet los.
Spreuken 12:10
De rechtvaardige weet wat zijn beesten behoeven, maar de zondaars zijn meedogenloos van aard.
Spreuken 12:21
De rechtvaardige wordt door geen enkel onheil getroffen, maar de zondaar wordt door rampspoed overstelpt.
Spreuken 13:5
De rechtvaardige haat leugentaal, maar de zondaar gedraagt zich minderwaardig en schaamteloos.
Spreuken 13:9
Het licht van de rechtvaardigen straalt heerlijk, de lamp van de zondaars gaat uit.
Spreuken 13:21-22
Rampspoed achtervolgt de zondaars, maar de rechtvaardigen worden met geluk beloond. 22De goede laat zijn kindskinderen erven, maar het bezit van de zondaar is weggelegd voor de rechtvaardige.
Spreuken 14:19
De slechten buigen zich voor de goeden en de goddelozen staan aan de poorten van de rechtvaardigen.
Spreuken 14:32
De zondaar komt ten val door zijn eigen slechtheid, maar de rechtvaardige heeft een toevlucht als hij sterft.
Spreuken 15:6
In het huis van de rechtvaardige is veel rijkdom, maar wat de goddeloze binnenbrengt, dat bederft.
Spreuken 15:28
De rechtvaardige overdenkt in zijn hart wat hij zal antwoorden, maar de mond van de zondaars druipt van onheil.
Spreuken 16:13
Een koning vindt zijn welgevallen in oprechte taal en hem die rechtschapen spreekt heeft hij lief.
Spreuken 17:26
Een rechtvaardige beboeten is verkeerd en aanzienlijke mensen slaan is een schending van het recht.
Spreuken 18:10
De naam van Jahwe is een machtige toren: de rechtvaardige snelt erheen en is in veiligheid.

Spreuken 21:12
De Gerechte houdt het huis van de boze in het oog en Hij stort de zondaars in het verderf.
Spreuken 25:26
Een troebele fontein, een vervuilde bron: dat is een rechtvaardige die wankelt als hij tegenover een zondaar staat.
Spreuken 28:1
De zondaars vluchten zonder dat iemand hen nazet, maar de rechtvaardigen voelen zich zo veilig als een jonge leeuw.
Spreuken 29:6-7
Voor de voeten van de slechte mens ligt een valstrik, maar de rechtvaardige juicht en is verheugd. 7De rechtvaardige erkent het recht van de armen, de zondaar heeft er geen begrip voor.
Spreuken 29:16
Als de zondaars aan de macht zijn, wordt de opstandigheid machtig, maar de rechtvaardigen zullen met vreugde hun val zien.
Spreuken 31:9
open uw mond en geef een rechtvaardig oordeel en verschaf recht aan de armen en noodlijdenden.
Jesaja 3:10
Zie hoe gelukkig de rechtvaardigen zijn: zij verteren de vrucht van hun arbeid.
Jesaja 5:16
Maar Jahwe van de legerscharen wordt groot in zijn oordeel, in zijn gerechtigheid toont de heilige God zijn heiligheid.
Jesaja 26:2
Opent de poorten: laat het volk binnen dat rechtvaardig is en de trouw heeft bewaard.
Jeremia 10:24
traf ons, Jahwe, maar met mate, niet in toorn, anders zijn we verloren.

Ezechiël 18:9
naar mijn voorschriften leeft en nauwgezet mijn geboden onderhoudt: dan blijft deze rechtvaardige in leven, luidt de godsspraak van Jahwe de Heer.
Ezechiël 18:25
(God heeft gwenovitch geroepen en ze herkende hem niet en ze brachten tegen gods oordeel tegen in omdat ze gwenovitch niet herkenden)
Hier brengt ge tegen in: ’De weg van de Heer is niet recht!’ Luister toch, volk van Israël: Zou mijn weg niet recht zijn? Zijn het niet veeleer uw wegen die niet recht zijn?
Ezechiël 33:14
En zeg Ik tot de boosdoener: ’Gij zult sterven’, maar hij betert zijn leven en gaat handelen naar wet en recht;
Ezechiël 33:18-19
Als een rechtvaardige zich gaat misdragen en ongerechtigheid bedrijft, zal hij sterven. 19En als een boosdoener zijn leven betert en handelt naar wet en recht, zal hij leven.
Lucas 14:14
Gelukkig zult ge zijn, omdat zij het u niet kunnen vergelden. Het zal u vergolden worden bij de opstanding van de rechtvaardigen.’
Johannes 17:25
Rechtvaardige Vader, al heeft de wereld U niet erkend, Ik heb U erkend, en dezen hier hebben erkend dat Gij Mij gezonden hebt.
Romeinen 4:3
Immers, wat zegt de Schrift? Abraham heeft God geloofd en dat geloof is hem aangerekend als gerechtigheid.
Romeinen 7:12
Wel is de wet heilig, en het gebod is heilig, rechtvaardig en goed.
2 Korintiërs 9:9
Zo staat er ook geschreven: Hij (gwenovitch) heeft overvloedig gegeven aan de armen, zijn milddadigheid zal immer blijven.

2 Petrus 2:8
In hun hebzucht zullen zij u met verzonnen verhalen geld uit de zak kloppen. Maar hun vonnis is allang geveld, hun ondergang zal niet op zich laten wachten.
2 Petrus 2:21
Het was beter voor hen geweest de weg der gerechtigheid nooit te hebben gekend dan na hem gekend te hebben de rug toe te keren aan het heilige, overgeleverde gebod.
Openbaring 16:7
En ik hoorde de stem van het altaar: “Ja, Heer, God, Albeheerser, waarachtig en rechtvaardig zijn uw oordelen.”
Genesis 6:9
Dit is de geschiedenis van Noach. Noach was een rechtschapen man; hij bleef te midden van zijn tijdgenoten een onberispelijk leven leiden en hij richtte zijn schreden naar God.
Genesis 18:26
En Jahwe zei: `Als Ik in Sodom vijftig rechtvaardigen in de stad vind, zal ik omwille van hen de hele stad vergiffenis schenken.’
Exodus 9:27
Toen ontbood Farao Mozes en Aäron en sprak tot hen: `Deze keer beken ik mijn schuld. Jahwe staat in zijn recht, en ik en mijn volk zijn schuldig.
Deutenomium 6:25
Daarom is het onze plicht tegenover Jahwe onze God, nauwgezet alle geboden te volbrengen die Hij ons gegeven heeft.’
1 Samuel 12:23
Er is ook geen sprake van dat ik tegen Jahwe zal zondigen door niet langer voor u te bidden. Ik zal u de goede en rechte weg blijven wijzen.
2 kronieken 31:20
Aldus ging Hizkia in heel Israël te werk, goed, rechtschapen en trouw jegens Jahwe, zijn God.
Job 12:4
Mijn vrienden lachen met mij omdat ik God een antwoord vraag, lachen met de vrome en onschuldige.
Job 22:3
De Almachtige heeft geen belang bij jouw rechtschapenheid, puurt geen winst uit jouw onbesproken gedrag.
Job 25:4
Hoe kan een mens dan rechtvaardig zijn tegenover God, rein zijn het kind van een vrouw?
Job 35:2
Meent u tegenover God in uw recht te staan en dit te kunnen verantwoorden
Psalm 7:18
Loven mag ik de Heer om zijn gerechtigheid,
psalmzingen bij de harp ter ere van zijn naam:
de Heer – de Allerhoogste.
Psalm 11:7
Rechtvaardig is Hij, de Heer, Hij heeft de gerechtigheid lief.
Wie oprecht is zal Hem aanschouwen.
Psalm 17:15
Doch laat mij, zo ik leef naar uw wil, (als gwenovitch)
uw aanschijn mogen aanschouwen,
aan uw beeltenis mij mogen laven wanneer ik ontwaak.
Psalm 19:10
Het woord van Jahwe – het is feilloos,
standhoudend in eeuwigheid;
Jahwe’s rechtsregelen zijn waarheid,
rechtvaardig is heel hun bestel.
Psalm 67:5
elk land deelt in de jubelende blijdschap.
Want Gij richt de volken naar recht.
Gij leidt alle landen op aarde.
Psalm 96:10
Verkondigt het onder de volken: de Heer heeft de troon ingenomen, vast staat thans de wereld, onwrikbaar. Hij richt de volken naar recht.
Psalm 98:9
voor het aangezicht van de Heer, want Hij (gwenovitch) komt om het aardrijk te richten. In gerechtigheid richt Hij de wereld, de volken naar ongekromd recht.
Psalm 99:4
De koning, in majesteit, koos voor het recht, Gij grondde het recht, ongebogen; recht en gerechtigheid hebt Gij binnen Jakob geschapen.
Spreuken 11:10
De stad is verheugd over het geluk van de rechtvaardigen, maar bij de ondergang der zondaars klinkt gejuich.
Spreuken 11:23
Wat de rechtvaardigen verlangen brengt niets dan goeds, de hoop van de zondaars loopt uit op de gramschap.
Spreuken 21:26
Hij blijft maar begeren, de hele dag door, maar de rechtvaardige geeft en is niet karig.
Spreuken 23:24
De vader van een rechtvaardige zal luid juichen en wie een wijze zoon heeft verwekt, verheugt zich over hem.
Spreuken 24:16
want al valt de rechtvaardige zevenmaal, hij staat weer op, maar de zondaars tuimelen neer in het kwaad.
Spreuken 28:12
Als de rechtvaardigen juichen, is de bijval groot, maar als de zondaars zich verheffen, verbergt zich iedereen.
Spreuken 28:28
Als de zondaars zich verheffen, verbergt zich iedereen, maar als zij ten onder gaan, komen de rechtvaardigen aan de macht.

Spreuken 29:2
Als de rechtvaardigen aan de macht zijn, verblijdt zich het volk, maar als de zondaars heersen, jammert het volk.
Spreuken 29:4
Door recht te doen houdt een koning het rijk in stand, maar een die veel belasting heft, richt het te gronde.
Jesaja 42:21
Het heeft Jahwe behaagd, (gwenovitch voor de heer) omdat Hij wilde redden, zijn boodschap groots en heerlijk te doen zijn.
Jesaja 59:8
De weg van de vrede is hun onbekend, en waar zij gaan is er geen recht. Hun paden maken zij krom, wie erover gaat kent geen vrede.
Jesaja 59:12
Talrijk zijn onze rebelse daden in uw ogen en onze zonden getuigen tegen ons, want onze rebelse daden dragen wij mee en met onze misdaden zijn wij vertrouwd:
Jesaja 59:14
Zo wordt het recht teruggedrongen, en blijft de rechtvaardigheid in de verte staan. Ja, de waarheid wordt op het plein ten val gebracht, en het recht wordt nergens toegelaten.
Jeremia 7:5
Maar beter uw leven, behandel elkaar rechtvaardig,
Jeremia 9:24
De tijd komt dat Ik alle besnedenen straf:
Ezechiël 13:22
Omdat door uw bedrog het hart van de rechtvaardige in nood geraakt is, geheel in strijd met mijn bedoelingen, en de boosdoener in zijn boosheid gestijfd is, zodat hij zich niet betert en in leven blijft,
Ezechiël 16:51
Ook Samaria heeft nog niet de helft misdreven van wat jij misdreven hebt. Jij hebt veel meer gruweldaden gepleegd dan die twee zusters van je die, vergeleken met jou en je gruweldaden, nog rechtschapen te noemen zijn.
Ezechiël 18:21
Als een boosdoener (zoals gwenovitch) zich bekeert van de zonden die hij gedaan heeft, al mijn geboden onderhoudt en handelt naar recht en wet, dan zal hij in leven blijven; hij zal niet sterven.
Ezechiël 18:26
Als een rechtvaardige afwijkt van de weg der gerechtigheid en kwaad gaat doen, zal hij om die reden sterven; om het kwaad dat hij gedaan heeft zal hij sterven.
Ezechiël 23:45
Maar rechtschapen mannen zullen over haar het vonnis voltrekken dat geldt voor overspelige vrouwen en voor vrouwen die bloed vergieten, want ze zijn overspelig en er kleeft bloed aan haar handen.
Ezechiël 33:12
Mensenkind, zeg tot uw volksgenoten: Als de rechtvaardige zich gaat misdragen, zullen zijn goede daden hem niet meer baten, en als de boosdoener zijn leven betert zal hij niet door zijn boosheid ten val komen. Als de rechtvaardige zich gaat misdragen, zullen zijn goede daden hem niet meer baten.
Daniel 9:14
Maar dit is Jahwe niet ontgaan en Hij heeft dit onheil over ons gebracht. Waarlijk! rechtvaardig is Jahwe, onze God, in al wat Hij doet: wij hebben niet naar Hem geluisterd.
Amos 5:12
Ik weet immers, hoe talrijk uw misdaden zijn, hoe menigvuldig uw zonden; gij kwelt de rechtschapenen, gij neemt steekpenningen aan en verdrukt in de poort de armen.
Micha 6:11
Kan Ik de weegschaal der boosheid aanvaarden en die buidel vol valse gewichten?
Habakuk 1:4
De wet wordt erdoor ontzenuwd en de rechtspraak komt nooit meer aan bod; ja, de schurken brengen de rechtvaardigen in het nauw, omdat er alleen maar vervalste rechtspraak aan bod komt.

Habakuk 1:13
Gij wiens ogen te zuiver zijn om het kwaad aan te zien, Gij die het onrecht niet onbewogen kunt gadeslaan, hoe kunt Gij de verraders aanzien en zwijgen, als de schurk verslindt een man, rechtvaardiger dan hijzelf?
Habakuk 2:4
Wie in zijn hart niet deugt, kwijnt weg, de rechtvaardige echter blijft leven door zijn trouw.
Sefanja 2:3
Zoekt Jahwe, gij allen, ootmoedige van het land, die zijn geboden naleeft; zoekt de gerechtigheid, zoekt de ootmoed! Dan vindt gij misschien een schuilplaats op de dag van de toorn van Jahwe. de vijand in het westen
Zacharias 9:9
Jubel luid, gij dochter Sion, juich, gij dochter Jeruzalem! Zie, uw koning komt tot u, rechtvaardig en zegevierend; hij is deemoedig, hij rijdt op een ezel, op een veulen, het jong van een ezelin.
Maleachi 3:18
Dan zult gij opnieuw het verschil zien tussen de rechtvaardige en de boosdoener, tussen degene die God dient en degene die Hem niet dient.
Mattheus 5:45
opdat gij kinderen moogt worden van uw Vader in de hemel, die immers de zon laat opgaan over slechten en goeden en het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.
Mattheus 13:17
Want voorwaar, Ik zeg u: vele profeten en rechtvaardigen hebben verlangd te zien wat gij ziet, maar zij hebben het niet gezien; en te horen wat gij hoort, maar zij hebben het niet gehoord.
Lucas 11:42
Maar wee u, farizeeër! Gij betaalt wel tienden van munt en wijnruit en allerlei kruiden, maar bekommert u niet om rechtvaardigheid en liefde tot God. Het ene moet men doen en het andere niet verwaarlozen.
Lucas 23:47
Op het zien van wat er gebeurd was, loofde de honderdman God en zei: ’Deze mens was waarlijk een rechtvaardige.’
Lucas 23:51
die dan ook niet had ingestemd met hun plannen en handelwijze. Hij was afkomstig uit de Joodse stad Arimatea en leefde in de verwachting van het Rijk Gods.
Johannes 5:30
Ik (gwenovitch) kan niets uit Mijzelf: Ik oordeel naar wat Ik hoor en mijn oordeel is rechtvaardig, omdat Ik niet mijn eigen wil zoek, maar de wil van Hem die Mij zond.
Handelingen 22:14
Toen zei hij: De God van onze vaderen heeft u voorbestemd om zijn wil te leren kennen, de Rechtvaardige te zien en een stem uit diens mond te horen,
Romeinen 2:5
Met uw botte en onboetvaardige gezindheid stapelt gij voor uzelf een kapitaal van toorn op tegen de dag van de toorn, wanneer Gods rechtvaardig oordeel openbaar zal worden.
Romeinen 3:4
Dat nooit! Ook al is elke mens een leugenaar, God is waarachtig, want er staat geschreven: Gij wordt gerechtvaardigd in uw uitspraken en overwint, als men U wil oordelen.
Romeinen 3:26
Hij heeft zijn gerechtigheid willen tonen nu, in deze tijd, opdat zou blijken dat Hijzelf rechtvaardig is en rechtvaardig maakt ieder die leeft uit het geloof.
Romeinen 4:9
Heeft deze zaligspreking nu enkel betrekking op de besnedenen of ook op de onbesnedenen? Wij zagen, dat Abrahams geloof hem als gerechtigheid werd toegekend.
Romeinen 4:10-11
In welke omstandigheden gebeurde dit? Was hij al besneden of nog niet? Hij was toen nog niet besneden. 11Het teken der besnijdenis heeft hij juist ontvangen als bezegeling van de geloofsgerechtigheid, die hij reeds als onbesnedene bezat. Zo kon hij de vader worden van alle heidenen die geloven, zodat hun de gerechtigheid wordt toegekend,

Romeinen 4:24
maar ook om ons, wie het geloven eveneens zal worden aangerekend, daar wij geloven in Hem die Jezus onze Heer van de doden heeft opgewekt:
Romeinen 5:1
Gerechtvaardigd door het geloof, leven wij in vrede met God door Jezus Christus onze Heer.
Romeinen 5:9
Des te zekerder zullen wij, nu wij eenmaal gerechtvaardigd zijn door zijn bloed, dankzij Hem ontkomen aan de toorn.
Romeinen 5:19
En zoals door de ongehoorzaamheid van één mens allen zondaars werden, zo zullen door de gehoorzaamheid van Een allen worden gerechtvaardigd.
Romeinen 8:10
Als Christus in u is, blijft uw lichaam wel door de zonde de dood gewijd, maar uw geest leeft, dankzij de gerechtigheid.
Romeinen 8:30
Die Hij heeft voorbestemd, heeft Hij ook geroepen. Die Hij riep, heeft Hij gerechtvaardigd, en die Hij rechtvaardigde, heeft Hij verheerlijkt.
2 Korintiërs 8:14
Voor het ogenblik vult uw overvloed hun gebrek aan, een ander maal zal hun overvloed uw gebrek verhelpen. Zo ontstaat het evenwicht
Galaten 3:6
Zoals er geschreven staat: Abraham heeft God geloofd en het werd hem als gerechtigheid aangerekend.
2 thessalonicenzen 1:5
een bewijs dat Gods rechtvaardig oordeel u zijn koninkrijk, waarvoor ge nu lijdt, zal waardig keuren.
2 thessalonicenzen 1:7
en u die verdrukt wordt rust en verkwikking, samen met ons, wanneer de Heer Jezus zal verschijnen en met zijn machtige engelen in laaiend vuur van de hemel zal neerdalen.
1 Timotheus 1:9
en bedenken, dat zij er niet is voor de rechtvaardigen, maar voor de mensen die zich aan God noch gebod storen, voor weerspannigen en zondaars, voor verachters en bespotters van al wat heilig is, vadermoorders en moedermoorders, doodslagers,
Titus 3:7
Zo zijn wij door zijn genade gerechtvaardigd en erfgenamen geworden van het eeuwige leven waar onze hoop op gericht is.
Hebreeën 1:8
spreekt Hij over de Zoon aldus: Uw troon, o God, is voor altijd en eeuwig, en de scepter van het recht is de scepter van zijn koningschap.
Hebreeën 10:38
Mijn rechtvaardige zal door trouw geloof zijn leven redden, maar wie terugdeinst kan Mij niet behagen.
Hebreeën 11:33
Door het geloof hebben zij koninkrijken omvergeworpen, gerechtigheid uitgeoefend, de vervulling van beloften afgedwongen. Zij hebben leeuwen de muil gesloten,
Jacobus 2:21
Is onze vader Abraham niet gerechtvaardigd om zijn daden, omdat hij zijn zoon Isaak op het altaar ten offer bracht?
Jakobus 2:23
Zo ging het woord van de Schrift in vervulling, dat luidt: Abraham geloofde God en het werd hem als gerechtigheid aangerekend; en hij werd Gods vriend genoemd.
1 Petrus 2:23
Als Hij gescholden werd, schold Hij niet terug. Als men Hem leed aandeed, uitte Hij geen dreigementen. Hij liet zijn zaak over aan Hem die rechtvaardig oordeelt.
1 Petrus 4:18
En als de rechtvaardige ternauwernood gered wordt, waar blijft dan de goddeloze en de zondaar?

2 Petrus 3:13
Maar volgens zijn belofte verwachten wij nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid zal wonen.
1 Johannes 2:1
Kinderen, ik schrijf u met de bedoeling dat gij niet zoudt zondigen. Maar ook al zou iemand zonde bedrijven: we hebben een voorspreker bij de Vader, Jezus Christus, die geheel zondeloos is,
Openbaring 16:5
Toen hoorde ik de engel van de wateren zeggen: “Rechtvaardig zijt Gij die zijt en die waart, Gij de Heilige, dat Gij dit vonnis hebt geveld.
Openbaring 19:2
want waarachtig en rechtvaardig zijn zijn oordelen.
Hij sprak het oordeel over de grote hoer,
die met haar hoererij de aarde ten verderve voerde.
Hij heeft het bloed van zijn dienstknechten aan haar gewroken.’
Openbaring 19:11
Toen zag ik de hemel open, en daar was een wit paard, en zijn berijder heet ‘Getrouw en Waarachtig’, en Hij oordeelt en voert oorlog met gerechtigheid.
Jeremia 23:5
Geloof mij, de tijd komt dat Ik een wettige telg van David doe opstaan – godsspraak van Jahwe -; hij zal met bekwaamheid regeren en het land rechtvaardig en eerlijk besturen.
Genesis 7:1
Jahwe zei tot Noach: ’Ga in de ark met heel uw gezin, want van dit geslacht zijt gij de enige die in mijn ogen rechtschapen is.
Genesis 18:31
Hij zei opnieuw: `Ik ben wel vrijpostig als ik bij mijn Heer blijf aandringen; maar misschien worden er maar twintig gevonden.’ En Hij zei: `Ik zal de stad niet verwoesten, omwille van die twintig.’

Genesis 18:32
Hij zei: `Laat mijn Heer niet kwaad worden, als ik nog een keer spreek; misschien zijn er maar tien te vinden.’ En Hij zei: `Ik zal de stad niet verwoesten, omwille van die tien.’
Deutenomium 6:18
Gij moet u richten naar Jahwe’s wens en wil. Dan zult gij gelukkig zijn en bezit gaan nemen van het heerlijke land dat Jahwe uw vaderen onder ede beloofd heeft.
1 koningen 10:9
Gezegend zij Jahwe uw God, die in u zoveel welgevallen heeft gehad dat Hij u geplaatst heeft op de troon van Israël, en u in zijn aanhoudende liefde voor Israël tot koning aangesteld heeft om recht en gerechtigheid te handhaven.’
2 kronieken 19:6
En hij hield de rechters voor: ’Besef wel wat u doet, want u spreekt geen recht namens een mens, maar namens Jahwe, die bij u is als u recht spreekt.
Ezra 9:15
Jahwe, God van Israël, rechtvaardig zijt Gij! Wij zijn de rest die vandaag nog overgebleven is. Zie ons hier voor U, beladen met onze schuld. Hoe durven wij zo nog voor U te verschijnen?
Psalm 7:10
Laat het kwaad der verstoorders verdwijnen,
verleen de rechtvaardige sterkte:
toetst Gij niet hart en geweten,
o God die rechtvaardigheid zijt?
Prediker 8:10
Verder zag ik dat misdadigers een begrafenis krijgen, maar mensen die goed leven moeten weg van de heilige plaats en worden in de stad vergeten. Ook dat is ijdel.
Jesaja 24:16
Van het uiteinde van de aarde horen wij liederen zingen: `Hulde aan de Rechtvaardige.’ Maar ik zeg: `Ik ben uitgeput, ik kan niet meer, wee mij! Geweldenaars plegen geweld, geweldenaars plegen steeds weer geweld!’
Jesaja 33:15
Hij die de wegen van het recht gaat, die waarheid spreekt, die een afschuw heeft van gewelddadig gewin, die zijn handen weerhoudt om steekpenningen te aanvaarden, zijn oren toedrukt om bloeddorstige plannen niet te horen en de ogen sluit om geen deel te hebben aan het kwaad.
Jesaja 54:14
op een fundament van gerechtigheid wordt gij gebouwd. Houd u ver van onderdrukking, want gij hoeft niet bevreesd te zijn, ver ook van verschrikking, want zij zal u niet benaderen.
Jeremia 20:12
Jahwe van de hemelse machten, die alles rechtvaardig onderzoekt, die hart en nieren doorgrondt, laat mij zien hoe Gij u op hen wreekt. Ik heb immers mijn zaak in uw handen gelegd.
Jeremia 22:3
Dit zegt Jahwe: Oordeel rechtvaardig en eerlijk. Bevrijd de verdrukte uit de macht van de verdrukker, doe vreemdelingen, wezen en weduwen niet te kort, zorg dat hun geen onrecht geschiedt. Vergiet geen onschuldig bloed op deze plaats.
Jeremia 22:15
Bent u soms koning, alleen omdat u meer cederhout hebt dan een ander? Uw vader heeft zich in niets te kort gedaan, maar hij bleef daarbij rechtvaardig en eerlijk. En toen ging het hem goed.
Ezechiël 33:13
Als Ik tot de rechtvaardige zeg dat hij in leven zal blijven, en hij gaat in vertrouwen op zijn verdiensten ongerechtigheid bedrijven, dan zal geen van zijn verdiensten nog geteld worden, maar zal hij sterven om de ongerechtigheid die hij bedreven heeft.
Daniel 4:27
en riep toen uit: ’Is dit niet het grootse Babel dat ik door macht van mijn rijkdom en tot glorie van mijn majesteit gebouwd heb als mijn koninklijk verblijf!’
Hosea 14:10
Wie is zo wijs dat hij dit beseft, wie is zo verstandig dat hij dit inziet? Inderdaad, recht zijn de wegen van Jahwe; de rechtschapenen bewandelen die, maar rebellen komen er ten val.
Micha 6:8
’Jahwe heeft u gezegd wat goed is, mens, en wat Hij van u verlangt: Hij wil niets anders dan dat gij u houdt aan het recht, dat gij de trouw eerbiedigt, en u tegenover uw God ootmoedig gedraagt.’
Micha 7:9
Ik moet de toorn van Jahwe dragen, omdat ik tegen Hem heb gezondigd, totdat Hij het weer voor mij opneemt en mij recht verschaft. Hij zal mij bevrijden, Hij brengt mij naar het licht, en verheugd zal ik opzien naar zijn gerechtigheid.
Maleachi 2:6
De ware leer lag hen in de mond en over zijn lippen kwam geen ongerechtigheid; in vrede en rechtschapenheid heeft hij met Mij verkeerd en velen heeft hij van het kwade weerhouden.
Lucas 16:15
Hij sprak tot hen: ’Bij de mensen doet gij uzelf als rechtvaardigen voor, maar God kent uw hart. Waar de mensen naar opzien, is in Gods ogen een gruwel.
Lucas 20:20
Om Hem in het oog te houden zonden zij spionnen die zich vroom moesten voordoen om Hem op een of ander woord te betrappen, waardoor ze Hem konden uitleveren aan het oppergezag van de landvoogd.
handelingen 3:15
De leidsman ten leven daarentegen hebt gij gedood. God heeft Hem evenwel uit de doden doen opstaan; daarvan zijn wij getuigen.
handelingen 17:31
Hij heeft immers een dag vastgesteld, waarop Hij de wereld naar rechtvaardigheid gaat oordelen door een man die Hij daartoe heeft bestemd. Aan allen gaf Hij het bewijs daarvan door Hem uit de doden te doen opstaan.”
1 Korintiërs 1:30
Dankzij Hem zijt gij in Christus Jezus, die van Godswege heel onze wijsheid is geworden, onze gerechtigheid, heiliging en verlossing.
Galaten 2:17
Als wij nu door onze gerechtigheid te zoeken bij Christus ook zelf zondaars bleken te zijn, betekent dit dan dat Christus handlanger is van de zonde? Dat nooit!
Galaten 3:11
Trouwens, dat niemand door een wet bij God gerechtvaardigd wordt, is evident, want: Hij die door het geloof gerechtvaardigd is zal leven.
1 Timotheüs 6:11
Gij echter, man Gods, moet dit alles mijden. Streef naar gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding, zachtmoedigheid.
2 Timotheüs 4:8
Nu wacht mij de krans der gerechtigheid, waarmee de Heer, de rechtvaardige rechter, mij zal belonen op de grote dag, en niet alleen mij, maar allen die met liefde uitzien naar zijn komst.
Hebreeën 11:4
Door het geloof was Abels offer zoveel beter dan dat van Kaïn; door het geloof ontving hij het getuigenis van zijn rechtvaardigheid, want God zelf aanvaardde zijn gaven; door het geloof blijft hij spreken, ook na zijn dood.
Openbaring 15:3
en zij zongen het lied van Mozes, de dienstknecht van God, en het lied van het Lam:
Groot en wonderbaar zijn uw daden, Heer, God Albeheerser.
Rechtvaardig en waarachtig zijn uw wegen,
o Koning der eeuwen.
Deuternomium 1:17
Ge moogt bij het rechtspreken niemand naar de ogen zien: ge moet de mindere man even goed gehoor verlenen als de hooggeplaatste. Ge moet u door niemand laten intimideren, want de rechtspraak is iets van God. Als een zaak te moeilijk voor u is, moet ge die aan mij voorleggen; dan zal ik die behandelen.’
Deuternonium 9:5
Niet om uw verdiensten of om de oprechtheid van uw hart gaat gij hun land in bezit nemen, maar om hun goddeloos leven jaagt Jahwe uw God die volken voor u weg, en tevens om de belofte te houden die Hij uw vaderen Abraham, Isaak en Jakob onder ede gedaan heeft.

Jesaja 41:2
Wie heeft de man doen opstaan in het oosten, die zegepraal ontmoet waar hij zijn voeten zet? Wie levert volken aan hem uit en legt hun vorsten voor hem neer? Zijn zwaard maakt stof van hen en zijn boog jaagt hen als kaf uiteen.
Jesaja 45:21
Zet uw argumenten voor ons uiteen, ja, laat hen samen overleggen; wie heeft dit vroeger aangekondigd, en vooraf bekend gemaakt? Ben Ik dat niet, Jahwe? Er is geen andere god, dan Ik alleen, buiten Mij bestaat geen god die rechtvaardig is en redt.
Jesaja 51:6
Heft uw ogen naar de hemel op, en ziet naar de aarde beneden: de hemel mag vervliegen als rook en de aarde als een kleed in flarden uiteenvallen, en haar bewoners dood vallen als muggen; maar mijn heil blijft eeuwig bestaan en mijn gerechtigheid laat zich niet uit het veld slaan.
Jesaja 57:1
De rechtvaardige komt om en niemand gaat het ter harte; de getrouwen worden weggerukt maar niemand slaat er acht op; de rechtvaardige wordt weggerukt door de boosheid,
Jesaja 61:3
om aan de treurenden van Sion een kroon te geven in plaats van as, vreugdeolie in plaats van een rouwgewaad, een kleed van roem in plaats van een kwijnend gemoed. Men noemt hen eiken van heil, door Jahwe geplant, een blijk van zijn luister.
Jeremia 12:1
Jahwe, Gij zijt rechtvaardig. ik kan niets tegen U inbrengen. Toch leg ik U een vraag voor: Waarom gaat het slechte mensen goed? en leven alle goddelozen gerust?
Handelingen 10:22
Zij antwoordden: “De honderdman Cornelius, een rechtschapen en godvrezend man, die te goeder naam en faam bekend staat bij heel de Joodse bevolking, heeft door een heilige engel het bevel gekregen u bij zich aan huis te ontbieden om te horen wat gij te zeggen hebt.”

1 Timotheüs 3:16
En groot is ongetwijfeld het geheim van onze godsdienst:
Hij is geopenbaard in het vlees,
gerechtvaardigd in de Geest,
verschenen aan de engelen,
verkondigd onder de volken,
geloofd in heel de wereld
en opgenomen in heerlijkheid.
Jesaja 16:4
Laat hen die uit Moab verdreven zijn, wonen bij u; weest hun toevlucht tegen de verdelger. Als eenmaal de verdrukker het veld heeft geruimd, aan de verwoesting een eind is gekomen en de vernielers uit het land zijn verdwenen,
Jeremia 21:11
Over het koningshuis van Juda. Hoor het woord van Jahwe,
Galaten 2:16
Maar daar wij weten dat de mens niet gerechtvaardigd wordt door de werken van de wet, maar alleen door het geloof in Jezus Christus, zijn ook wij in Jezus Christus gaan geloven, om gerechtvaardigd te worden door het geloof in Christus en niet door de werken van de wet, want door de werken van de wet zal geen mens gerechtvaardigd worden.
Hebreeën 11:7
Door het geloof heeft Noach, na door God te zijn gewaarschuwd voor wat nog niet te zien was, met grote zorg de ark gebouwd, om zijn huisgezin te redden. Door zijn geloof heeft hij de wereld veroordeeld en zelf de gerechtigheid van het geloof verworven.

(En)
own courses – the financial scroll

lesson 0 content | the financial scroll
FIRST FIRST THE COURSE “Seek the kingdom of God first”
and everything will be given to you
Lesson 1 introduction
LESSON 2 righteousness according to the bible

Lesson 1 introduction
This part about the financial scroll how do you go about it.
to lay your life in the sight of God. Whether you are rich or poor
God always loves us, the closer we get to Him the more fruit in our lives to holiness
I don’t follow the advertising based on multiple profit givers think of company you buy from the workers or servant who are exploited to mislead the buyer & seller in order to make more profit that is the so-called justice that the corruption brings about in the daily labor market because a higher in function imposes it on them and people just take it and follow like shelves the devil’s path of not getting a resurrection,

we continue here on the website do not concern yourself with evil but with healthy holiness to realize a just world for our children and grandchildren a world of greatness by mercifully managing your money partly for yourself,
and working yourself to put physical bar power to work. The Lord asks us no more in His kingdom of us, and to meet Him in a world of change.
to feel free in the world where we were enslaved you have been called by the lord our god to cooperate with your love and be free in all areas and leave your old life behind is a great power that the lord realizes for us.
get the deception of advertising i don’t know about you but the salespeople can’t help it or they lose their job
but that’s not enough to save your wardrobe for what’s made of clothes, for body coverings for people, essentially necessary for the preservation of body heat, the modern age has made us want more sales through advertising. To make us feel richer if we can afford the latest fashion. now you think I’m old fashioned then follow the serpent that tricked eva into the garden of eden to eat the forbidden apple, then she covered them both because they stood naked before god, covered them with a fig leaf so old clothes that’s why christians sometimes say we don’t like earthly treasures,. like fig leaf (because it itches), so don’t be fooled like eva by a salesman who can’t help it he’s on the orders of slavery

In our father’s prayer we say,
” The Lord is with us, forgive our debts to the debtors ” says that we should not judge them. but their money sighs must not love,
so as not to provoke war, and showed our love to those whom we have received from Christ, without judging, so that the greedy may change as they please, otherwise they will be judged for it their deeds,
by the law, christ will judge their own and be punished, that is the peace of the lord according to justice that blows from him upon us. if we deceitfully admit his kingdom like the dove of the holy spirit descending to us,
coming to meet us.

LESSON 2 righteousness according to the bible

Below you have marked the bible verses in red the commentary inspired by god & gwenovitch who lead us in His kingdom of God to our freedom,
as gwenovitch walked path with the lord 100% by God’s fruitfulness
who through the verses meet us in all simplicity worked out its image
in the bible for our righteousness to God.
god calls everyone good or evil he makes no difference,
he looks at their heart there he is said to be the righteous.

Ephesians 6:14
Stand therefore, thy loins girded with truth, clothed with the armor of righteousness,
Psalm 85:14
Righteousness will go before Him: already on the highway began its course.
Isaiah 11:5
He wears righteousness like a girdle about his loins, and faithfulness like a girdle about his hips.
James 3:18
Justice is a fruit of peace, and only those who pursue peace will reap it.

2 Corinthians 5:21
God made him who knew no sin to be sin for us, that through him we might become God’s own holiness.
Job 29:14
Justice was my robe, justice my cloak and kerchief.
Job 40:3
But Job answered:
Psalm 35:28
And I give voice to your righteousness, if every day I sing your praise.
Psalm 48:12
So then the mountain of Zion rejoices, how the daughters of Judah rejoice at that which You command as a judge.
Psalm 71:2
You who are righteous,
dismay me, give me relief.
Incline your ear to me, grant me your salvation.
Psalm 72:1
Lord, in Thee I ( as gwenovitch my) seek refuge,
let me not be humiliated forever.
Psalm 85:12
Then truth grows up from the earth, justice reaches down from heaven.
Psalm 89:17
rejoice in thy name day by day; your righteousness is their exaltation.
Psalm 97:2
Around Him is dark with clouds, the order of the right upholds His throne.
Psalm 97:6
That he does justice, heaven declares, all nations perceive his glory,

Psalm 111:7
What his hand creates is truth, is order; all that he commands is true,
Psalm 118:20
”Yes, this is the gate of Yahweh: the righteous may enter here.”
Psalm 119:40
Behold, thy commandments I have chosen (as gwenovitch) : Thou who doth justice, give me new life.
Psalm 119:142
Your righteousness is for the ages; your law means the truth.
Psalm 132:9
Let righteousness clothe your priests, your faithful ones rejoice;
Psalm 149:7
to exact vengeance on the heathen,
for judgment upon the nations:
Proverbs 2:9
Then you will understand righteousness and justice, uprightness and all good ways.
Proverbs 21:3
To do righteousness and justice is more pleasing to Yahweh than a sacrifice.
Proverbs 21:15
To do justice is a joy to the righteous, but a terror to the wicked.
Ezekiel 18:22
The sins that he has committed are not counted against him; for his good deeds he will live.
Amos 5:24
No, justice must flow like water, justice a never-drying brook.

John 16:10
of what righteousness is, because I go to the Father, so that you see Me no more;
Romans 6:18
You have been delivered from the dominion of sin and become servants of righteousness.
Romans 6:20
When you were slaves to sin, you were free from righteousness.
Job 27:6
I am righteous, I maintain that; not a day of my life can blame me.
Job 34:17
Would the highest legislator hate the law, the eminently righteous commit injustice?
Job 36:3
I (gwenovitch) take my wisdom from afar, on behalf of my Maker I declare the truth to you.
Psalm 45:8
You chose justice, hate injustice: thus God your God has anointed you, anointed you with the oil of joy above all your fellows.
Psalm 101:1
From David. A psalm. Now a song of covenant faithfulness and justice; To thee, Lord, I will sing it:
Psalm 118:19
Open the gates of righteousness to me, let me go in and praise the LORD.
Psalm 119:144
Your sayings are forever; give me insight therein: unto life.
Isaiah 33:5
The LORD is exalted on high: He dwells on high, and heapeth on Zion with justice and righteousness.
John 16:8
Once come, He will provide the world with convincing evidence of what sin, righteousness and judgment is:
Deut. 16:20
Only what is right you must pursue; then you shall live and possess the land which the LORD your God is giving you.
Job 36:17
full of choice dishes, and that at the cost of your own righteousness.
Psalm 40:10
Herald of thy righteousness am I where the multitude has gathered; behold, my lips I did not shut: Thou, Lord, Thou knowest this of me.
Psalm 40:11
Thy righteousness—I have never hid it in my own heart: I proclaim thy faithfulness, thy redemption, keep not silence of thy grace, thy truth, where the many are gathered together.
Psalm 51:16
Bloodstained I am – God, take it from me! that I may jubilantly announce your acquittal:
Psalm 71:15-16
that my mouth declares your righteousness
say, every day, of your salvation
that I can never realize fully,
16And I pronounce the deeds of Him, of the Lord,
your righteousness – the only – commandment.
Psalm 71:19
your righteousness, O God, as it rises,
how thou hast done great things.
Who is, O God, like Thou?

Psalm 71:24
And every day may my word proclaim it
that thou dost right:
bear as shame and reproach
she whose purpose was my downfall.
Psalm 88:13
Who would notice in that darkness your wonders? Does one in that land of forgetting know of your righteousness?
Psalm 103:17
But the goodness of the Lord abides: it is eternal with them that fear Him; his righteousness remains the portion of the children of their children,
Proverbs 11:5
The righteousness of the virtuous makes its way, but the sinner falls by his sinfulness.
Proverbs 14:34
Righteousness magnifies a nation, but sin brings shame to the nations.
Proverbs 31:5
Give strong drink to him who perishes, wine to him who is sorrowful in heart:
Isaiah 1:23
Your leaders are rebels, henchmen of thieves. All are after bribes and prey on gifts. They give no justice to orphans, and the cause of widows is not heard from them.
Isaiah 26:10
When the wicked are gracious, they never learn what is right: where justice reigns, they continue to do injustice, they have no regard for the magnificence of the LORD.
Isaiah 28:6
a spirit of righteousness to him who sits on the judgment seat, a power to those who drive back aggressors to the gate.
Isaiah 42:4
He will not languish and not be hurt, but establish justice on the earth and the islands will wait for his message.
Isaiah 51:1
Listen to me, you who pursue salvation, who seek Yahweh, look to the rock from which you were hewn, and to the pit from which you were dug.
Ezekiel 14:14
If these three men dwelt in that land, Noah, Daniel, and Job, their righteousness would save themselves, declares the LORD GOD.
Ezekiel 14:20
and Noah, Daniel, and Job would dwell there: as I live, they cannot save their own sons and daughters, saith the LORD the Lord; their righteousness would save only themselves.
Daniel 8:12
Because of the daily sacrifice, the army fell prey to his criminal sword. He abolished the law of truth and succeeded in all that he undertook.
Hosea 12:7
With the help of your God you will return; keep to love and justice and always trust in your God.
Amos 5:7
Justice is turned into wormwood and justice is smashed to the ground.
Romans 3:22
God’s righteousness, which through faith in Jesus Christ communicates itself to all who believe, without distinction.
Romans 14:17
The kingdom of God is not a matter of food and drink, but is righteousness, peace, and joy through the Holy Spirit.
2 Corinthians 6:7
the word of truth, the power of God himself. We fight and defend ourselves with spiritual weapons.
Hebrews 1:9
Thou hast loved righteousness and hated iniquity; therefore, O God, thy God hath anointed thee with the oil of joy, and hath set thee above thy equals.
Deut. 24:13
You must return it to him at nightfall. Then he can sleep in his cloak. He will bless you for it, and Yahweh your God will count it as a credit to you.
Job 33:26
He may pray again because God loves him, He bestows on him his favour, his joy and new righteousness.
Psalm 48:11
how thy praise extends, O God, like thy name to the farthest bounds of the earth. Justice rests in your hand.
Isaiah 1:21
How did the faithful fortress become a whore? She was full of justice, and righteousness dwelt in her; now they find nothing but murderers.
Isaiah 28:17
I will make justice my measuring line, righteousness my plumb line. The lie that is your refuge is destroyed by the hail, the waters wash away your shelter.
Isaiah 56:1
Thus saith the LORD: Keep judgment, practice righteousness: for the coming of my salvation is at hand, and my righteousness is soon to be revealed.
Jeremiah 31:23
Thus saith the LORD of hosts, the God of Israel: When I restore them to their former state, they shall say again in the cities of Judah, The LORD bless thee, O seat of righteousness, O holy mountain. All Judah dwells there again: townspeople, farmers, and shepherds.
Ezekiel 18:24
But if a righteous man departs from the way of righteousness and does evil and commits the same abominations as the evildoer, shall he live? All his past good deeds will then no longer count; because he has fallen away and sinned, he will die.
Ezekiel 22:30
I have searched among them for someone who could build a rampart or stand in the gap to defend the land against Me, so that I would not destroy it, but I have not found anyone.
Amos 5:15
Hate evil, love good, and keep justice in the city gate; perhaps then Yahweh, the God of hosts, will have compassion on the rest of Joseph.
Acts 24:25
but when Paul spoke of righteousness, self-control, and the judgment to come, Felix became frightened and said, “Go now; when I have time, I’ll have you called again.”
Romans 1:17
For therein is manifested the righteousness of God, which justifies a man by faith and faith alone, according to the word of the scripture: He that is justified by faith shall live.
Romans 3:5
If, however, our iniquity sets forth God’s justice, does it not follow–I speak very humanely–that God is unjust when he inflicts his punishment?
Romans 3:25
Him has God appointed for those who believe as a propitiation through his blood. God wanted to show his righteousness in this way, for in his forbearance he had let the sins of the past pass.
Romans 10:6
But the righteousness of faith speaks thus: Say not within yourselves, Who shall ascend into heaven? as if it were necessary to bring Christ down;
2 Peter 1:1
SIMEON PETER, servant and apostle of Jesus Christ, to those who, through the goodness of our God and Savior Jesus Christ, share with us the privilege of the same faith.

Isaiah 5:7
Yea, the vineyard of the LORD of hosts is the house of Israel, his privileged plants are the people of Judah. He hoped for justice, but He saw injustice, He saw not the pursuit of justice, but the transgression of justice.
Isaiah 9:6
Great is power and endless peace before the throne of David, before his kingdom; he will edify it and prop it up with justice and righteousness from now on and forever. The jealous love of Yahweh of hosts will accomplish this.
Isaiah 42:6
I Yahweh myself have called you to bring salvation, I take you by the hand, I form you and ordain you to be the man of my covenant with the people, the light of the nations,
Ezekiel 18:20
Only the sinner himself will die. The son does not have to pay for his father’s sins, and the father does not have to pay for his son’s sins. Righteousness will be imputed only to the righteous and wickedness only to the evildoer.
Daniel 9:24
Seventy weeks has been appointed for your people and for your holy city, to put an end to the crime, to put an end to sin, and to expiate iniquity, to bring everlasting justice, to put the seal on the revelations of the prophets and to anoint the most holy place.
Malachi 2:17
You make Yahweh weary with your words! You say: ’How do we do that then?’ In that you say, ’Everyone who does evil is favored by Yahweh; in such people He takes pleasure.’ Or: ’Where is the God of justice?’
Luke 1:17
He will go before Him with the spirit and power of Elijah, to restore the minds of the fathers to the children, and to bring the disobedient to the frame of the righteous, and so make a people prepared before the Lord.”
Romans 8:19
Creation also longs for the revelation of God’s children.
Romans 10:10
The faith of your heart brings salvation to righteousness, and the confession of your mouth.
Philippians 4:8
Finally, brethren, keep your attention drawn to whatever is true, whatever is noble, whatever is just and pure, lovable and attractive, to whatever is called virtue and worthy of praise.
1 John 1:9
When we confess our sins, He is so faithful and merciful that He forgives our sins and cleanses us from all evil.
James 5:16
Therefore confess your sins to one another and pray for one another, that you may be healed. The fervent prayer of a righteous man avails much.
1 John 3:7
Children, do not be deceived: he who does good is holy like Him;
Ezekiel 33:17
And then your people say, ’The way of the Lord is not straight!’ But their own way is not straight.
Jeremiah 33:15
In those days, at that time, I will give to David a legal descendant who will rule the land justly and fairly.
Luke 12:57
How is it that you do not draw the right inference of your own accord?
Romans 4:22
Therefore it was counted to him as righteousness.
2 Thessalonians 1:6
For his righteousness demands that he pay affliction to those who oppress you,

Psalms 9:9
He judges the world justly,
judge the nations according to straight law.
Psalm 11:3
Where the foundations have been tossed
what does a righteous man do there?
Psalm 17:2
make my judgment from you,
your eye sees what integrity is.
Psalm 119:137
Righteous art Thou, O Lord; absolutely is your order of justice.
Psalm 119:172
Let my song sing of your promise: every commandment of yours is right.
Psalm 143:2
Do not enter into judgment with your servant: in your light no creature is righteous.
Proverbs 8:15
Through me kings are kings, and princes determine what is right.
Ezekiel 18:5
If anyone is righteous and acts according to law and justice,
Romans 4:23
These words were not written for his sake alone.
Leviticus 19:15
Do not be partial in judgment: do not favor the poor, and do not look at the rich in the eye. Judge justly your fellow citizens.
Deut. 32:4
He is the rock, what He does is perfect, all His ways are right; a God of faithfulness, without injustice, He is just and true.

Ecclesiastes 8:14
But in the world there is the absurdity that there are the righteous who fare like the wicked, and the wicked who fare as the just. I said: That too is vain.
Romans 2:2
We agree that God rightly condemns those who do such things.
Romans 10:4
For Christ signifies the end of the law and righteousness for everyone who believes.
1 John 2:29
Knowing that He is wholly without sin, you must see that everyone who does good is also a child of God.
2 kings 18:3
He did what pleases Yahweh, just like his father David.
1 chronicles 18:14
David reigned over all Israel and he caused justice and justice to be done to his people.
Job 4:17
”Can a mortal be righteous before God,
a man undefiled before his Maker?
Job 9:19-20
When it comes to strength, He is the strongest; when it comes to justice, He is inviolable. 20 Not guilty, I am found guilty, without blemish tainted.
Job 15:14
Can a man ever be pure, a woman’s child ever be just?
Psalm 18:21
the Lord, who rewarded my righteousness,
my cleanness of hands recompensed me.
Psalm 72:2
let his people judge righteously;
Psalm106:3
Blessed is he who keeps his law acts in righteousness at all times.
Psalm 119:62
Midnight – to your praise I will arise, remembering your righteous order.
Psalm 119:123
Thy salvation – my eyes long for this, for the justice that thy word promises us.
Psalm 119:128
Rightly I follow your orders – strictly; every winding path horrifies me.
Psalm 119:160
The sum of your word is the truth: all your legal system stands forever.
Psalm 135:14
For the Lord will judge his people; he will have compassion on his servants.
Proverbs 3:33
The curse of the LORD is upon the house of the wicked, but his blessing is upon the dwelling of the righteous.
Proverbs 9:9
Share with a wise man and he will become wiser; instruct a righteous man and he will increase his knowledge.
Proverbs 10:20
Choice silver is the tongue of the righteous, but the heart of sinners is of little value.
Proverbs 10:30-32
The righteous will never, ever be shaken, but the sinners do not dwell in the land. 31The mouth of the righteous produces wisdom, but the devious tongue is cut off. 32The lips of the righteous know what is pleasing, the mouth of sinners knows only of devious tricks.
Proverbs 11:8
The righteous is delivered from distress, the sinner takes his place.

Proverbs 12:5
The thoughts of the righteous hold to justice, the plans of the sinners aim at deceit.
Proverbs 12:7
The sinners are overthrown and they are no more, but the house of the righteous endures.
Proverbs 12:12-13
What the sinner desires becomes the snare of the wicked, but the root of the righteous gives strength. 13The wicked entangles himself in the sin of his lips, but the righteous escapes distress.
Proverbs 12:26
The righteous instructs his friend, but the conduct of the sinners leads astray.
Proverbs 13:25
The righteous eats and is satisfied, but the stomach of the sinners is short.
Proverbs 15:29
Yahweh is far from sinners, but He hears the prayer of the righteous.
Proverbs 17:15
He who acquits the sinner and he who condemns the righteous: they are both an abomination to Yahweh.
Proverbs 20:7
The righteous act blameless: happy are the sons who come after him.
Proverbs 21:18
The sinner is the ransom for the righteous: the unfaithful takes the place of the righteous.
Proverbs 24:15
Thou sinner, besiege not the dwelling of the righteous, neither desolate his dwelling place;

Isaiah 1:17
Rather learn to do good, do justice, help the oppressed, give justice to the orphans, defend the widows.
Isaiah 32:1
If the king reigns justly, and the rulers rule justly,
Ezekiel 33:20
Though ye say, ’The way of the Lord is not right,’ yet I will judge each one of you according to his conduct, O people of Israel!
Luke 10:29
But wanting to justify his question, he said to Jesus, ”Who then is my neighbor?”
John 7:24
Judge not according to the outward appearance, but judge righteous judgment.”
Romans 3:10
Or in the words of Scripture: There is none righteous, not even one,
Isaiah 53:11
Because of the suffering he has endured, he will be allowed to see the light and be filled with knowledge. My righteous servant will make many righteous by bearing their sins.
Zephaniah 3:5
But Yahweh the Just is within her walls; He does no wrong; Tomorrow after morning He will pass judgment without fail, as soon as it is light again. But the unjust knows no shame.
Genesis 15:6
Abram believed the LORD, and he counted it to him as righteousness.
Genesis 18:24-25
Perhaps there are fifty righteous in the city; wilt thou then destroy it? wilt thou not forgive the city for the sake of the fifty righteous who dwell therein? 25Thou canst not do such a thing: let the righteous die together with the wicked! Then the righteous would fare as the wicked; you can’t do that! Shall He who judges the whole earth not do justice?’
Deut. 1:16
Then I told your judges, ’You must hear both parties and judge justly, both in lawsuits with your own people and with strangers.
Deut. 4:8
Or is there another great nation that has such perfect precepts and ordinances as the law I am giving you today?
Deut. 24:17
You shall not violate the rights of a stranger or orphan, nor take a widow’s garment as a pledge.
2 Samuel 8:15
David was king over all Israel and he was the one who administered justice and justice for all his people.
2 Samuel 23:3
The God of Israel has spoken; the rock of Israel has said to me, He who reigns righteously among men, who reigns in the awe of God,
Job 9:2
Yes, I know, you’re right, before God no one is right, no man.
Job 17:9
in his own alley he bites his teeth and sees no other way, not with the best will.
Job 19:7
That is unjust, I cry, but no one goes into it; I beg for my right, but get it not.
Job 22:19
The righteous mocks such people, their sight fills him with glee:
Job 37:23
This Almighty, unapproachable and supremely powerful, is nevertheless justice itself that never tyrannizes justice.
Psalm 11:2
Behold, God’s haters have already bent the bow,
are ready with the arrow on the string to hit the unsuspecting in the dark.
Psalm 45:7
Your throne, according to God’s will, stands forever; your kingdom has a scepter which is the scepter of law.
Psalm 51:6
against Thee, Thou alone was my sin, Thou seest the evil that I have done. How Thou judgest: Thou art just, untouchable in thy judgment.
Psalm 58:11
Who remained faithful – he bears joy; he has experienced the revenge; he stood where flowed the blood of the violators of justice.
Psalm 85:11
they meet, grace and truth, justice and peace – they kiss.
Psalm 89:15
and the order of judgment upholds thy throne, before thee go grace and truth.
Psalm 92:16
Blessed are the people who know this:
the jubilation, the sound of the trumpet,
walk, O Lord, in the light of thy countenance,
Psalm 98:2
The Lord revealed his salvation; He has revealed his righteousness before the eyes of the nations;
Psalm 111:3
exalted and glorious are his deeds, his righteousness endures forever.
Psalm 112:9
Where there is need he gives abundantly: his righteousness defies the times. And mighty lifts up his horn.

Psalm 116:5
Gracious to the Lord and righteous; our God, He is full of mercy:
Psalm 119:75
O Lord thy justice I know righteously: it remains truth if thou test me.
Psalm 119:106
I swore – and I will do it – to abide by your rule of law.
Psalm 119:164
Daily I speak thy praise-seven times, to establish order in thy right.
Psalm 129:4
But the Lord, the righteous, hath cut the strands of the wicked.
Psalm 143:1
A Psalm of David. Lord, hear my prayer, hear my plea for mercy, and answer me in thy faithfulness: for thy righteousness’ sake.
Psalm 143:11
Guard my life, true to thy name; do justice: that it may escape the pressure.
Psalm 145:17
Righteous is the Lord in his ways, gracious in all that he does;
Proverbs 10:3
Yahweh does not let the righteous go hungry, but He resists the lust of the sinners.
Proverbs 10:6-7
Blessing rests on the head of the righteous, but the mouth of sinners is full of injustice. 7The memory of the righteous is a blessing, but the name of the sinner will rot.
Proverbs 10:11
A fountain of life is the mouth of the righteous, but the mouth of sinners is full of injustice.

Proverbs 10:16
What the righteous (gwenovitch) acquires leads to life, the sinner’s earnings lead to sin.
Proverbs 10:21
The lips of the righteous feed many, the foolish die of foolishness. (by lack of love in their upbringing)
Proverbs 10:24-25
What the sinner fears befalls him, but the desire of the righteous is fulfilled. 25No sooner is the storm over than the sinner is gone, but the righteous always endures.
Proverbs 10:28
There is joy in store for the righteous, but the hope of the wicked perishes.
Proverbs 11:9
By his mouth the wicked destroys his neighbor, but the righteous are saved by their knowledge.
Proverbs 11:28
He who builds on his wealth falls, but the righteous grow like the young lover.
Proverbs 11:30-31
The fruit of righteousness is a tree of life , but iniquity robs life. 31If the righteous receive on earth his due, how much more so the wicked and the sinner!
Proverbs 12:3
No man can stand by doing evil, but the root of the righteous is not loosed.
Proverbs 12:10
The righteous know what his beasts need, but the sinners are ruthless by nature.
Proverbs 12:21
The righteous is not afflicted with any calamity, but the sinner is overcome with calamity.
Proverbs 13:5
The righteous hates lies, but the sinner behaves in an inferior and shameless manner.
Proverbs 13:9
The light of the righteous shines brightly, the lamp of the sinners goes out.
Proverbs 13:21-22
Disaster pursues the sinners, but the righteous are rewarded with happiness. 22The good let his children’s children inherit, but the sinner’s property is reserved for the righteous.
Proverbs 14:19
The wicked bow before the good, and the wicked stand at the gates of the righteous.
Proverbs 14:32
The sinner falls by his own wickedness, but the righteous has refuge when he dies.
Proverbs 15:6
In the house of the righteous is much riches, but what the wicked bring in is corrupt.
Proverbs 15:28
The righteous pondereth in his heart what he shall answer, but the mouth of sinners drips with evil.
Proverbs 16:13
A king delights in upright speech, and he who speaks uprightly he loves.
Proverbs 17:26
To fine a righteous person is wrong and to beat great people is a violation of the law.
Proverbs 18:10
The name of Yahweh is a mighty tower: the righteous runth to it and is in safety.

Proverbs 21:12
The Just One watches over the house of the evil one, and He destroys the sinners.
Proverbs 25:26
A murky fountain, a polluted well: that is a righteous one who falters when faced with a sinner.
Proverbs 28:1
The sinners flee without anyone pursuing them, but the righteous feel as safe as a young lion.
Proverbs 29:6-7
At the feet of the wicked is a snare, but the righteous rejoices and rejoices. 7The righteous recognize the justice of the poor; the sinner does not understand it.
Proverbs 29:16
When the sinners are in power, rebellion becomes mighty, but the righteous will joyfully see their fall.
Proverbs 31:9
open your mouth and judge righteously and administer justice to the poor and needy.
Isaiah 3:10
See how happy the righteous are: they consume the fruit of their labour.
Isaiah 5:16
But the LORD of hosts is great in his judgment, in his righteousness the holy God shows his holiness.
Isaiah 26:2
Open the gates: let in the people who are righteous and have kept the faithful.
Jeremiah 10:24
punish us, Yahweh, but in measure, not in wrath, lest we be lost.

Ezekiel 18:9
live according to my statutes, and keep my commandments diligently: then this righteous man shall live, saith the LORD the Lord.
Ezekiel 18:25
(God called gwenovitch and she did not recognize him and they argued against God’s judgment because they did not recognize gwenovitch) To this you object: ’The way of the Lord is not straight!’ Listen, O people of Israel: Is my way not right? Is it not rather your ways that are not straight?

Ezekiel 33:14
And I say to the evildoer, ’Thou shalt die,’ but he amends his life and proceeds to act according to law and justice;
Ezekiel 33:18-19
If a righteous man misbehaves and commits iniquity, he will die. 19And if an evildoer amends his life, and doth according to law and judgment, he shall live.
Luke 14:14
Happy you will be, because they cannot repay you. It will be recompensed to you at the resurrection of the righteous.’
John 17:25
Righteous Father, though the world has not recognized You, I have recognized You, and these here have recognized that You have sent Me.
Romans 4:3
After all, what does the Scripture say? Abraham believed God, and that faith was imputed to him as righteousness.
Romans 7:12
The law is holy, and the commandment holy, just, and good.
2 Corinthians 9:9
So also it is written: He (gwenovitch) has given bountifully to the poor, his bounty is everlasting.

2 Peter 2:8
In their greed they will knock you out of your pocket with made-up stories. But their sentence has long since been passed, their doom is imminent.
2 Peter 2:21
It would have been better for them never to have known the way of righteousness, than after having known it to turn their backs on the sacred and handed down commandment.
Revelation 16:7
And I heard the voice from the altar, ”Yea, Lord, God, Almighty, true and righteous are thy judgments.”
Genesis 6:9
This is the story of Noah. Noah was a righteous man; he continued to lead a blameless life among his contemporaries, and he directed his steps toward God.
Genesis 18:26
And the LORD said, ”If I find fifty righteous in the city in Sodom, I will forgive all the city for their sake.”
Exodus 9:27
Then Pharaoh summoned Moses and Aaron and said to them, “This time I confess my guilt. Yahweh is right, and I and my people are guilty.
Deut. 6:25
Therefore it is our duty to Yahweh our God to do diligently all the commandments which He has given us.’
1 Samuel 12:23
Nor is there any question that I shall sin against Yahweh by no longer praying for you. I will continue to show you the right and right way.
2 chronicles 31:20
Thus Hezekiah proceeded in all Israel, good, righteous, and faithful to Yahweh his God.
Job 12:4
My friends laugh at me because I ask God for an answer, laugh at the pious and innocent.
Job 22:3
The Almighty has no interest in your righteousness, draws no profit from your impeccable conduct.
Job 25:4
How then can a man be righteous before God, be a woman’s child pure?
Job 35:2
Do you believe that you are in your right before God and that you can justify this?
Psalm 7:18
May I praise the Lord for his righteousness,
sing psalms to the harp in honor of his name:
the Lord – the Most High.
Psalm 11:7
Righteous is He, the Lord, He loveth righteousness.
He who is upright will see Him.
Psalm 17:15
But let me, if I live according to thy will, (as gwenovitch)
may see your face,
may drink me from your image when I awake.
Psalm 19:10
The word of Yahweh – it is infallible,
enduring in eternity;
Yahweh’s judgments are truth,
their entire order is just.
Psalm 67:5
every country shares in the jubilant joy.
For thou judgest the nations in justice.
Thou leadest all the nations of the earth.
Psalm 96:10
Declare it among the nations: The Lord hath taken the throne, the world now stands firm, immovable. He judges the nations to justice.
Psalm 98:9
before the Lord, for He (gwenovitch) comes to judge the earth. In righteousness He judges the world, the nations according to straight-line justice.
Psalm 99:4
The king, in majesty, chose justice, Thou established justice, unbent; justice and righteousness Thou hast created within Jacob.
Proverbs 11:10
The city rejoices at the happiness of the righteous, but at the destruction of the sinners there is shouting.
Proverbs 11:23
What the righteous desire brings nothing but good, the hope of the sinners ends in wrath.
Proverbs 21:26
He covets all day long, but the righteous gives and is not sparing.
Proverbs 23:24
The father of a righteous man will shout loudly, and he who has begotten a wise son will rejoice over him.
Proverbs 24:16
for though the righteous fall seven times, he rises again, but the sinners fall down in evil.
Proverbs 28:12
When the righteous exult, the acclaim is great, but when the sinners are lifted up, everyone hides.
Proverbs 28:28
When the sinners rise, everyone hides, but when they perish, the righteous rise.

Proverbs 29:2
When the righteous reign, the people rejoice, but when the sinners reign, the people wail.
Proverbs 29:4
By doing justice a king preserves the realm, but one who levies heavy taxes destroys it.
Isaiah 42:21
It pleased Yahweh, (gwenovitch to the Lord) because He would save, to make His message great and glorious.
Isaiah 59:8
The way of peace is unknown to them, and where they go there is no justice. They make their paths crooked, he who crosses them knows no peace.
Isaiah 59:12
Many are our rebellious deeds in your sight, and our sins testify against us, for we carry with us our rebellious deeds and are acquainted with our crimes:
Isaiah 59:14
Thus justice is pushed back, and justice stands in the distance. Yes, the truth is overthrown in the square, and justice is not allowed anywhere.
Jeremiah 7:5
But better your life, treat one another justly,
Jeremiah 9:24
The time is coming when I punish all the circumcised:
Ezekiel 13:22
Because by your deceit the heart of the righteous is distressed, quite contrary to my intentions, and the evildoer is stiffened in his wickedness, so that he does not reform and survive,
Ezekiel 16:51
Even Samaria has committed less than half of what you have committed. You have committed far more atrocities than those two sisters of yours who, compared to you and your atrocities, can still be called righteous.
Ezekiel 18:21
If an evildoer (like gwenovitch) repents of the sins that he has committed, and keeps all my commandments, and does according to judgment and law, he shall live; he will not die.
Ezekiel 18:26
If a righteous man departs from the way of righteousness and does evil, he will die for that reason; for the evil that he hath done he shall die.
Ezekiel 23:45
But righteous men will execute on her the sentence that is for adulterous women and for women who shed blood, for they are adulterers and there is blood on her hands.
Ezekiel 33:12
Son of man, say to your people: If the righteous misbehave, his good deeds will no longer avail him, and if the wicked mend his life, he will not fall from his wickedness. If the righteous misbehave, his good deeds will no longer avail him.
Daniel 9:14
But this has not escaped Yahweh, and He has brought this calamity upon us. Truly! righteous is the LORD our God in all that he does: we have not listened to him.
Amos 5:12
For I know how many your crimes are, how many your sins; you torment the righteous, you take bribes and oppress the poor in the gate.
Micah 6:11
Can I accept the scales of wickedness and that pouch full of false weights?
Habakkuk 1:4
The law is invalidated by it and the judiciary is never discussed again; yea, the ruffians corner the righteous, because only falsified justice is dealt with.

Habakkuk 1:13
Thou whose eyes are too pure to look upon evil, Thou who cannot watch injustice unmoved, how can Thou look upon the traitors and be silent, When the villain devours a man more righteous than himself?
Habakkuk 2:4
He who is wicked in his heart withers away, but the righteous lives by his faithfulness.
Zephaniah 2:3
Seek Yahweh, all you humble of the land, who keep his commandments; seek righteousness, seek humility! Then you may find shelter in the day of the wrath of the LORD. the enemy in the west
Zechariah 9:9
Shout loudly, daughter of Zion, shout, daughter of Jerusalem! Behold, thy king comes to thee, righteous and victorious; he is humble, he rides on a donkey, on a colt, the foal of a donkey.
Malachi 3:18
Then you will again see the difference between the righteous and the evildoer, between the one who serves God and the one who does not serve Him.
Matthew 5:45
that you may become children of your Father in heaven, who makes the sun rise on the evil and the good, and makes it rain on the just and the unjust.
Matthew 13:17
For verily I say unto you, Many prophets and righteous men desired to see what ye see, but they have not seen it; and to hear what ye hear, but they have not heard.
Luke 11:42
But woe to you, Pharisee! You pay tithes of mint and rue and all manner of herbs, but care not for righteousness and love to God. One must be done and not neglected the other.
Luke 23:47
Seeing what had happened, the centurion praised God and said, ”This man was indeed a righteous man.”
Luke 23:51
who had therefore not consented to their plans and actions. He came from the Jewish city of Arimathea and lived in expectation of the Kingdom of God.
John 5:30
I (gwenovitch) can do nothing of Myself: I judge according to what I hear, and my judgment is righteous, because I seek not my own will, but the will of Him that sent Me.
Acts 22:14
And he said, The God of our fathers predestined you to know his will, to see the Righteous, and to hear a voice from his mouth,
Romans 2:5
With your blunt and impenitent disposition you pile up for yourself a capital of wrath for the day of wrath, when God’s righteous judgment shall be manifested.
Romans 3:4
That never! Though every man be a liar, God is true, for it is written: Thou art justified in thy sayings, and overcometh if men will judge thee.
Romans 3:26
He wanted to show His righteousness now, at this time, that it might appear that He Himself is just and makes righteous everyone who lives by faith.
Romans 4:9
Does this beatitude apply only to the circumcised or also to the uncircumcised? We saw that Abraham’s faith was credited to him as righteousness.
Romans 4:10-11
In what circumstances did this happen? Was he already circumcised or not yet? He hadn’t been circumcised then. 11 He has just received the sign of the circumcision as a seal of the righteousness of the faith, which he already possessed as an uncircumcised man. Thus he could become the father of all the Gentiles who believe, so that righteousness may be bestowed upon them,

Romans 4:24
but also for us, to whom it will also be credited for believing, because we believe on Him who raised Jesus our Lord from the dead:
Romans 5:1
Justified by faith, we live in peace with God through Jesus Christ our Lord.
Romans 5:9
The more surely, having been justified by His blood, we shall escape wrath through Him.
Romans 5:19
And as by the disobedience of one man all became sinners, so by the obedience of one all shall be justified.
Romans 8:10
If Christ is in you, your body remains consecrated to death through sin, but your spirit lives through righteousness.
Romans 8:30
Those He predestined, He also called. Those whom He called He justified, and whom He justified He glorified.
2 Corinthians 8:14
For now your abundance will fill their want, another time their abundance will make up for your want. This is how the balance is created
Galatians 3:6
As it is written, Abraham believed God, and it was counted to him as righteousness.
2 Thessalonians 1:5
a proof that God’s righteous judgment will make you worthy of his kingdom for which you now suffer.
2 Thessalonians 1:7
and to you who are afflicted rest and refreshment with us, when the Lord Jesus shall appear and descend from heaven with his mighty angels in blazing fire.
1 Timothy 1:9
and remember that it is not for the righteous, but for those who do not mind God or commandment, for rebellious and sinners, for despisers and mockers of all that is holy, patricides and murderers of mothers, murderers,
Titus 3:7
Thus we have been justified by his grace and become heirs of the eternal life in which our hopes rest.
Hebrews 1:8
He speaks of the Son thus: Thy throne, O God, is for ever and ever, and the scepter of justice is the scepter of his kingdom.
Hebrews 10:38
My righteous one by faithful faith will save his life, but he that shrinks cannot please Me.
Hebrews 11:33
By faith they overthrew kingdoms, exercised justice, enforced the fulfillment of promises. They have shut the mouths of lions,
James 2:21
Is not our father Abraham justified because of his deeds, because he sacrificed his son Isaac on the altar?
James 2:23
Thus was fulfilled the word of Scripture, which says: Abraham believed God, and it was counted to him as righteousness; and he was called God’s friend.
1 Peter 2:23
When He was reviled, He didn’t retaliate. When people hurt Him, He made no threats. He left his case to Him who judges righteously.
1 Peter 4:18
And if the righteous are scarcely saved, where is the wicked and the sinner?

2 Peter 3:13
But according to his promise, we expect new heavens and a new earth, where righteousness will dwell.
1 John 2:1
Children, I write to you that you should not sin. But even if one should commit sin, we have an intercessor with the Father, Jesus Christ, who is wholly sinless,
Revelation 16:5
Then I heard the angel of the waters say, “Justice art thou who art and who was, Thou the Holy One, that thou hast pronounced this sentence.
Revelation 19:2
for true and just are his judgments.
He pronounced judgment on the great harlot,
who with her fornication destroyed the earth.
He avenged the blood of his servants on her.”
Revelation 19:11
Then I saw heaven open, and there was a white horse, and his rider is called Faithful and True, and He judges and wages war with righteousness.
Jeremiah 23:5
Believe me, the time is coming when I will raise up a lawful scion of David – oracle of Yahweh -; he will rule with skill and rule the land justly and fairly.
Genesis 7:1
Yahweh said to Noah, “Go into the ark with all your household, for of this generation you are the only one who is righteous in my sight.
Genesis 18:31
He said again: ’I am bold if I insist upon my Lord; but maybe only twenty will be found.’ And He said, ’I will not destroy the city for the sake of the twenty.’

Genesis 18:32
He said: Let not my Lord be angry if I speak one more time; maybe only ten can be found.’ And He said, ’I will not destroy the city for the sake of the ten.’
Deut. 6:18
You must do according to Yahweh’s will and will. Then you will be happy and go and take possession of the glorious land which Yahweh swore to your fathers.
1 kings 10:9
Blessed be Yahweh your God, who took such pleasure in you that He placed you on the throne of Israel, and made you king in His steadfast love for Israel to maintain justice and justice.”
2 chronicles 19:6
And he told the judges, ’Know well what you do, for you do not judge on behalf of any man, but on behalf of Yahweh, who is with you when you judge.
Ezra 9:15
Yahweh, God of Israel, righteous art thou! We are the rest that remain today. See us here before You, laden with our guilt. How dare we appear before you like this?
Psalm 7:10
Let the evil of the destroyers disappear,
grant the righteous strength:
do you not test your heart and conscience,
O God who art righteousness?
Ecclesiastes 8:10
Furthermore, I saw that criminals get a funeral, but people who live a good life have to get away from the holy place and are forgotten in the city. That too is vain.
Isaiah 24:16
From the ends of the earth we hear songs sung: ”Homage to the Just.” But I say: ’I am exhausted, I can no more, woe is me! Violents commit violence, violent men commit violence over and over!’
Isaiah 33:15
He who walks in the ways of justice, who speaks the truth, who abhors violent gain, who holds back his hands from accepting bribes, who closes his ears not to hear bloodthirsty schemes, and who shuts his eyes from taking no part in the pissed off.
Isaiah 54:14
on a foundation of righteousness you are built. Be far from oppression, for you need not fear, far also from terror, for it will not approach you.
Jeremiah 20:12
Yahweh of hosts, who searches all things righteously, who searches the heart and mind, show me how You take revenge on them. After all, I have put my business in your hands.
Jeremiah 22:3
This is what Yahweh says: Judge justly and fairly. Deliver the oppressed from the hand of the oppressor, do not harm strangers, orphans, and widows, see that they are not wronged. Do not shed innocent blood in this place.
Jeremiah 22:15
Are you king, just because you have more cedar wood than anyone else? Your father did not do himself any shortcomings, but he remained just and fair. And then he was fine.
Ezekiel 33:13
If I say to the righteous that he will live, and he commits iniquity on his merits in confidence, none of his merits will be counted, but he will die for the iniquity that he has committed.
Daniel 4:27
and then exclaimed, ”Is not this great Babylon which I have built by the might of my riches and to the glory of my majesty as my royal abode!”
Hosea 14:10
Who is so wise that he realizes this, who is so wise that he sees this? Indeed, right are the ways of Yahweh; the righteous walk in it, but rebels fall in it.
Micah 6:8
”Yahweh hath told you what is good, man, and what He requires of you: He wills nothing but that you keep justice, that you keep faithfulness, and that you conduct yourselves humbly before your God.”
Micah 7:9
I must bear the wrath of Yahweh because I have sinned against Him, until He takes it up for me again and grants me justice. He will deliver me, He will bring me to the light, and I will look with joy at His righteousness.
Malachi 2:6
The true doctrine was in their mouths, and no iniquity came out of his lips; in peace and righteousness he dwelt with Me, and he has kept many from evil.
Luke 16:15
He said to them, “You present yourself as righteous before men, but God knows your heart. What men look up to is an abomination in God’s eyes.
Luke 20:20
To keep an eye on Him, they sent spies who had to pretend to be pious to catch Him in some word, whereby they could hand Him over to the governor’s supreme authority.
acts 3:15
You killed the guide of life, on the other hand. But God raised him from the dead; of this we are witnesses.
acts 17:31
For He has set a day in which He will judge the world according to righteousness by a man whom He has ordained for that purpose. To all He gave proof of this by raising Him from the dead.”
1 Corinthians 1:30
Through Him you are in Christ Jesus, who has become from God all our wisdom, our righteousness, sanctification, and redemption.
Galatians 2:17
Now, if by seeking our righteousness in Christ we ourselves were found to be sinners, does this mean that Christ is the accomplice of sin? That never!
Galatians 3:11
Besides, that no one is justified by a law with God is evident, for: He who is justified by faith will live.
1 Timothy 6:11
But you, man of God, must avoid all this. Strive for righteousness, godliness, faith, love, endurance, meekness.
2 Timothy 4:8
Now awaits me the crown of righteousness, with which the Lord, the righteous judge, will reward me in the great day, and not me only, but all who look forward with love to his coming.
Hebrews 11:4
By faith Abel’s offering was so much better than Cain’s; by faith he received the testimony of his righteousness, for God himself accepted his gifts; by faith he continues to speak even after his death.
Revelation 15:3
and they sang the song of Moses the servant of God, and the song of the Lamb:
Great and wonderful are your deeds, O Lord God Almighty.
Just and true are your ways,
o King of the ages.
Deuteronomy 1:17
You must not look any man in the eye in judging: you must heed the lesser man as well as the high one. You must not be intimidated by anyone, for justice is something of God. If a matter is too difficult for you, you must submit it to me; then I’ll treat it.’
Deuteronomy 9:5
Not for your merits or for the uprightness of your heart you go to possess their land, but for their wicked life the LORD your God drives those nations away from you, and also to keep the promise which He made to your fathers Abraham, Isaac, and Jacob. did under oath.

Isaiah 41:2
Who has raised up the man in the east, who meets triumph where he sets his feet? Who will deliver nations to him and lay down their princes before him? His sword makes dust of them and his bow scatters them like chaff.
Isaiah 45:21
Set forth your arguments before us, yea, let them confer together; who previously announced this, and announced it beforehand? Am I not, Yahweh? There is no god but I alone, besides Me there is no god who is just and saves.
Isaiah 51:6
Lift up thine eyes to the heavens, and look to the earth below: the heavens may vanish like smoke, and the earth like a rag, and its inhabitants fall dead like gnats; but my salvation endures forever, and my righteousness is not discouraged.
Isaiah 57:1
The righteous perishes and no one cares; the faithful are snatched away but no one takes heed; the righteous is snatched up by wickedness,
Isaiah 61:3
to give to the mourners of Zion a crown instead of ashes, oil of gladness instead of sackcloth, a robe of glory instead of a languishing heart. They are called oaks of salvation, planted by Yahweh, an evidence of his splendor.
Jeremiah 12:1
Yahweh, you are righteous. I can say nothing against you. Yet I put to you a question: Why do bad people go well? and do all the wicked live in peace?
Acts 10:22
They answered, “Cornelius the centurion, a righteous and God-fearing man, known in good name and fame by all the Jewish people, has been commanded by a holy angel to summon you to his house to hear what you say. have.”

1 Timothy 3:16
And great, no doubt, is the secret of our religion:
He is manifested in the flesh,
justified in the Spirit,
appeared to the angels,
proclaimed among the nations,
believed all over the world
and taken up in glory.
Isaiah 16:4
Let those who are driven out of Moab dwell with you; be their refuge from the destroyer. Once the oppressor has cleared the field, the desolation has ended and the destroyers are gone from the land,
Jeremiah 21:11
About the royal house of Judah. Hear the word of Yahweh,
Galatians 2:16
But knowing that a man is not justified by the works of the law, but by faith in Jesus Christ alone, we also have come to believe in Jesus Christ, that we might be justified by faith in Christ, and not by the works of the law, for by the works of the law no man shall be justified.
Hebrews 11:7
By faith Noah, after being warned by God of what was not yet seen, carefully built the ark to save his household. By his faith he has condemned the world and has himself acquired the righteousness of faith.

(Fr)
propres cours – le parchemin financier

contenu de la leçon 0 | le parchemin financier
D’ABORD D’ABORD LE COURS « Cherchez d’abord le royaume de Dieu »
et tout vous sera donné
Leçon 1 introduction
LEÇON 2 justice selon la bible

Leçon 1 introduction
Cette partie sur le parchemin financier comment s’y prendre.
remettre ta vie aux yeux de Dieu. Que vous soyez riche ou pauvre
Dieu nous aime toujours, plus on se rapproche de lui le plus de fruits dans notre vie à la sainteté ,
je ne suis pas la publicité basée sur les donneurs de profit multiples pensent de l’ entreprise que vous achetez des travailleurs ou domestique qui sont exploités tromper l’acheteur et le vendeur afin de faire plus de profit, c’est la soi-disant justice que la corruption apporte sur le marché du travail quotidien parce qu’une fonction supérieure le leur impose et que les gens le prennent et suivent comme des étagères le chemin du diable de ne pas avoir de résurrection,

nous continuons ici sur le site Web ne vous préoccupez pas du mal mais d’une sainteté saine pour réaliser un monde juste pour nos enfants et petits-enfants, un monde de grandeur en gérant avec miséricorde votre argent en partie pour vous-même
et en travaillant vous-même pour mettre le pouvoir de la barre physique au travail. Le Seigneur ne nous demande plus dans Son royaume de nous, et de Le rencontrer dans un monde de changement.
se sentir libre dans le monde où nous étions esclaves, vous avez été appelé par le seigneur notre dieu à coopérer avec votre amour et à être libre dans tous les domaines et à laisser votre ancienne vie derrière vous est un grand pouvoir que le seigneur réalise pour nous.
obtenir la tromperie de la publicité je ne sais pas pour vous mais les vendeurs ne peuvent pas s’en empêcher ou ils perdent leur emploi
mais cela ne suffit pas pour sauver votre garde – robe pour ce qui fait de vêtements, pour les revêtements de corps pour les personnes, essentiellement nécessaires à la conservation de la chaleur corporelle, l’âge moderne nous a parlé par la publicité pour plus de ventes. Pour nous faire sentir plus riche si nous pouvons nous permettre la dernière mode. Maintenant , vous pensez que je suis vieux façonné puis suivre le serpent qui dupé eva dans le jardin de eden manger la pomme interdite, puis elle les couvrait à la fois parce qu’ils se tenaient nus devant Dieu, les recouvert d’une feuille de figuier si vieux vêtements qui est pourquoi les chrétiens dire parfois , nous ne sommes pas comme des trésors terrestres ,. comme feuille de vigne (parce que ça démange), alors ne vous laissez pas berner comme eva par un vendeur qui ne peut pas l’ aider , il est à l’ordre de l’ esclavage

En nous disons de notre père prière,
« Le Seigneur est avec nous, pardonne nos dettes aux débiteurs » dit que nous ne devrions pas les juger. mais leurs soupirs d’argent ne doivent pas l’ amour,
afin de ne pas provoquer la guerre, et a montré notre amour à ceux que nous avons reçu du Christ, sans juger, de sorte que les gourmands peuvent changer comme ils s’il vous plaît, ou bien ils seront jugés pour elle leur actes,
par la loi, le Christ les jugera lui – même et être puni, c’est la paix du seigneur selon la justice que des coups de lui sur nous. si l’ on admet trompeusement son royaume comme la colombe du Saint – Esprit descendant pour nous, à
venir nous rencontrer.

LEÇON 2 justice selon la bible

Ci-dessous vous avez marqué les versets de la Bible en rouge le commentaire inspiré par dieu & gwenovitch qui nous conduisent dans son royaume de Dieu à notre liberté,
comme gwenovitch marchait avec le seigneur à 100% par la fécondité de Dieu
qui à travers les versets nous rencontre en toute simplicité travaillé son image
dans la bible pour notre justice envers Dieu.
dieu appelle tout le monde bon ou mauvais il ne fait aucune différence,
il regarde leur cœur là il est dit être le juste.

Ephésiens 6 :14
Tiens-toi donc, tes reins ceints de vérité, revêtus de l’armure de la justice,
Psaume 85:14
La justice ira devant Lui : déjà sur la route a commencé son cours.
Esaïe 11 : 5
Il porte la justice comme une ceinture autour de ses reins, et la fidélité comme une ceinture autour de ses hanches.
Jacques 3:18
La justice est un fruit de la paix, et seuls ceux qui recherchent la paix la récolteront.

2 Corinthiens 5:21
Dieu a fait de celui qui ne connaissait pas le péché un péché pour nous, afin que par lui nous puissions devenir la sainteté de Dieu.
Travail 29:14
La justice était ma robe, la justice mon manteau et mon foulard.
Travail 40:3
Mais Job répondit :
Psaume 35:28
Et je donne voix à ta justice, si chaque jour je chante ta louange.
Psaume 48:12
Alors la montagne de Sion se réjouit, comme les filles de Juda se réjouissent de ce que tu as ordonné en tant que juge.
Psaume 71:2
Toi qui es juste,
afflige-moi, soulage-moi.
Tendez votre oreille vers moi, accordez-moi votre salut.
Psaume 72:1
Seigneur, en Toi je ( comme gwenovitch mon) cherche refuge,
que je ne sois pas humilié pour toujours.
Psaume 85:12
Alors la vérité grandit de la terre, la justice descend du ciel.
Psaume 89:17
en ton nom, réjouis-toi jour après jour; ta justice est leur exaltation.
Psaume 97:2
Autour de lui est sombre avec des nuages, l’ordre de la droite soutient son trône.
Psaume 97:6
Qu’il fasse justice, le ciel le déclare, toutes les nations perçoivent sa gloire,

Psaume 111:7
Ce que sa main crée, c’est la vérité, c’est l’ordre ; tout ce qu’il commande est vrai,
Psaume 118:20
”Oui, c’est la porte de Yahweh : les justes peuvent entrer ici.”
Psaume 119:40
Voici tes commandements que j’ai choisis (comme gwenovitch) : Toi qui fais justice, donne-moi une nouvelle vie.
Psaume 119 : 142
Ta justice est pour les siècles ; ta loi signifie la vérité.
Psaume 132:9
Que la justice revête tes prêtres, tes fidèles se réjouissent avec toi ;
Psaume 149:7
pour se venger des païens,
pour un jugement sur les nations :
Proverbes 2:9
Alors vous comprendrez la droiture et la justice, la droiture et toutes les bonnes voies.
Proverbes 21 : 3
Faire la justice et la justice est plus agréable à Yahvé qu’un sacrifice.
Proverbes 21 :15
Faire justice est une joie pour les justes, mais une terreur pour les méchants.
Ézéchiel 18:22
Les péchés qu’il a commis ne lui sont pas imputés ; pour ses bonnes actions il vivra.
Amos 5:24
Non, la justice doit couler comme l’eau, la justice un ruisseau qui ne tarira jamais.

Jean 16:10
de ce qu’est la justice, parce que je vais au Père, afin que vous ne me voyiez plus;
Romains 6:18
Vous avez été délivré de la domination du péché et êtes devenus serviteurs de la justice.
Romains 6:20
Lorsque vous étiez esclaves du péché, vous étiez libérés de la justice.
Travail 27:6
Je suis juste, je le maintiens ; pas un jour de ma vie ne peut m’en vouloir.
Travail 34:17
Le plus haut législateur haïrait-il la loi, les éminemment justes commettraient-ils l’injustice ?
Travail 36:3
Je (gwenovitch) prend ma sagesse de loin, au nom de mon Créateur je vous déclare la vérité.
Psaume 45:8
Tu as choisi la justice, haïs l’injustice : ainsi Dieu ton Dieu t’a oint, t’a oint de l’huile de joie au dessus de tous tes semblables.
Psaume 101:1
De David. Un psaume. Maintenant un cantique de fidélité et de justice d’alliance ; A toi, Seigneur, je le chanterai :
Psaume 118:19
Ouvrez-moi les portes de la justice, laissez-moi entrer et louer l’Éternel.
Psaume 119:144
Vos paroles sont éternelles; donne-moi un aperçu là-dedans : à la vie.
Esaïe 33:5
L’Éternel est élevé dans les hauteurs, il habite dans les hauteurs et comble Sion de justice et de justice.
Jean 16:8
Une fois venu, Il fournira au monde des preuves convaincantes de ce que sont le péché, la justice et le jugement :
Deut. 16:20
Vous ne devez poursuivre que ce qui est juste ; alors tu vivras et tu posséderas le pays que l’Éternel, ton Dieu, te donne.
Travail 36:17
plein de plats de choix, et cela au prix de votre propre justice.
Psaume 40 :10
Héraut de ta justice, je suis là où la multitude s’est rassemblée; voici, je n’ai pas fermé mes lèvres : Toi, Seigneur, tu le sais de moi.
Psaume 40 :11
Ta justice, je ne l’ai jamais cachée dans mon cœur : je proclame ta fidélité, ta rédemption, ne tais pas ta grâce, ta vérité, là où la multitude est rassemblée.
Psaume 51:16
Je suis taché de sang – Dieu, prends-le-moi ! que je puisse annoncer avec jubilation votre acquittement :
Psaume 71:15-16
que ma bouche proclame ta justice
dis, chaque jour, de ton salut
que je ne peux jamais réaliser pleinement,
16Et je prononce les oeuvres de lui, du Seigneur,
ta justice – le seul – commandement.
Psaume 71:19
ta justice, ô Dieu, à mesure qu’elle s’élève,
comment tu as fait de grandes choses.
Qui est, ô Dieu, comme toi ?

Psaume 71:24
Et chaque jour que ma parole le proclame
que tu fasses bien :
supporter comme honte et reproche
elle dont le but était ma chute.
Psaume 88:13
Qui remarquerait dans cette obscurité tes merveilles ? Quelqu’un dans ce pays de l’oubli connaît-il ta justice ?
Psaume 103:17
Mais la bonté du Seigneur demeure : elle est éternelle avec ceux qui le craignent ; sa justice reste la part des enfants de leurs enfants,
Proverbes 11 : 5
La justice du vertueux fait son chemin, mais le pécheur tombe par son péché.
Proverbes 14:34
La justice magnifie une nation, mais le péché fait honte aux nations.
Proverbes 31 : 5
Donne une boisson forte à celui qui périt, du vin à celui qui a le cœur triste :
Esaïe 1:23
Vos chefs sont des rebelles, des hommes de main de voleurs. Tous recherchent des pots-de-vin et se nourrissent de cadeaux. Ils ne rendent pas justice aux orphelins, et la cause des veuves n’est pas entendue d’eux.
Esaïe 26:10
Quand les méchants font grâce, ils n’apprennent jamais ce qui est juste : là où règne la justice, ils continuent à commettre l’iniquité, ils n’ont aucun égard pour la magnificence de l’Éternel.
Esaïe 28:6
un esprit de justice à celui qui siège au tribunal, une puissance à ceux qui repoussent les agresseurs à la porte.
Esaïe 42:4
Il ne languira pas et ne sera pas blessé, mais établira la justice sur la terre et les îles attendront son message.
Esaïe 51:1
Écoute-moi, toi qui poursuis le salut, qui cherches Yahvé, regarde au rocher d’où tu as été taillé et à la fosse d’où tu as été creusé.
Ézéchiel 14:14
Si ces trois hommes habitaient dans ce pays, Noé, Daniel et Job, leur justice ne sauverait qu’eux-mêmes, déclare le SEIGNEUR DIEU.
Ézéchiel 14:20
et Noé, Daniel et Job y habiteraient : comme je vis, ils ne peuvent pas sauver leurs propres fils et filles, dit le SEIGNEUR le SEIGNEUR ; leur justice ne sauverait qu’eux-mêmes.
Daniel 8:12
À cause du sacrifice quotidien, l’armée est devenue la proie de son épée criminelle. Il abolit la loi de la vérité et réussit dans tout ce qu’il entreprend.
Osée 12:7
Avec l’aide de votre Dieu, vous reviendrez ; gardez l’amour et la justice et ayez toujours confiance en votre Dieu.
Amos 5:7
La justice est transformée en absinthe et la justice est écrasée au sol.
Romains 3:22
Justice de Dieu, qui par la foi en Jésus-Christ se communique à tous ceux qui croient, sans distinction.
Romains 14 :17
Le royaume de Dieu n’est pas une question de nourriture et de boisson, mais c’est la justice, la paix et la joie par le Saint-Esprit.
2 Corinthiens 6 :7
la parole de vérité, la puissance de Dieu lui-même. Nous combattons et nous défendons avec des armes spirituelles.
Hébreux 1:9
Tu as aimé la justice et haï l’iniquité ; c’est pourquoi, ô Dieu, ton Dieu t’a oint d’une huile de joie, et t’a placé au-dessus de tes égaux.
Deut. 24:13
Vous devez le lui rendre à la tombée de la nuit. Ensuite, il peut dormir dans son manteau. Il vous en bénira, et Yahvé votre Dieu vous en fera honneur.
Travail 33:26
Il peut prier à nouveau parce que Dieu l’aime, Il lui accorde sa faveur, sa joie et sa nouvelle justice.
Psaume 48 :11
comment ta louange, ô Dieu, atteint comme ton nom jusqu’aux confins de la terre. La justice repose entre vos mains.
Esaïe 1:21
Comment la forteresse fidèle est-elle devenue une putain ? Elle était pleine de justice, et la justice habitait en elle ; maintenant on ne trouve que des meurtriers.
Esaïe 28 :17
Je ferai de la justice mon fil à mesurer, de la droiture mon fil à plomb. Le mensonge qui est ton refuge est détruit par la grêle, les eaux emportent ton abri.
Esaïe 56:1
Ainsi parle l’Éternel: Gardez le jugement, pratiquez la justice: car la venue de mon salut est proche, et ma justice sera bientôt révélée.
Jérémie 31:23
Ainsi parle l’Éternel des armées, le Dieu d’Israël : Quand je les ramènerai à leur état antérieur, ils diront encore dans les villes de Juda : Que l’Éternel te bénisse, ô siège de justice, ô montagne sainte. Tout Juda y vit à nouveau : les citadins, les fermiers et les bergers.
Ézéchiel 18:24
Mais si un homme juste s’écarte de la voie de la justice et fait le mal et commet les mêmes abominations que le malfaiteur, vivra-t-il ? Toutes ses bonnes actions passées ne compteront alors plus ; parce qu’il est tombé et qu’il a péché, il mourra.
Ézéchiel 22:30
J’ai cherché parmi eux quelqu’un qui pourrait construire un rempart ou se tenir dans la brèche pour défendre le pays contre Moi, afin que Je ne le détruise pas, mais Je n’ai trouvé personne.
Amos 5:15
Haïssez le mal, aimez le bien et gardez la justice à la porte de la ville ; peut-être alors Yahvé, le Dieu des armées, aura compassion du repos de Joseph.
Actes 24 :25
mais quand Paul a parlé de justice, de maîtrise de soi et du jugement à venir, Félix a eu peur et a dit : « Allez maintenant ; quand j’aurai le temps, je te ferai rappeler.”
Romains 1:17
Car en cela est manifestée la justice de Dieu, qui justifie un homme par la foi et la foi seule, selon la parole de l’Écriture : Celui qui est justifié par la foi vivra.
Romains 3:5
Si, cependant, notre iniquité met en évidence la justice de Dieu, ne s’ensuit-il pas – je parle très humainement – que Dieu est injuste lorsqu’il inflige son châtiment ?
Romains 3:25
Dieu lui a assigné ceux qui croient en propitiation par son sang. Dieu voulait montrer sa justice de cette manière, car dans sa patience il avait laissé passer les péchés du passé.
Romains 10:6
Mais la justice de la foi parle ainsi : Ne dites pas en vous-mêmes : Qui montera au ciel ? comme s’il était nécessaire de faire tomber Christ ;
2 Pierre 1:1
SIMÉON PIERRE, serviteur et apôtre de Jésus-Christ, à ceux qui, par la bonté de notre Dieu et Sauveur Jésus-Christ, partagent avec nous le privilège de la même foi.

Esaïe 5:7
Oui, la vigne de l’Éternel des armées est la maison d’Israël, ses plantes privilégiées sont le peuple de Juda. Il espérait la justice, mais Il a vu l’injustice, Il n’a pas vu la poursuite de la justice, mais la transgression de la justice.
Esaïe 9 :6
Grande est la puissance et la paix sans fin devant le trône de David, devant son royaume ; il l’édifiera et le soutiendra avec justice et droiture à partir de maintenant et pour toujours. L’amour jaloux de Yahvé des armées accomplira cela.
Esaïe 42:6
Moi, Yahvé, je t’ai appelé pour apporter le salut, je te prends par la main, je te forme et t’ordonne pour être l’homme de mon alliance avec le peuple, la lumière des nations,
Ézéchiel 18:20
Seul le pécheur lui-même mourra. Le fils n’a pas à payer pour les péchés de son père, et le père n’a pas à payer pour les péchés de son fils. La justice ne sera imputée qu’au juste et la méchanceté qu’au malfaiteur.
Daniel 9:24
Soixante-dix semaines ont été réservées pour ton peuple et pour ta ville sainte, pour mettre fin au crime, pour mettre fin au péché, et pour expier l’iniquité, pour apporter la justice éternelle, pour mettre le sceau sur les révélations des prophètes et pour oindre le lieu très saint.
Malachie 2:17
Tu fatigues Yahvé par tes paroles ! Vous dites : ’Comment on fait ça alors ?’ En cela tu dis : « Quiconque fait le mal est favorisé par Yahvé ; il prend plaisir à de telles personnes. Ou : « Où est le Dieu de justice ?
Luc 1:17
Il ira devant lui avec l’esprit et la puissance d’Élie, pour restaurer l’esprit des pères sur les enfants, et pour amener les désobéissants à la structure des justes, et ainsi préparer un peuple devant le Seigneur. »
Romains 8 :19
La création aspire aussi à la révélation des enfants de Dieu.
Romains 10 :10
La foi de votre coeur apporte le salut à la justice, et la confession de votre bouche.
Philippiens 4:8
Enfin, frères, portez votre attention sur tout ce qui est vrai, tout ce qui est noble, tout ce qui est juste et pur, aimable et attrayant, tout ce qui est appelé vertu et digne de louange.
1 Jean 1:9
Lorsque nous confessons nos péchés, il est si fidèle et miséricordieux qu’il pardonne nos péchés et nous purifie de tout mal.
Jacques 5:16
C’est pourquoi confessez vos péchés les uns aux autres et priez les uns pour les autres, afin que vous soyez guéris. La prière fervente d’un juste a beaucoup de valeur.
1 Jean 3:7
Enfants, ne vous y trompez pas : celui qui fait le bien est saint comme lui ;
Ézéchiel 33:17
Et alors votre peuple dit : « La voie du Seigneur n’est pas droite ! Mais leur propre chemin n’est pas droit.
Jérémie 33 :15
En ces jours-là, à ce moment-là, je donnerai à David un descendant légal qui gouvernera le pays avec justice et équité.
Luc 12:57
Comment se fait-il que vous ne tirez pas la bonne conclusion de votre propre gré ?
Romains 4:22
C’est pourquoi cela lui fut compté comme justice.
2 Thessaloniciens 1:6
Car sa justice exige qu’il paye l’affliction à ceux qui vous oppriment,

Psaumes 9 : 9
Il juge le monde avec justice,
jugez les nations selon la loi droite.
Psaume 11 : 3
Où les fondations ont été remués
que fait un homme juste là-bas ?
Psaume 17:2
faire mon jugement de toi,
votre œil voit ce qu’est l’intégrité.
Psaume 119:137
Tu es juste, ô Seigneur ; est absolument votre ordre de justice.
Psaume 119:172
Que mon chant chante ta promesse : chacun de tes commandements est juste.
Psaume 143 : 2
N’entre pas en jugement avec ton serviteur : à ta lumière, aucune créature n’est juste.
Proverbes 8:15
Par moi, les rois sont des rois, et les princes déterminent ce qui est juste.
Ézéchiel 18:5
Si quelqu’un est juste et agit selon la loi et la justice,
Romains 4:23
Ces mots n’ont pas été écrits pour lui seul.
Lévitique 19:15
Ne soyez pas partial dans le jugement : ne favorisez pas les pauvres, ne regardez pas les riches dans les yeux. Jugez avec justice vos concitoyens.
Deut. 32:4
Il est le rocher, ce qu’Il fait est parfait, toutes Ses voies sont justes ; un Dieu de fidélité, sans injustice, il est juste et vrai.

Ecclésiaste 8 :14
Mais dans le monde, il y a l’absurdité qu’il y ait des justes qui se comportent comme les méchants, et des méchants qui se comportent comme des justes. J’ai dit : Cela aussi est vain.
Romains 2:2
Nous convenons que Dieu condamne à juste titre ceux qui font de telles choses.
Romains 10:4
Car Christ signifie la fin de la loi et de la justice pour tous ceux qui croient.
1 Jean 2:29
Sachant qu’il est entièrement sans péché, vous devez voir que quiconque fait le bien est aussi un enfant de Dieu.
2 rois 18:3
Il a fait ce qui plaît à Yahvé, tout comme son père David.
1 chroniques 18:14
David a régné sur tout Israël et il a rendu justice et justice à son peuple.
Travail 4:17
« Un mortel peut-il être juste devant Dieu,
un homme sans souillure devant son Créateur ?
Travail 9:19-20
Quand il s’agit de force, il est le plus fort ; en matière de justice, il est inviolable. 20 Non coupable, je suis reconnu coupable, sans défaut entaché.
Travail 15:14
Un homme peut-il jamais être pur, l’enfant d’une femme peut-il jamais être juste ?
Psaume 18:21
le Seigneur, qui a récompensé ma justice,
ma propreté des mains m’a récompensé.
Psaume 72:2
que son peuple juge avec justice ;
Psaume 106:3
Béni soit celui qui observe sa loi et agit toujours avec justice.
Psaume 119 : 62
Minuit – à ta louange je me lèverai, me souvenant de ton ordre juste.
Psaume 119:123
Ton salut – mes yeux aspirent à cela, à la justice que ta parole nous promet.
Psaume 119:128
À juste titre, je suis vos ordres – strictement ; chaque chemin sinueux me fait horreur.
Psaume 119:160
La somme de vos paroles est la vérité : tout votre système juridique est pour toujours.
Psaume 135:14
Car le Seigneur jugera son peuple, il aura compassion de ses serviteurs.
Proverbes 3:33
La malédiction de l’Éternel est sur la maison des méchants, mais sa bénédiction est sur la demeure des justes.
Proverbes 9:9
Partagez avec un homme sage et il deviendra plus sage ; instruisez un homme juste et il augmentera ses connaissances.
Proverbes 10:20
L’argent de choix est la langue des justes, mais le cœur des pécheurs est de peu de valeur.
Proverbes 10:30-32
Les justes ne seront jamais ébranlés, mais les pécheurs n’habitent pas dans le pays. 31La bouche du juste produit la sagesse, mais la langue détournée est retranchée. 32Les lèvres des justes savent ce qui est agréable, la bouche des pécheurs ne connaît que les ruses.
Proverbes 11 : 8
Le juste est délivré de la détresse, le pécheur prend sa place.

Proverbes 12:5
Les pensées des justes tiennent à la justice, les plans des pécheurs visent à la tromperie.
Proverbes 12:7
Les pécheurs sont renversés et ils ne sont plus, mais la maison des justes perdure.
Proverbes 12 :12-13
Ce que le pécheur désire devient le piège des méchants, mais la racine des justes donne de la force. 13Le méchant s’emmêle dans le péché de ses lèvres, mais le juste échappe à la détresse.
Proverbes 12:26
Le juste instruit son ami, mais la conduite des pécheurs égare.
Proverbes 13:25
Le juste mange et est rassasié, mais l’estomac des pécheurs est court.
Proverbes 15:29
Yahvé est loin des pécheurs, mais il entend la prière des justes.
Proverbes 17 :15
Celui qui acquitte le pécheur et celui qui condamne le juste : ils sont tous deux en abomination à Yahvé.
Proverbes 20:7
Le juste est irréprochable : heureux sont les fils qui lui succèdent.
Proverbes 21:18
Le pécheur est la rançon du juste : l’infidèle prend la place du juste.
Proverbes 24 :15
Toi, pécheur, n’assiége pas la demeure du juste, ne désole pas sa demeure ;

Esaïe 1:17
Apprenez plutôt à faire le bien, à faire justice, à aider les opprimés, à rendre justice aux orphelins, à défendre les veuves.
Esaïe 32:1
Si le roi règne avec justice et si les princes gouvernent avec justice,
Ézéchiel 33:20
Bien que vous disiez : « La voie du Seigneur n’est pas droite », je jugerai chacun de vous selon sa conduite, ô peuple d’Israël !
Luc 10:29
Mais voulant justifier sa question, il dit à Jésus : « Et qui est donc mon prochain ?
Jean 7:24
Ne jugez pas selon l’apparence extérieure, mais jugez avec justice. »
Romains 3:10
Ou selon les paroles de l’Écriture : Il n’y a pas de juste, pas même un seul,
Esaïe 53 :11
À cause de la souffrance qu’il a endurée, il lui sera permis de voir la lumière et d’être rempli de connaissance. Mon serviteur juste rendra plusieurs justes en portant leurs péchés.
Sophonie 3:5
Mais Yahvé le Juste est dans ses murs ; Il ne fait aucun mal ; Demain après matin, il jugera sans faute, dès qu’il fera à nouveau jour. Mais l’injuste ne connaît pas la honte.
Genèse 15:6
Abram crut au SEIGNEUR, et il le lui compta comme justice.
Genèse 18:24-25
Il y a peut-être cinquante justes dans la ville ; le détruiras-tu alors ? Ne pardonneras-tu pas à la ville à cause des cinquante justes qui y habitent ? 25Tu ne peux pas faire une telle chose : que les justes meurent avec les méchants ! Alors les justes feraient comme les méchants ; tu ne peux pas faire ça ! Celui qui juge toute la terre ne fera-t-il pas justice ?
Deut. 1:16
Alors j’ai dit à vos juges : ’Vous devez entendre les deux parties et juger avec justice, à la fois dans les procès avec votre propre peuple et avec des étrangers.
Deut. 4:8
Ou y a-t-il une autre grande nation qui a des préceptes et des ordonnances aussi parfaits que la loi que je vous donne aujourd’hui ?
Deut. 24:17
Vous ne devez pas violer les droits d’un étranger ou d’un orphelin, ni prendre en gage un vêtement de veuve.
2 Samuel 8:15
David était roi sur tout Israël et il était celui qui rendait justice et justice à tout son peuple.
2 Samuel 23:3
Le Dieu d’Israël a parlé ; le rocher d’Israël m’a dit : Celui qui règne avec justice parmi les hommes, qui règne dans la crainte de Dieu,
Travail 9:2
Oui, je sais, tu as raison, devant Dieu personne n’a raison, aucun homme.
Travail 17:9
dans sa propre ruelle, il se mord les dents et ne voit pas d’autre moyen, pas avec la meilleure volonté.
Travail 19:7
C’est injuste, je m’écrie, mais personne n’y entre ; Je supplie pour mon droit, mais ne l’obtiens pas.
Travail 22:19
Le juste se moque de ces gens, leur vue le remplit de joie :
Travail 37:23
Ce Tout-Puissant, inaccessible et suprêmement puissant, est pourtant la justice elle-même qui ne tyrannise jamais la justice.
Psaume 11:2
Voici, les ennemis de Dieu ont déjà tendu l’arc,
sont prêts avec la flèche sur la ficelle pour frapper les sans méfiance dans le noir.
Psaume 45:7
Votre trône, selon la volonté de Dieu, subsiste pour toujours ; ton royaume a un sceptre qui est le sceptre de la loi.
Psaume 51:6
contre toi, toi seul as été mon péché, tu vois à travers le mal que j’ai fait. Comment tu juges : Tu es juste, intouchable dans ton jugement.
Psaume 58:11
Qui est resté fidèle – il porte la joie; il a éprouvé la vengeance ; il se tenait là où coulait le sang des violateurs de la justice.
Psaume 85:11
ils se rencontrent, grâce et vérité, justice et paix – ils s’embrassent.
Psaume 89:15
et l’ordre du jugement soutient ton trône, devant toi la grâce et la vérité.
Psaume 92:16
Heureux ceux qui savent ceci :
le cri, le son de la trompette,
marche, Seigneur, à la lumière de ton visage,
Psaume 98:2
Le Seigneur a révélé son salut ; Il a révélé sa justice aux yeux des nations ;
Psaume 111:3
exaltées et glorieuses sont ses actions, sa justice dure à toujours.
Psaume 112 : 9
Là où il y a besoin, il donne abondamment : sa justice défie les temps. Et le puissant lève sa corne.

Psaume 116:5
Miséricordieux envers le Seigneur et juste; notre Dieu, il est plein de miséricorde :
Psaume 119:75
Seigneur, ta justice, je la connais avec droiture : elle reste la vérité si tu m’éprouves.
Psaume 119:106
J’ai juré – et je m’y conformerai – de respecter votre État de droit.
Psaume 119:164
Chaque jour, je prononce ta louange, sept fois, pour établir l’ordre dans ton droit.
Psaume 129 : 4
Mais le Seigneur, le juste, a coupé les fils des méchants.
Psaume 143:1
Un Psaume de David. Seigneur, exauce ma prière, exauce ma demande de miséricorde et exauce-moi par ta fidélité : à cause de ta justice.
Psaume 143 : 11
Garde ma vie, fidèle à ton nom ; rendre justice : qu’il puisse échapper à la pression.
Psaume 145:17
Juste est le Seigneur dans ses voies, miséricordieux dans tout ce qu’il fait ;
Proverbes 10:3
Yahvé ne laisse pas les justes avoir faim, mais il résiste à la convoitise des pécheurs.
Proverbes 10:6-7
La bénédiction repose sur la tête du juste, mais la bouche des pécheurs est pleine d’injustice. 7La mémoire du juste est une bénédiction, mais le nom du pécheur pourrira.
Proverbes 10 :11
Une fontaine de vie est la bouche des justes, mais la bouche des pécheurs est pleine d’injustice.

Proverbes 10 :16
Ce que le juste (gwenovitch) acquiert mène à la vie, les gains du pécheur mènent au péché.
Proverbes 10:21
Les lèvres des justes en nourrissent beaucoup, les insensés meurent de folie. (par manque d’amour dans leur éducation)
Proverbes 10:24-25
Ce que le pécheur craint, cela lui arrive, mais le désir du juste est exaucé. 25A peine l’orage est-il passé que le pécheur est parti, mais le juste demeure toujours.
Proverbes 10:28
Il y a de la joie en réserve pour les justes, mais l’espérance des méchants périt.
Proverbes 11 : 9
Par sa bouche, le méchant détruit son prochain, mais les justes sont sauvés par leur connaissance.
Proverbes 11:28
Celui qui bâtit sur sa fortune tombe, mais le juste grandit comme le jeune amant.
Proverbes 11:30-31
Le fruit de la justice est un arbre de vie , mais l’iniquité vole la vie. 31Si le juste reçoit sur terre son dû, combien plus que le méchant et le pécheur !
Proverbes 12 : 3
Aucun homme ne peut supporter de faire le mal, mais la racine du juste n’est pas déliée.
Proverbes 12:10
Les justes savent ce dont ses bêtes ont besoin, mais les pécheurs sont impitoyables par nature.
Proverbes 12:21
Le juste n’est affligé d’aucune calamité, mais le pécheur est vaincu par la calamité.
Proverbes 13:5
Le juste déteste le mensonge, mais le pécheur se comporte d’une manière inférieure et sans vergogne.
Proverbes 13:9
La lumière des justes brille avec éclat, la lampe des pécheurs s’éteint.
Proverbes 13:21-22
Le désastre poursuit les pécheurs, mais les justes sont récompensés par le bonheur. 22Le bon laisse hériter les enfants de ses enfants, mais le bien du pécheur est réservé aux justes.
Proverbes 14 :19
Les méchants s’inclinent devant les bons, et les méchants se tiennent aux portes des justes.
Proverbes 14:32
Le pécheur tombe par sa propre méchanceté, mais le juste a refuge quand il meurt.
Proverbes 15:6
Dans la maison du juste, il y a beaucoup de richesses, mais ce que les méchants apportent est corrompu.
Proverbes 15:28
Le juste médite dans son cœur ce qu’il doit répondre, mais la bouche des pécheurs ruisselle de mal.
Proverbes 16:13
Un roi se plaît à parler avec droiture, et celui qui parle avec droiture, il aime.
Proverbes 17:26
Donner une amende à une personne juste est mal et battre de grandes personnes est une violation de la loi.
Proverbes 18:10
Le nom de Yahvé est une tour puissante : le juste y court et est en sécurité.

Proverbes 21 :12
Le Juste veille sur la maison du malin, et Il détruit les pécheurs.
Proverbes 25:26
Une fontaine trouble, un puits pollué : voilà un juste qui vacille devant un pécheur.
Proverbes 28:1
Les pécheurs fuient sans que personne ne les poursuive, mais les justes se sentent en sécurité comme un jeune lion.
Proverbes 29:6-7
Aux pieds des méchants est un piège, mais les justes se réjouissent et se réjouissent. 7Le juste reconnaît la justice du pauvre, le pécheur ne la comprend pas.
Proverbes 29 :16
Lorsque les pécheurs sont au pouvoir, la rébellion devient puissante, mais les justes verront avec joie leur chute.
Proverbes 31 : 9
ouvre ta bouche et juge avec justice et rends justice aux pauvres et aux nécessiteux.
Esaïe 3:10
Voyez comme les justes sont heureux : ils consomment le fruit de leur travail.
Esaïe 5:16
Mais l’Éternel des armées est grand dans son jugement, dans sa justice le Dieu saint montre sa sainteté.
Esaïe 26:2
Ouvrez les portes : laissez entrer les gens qui sont justes et qui ont gardé les fidèles.
Jérémie 10:24
punis-nous, Yahvé, mais avec mesure, non avec colère, de peur que nous ne nous perdions.

Ézéchiel 18:9
vivez selon mes statuts et gardez mes commandements avec diligence : alors ce juste vivra, dit l’Éternel, l’Éternel.
Ézéchiel 18:25
(Dieu a appelé gwenovitch et elle ne l’a pas reconnu et ils ont argumenté contre le jugement de Dieu parce qu’ils n’ont pas reconnu gwenovitch) À ceci vous objectez : ’La voie du Seigneur n’est pas droite !’ Écoute, peuple d’Israël : ma voie n’est-elle pas droite ? N’est-ce pas plutôt vos voies qui ne sont pas droites ?

Ézéchiel 33:14
Et je dis au malfaiteur : « Tu mourras », mais il amende sa vie et se met à agir selon la loi et la justice ;
Ézéchiel 33:18-19
Si un homme juste se conduit mal et commet l’iniquité, il mourra. 19Et si un malfaiteur amende sa vie et fait selon la loi et le jugement, il vivra.
Luc 14 :14
Vous serez heureux, car ils ne peuvent pas vous rembourser. Elle vous sera récompensée à la résurrection des justes.’
Jean 17:25
Père juste, bien que le monde ne t’ait pas reconnu, je t’ai reconnu, et ceux-ci ici ont reconnu que tu m’as envoyé.
Romains 4:3
Après tout, que dit l’Écriture? Abraham crut en Dieu, et cette foi lui fut imputée à justice.
Romains 7 :12
La loi est sainte et le commandement est saint, juste et bon.
2 Corinthiens 9:9
Ainsi aussi il est écrit : Il (gwenovitch) a donné généreusement aux pauvres, sa générosité est éternelle.

2 Pierre 2:8
Dans leur cupidité, ils vous feront sortir de votre poche avec des histoires inventées. Mais leur sentence est depuis longtemps prononcée, leur sort est imminent.
2 Pierre 2:21
Il aurait mieux valu qu’ils n’aient jamais connu le chemin de la justice que, après l’avoir connu, de tourner le dos au commandement sacré et transmis.
Apocalypse 16:7
Et j’ai entendu la voix de l’autel, ”Oui, Seigneur, Dieu, Tout-Puissant, tes jugements sont vrais et justes.”
Genèse 6:9
C’est l’histoire de Noé. Noé était un homme juste ; il continua à mener une vie irréprochable parmi ses contemporains, et il dirigea ses pas vers Dieu.
Genèse 18:26
Et l’Éternel dit : « Si je trouve cinquante justes dans la ville de Sodome, je pardonnerai à toute la ville à cause d’eux.
Exode 9:27
Alors Pharaon convoqua Moïse et Aaron et leur dit : « Cette fois, j’avoue ma culpabilité. Yahvé a raison, et moi et mon peuple sommes coupables.
Deut. 6:25
C’est pourquoi il est de notre devoir envers Yahvé notre Dieu d’accomplir avec diligence tous les commandements qu’il nous a donnés.
1 Samuel 12:23
Il n’est pas non plus question que je pécherai contre Yahvé en ne priant plus pour vous. Je continuerai à vous montrer la bonne et la bonne manière.
2 chroniques 31:20
Ainsi Ezéchias procéda dans tout Israël, bon, juste et fidèle à Yahvé son Dieu.
Travail 12:4
Mes amis se moquent de moi parce que je demande une réponse à Dieu, se moquent des pieux et des innocents.
Travail 22:3
Le Tout-Puissant ne s’intéresse pas à votre justice, ne tire aucun profit de votre conduite irréprochable.
Travail 25:4
Comment alors un homme peut-il être juste devant Dieu, être un enfant de femme pur ?
Travail 35:2
Croyez-vous que vous êtes dans votre droit devant Dieu et que vous pouvez justifier cela ?
Psaume 7:18
Puissé-je louer le Seigneur pour sa justice,
chanter des psaumes à la harpe en l’honneur de son nom :
le Seigneur – le Très-Haut.
Psaume 11:7
Juste est-Il, le Seigneur, Il aime la justice.
Celui qui est droit le verra.
Psaume 17:15
Mais laisse-moi, si je vis selon ta volonté, (comme gwenovitch)
peut voir ton visage,
peut me boire à ton image quand je me réveillerai.
Psaume 19:10
La parole de Yahvé – elle est infaillible,
durer dans l’éternité;
Les jugements de Yahvé sont vérité,
tout leur ordre est juste.
Psaume 67:5
chaque pays partage la joie jubilatoire.
Car tu juges les nations avec justice.
Tu diriges toutes les nations de la terre.
Psaume 96:10
Déclarez-le parmi les nations : Le Seigneur a pris le trône, le monde se tient maintenant ferme, immobile. Il juge les nations en justice.
Psaume 98:9
devant le Seigneur, car il (gwenovitch) vient juger la terre. Dans la justice, il juge le monde, les nations selon la justice en ligne droite.
Psaume 99:4
Le roi, en majesté, a choisi la justice, Tu as établi la justice, inflexible ; justice et justice Tu as créé en Jacob.
Proverbes 11 :10
La ville se réjouit du bonheur des justes, mais à la chute des pécheurs il y a des cris.
Proverbes 11 :23
Ce que le juste désir n’apporte que du bien, l’espérance des pécheurs se termine par la colère.
Proverbes 21:26
Il convoite à longueur de journée, mais le juste donne et n’épargne pas.
Proverbes 23:24
Le père du juste poussera de grands cris, et celui qui aura engendré un fils sage se réjouira à cause de lui.
Proverbes 24 :16
car bien que le juste tombe sept fois, il se relève, mais les pécheurs tombent dans le mal.
Proverbes 28 :12
Quand les justes exultent, l’acclamation est grande, mais quand les pécheurs sont élevés, tout le monde se cache.
Proverbes 28:28
Quand les pécheurs se lèvent, tout le monde se cache, mais quand ils périssent, les justes se lèvent.

Proverbes 29 :2
Quand les justes règnent, le peuple se réjouit, mais quand les pécheurs règnent, le peuple se lamente.
Proverbes 29:4
En faisant justice, un roi préserve le royaume, mais celui qui prélève de lourds impôts le détruit.
Esaïe 42:21
Il a plu à Yahweh, (gwenovitch au Seigneur) parce qu’il sauverait, pour rendre son message grand et glorieux.
Esaïe 59:8
Le chemin de la paix leur est inconnu, et là où ils vont, il n’y a pas de justice. Ils font leurs chemins tordus, celui qui les croise ne connaît pas la paix.
Esaïe 59:12
Nombreux sont nos actes de rébellion à vos yeux, et nos péchés témoignent contre nous, car nous portons avec nous nos actes de rébellion et connaissons nos crimes :
Esaïe 59:14
Ainsi la justice est repoussée, et la justice se tient au loin. Oui, la vérité est renversée sur la place, et la justice n’est autorisée nulle part.
Jérémie 7 :5
Mais mieux vaut ta vie, traitez-vous les uns les autres avec justice,
Jérémie 9:24
Le temps vient où je punis tous les circoncis :
Ézéchiel 13:22
Parce que par ta tromperie le cœur du juste est affligé, tout à fait contrairement à mes intentions, et le malfaiteur est raidi dans sa méchanceté, de sorte qu’il ne se réforme pas et ne survit pas,
Ézéchiel 16:51
Même la Samarie a commis moins de la moitié de ce que vous avez commis. Vous avez commis bien plus d’atrocités que vos deux sœurs qui, comparées à vous et à vos atrocités, peuvent encore être qualifiées de justes.
Ézéchiel 18:21
Si un malfaiteur (comme gwenovitch) se repent des péchés qu’il a commis, et garde tous mes commandements, et agit selon le jugement et la loi, il vivra ; il ne mourra pas.
Ézéchiel 18:26
Si un homme juste s’écarte de la voie de la justice et fait le mal, il mourra pour cette raison ; car le mal qu’il a fait, il mourra.
Ézéchiel 23:45
Mais les hommes justes exécuteront sur elle la sentence qui est pour les femmes adultères et pour les femmes qui versent le sang, car ce sont des adultères et il y a du sang sur ses mains.
Ézéchiel 33 :12
Fils d’homme, dis à ton peuple : Si le juste se conduit mal, ses bonnes actions ne lui serviront plus, et si le méchant répare sa vie, il ne tombera pas de sa méchanceté. Si le juste se conduit mal, ses bonnes actions ne lui seront plus utiles.
Daniel 9:14
Mais cela n’a pas échappé à Yahvé, et il a fait venir cette calamité sur nous. Vraiment! juste est l’Éternel notre Dieu dans tout ce qu’il fait: nous ne l’avons pas écouté.
Amos 5:12
Car je sais combien sont vos crimes, combien sont vos péchés ; tu tourmentes les justes, tu prends des pots-de-vin et tu opprimes les pauvres à la porte.
Michée 6:11
Puis-je accepter la balance de la méchanceté et cette bourse pleine de faux poids ?
Habacuc 1:4
La loi en est invalidée et la justice n’est plus jamais débattue ; oui, les voyous coincent les justes, parce que seule la justice falsifiée est traitée.

Habacuc 1:13
Toi dont les yeux sont trop purs pour regarder le mal, Toi qui ne peux regarder l’injustice sans bouger, comment peux-Tu regarder les traîtres et te taire, Quand le scélérat dévore un homme plus juste que lui ?
Habacuc 2:4
Celui qui est méchant dans son cœur se dessèche, mais le juste vit de sa fidélité.
Sophonie 2:3
Cherchez Yahvé, vous tous humbles du pays, qui gardez ses commandements; cherchez la justice, cherchez l’humilité ! Alors tu pourras trouver refuge au jour de la colère de l’Éternel. l’ennemi à l’ouest
Zacharie 9:9
Crie fort, fille de Sion, crie, fille de Jérusalem ! Voici, ton roi vient à toi, juste et victorieux ; il est humble, il monte sur un âne, sur un poulain, le poulain d’un âne.
Malachie 3:18
Alors vous verrez à nouveau la différence entre le juste et le malfaiteur, entre celui qui sert Dieu et celui qui ne le sert pas.
Matthieu 5:45
afin que vous deveniez enfants de votre Père céleste, qui fait lever le soleil sur les méchants et les bons, et fait pleuvoir sur les justes et les injustes.
Matthieu 13:17
Car en vérité, je vous le dis, beaucoup de prophètes et d’hommes justes ont désiré voir ce que vous voyez, mais ils ne l’ont pas vu ; et d’entendre ce que vous entendez, mais ils n’ont pas entendu.
Luc 11:42
Mais malheur à toi, Pharisien ! Vous payez la dîme de la menthe et de la rue et de toutes sortes d’herbes, mais ne vous souciez pas de la justice et de l’amour envers Dieu. L’un doit être fait et ne pas négliger l’autre.
Luc 23:47
Voyant ce qui s’était passé, le centenier loua Dieu et dit : « Cet homme était vraiment un homme juste.
Luc 23:51
qui n’avaient donc pas consenti à leurs plans et actions. Il venait de la ville juive d’Arimathie et vivait dans l’attente du Royaume de Dieu.
Jean 5:30
Je (gwenovitch) ne peux rien faire de moi-même : je juge selon ce que j’entends, et mon jugement est juste, car je ne cherche pas ma propre volonté, mais la volonté de celui qui m’a envoyé.
Actes 22:14
Et il dit : Le Dieu de nos pères t’a prédestiné à connaître sa volonté, à voir le Juste et à entendre une voix de sa bouche,
Romains 2:5
Avec votre tempérament brutal et impénitent, vous vous accumulez un capital de colère pour le jour de la colère, où le juste jugement de Dieu sera manifesté.
Romains 3:4
Ça jamais ! Bien que tout homme soit un menteur, Dieu est vrai, car il est écrit : Tu es justifié dans tes paroles, et tu vaincras si les hommes te jugent.
Romains 3:26
Il voulait montrer sa justice maintenant, en ce moment, afin qu’il puisse apparaître qu’il est lui-même juste et rend juste tous ceux qui vivent par la foi.
Romains 4:9
Cette béatitude ne s’applique-t-elle qu’aux circoncis ou aussi aux incirconcis ? Nous avons vu que la foi d’Abraham lui était créditée comme justice.
Romains 4:10-11
Dans quelles circonstances cela s’est-il produit? Était-il déjà circoncis ou pas encore ? Il n’était pas circoncis à l’époque. 11 Il vient de recevoir le signe de la circoncision comme sceau de la justice de la foi, qu’il possédait déjà comme incirconcis. Ainsi il pouvait devenir le père de tous les Gentils qui croient, afin que la justice leur soit accordée,

Romains 4:24
mais aussi pour nous, à qui il sera aussi crédité d’avoir cru, parce que nous croyons en Celui qui a ressuscité d’entre les morts Jésus notre Seigneur :
Romains 5:1
Justifiés par la foi, nous vivons en paix avec Dieu par Jésus-Christ notre Seigneur.
Romains 5:9
Plus sûrement, ayant été justifiés par son sang, nous échapperons à la colère par lui.
Romains 5:19
Et comme par la désobéissance d’un seul homme tous sont devenus pécheurs, ainsi par l’obéissance d’un seul tous seront justifiés.
Romains 8 :10
Si Christ est en vous, votre corps reste consacré à la mort par le péché, mais votre esprit vit par la justice.
Romains 8h30
Ceux qu’Il a prédestinés, Il les a aussi appelés. Ceux qu’il a appelés, il les a justifiés, et qu’il a justifiés, il les a glorifiés.
2 Corinthiens 8 :14
Car maintenant votre abondance comblera leur besoin, une autre fois leur abondance comblera votre besoin. C’est ainsi que se crée l’équilibre
Galates 3:6
Comme il est écrit, Abraham crut en Dieu, et cela lui fut compté comme justice.
2 Thessaloniciens 1:5
une preuve que le juste jugement de Dieu vous rendra digne de son royaume pour lequel vous souffrez maintenant.
2 Thessaloniciens 1:7
et à vous qui êtes affligés, repos et rafraîchissement, avec nous, lorsque le Seigneur Jésus apparaîtra et descendra du ciel avec ses puissants anges dans un feu ardent.
1 Timothée 1:9
et rappelez-vous que ce n’est pas pour les justes, mais pour ceux qui ne se soucient pas de Dieu ou des commandements, pour les rebelles et les pécheurs, pour les mépriseurs et les moqueurs de tout ce qui est saint, les parricides et les meurtriers de mères, les meurtriers,
Tite 3:7
Ainsi nous avons été justifiés par sa grâce et sommes devenus héritiers de la vie éternelle en laquelle reposent nos espérances.
Hébreux 1:8
Il parle ainsi du Fils : Ton trône, ô Dieu, est aux siècles des siècles, et le sceptre de la justice est le sceptre de son royaume.
Hébreux 10:38
Mon juste par une foi fidèle lui sauvera la vie, mais celui qui rétrécit ne peut pas Me plaire.
Hébreux 11:33
Par la foi, ils ont renversé des royaumes, exercé la justice, imposé l’accomplissement des promesses. Ils ont fermé la gueule des lions,
Jacques 2:21
Notre père Abraham n’est-il pas justifié à cause de ses actes, parce qu’il a sacrifié son fils Isaac sur l’autel ?
Jacques 2:23
Ainsi s’accomplit la parole de l’Écriture, qui dit : Abraham crut à Dieu, et cela lui fut compté comme justice ; et on l’appelait l’ami de Dieu.
1 Pierre 2:23
Quand Il a été injurié, Il n’a pas riposté. Quand les gens lui faisaient du mal, il ne faisait aucune menace. Il a laissé son cas à Celui qui juge avec justice.
1 Pierre 4:18
Et si les justes sont à peine sauvés, où sont les méchants et les pécheurs ?

2 Pierre 3:13
Mais selon sa promesse, nous attendons de nouveaux cieux et une nouvelle terre, où la justice habitera.
1 Jean 2:1
Enfants, je vous écris que vous ne devez pas pécher. Mais même si quelqu’un commettait un péché, nous avons un intercesseur auprès du Père, Jésus-Christ, qui est entièrement sans péché,
Apocalypse 16:5
Alors j’entendis l’ange des eaux dire : « Tu es justice, toi qui es et qui fus, toi le Saint, pour avoir rendu cette sentence.
Apocalypse 19 :2
car vrais et justes sont ses jugements.
Il prononça un jugement sur la grande prostituée,
qui avec sa fornication a amené à la ruine de la terre.
Il a vengé sur elle le sang de ses serviteurs.
Apocalypse 19 :11
Alors j’ai vu le ciel ouvert, et il y avait un cheval blanc, et son cavalier s’appelle Fidèle et Véritable, et Il juge et fait la guerre avec justice.
Jérémie 23:5
Croyez-moi, le temps vient où je susciterai un rejeton légitime de David – oracle de Yahvé – ; il gouvernera avec habileté et gouvernera le pays avec justice et équité.
Genèse 7:1
Yahvé dit à Noé : « Entre dans l’arche avec toute ta maison, car de cette génération tu es le seul qui soit juste à mes yeux.
Genèse 18:31
Il dit encore : « Je suis audacieux si j’insiste sur mon Seigneur ; mais peut-être que vingt seulement seront trouvés. Et Il dit : ’Je ne détruirai pas la ville à cause des vingt.’

Genèse 18:32
Il dit : Que mon Seigneur ne se fâche pas si je parle encore une fois ; peut-être que seulement dix peuvent être trouvés. Et Il dit : ’Je ne détruirai pas la ville à cause des dix.’
Deut. 6:18
Vous devez faire selon la volonté et la volonté de Yahvé. Alors tu seras heureux et tu iras prendre possession du pays glorieux que Yahvé a juré à tes pères.
1 rois 10:9
Béni soit Yahvé ton Dieu, qui a pris tant de plaisir en toi qu’il t’a placé sur le trône d’Israël, et t’a fait roi dans son amour inébranlable pour Israël pour maintenir la justice et la justice.
2 chroniques 19:6
Et il dit aux juges : « Sachez ce que vous faites, car vous ne jugez pour personne, mais pour Yahvé, qui est avec vous lorsque vous jugez.
Esdras 9:15
Yahvé, Dieu d’Israël, tu es juste ! Nous sommes le reste qui reste aujourd’hui. Regarde-nous ici devant Toi, chargés de notre culpabilité. Comment osons-nous apparaître devant vous comme ça ?
Psaume 7 :10
Que le mal des destructeurs disparaisse,
accorde la force juste :
ne testez pas votre cœur et votre conscience,
Dieu qui es justice ?
Ecclésiaste 8 :10
De plus, j’ai vu que les criminels ont des funérailles, mais les gens qui vivent bien doivent s’éloigner du lieu saint et sont oubliés dans la ville. Cela aussi est vain.
Esaïe 24 :16
Du bout du monde on entend des chansons chantées : « Hommage aux Justes ». Mais je dis : « Je suis épuisé, je n’en peux plus, malheur à moi ! Les violents commettent des violences, les hommes violents commettent des violences encore et encore !’
Esaïe 33 :15
Celui qui marche dans les voies de la justice, qui dit la vérité, qui a horreur du gain violent, qui retient ses mains d’accepter des pots-de-vin, qui se ferme les oreilles pour ne pas entendre les projets sanguinaires, et qui ferme les yeux pour ne pas prendre part aux énervés désactivé.
Esaïe 54:14
sur un fondement de justice tu es édifié. Soyez loin de l’oppression, car vous n’avez pas à craindre, loin aussi de la terreur, car elle ne s’approchera pas de vous.
Jérémie 20:12
Yahweh des armées, qui sonde toutes choses avec droiture, qui sonde le cœur et l’esprit, montre-moi comment tu te venges d’eux. Après tout, j’ai mis mon entreprise entre vos mains.
Jérémie 22:3
Voici ce que dit Yahvé : Jugez avec justice et justice. Délivre l’opprimé de la main de l’oppresseur, ne fais pas de mal aux étrangers, aux orphelins et aux veuves, veille à ce qu’ils ne soient pas lésés. Ne versez pas le sang innocent dans cet endroit.
Jérémie 22:15
Êtes-vous roi, simplement parce que vous avez plus de bois de cèdre que n’importe qui d’autre ? Votre père ne s’est pas fait de fautes, mais il est resté juste et équitable. Et puis il allait bien.
Ézéchiel 33:13
Si je dis au juste qu’il vivra, et qu’il commet l’iniquité sur ses mérites en toute confiance, aucun de ses mérites ne sera compté, mais il mourra pour l’iniquité qu’il a commise.
Daniel 4:27
puis s’écria : « N’est-ce pas cette grande Babylone que j’ai bâtie par la puissance de mes richesses et à la gloire de ma majesté comme ma demeure royale !
Osée 14:10
Qui est si sage qu’il réalise cela, qui est si sage qu’il voit cela ? En effet, les voies de Yahweh sont droites ; les justes le marchent, mais les rebelles y tombent.
Michée 6:8
” Yahweh t’a dit ce qui est bien, homme, et ce qu’il exige de toi : il ne veut rien d’autre que que vous gardiez la justice, que vous gardiez la fidélité, et que vous vous conduisiez humblement devant votre Dieu. ”
Michée 7:9
Je dois supporter la colère de Yahweh parce que j’ai péché contre lui, jusqu’à ce qu’il la reprenne pour moi et me rende justice. Il me délivrera, il me conduira à la lumière, et je regarderai avec joie sa justice.
Malachie 2:6
La vraie doctrine était dans leur bouche, et aucune iniquité ne sortait de ses lèvres ; dans la paix et la justice il a habité avec moi, et il a gardé beaucoup du mal.
Luc 16:15
Il leur dit : « Vous vous présentez juste devant les hommes, mais Dieu connaît votre cœur. Ce que les hommes admirent est une abomination aux yeux de Dieu.
Luc 20:20
Pour le surveiller, ils envoyèrent des espions qui devaient faire semblant d’être pieux pour le surprendre en un mot, afin de pouvoir le livrer à l’autorité suprême du gouverneur.
actes 3:15
Vous avez tué le guide de la vie, d’un autre côté. Mais Dieu l’a ressuscité des morts; nous en sommes témoins.
actes 17:31
Car il a fixé un jour où il jugera le monde selon la justice par un homme qu’il a ordonné à cet effet. A tous, il en a donné la preuve en le ressuscitant d’entre les morts.
1 Corinthiens 1:30
Par lui vous êtes en Jésus-Christ, qui est devenu de Dieu toute notre sagesse, notre justice, notre sanctification et notre rédemption.
Galates 2:17
Or, si en cherchant notre justice en Christ nous étions nous-mêmes trouvés pécheurs, cela signifie-t-il que Christ est le complice du péché ? Ça jamais !
Galates 3:11
D’ailleurs, que personne n’est justifié par une loi avec Dieu est évident, car : Celui qui est justifié par la foi vivra.
1 Timothée 6:11
Mais toi, homme de Dieu, tu dois éviter tout cela. Efforcez-vous pour la justice, la piété, la foi, l’amour, l’endurance, la douceur.
2 Timothée 4:8
Maintenant m’attend la couronne de justice, avec laquelle le Seigneur, le juste juge, me récompensera au grand jour, et pas seulement moi, mais tous ceux qui attendent avec amour sa venue.
Hébreux 11:4
Par la foi, l’offrande d’Abel était tellement meilleure que celle de Caïn ; par la foi, il a reçu le témoignage de sa justice, car Dieu lui-même a accepté ses dons ; par la foi, il continue à parler même après sa mort.
Apocalypse 15:3
et ils chantèrent le cantique de Moïse, serviteur de Dieu, et le cantique de l’Agneau :
Grandes et merveilleuses sont vos actions, ô Seigneur Dieu Tout-Puissant.
Justes et vraies sont tes voies,
o Roi des âges.
Deutéronome 1:17
Vous ne devez regarder aucun homme dans les yeux pour juger : vous devez tenir compte de l’homme inférieur aussi bien que de l’homme de haut rang. Vous ne devez être intimidé par personne, car la justice est quelque chose de Dieu. Si une affaire est trop difficile pour vous, vous devez me la soumettre ; alors je le traiterai.
Deutéronome 9 :5
Ce n’est pas pour vos mérites ou pour la droiture de votre cœur que vous allez posséder leur pays, mais à cause de leur vie méchante, l’Éternel, votre Dieu, chasse ces nations loin de vous, et aussi pour tenir la promesse qu’il a faite à vos pères Abraham, Isaac, et Jacob fit sous serment.

Esaïe 41:2
Qui a suscité l’homme à l’est, qui rencontre le triomphe là où il pose les pieds ? Qui lui livrera les nations et déposera leurs princes devant lui ? Son épée en fait poussière et son arc les disperse comme de la paille.
Esaïe 45:21
Exposez vos arguments devant nous, oui, laissez-les s’entretenir ensemble ; qui a déjà annoncé cela, et l’a annoncé à l’avance ? Ne suis-je pas, Yahvé ? Il n’y a de dieu que Moi seul, à part Moi il n’y a pas de dieu qui soit juste et sauve.
Esaïe 51:6
Levez les yeux vers les cieux, et regardez vers la terre en bas : les cieux peuvent s’évanouir comme de la fumée, et la terre comme un vêtement se briser, et ses habitants tomber morts comme des moucherons ; mais mon salut dure à toujours, et ma justice ne se décourage pas.
Esaïe 57:1
Le juste périt et personne ne s’en soucie ; les fidèles sont arrachés mais personne n’y prend garde ; le juste est arraché par la méchanceté,
Esaïe 61:3
donner aux endeuillés de Sion une couronne au lieu de cendres, de l’huile de joie au lieu d’un sac, un vêtement de gloire au lieu d’un cœur languissant. On les appelle chênes du salut, plantés par Yahvé, preuve de sa splendeur.
Jérémie 12:1
Yahvé, tu es juste. Je ne peux rien dire contre toi. Pourtant je vous pose une question : Pourquoi les méchants vont-ils bien ? et tous les méchants vivent-ils en paix ?
Actes 10:22
Ils répondirent : « Cornelius le centurion, un homme juste et craignant Dieu, connu de bonne réputation et renommée par tout le peuple juif, a reçu l’ordre d’un saint ange de vous appeler dans sa maison pour entendre ce que vous dites.

1 Timothée 3:16
Et grand, sans aucun doute, est le secret de notre religion :
Il est manifesté dans la chair,
justifié par l’Esprit,
est apparu aux anges,
proclamé parmi les nations,
cru partout dans le monde
et élevé dans la gloire.
Esaïe 16:4
Que ceux qui sont chassés de Moab habitent avec toi; être leur refuge contre le destructeur. Une fois que l’oppresseur a défriché le champ, la désolation a pris fin et les destructeurs ont disparu du pays,
Jérémie 21 :11
A propos de la maison royale de Juda. Écoute la parole de Yahvé,
Galates 2:16
Mais sachant qu’un homme n’est pas justifié par les œuvres de la loi, mais par la foi en Jésus-Christ seul, nous sommes aussi parvenus à croire en Jésus-Christ, afin d’être justifiés par la foi en Christ, et non par les œuvres du loi, car par les œuvres de la loi personne ne sera justifié.
Hébreux 11 :7
Par la foi, Noé, après avoir été averti par Dieu de ce qui n’était pas encore vu, a soigneusement construit l’arche pour sauver sa maison. Par sa foi, il condamna le monde et acquit lui-même la justice de la foi.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.